A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


Customer points out man wanted for flashing girl at Tampa bookstore
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

Banned Books Week September 25-October 2, 2010
Ad - Get Great Ticket Selecion & Prices to US Open Tennis Championship in New York

Waterstone's founder 'wants to buy back chain'
TAMPA ? A Jacksonville man was accused of exposing himself to a girl in a Tampa bookstore Saturday. Tampa police said Timmothy Isaiah Hall, 41, flashed a 7-year-old girl while she was reading in the children's section of Barnes & Noble at 213 N Dale

De reis om de wereld in tachtig dagen by Jules Verne



J >> Jules Verne >> De reis om de wereld in tachtig dagen

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18



Den volgenden nacht passeerde de Mongolia de straat Bab-el-Mandeb,
welke arabische naam beteekent: Poort der Tranen, en den anderen
morgen, den 14en liep zij te Steamer-Point ten noordwesten van de
reede van Aden binnen. Hier moest zij weder brandstof opdoen.

Een ernstige en belangrijke zaak is de zorg voor de steenkolen
der mailbooten, op zulke afstanden van de plaats waar zij worden
gedolven. Voor de Peninsular-Company is dit eene jaarlijksche uitgave
van acht honderd duizend pond sterling, want men heeft op verscheidene
punten in die ver verwijderde zeeen depots moeten vestigen en daar
kost het hectoliter kolen veertig gulden.

De Mongolia had nog zestien honderd vijftig mijlen af te leggen voor
zij Bombay bereikte en moest vier uur te Steamer-Point blijven, om haar
voorraad in te nemen. Maar dit oponthoud kon aan het programma van Fogg
volstrekt geen nadeel doen. Dit alles had men berekend. Daarenboven
was de Mongolia, in plaats van in den morgen van den 15en October
te Aden te komen, reeds den 14en aldaar gearriveerd. Dit was dus een
winst van vijftien uren.

Fogg en zijn bediende gingen nu aan land. De gentleman wilde zijn
paspoort laten viseeren. Fix volgde hem onopgemerkt. Toen deze
formaliteit afgeloopen was, keerde Phileas Fogg weer naar boord terug,
om daar zijn geschorst spel te hervatten.

Passepartout slenterde, volgens gewoonte, door de stad, tusschen
Somanlis, Banianen, Perzen, Joden, Arabieren en Europeanen, die de
25,000 inwoners van Aden uitmaken. Hij bewonderde de versterkingen,
die deze stad tot een Gibraltar der Indische Zee maken, en de prachtige
waterleidingen, waaraan de engelsche ingenieurs, twee duizend jaren
na die van koning Salomo, arbeidden.

"Zeer-merkwaardig! zeer merkwaardig!" mompelde Passepartout bij zich
zelven, toen hij weer aan boord was. "Ik zie dat het zeer nuttig is
om te reizen, wanneer men iets nieuws wil zien."

Ten zes ure des avonds stoomde de Mongolia weder voort en was spoedig
in de Indische Zee. Er waren haar nog honderd acht en zestig uren
toegestaan, om den weg van Aden naar Bombay af te leggen. De Indische
Zee was haar ook verder zeer gunstig. De wind bleef noord-west. De
zeilen kwamen den stoom te hulp.

Het schip, dat nu zwaarder belast was, slingerde minder. De passagiers
kwamen in nieuwe toiletten op het dek. Het zingen en dansen nam weer
een aanvang. De reis werd dus onder de gunstigste omstandigheden
volbracht. Passepartout was zeer ingenomen met den aangenamen
reisgenoot, dien het toeval hem in den persoon van Fix verschaft had.

Zondag 20 October, tegen 12 uur, kreeg men de indische kust in 't
gezicht. Twee uur later kwam de loods aan boord der Mongolia. Aan den
horizon teekenden zich de bergen schilderachtig tegen den donkeren
hemel af. Weldra zag men de palmen, die boven de stad uitstaken. De
mailboot stoomde de haven binnen, welke gevormd wordt door de eilanden
Salsette, Colaba, Elephanto en Butcher en ten half vijf lag zij voor
de kade van Bombay.

Phileas Fogg had dien dag zijn drie en dertigsten robber gespeeld;
zijn partner en hij hadden door vernuftige berekening schlem gemaakt.

De Mongolia moest eerst den 22en October te Bombay aankomen. Zij kwam
er den 20en, dus had men sedert het vertrek uit Londen twee dagen
gewonnen, wat Phileas Fogg niet naliet terstond in zijn register
te vermelden.



TIENDE HOOFDSTUK.

Waarin Passepartout maar al te blij is dat hij met het verlies zijner
schoenen er af komt.

Iedereen weet dat Indie, deze groote omgekeerde driehoek, wiens basis
in het noorden en toppunt in het zuiden gelegen is, een oppervlakte
heeft van veertien honderd duizend vierkante mijlen, en een zeer
ongelijk verspreide bevolking telt van honderd tachtig millioen
inwoners. Het britsche Gouvernement oefent onbepaald gezag uit over
een zeker gedeelte van dit onmetelijke land, en heeft te Calcutta
een gouverneur-generaal, als ook gouverneurs te Madras, Bombay en
Bengalen en een luitenant-gouverneur te Agra.

Maar eigenlijk Engelsch-Indie heeft niet meer dan een oppervlakte
van zeven honderd duizend vierkante mijlen, met een bevolking van
honderd a honderd tien millioen inwoners. Daaruit blijkt genoegzaam,
dat de koningin over een aanzienlijk deel van dit grondgebied niet
regeert, en inderdaad, de woeste en geduchte hindoesche rajahs in
het binnenland zijn nog geheel onafhankelijk.

Sedert 1576--toen de eerste engelsche kolonie gesticht werd op de
plek waar het tegenwoordige Madras ligt--tot het jaar, waarin onder
de Cipayers een groote opstand plaats had, was de beroemde Indische
Compagnie alvermogend. Zij annexeerde langzamerhand de verschillende
provincien, die zij van de rajahs kocht tegen renten, welke zij niet
of bijna niet betaalde; zij stelde haren gouverneur-generaal en alle
verdere ambtenaren in burgerlijke of militaire betrekkingen aan;
maar nu is zij te niet gegaan, en de engelsche bezittingen in Indie
behooren rechtstreeks aan de kroon.

Het karakter des lands, de zeden, de ethnographische indeeling van dit
uitgestrekte schiereiland wijzigen zich elken dag. Voorheen reisde
men er met verschillende ouderwetsche vervoermiddelen, te paard, te
voet, met karren, kruiwagens, draagstoelen, op den rug van bedienden,
in koetsen enz. Thans zijn het stoombooten, die met groote snelheid
den Indus en den Ganges bevaren, terwijl een spoorweg Indie in zijne
geheele breedte doorsnijdt en zich in verschillende takken splitst,
zoodat Bombay en Calcutta slechts drie dagen van elkaar verwijderd
zijn.

De spoorweg doorsnijdt Indie niet in eene rechte lijn; de afstand
hemelsbreed is niet meer dan duizend of elf honderd mijlen en de
treinen, die slechts met een matige snelheid rijden, zouden geen
drie dagen noodig hebben om het van het eene einde naar het andere
einde over te steken; maar deze afstand wordt wel een derde grooter
door de bocht over Allahabad, dat in het noorden van het schiereiland
is gelegen.

Ziehier in het kort de richting van den Great Indian Peninsular
Railway. Wanneer hij het eiland Bombay verlaat, passeert hij Salsette,
komt op het vasteland juist tegenover Tannah, doorsnijdt het oostelijk
gedeelte van de bergketen Ghates, strekt zich vervolgens naar het
noorden uit tot aan Burhampore, slingert zich door het nagenoeg
onafhankelijke landschap van Bundelkund, buigt zich tot Allahabad en
dan naar het oosten, ontmoet daar den Ganges bij Benares, verwijdert
er zich een weinig van, om vervolgens weder door het zuid-oosten over
Burdivan en de fransche stad Chandernagor te Calcutta te eindigen.

Het was 's namiddags half vijf toen de Mongolia te Bombay aankwam,
en de trein naar Calcutta vertrok precies om acht uur.

Mijnheer Fogg nam dus van zijne medespelers afscheid, verliet
de mailboot, gaf aan zijn bediende eenige inlichtingen omtrent
boodschappen, die deze te doen had, en beval hem zeer uitdrukkelijk
aan om vooral voor acht uur aan het station te wezen; en met zijn
gelijkmatigen tred, den slinger van een klok gelijk, begaf hij zich
naar het bureel voor de paspoorten.

Te Bombay dacht hij er evenmin aan om iets te gaan zien van de
wonderen, noch het stadhuis, noch de prachtige bibliotheek, noch de
vesting, noch de dokken, noch de katoenmarkt, noch de winkels, noch
de moskeeen, noch de synagogen, noch de armenische kerken, noch den
prachtigen afgodstempel van Malabar-hill, versierd met zijne twee
veelhoekige torens. Hij bezichtigde ook niet de meesterstukken van
ivoor, noch die geheimzinnige onderaardsche begraafplaatsen, welke
aan de zuid-oostzijde der reede verborgen zijn, noch de kanherische
grotten op het eiland Salsette, bewonderenswaardige overblijfselen
der boeddhistische bouwkunde. Niets van dat alles. Toen hij van het
bureel der paspoorten terugkwam, begaf Phileas Fogg zich bedaard naar
het station en ging daar dineeren. Onder de verschillende gerechten
prees de kastelein hem zeer aan een ragout van inheemsche konijnen,
die uitstekend moest wezen.

Phileas Fogg bestelde zulk een konijnenragout, proefde dien
zeer nauwkeurig, maar ondanks zijne gekruide saus, vond hij hem
afschuwelijk.

Hij liet den logementhouder komen.

"Mijnheer," zeide hij, hem strak aanziende, "is dat konijn?"

"Ja, mylord," antwoordde deze zonder blikken of blozen.

"En het heeft niet gemauwd, toen men het doodde?"

"Gemauwd! Maar! mylord! een konijn! Ik bezweer u...."

"Mijnheer de logementhouder," hernam Phileas Fogg koel, "zweer niet,
maar herinner u slechts dit: vroeger werden de katten in Indie als
heilige dieren beschouwd. Dat was een goede tijd."

"Voor de katten, mylord?"

"En ook voor de reizigers."

Toen Fogg deze opmerking gemaakt had, vervolgde hij rustig zijn diner.

Eenige oogenblikken na den heer Fogg, kwam ook de inspecteur Fix,
die eveneens de Mongolia verlaten had, bij den directeur van politie
te Bombay. Hij maakte zich als detective bekend, alsmede de zending
waarmede hij belast was, en zijn toestand tegenover den vermoedelijken
dief. Toen vroeg hij of men een bevel tot inhechtenisneming ontvangen
had?

Men had niets ontvangen. Ook kon dat bevel nog niet zijn aangekomen,
daar het eerst na Fogg moest zijn afgezonden.

Fix was zeer teleurgesteld. Hij vorderde van den directeur een bevel
tot inhechtenisneming van den heer Fogg. De directeur weigerde. De
zaak betrof de politie in de hoofdstad en deze alleen kon dus ook
het bevel uitvaardigen. Deze vastheid van beginselen, deze strenge
inachtneming der wet is zeer verklaarbaar door de engelsche zeden, die,
in zake van persoonlijke vrijheid, volstrekt geen willekeur toelaten.

Fix drong er ook niet meer op aan, en begreep dat hij het bevel
tot inhechtenisneming moest afwachten. Maar hij besloot toch zijn
geheimzinnigen schurk niet uit het oog te verliezen, zoolang deze
te Bombay vertoefde. Hij twijfelde er niet aan of Phileas Fogg zou
eenige dagen te Bombay blijven,--men weet, dit was ook Passepartout's
overtuiging--zoodat het bevel van inhechtenisneming nog altijd vroeg
genoeg zou aankomen.

Maar na de laatste bevelen, die zijn meester hem gegeven had, toen
hij de Mongolia verliet, begreep Passepartout wel, dat het te Bombay
evenzoo zou gaan als te Suez en te Parijs: dat de reis hier niet zou
eindigen en zij ten minste nog tot Calcutta zou worden voortgezet
en misschien nog wel verder. Hij begon zich dan ook af te vragen of
die weddenschap niet ernstig was gemeend en of het noodlot hem niet
medesleepte--hem die zoo rustig hoopte te leven--om een reis om de
wereld te maken in tachtig dagen.

In afwachting wandelde hij na eenige hemden en sokken gekocht te
hebben, de straten van Bombay eens door. Er heerschte groote drukte,
en te midden van Europeanen van elken landaard, zag hij Perzen met
puntige mutsen, Bunhyas met ronde tulbanden, Armeniers met lange
kleederen, Parsis met zwarte bisschopsmutsen enz. Het was juist het
feest, gevierd door de Parsis of Goeboes die rechtstreeks afstamden
van de volgelingen van Zoroaster, welke de meest nijvere, beschaafde,
ontwikkelde en aan hun landaard getrouwe Hindoes zijn en tot welk ras
de rijkste kooplieden onder de inboorlingen van Bombay behoorden. Dien
dag vierden zij een soort van godsdienstig carnaval met optochten
en allerlei vermakelijkheden, waarbij ook bayaderes tegenwoordig
waren in rooskleurige tulle gekleed, behangen met goud en zilver,
en die op de tonen der viool en van den tam-tam bewonderenswaardig
dansten, ofschoon zij geen oogenblik de regelen der welvoegelijkheid
overschreden. Het zal wel overbodig zijn te zeggen, dat Passepartout
deze merkwaardige plechtigheden beschouwde met wijd opengespalkte oogen
en ooren om des te beter te zien en te hooren, en dat zijne houding en
zijn gelaat volkomen geleken op die van een kind, dat pas kwam kijken.

Ongelukkig voor hem en voor zijn meester, wiens reis hij dreigde in
gevaar te brengen, dreef hem zijne nieuwsgierigheid verder dan hem
wel betaamde.

Wel begaf Passepartout, na dit carneval der Parsis nog eenigen tijd te
hebben aanschouwd, zich naar het station, maar toen hij het prachtige
afgodsbeeld van Malabarhill voorbij ging, rees het noodlottige plan bij
hem op, om het inwendige ook eens te bezichtigen. Twee dingen waren
hem evenwel geheel onbekend: ten eerste dat de toegang tot sommige
hindoesche afgodstempels den christen verboden is, en ten tweede,
dat de geloovigen er zelven niet mogen ingaan zonder hunne schoenen
aan de deur uit te doen. Men moet hierbij opmerken, dat het engelsche
Gouvernement, om politieke redenen, den godsdienst van dit land
eerbiedigt en tot in de kleinste bijzonderheden koel doet eerbiedigen,
en dat een ieder, die deze regels overtreedt, streng gestraft wordt.

Passepartout, die volstrekt geen kwaad vermoedde en als een onnoozel
reiziger het inwendige van Malabar-hill met zijn verblindende
brahmaansche versierselen van klatergoud bewonderde, werd plotseling op
de geheiligde steenen geworpen. Drie priesters snelden in vreeselijke
woede naar hem toe, trokken hem zijne schoenen en kousen uit en
begonnen hem duchtig te slaan, waarbij zij onverstaanbare kreten
deden hooren.

Maar de vlugge en sterke Franschman was met een sprong weder op
de been, en met een stomp en een schop wierp hij twee van zijne
tegenstanders op den grond, die erg in hun lange kleederen verward
geraakten, waarop hij zoo gauw hij kon den tempel uitliep, zoodat hij
al spoedig den anderen Hindoe vooruit was, die hem was nageloopen en
het volk op hem aanhitste.

Vijf minuten voor achten, dus slechts eenige minuten voor het vertrek
van den trein, kwam Passepartout, blootshoofd, barrevoets, in de
verwarring zijn pakje met boodschappen verloren hebbende, aan het
station van den Great Indian Peninsular Railway.

Toen Fix aan de aanlegplaats kwam, was hij Fogg gevolgd naar het
station. Hij begreep dat de schurk Bombay ging verlaten. Hij had
terstond zijn plan gevormd en wel om hem te volgen tot Calcutta en,
zoo het noodig was, nog verder. Passepartout zag Fix niet, daar deze
zich schuil hield, maar Fix hoorde Passepartout zijn lotgevallen in
korte woorden aan zijn meester vertellen.

"Ik hoop dat dit u niet meer gebeuren zal," antwoordde Fogg bedaard,
en nam plaats in een der waggons.

De arme knecht volgde met bloote voeten en nog geheel verslagen,
zonder een woord te spreken, zijn meester. Fix ging in een anderen
waggon, toen eensklaps een gedachte hem weerhield en zijn plan van
vertrek wijzigde.

"Neen," zeide hij, "ik blijf: een vergrijp op het engelsch
grondgebied.... Ik heb mijn man."

Op dit oogenblik deed de locomotief een schel gefluit hooren en de
trein verdween in de duisternis.



ELFDE HOOFDSTUK.

Waarin Phileas Fogg voor een ongeloofelijken prijs eene reisgelegenheid
aanschaft.

De trein was op het uur vertrokken, dat door het reglement was
bepaald. Hij voerde een zeker aantal reizigers mede, eenige officieren,
burgerlijke ambtenaren en kooplieden in opium en indigo, die zich om
handelszaken naar het oostelijk gedeelte van het schiereiland begaven.

Passepartout was in denzelfden coupe gezeten als zijn meester. In
een anderen hoek zat een derde reiziger. Deze was de brigade-generaal
Francis Cromarty, een der whistspelers op de reis van Suez naar Bombay,
die zich naar zijne troepen te Benares begaf.

De heer Francis Cromarty was een lang, blond man van vijftig jaar
ongeveer, die zich bijzonder onderscheiden had tijdens den opstand
der cipayers en voor een inboorling kon doorgaan. Van zijne vroegste
jeugd af had hij in Indie geleefd en slechts zelden had hij zich in
het moederland vertoond. Hij was een zeer geleerd man, die volgaarne
allerlei merkwaardige bijzonderheden zou hebben medegedeeld omtrent
de gewoonten, de geschiedenis en het bestuur van Indie, indien
Phileas Fogg de man ware geweest om hem die te vragen. Maar deze
vroeg niets. Fogg reisde niet, hij beschreef slechts een omtrek. Hij
was een vast lichaam, een kring beschrijvende rondom den aardbol,
volgens de wetten der werktuigkunde. Op dit oogenblik berekende hij
bij zichzelven hoeveel uren hij sedert zijn vertrek uit Londen had
afgelegd en hij zou zich in de handen hebben gewreven, indien het in
zijn aard gelegen had zulk eene nuttelooze beweging te maken.

De heer Francis Cromarty had de zonderlingheid van zijn reisgezel
zeer goed opgemerkt, al had hij hem slechts kunnen bestudeeren
met de whistkaarten in de hand. Hij had dus recht te vragen of er
een menschelijk hart klopte onder dit koude omhulsel, of Phileas
Fogg een gemoed had, vatbaar voor de schoonheden en voor zedelijke
natuur. Voor hem was dit nog twijfelachtig. Van alle zonderlingen,
die de generaal ontmoet had, was er geen een te vergelijken met dit
voortbrengsel der wiskundige wetenschappen.

Philias Fogg had tegenover den heer Francis Cromarty geen geheim
gemaakt van zijne reis om de wereld noch van de voorwaarden, waaronder
hij die volbracht. De generaal zag in die weddenschap slechts eene
buitensporigheid zonder nut, waaraan vooral ontbrak het "rond gaan
goeddoende", dat elk redelijk man moet bezielen. Zooals deze gentleman
reisde, ging hij bepaald rond zonder iets te doen, voor zich zelven
zoo min als voor anderen.

Een uur nadat hij Bombay had verlaten, had de trein de viaducts
gepasseerd, het eiland Salsette doorsneden en volgde hij den weg over
het vasteland. Bij het station Callian liet hij rechts den tak liggen
die over Kandallah en Pounah naar het zuidoosten van Indie loopt,
en bereikte hij het station Pauwell. Daar drong hij het oostelijk
Ghates-gebergte met zijne vele ketenen binnen, waarvan de onderste
zijden van basalt zijn gevormd en de kruinen met dennenbosschen
zijn begroeid.

Van tijd tot tijd wisselden Phileas Fogg en Francis Cromarty een
enkel woord. Op dit punt vatte de generaal het gesprek weder op,
dat telkens afgebroken was en zeide:

"Voor eenige jaren, mijnheer Fogg, zoudt gij op deze plek een oponthoud
hebben gevonden, dat uwe reis onmogelijk had gemaakt."

"Waarom, mijnheer Francis?"

"Omdat de trein ophield aan den voet van dit gebergte, dat men in een
palankijn of op een bergpaard had moeten oversteken tot het station
Kandallah op de tegenover liggende helling."

"Dit oponthoud zou volstrekt geen beletsel zijn geweest voor het
nakomen van het programma mijner reis," antwoordde Fogg; "ik heb wel
degelijk op eenige hinderpalen gerekend."

"Intusschen, mijnheer Fogg," hervatte de generaal, "hebt gij toch
gevaar geloopen u eene groote moeielijkheid op den hals te halen door
dat avontuur van uw bediende."

Passepartout, die zijne voeten onder zijn reisdeken had verborgen,
sliep gerust en dacht er niet aan dat het gesprek hem gold.

"Het engelsch gouvernement," ging sir Francis voort, "is zeer streng,
en terecht, voor zulke overtredingen. Het stelt er boven alles prijs
op, dat men de zeden en den godsdienst der Hindoes eerbiedigt en als
men uw bediende gevangen genomen had...."

"Welnu, als hij gevangen was genomen," antwoordde Fogg, zou hij
veroordeeld zijn en zijne straf hebben ondergaan en daarna weder
rustig naar Europa zijn teruggekeerd. Ik zie volstrekt niet in,
in welk opzicht dit de reis van zijn meester had kunnen vertragen."

Daarop hield het gesprek weder op. Gedurende den nacht trok men
het Ghates-gebergte door en kwam men te Nassik aan. Den volgenden
morgen, 21 October, doorsneed men een betrekkelijk vlak land, door het
grondgebied van Khandeish gevormd. De welbebouwde streek was bezaaid
met dorpen, waarboven de minaret der pagode de plaats innam van den
kerktoren in Europa. Tallooze beken, voor het meerendeel uitloopende
in de Godavery, besproeiden deze vruchtbare vlakte.

Toen Passepartout ontwaakte en om zich heen zag, kon hij zich niet
voorstellen dat hij in een trein van den Great-Peninsular-Railway het
land der Hindoes dwars doorsneed. Het scheen hem ondenkbaar toe en toch
was het maar al te waar. De locomotief door een britschen machinist
bestuurd en gestookt met engelsche steenkolen stootte hare rookwolken
uit, die langzaam nedersloegen op de katoen-, tabaks-, muskaat-,
kruidnagel- en peper-plantages. Zij slingerden zich spiraalsgewijze om
de groepen palmboomen, waartusschen men de schilderachtige bungalows
ontwaarde, alsmede eenige viharis, eene soort van verlaten kloosters
en prachtige tempels, bedekt met de rijke ornamenten der indische
bouwkunde. Dan weder waren het vlakten, die zich tot den horizon
uitstrekten, begroeide moerassen waarin slangen en tijgers huisden,
welke verschrikt de vlucht namen voor het dreunen van den trein en
eindelijk bosschen, die door den spoorweg waren doorsneden en waarin
de olifanten met peinzenden blik de wagens gadesloegen, welke in
toomelooze vaart voorbij snelden.

Na het station Mallegaum te hebben aangedaan, passeerden de reizigers
die noodlottige streek wier bodem zoo vaak gedrenkt was met het
bloed, door de volgelingen der godin Kali vergoten. Niet ver van daar
verhieven zich Ellora en zijne bewonderenswaardige pagoden en verder
het beroemde Aurengabad, de hoofdplaats van den wreeden Aurengzeba, dat
thans de onbeduidende hoofdplaats is van een der afgelegen provincien
van het rijk Nizam. Hier was het, dat Feringha, het hoofd der Thugs,
de koning der worgers, zijne heerschappij uitoefende. Die moordenaars
vormden eene geheime vereeniging, welke ter eere van de godin van
den Dood, haar menschen van elken leeftijd offerden zonder bloed te
vergieten en er was een tijd, dat men geen plek vond, waaronder niet
een lijk was begraven. Het Britsche Gouvernement heeft deze moorden
wel in aanzienlijke mate kunnen beteugelen, maar het vreeselijk
genootschap bestaat toch nog en heeft niet opgehouden te werken.

Ten half een hield de trein stil aan het station van Burhampore;
daar kon zich Passepartout tegen zeer hoogen prijs een paar schoenen
koopen, bezet met valsche paarlen, die hij met een onverholen gevoel
van ijdelheid aantrok.

De reizigers ontbeten in allerijl en zetten de reis voort naar het
station van Assurghur, na eerst een poos lang den oever te hebben
gevolgd van de Tapy, eene kleine rivier, welke in de golf van Cambaye
stort, in de nabijheid van Surate.

Het is hier de geschikte plaats om mede te deelen wat er in den
geest van Passepartout omging. Tot aan zijne komst te Bombay had hij
geloofd en had hij kunnen gelooven, dat daarmede de zaak zou zijn
afgeloopen. Maar sedert hij in volle vaart Indie doorkliefde, had er
eene omkeering in zijn geest plaats gehad. Zijn natuurlijke aanleg was
weder geheel bovengekomen. De phantastische denkbeelden zijner jeugd
herleefden in hem en hij geloofde in ernst aan de plannen van zijn
meester; hij geloofde aan het wezenlijk bestaan van de weddenschap
en dus ook aan die reis om de wereld en aan het maximum van tijd, dat
niet mocht worden overschreden. Reeds begon hij zich ongerust te maken
over een mogelijk oponthoud, over ongelukken, die hun onderweg konden
overkomen. Het was of hij zelf belang had in die weddenschap en hij
sidderde bij de gedachte, dat hij zelf de verwezenlijking in gevaar
had kunnen brengen door zijne onvergeeflijke nieuwsgierigheid. Hij
was dan ook veel onrustiger dan Fogg, wiens flegmatiek karakter hem
niet ten deel was gevallen. Hij telde en telde nogmaals de dagen,
die waren verloopen, verwenschte de halten van den trein, die hij
van traagheid beschuldigde, terwijl hij er in zijn binnenste Fogg
een verwijt van maakte, dat hij geen premie aan den machinist had
uitgeloofd. De goede man wist niet, dat wat mogelijk is op eene
mailboot, niet mogelijk is op eene spoortrein, waarvan de snelheid
door het reglement wordt bepaald.

Tegen den avond kwam men in de engte van het Sutpore gebergte dat het
grondgebied van Khandeish scheidt van dat van Bundelkund. Den anderen
morgen, 22 October, toen de heer Francis Cromarty vroeg hoe laat het
was, raadpleegde Passepartout zijn horloge en antwoordde, dat het drie
uren in den morgen was. Dat beroemde horloge, nog altijd geregeld naar
den meridiaan over Greenwich, dat zeven en zestig graden westelijker
ligt, liep vier uren achter en moest ook vier uren achterloopen.

Sir Francis herleidde dus het uur door Passepartout opgegeven tot den
werkelijken tijd en maakte hem dezelfde opmerking als reeds vroeger
Fix had gemaakt. Hij trachtte hem aan het verstand te brengen, dat
hij zijn uurwerk regelen moest naar elken nieuwen meridiaan, en dat,
wanneer hij altijd oostelijk voorttrok, dus met de zon mede, de dagen
zooveel maal vier minuten korter waren als men graden doorliep. Maar
het baatte niet. Of de koppige knecht den generaal al of niet begreep,
zeker is het dat hij er bij volhardde om zijn horloge niet vooruit
te zetten en het onveranderlijk op den londenschen tijd hield. Het
was trouwens een onschuldige manie, waarbij niemand schade kon hebben.

Des morgens ten acht ure op vijftien mijlen van Rothal, hield de trein
stil te midden van een groot bosch omringd door eenige bungalows en
hutten voor arbeiders. De conducteur liep den trein langs en riep de
reizigers toe:

"Uitstappen, heeren!"

Phileas Fogg zag den heer Francis Cromarty aan, die niets
scheen te begrijpen van deze halt in een bosch van tamarinden en
khajoers. Passepartout was niet minder verbaasd; hij sprong den waggon
uit en keerde bijna even spoedig terug met de woorden:

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.