A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


'Da Vinci Code' publisher one of two execs leaving Random House
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

Fans and booksellers eager for new magic from Potter author J.K. Rowling
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

Rubin, Irwyn Applebaum Out in RH Reorg
NEW YORK - The man who helped give the world 'The Da Vinci Code' and a leading publisher of Danielle Steel and other brand-name authors are leaving Random House. The departing executives are Stephen Rubin, who as head of the Doubleday Publishing Group

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



De prijs was dus alleszins begeerlijk; maar Kellogg had al zijn kracht
en al zijne behendigheid noodig om dien machtig te worden. Behalve
in aantal, waren zijne tegenstanders in elk opzicht ver boven zijne
vrienden en aanhangers verheven. Mac-Enery en Penn waren mannen
van stand, vermogen en goeden naam, die konden rekenen op den
steun van elken burger van Nieuw-Orleans en van elken planter van
Louisiana. Kellogg was een vreemdeling in de stad, met geen andere
bondgenooten dan de scalawags, de negers en de federale troepen.

Van den gouverneur Warmoth had hij niets te hopen. Warmoth trachtte een
middenweg te vinden; even als Kellogg, is ook hij een vreemdeling;
hij ook had zijne aanhangers, en behoefde zich niet door eene
eerste nederlaag te laten afschrikken. Als gouverneur had hij de
stemmingslijsten in bewaring. Het was zijn plicht, de Kamers bijeen
te roepen; zonder zijne onderteekening had geen wet eenige kracht. In
geval noch Mac-Enery noch Kellogg de wettigheid hunner verkiezing
konden bewijzen, moest Warmoth, thans de wettige gouverneur, zijne
functie blijven waarnemen tot er eene nieuwe verkiezing was gehouden,
die dan andermaal moest worden onderzocht en goedgekeurd. Wie weet,
welke kandidaten het dan winnen zouden? In ieder geval bood zich voor
hem eene nieuwe kans aan.

Niet gezind den gouverneur te vertrouwen, en nog minder om zijne
benoeming te onderwerpen aan de beslissing van eene Kamer, door
den gouverneur bijeengeroepen en gepresideerd, belegde Kellogg eene
vergadering van zijne aanhangers. Het was Zaterdagmorgen: des Maandags
zouden de Kamers bijeenkomen. De Kamer zou dan, onder leiding van
Warmoth, overgaan tot het onderzoek der geloofsbrieven, en zou zeer
waarschijnlijk de vraag, wie der beide kandidaten, Mac-Enery of
Kellogg, wettig gekozen was, onderwerpen aan de beslissing van het
Hooggerechtshof. Kellogg was al even bang voor de rechters als voor
de senatoren. Maar hoe zou hij het aanleggen om beiden uit den weg
te ruimen?

Billings, de gewetenlooze prokureur, die geheel in het belang der
negers handelde, stelde voor, dat Cesar Antoine, de zwarte pakkedrager,
gebruikt zou worden om niet alleen den gouverneur en de Kamers, maar
ook de plaatselijke gerechtshoven, schaakmat te zetten. Dit voorstel
werd aangenomen, en de zwarte sjouwer begaf zich naar den rechter
Durell, niet in de openbare rechtzitting, maar in Durell's eigen
woning. Daar legde hij den rechter een merkwaardig stuk voor, waarin
deze neger, uit aanmerking dat hij, Cesar C. Antoine, hoezeer wettig
verkozen tot luitenant-gouverneur van Louisiana, echter reden had om te
verwachten dat hem bij de aanvaarding van die betrekking hinderpalen
in den weg zouden worden gelegd, tot het Hof der Vereenigde-Staten
het verzoek richtte om een bevel uit te vaardigen, waarbij aan zekere
met name genoemde personen verboden werd, op eenigerlei wijze, door
woord of daad of teeken, zijne wettige aanspraak op de betrekking
van luitenant-gouverneur te weerstreven.

De door Billings opgemaakte lijst van personen bevatte niet minder
dan honderd-vijf-en-dertig namen, met dien van den gouverneur Warmoth
aan het hoofd. Daarop volgde de secretaris van staat; dan negentien
senatoren, meer dan honderd afgevaardigden, en al de leden zoowel
van de conservatieve als van de republikeinsche commissies voor het
onderzoek der verkiezingen. In een woord, deze neger verlangde van den
rechter Durell, dat hij gedurende vijf volle dagen aan de uitvoerende
en wetgevende macht van Louisiana de bevoegdheid zou ontzeggen om
iets te doen ten nadeele van zijn beweerd recht. En inderdaad: de
rechter vaardigde het bevel, in de voorgeschreven bewoordingen, uit.

President Grant handhaaft doorgaans zijn creaturen: maar zelfs
President Grant heeft moeten erkennen, dat het door den rechter
Durell, op verlangen van Antoine, uitgevaardigde bevelschrift niet
alleen onwettig was, maar ook eene "grove fout."

Toch werd dit onwettig bevel gehandhaafd, en werd de grove fout tot
het einde doorgezet. Dit geschiedde niet in onwetendheid, en nog
tot heden, nu de onwettigheid is erkend, en de grove fout door den
President zelven beleden, wordt de onwettige staat van zaken met
geweld in stand gehouden!

Had Durell dat ongerijmde bevelschrift niet geteekend, dan zouden
de Kamers bijeen zijn gekomen en zich onder leiding van gouverneur
Warmoth hebben geconstitueerd. Meer dan waarschijnlijk zouden zij
de verkiezing van Mac-Enery en Penn wettig hebben bevonden; en het
Hooggerechtshof van Louisiana zou ongetwijfeld die uitspraak hebben
bekrachtigd. Het bevelschrift van den rechter Durell verzekerde de
overwinning aan Kelloggs' aanhangers, en daarmede begon feitelijk de
"anarchie."


XVII.

Anarchie.--Reactie.

Des Maandagsmorgens verscheen Packard, met de republikeinsche
geloofsbrieven in de hand en gevolgd door de federale soldaten, aan het
Mechanics' Institute, in welk gebouw de Kamer zou bijeenkomen. Cesar
C. Antoine, met Durell's bevelschrift gewapend, stond aan de deur, om
aan te wijzen wie al dan niet mochten binnen gelaten worden. Natuurlijk
werd alleen aan de vrienden toegang verleend. Dezen, in de zaal der
wetgevende macht vereenigd, begrepen geen tijd met praten te moeten
verliezen, want het bevelschrift van Durell gold niet langer dan tot
Woensdag, en er was nog veel af te doen, eer de conservatieve leden
hunne zetels weer zouden innemen.

In de eerste plaats moest de gouverneur Warmoth worden afgezet,
en moest men trachten zich meester te maken van de officieele
processen-verbaal der verkiezingen. Maar hoe kon men zich den wettigen
gouverneur van den hals schuiven?

Een neger, Pinchback genaamd, in de wandeling als Pinch bekend, bood,
tegen behoorlijke belooning, Kellogg zijne diensten aan. Deze Pinch,
een echte windbuil, was vroeger hofmeester geweest aan boord van
een stoomboot, later deurwachter in een speelhuis; maar zoo als meer
anderen van zijn geslacht, was hij tot de ontdekking gekomen dat de
politiek een winstgevender handwerk is dan vaten te wasschen, of op
te passen dat de policie de spelers niet kwam overvallen. Door een
neger-distrikt tot lid van den Senaat van Louisiana benoemd, had hij,
bij toeval, gedurende eenige weken ambtshalve de betrekking waargenomen
van luitenant-gouverneur. Zijn mandaat was sinds lang geeindigd: maar
in Amerika blijft men levenslang een titel voeren, hoe kort men dien
ook werkelijk gedragen hebbe. Een professor blijft altijd professor;
een luitenant-gouverneur altijd luitenant-gouverneur. Hoewel hij dus
het ambt niet meer bekleedde, had Pinch nog altijd een handvat aan
zijn naam.

Die man was geld waard, en Kellogg wist met hem eene schikking te
treffen. Pinch zou Warmoth omverwerpen; indien hem dit gelukte,
zou hij gedurende eenige dagen waarnemend gouverneur zijn, eene
aanzienlijke som gelds ontvangen, en, als men zich op eene of andere
wijze van Norton kon ontslaan, zou hij ook als senator naar Washington
worden gezonden.

Dit alles aldus bepaald zijnde, voerde Billings den waardigen Pinch
in de vergaderzaal van den Senaat, en plaatste hem, met behulp
van Cesar C. Antoine, als luitenant-gouverneur op den presidialen
zetel. Binnen tien minuten was, onder leiding van Pinch, de vergadering
geconstitueerd. Daarop haalde hij een dokument voor den dag, door
Billings geschreven, waarin de gouverneur Warmoth van verschillende
wanbedrijven werd beschuldigd en zijne afzetting gevorderd. Wederom
binnen tien minuten was een besluit in dien zin genomen. De federale
troepen stonden gereed, onder bevel van Packard, zoodat alles met
den meest gewenschten spoed kon worden afgedaan. Pinch trad nu op als
waarnemend gouverneur, nam het Kapitool in bezit, maakte zich meester
van het groot-zegel van Louisiana, en vaardigde eene proklamatie uit,
waarin hij der wereld zijne verheffing mededeelde.

Niet dikwijls is, hetzij in de werkelijkheid, hetzij in de verdichting,
het bespottelijke en ongerijmde tot zulk eene hoogte opgevoerd. Men
spreekt met weerzin over de daden van Jan van Leiden, als over een
treurige openbaring van menschelijke dwaasheid. De onbeschaamdheid
van Sancho Panza doet ons hartelijk lachen, als eene meesterlijke
schepping der satire. Maar Munster en Barataria hebben hier hun
meerdere gevonden. Pinchback en Antoine in het gestoelte der eere:--dit
is, als komisch effect, onovertroffen.

Warmoth weigerde natuurlijk Pinchback te erkennen; en deze laatste
wist niet recht wat hem te doen stond, ofschoon hij op Packard
en de soldaten rekenen kon. Generaal Warmoth stond bekend als een
voortreffelijk schutter, die zonder eenig bedenken, in een tweegevecht,
zijn tegenpartij zou neerschieten; het was dus voor Pinch geen zaak,
hem persoonlijk te tergen. De conservatieve leden, wien de toegang tot
de vergadering geweigerd was, kwamen elders te zamen, protesteerden
tegen hunne uitzetting, en riepen de hulp in van Warmoth, als den
wettigen gouverneur, tegen een man, die niet de minste aanspraak
had op den rang, dien hij bekleedde. Kellogg wist te bewerken
dat Pinch als republikeinsch kandidaat voor den Senaat zou worden
gesteld. Norton trok te zijnen behoeve zijne kandidatuur in; en men
hoopte dat zijne verkiezing tot senator zijne onwettige handelingen
in zekeren zin zou goedmaken, althans doen vergeten. Maar Warmoth
bleef onverzettelijk. Pinch liep naar Packard om raad te vragen; maar
Packard durfde geen raad geven. Ieder rechtsgeleerde in Nieuw-Orleans
zeide hem, wat hij trouwens zelf zeer goed wist, dat het bevelschrift,
waaraan hij uitvoering gaf, onwettig was. Geen enkele autoriteit
erkende Pinch; en ondanks zijne onbeschaamdheid, durfde Packard geen
stap verder te gaan zonder nadere machtiging van Washington.

Kellogg, die niets kon doen zonder Pinch, evenmin als Pinch iets
zonder Packard, riep toen de hulp in van zijn patroon, President Grant,
en zond aan den prokureur-generaal Williams het volgende telegram:

"Nieuw-Orleans, 11 December 1872.

"Als de President op eene of andere wijze te kennen geeft, dat hij het
gebeurde erkent, dan zullen de gouverneur Pinchback en de wetgevende
macht alles verder in orde brengen."

George H. Williams is voor geen klein gerucht vervaard, en
doet in vermetelheid voor niemand onder; maar hij durfde toch
den President niet voorstellen om een gauwdief van een neger als
gouverneur van Louisiana te erkennen, enkel omdat die gauwdief, met
terzijdestelling van alle wettig gezag, zich in den zetel had weten
te dringen. Evenwel, zijn bezwaar gold alleen den vorm: voor Pinch,
als regeeringspersoon, kon Williams kwalijk eenige achting gevoelen;
tegenover Pinch, als partijman, had hij een plicht te vervullen. Hoe
zou men het aanleggen, zonder de betamelijkheid en de publieke opinie
al te zeer te krenken? Men kon Pinch niet openlijk als gouverneur
erkennen. Doch, daar hij de betrekking van gouverneur vervulde, kon
men hem den titel geven van "waarnemend gouverneur": op die wijze zou
zijne waardigheid, hoewel niet officieel erkend, toch stilzwijgend
aanvaard worden. Williams is een meester in de onbepaalde, huichel-
en nevelachtige fraseologie der kanselarijen. Den volgenden dag werd
van Washington naar Nieuw-Orleans dit telegram verzonden:

Waarnemend gouverneur Pinchback, Nieuw-Orleans.

Departement van Justitie, 12 December 1872.

"Neem aan dat gij erkend zijt als het wettig uitvoerend gezag van
Louisiana, en dat de vergadering in het Mechanics' Institute de wettige
wetgevende macht van den staat is. Men stelt voor, dat gij in dien
zin eene proklamatie uitvaardigt, en te kennen geeft dat zoowel aan
u als aan de genoemde wetgevende macht de noodige hulp zal worden
verstrekt om den staat tegen wanorde en geweld te beveiligen."

Krachtens deze machtiging van het Kabinet, werd de gouverneur
Warmoth afgezet, en Pinchback door de federale officieren in zijn
ambt geinstalleerd. Niettemin was Pinch niet op zijn gemak, en kon
dit ook niet zijn zoo lang de gouverneur Warmoth nog in Nieuw-Orleans
vertoefde. Het kon gebeuren, dat die heer hem op straat tegenkwam en
duchtig afranselde. Pinch had geen trek in een pak slaag; en daar hij
niet alleen over federale generaals, maar ook over federale rechters
kon beschikken, wilde hij eens beproeven of het gerecht hem niet van
zijn geduchten vijand zou kunnen ontslaan.

Een tweede federale rechter, Elmore genaamd, kwam te Nieuw-Orleans,
en Pinch verscheen voor zijn rechterstoel met de oude aanklacht
tegen gouverneur Warmoth, en met verzoek dat de gouverneur van zijn
betrekking zou worden vervallen verklaard. Elmore was in dit geval
geheel onbevoegd: de zaak behoorde te huis bij het Hoog-gerechtshof van
Louisiana, dat in deze alleen uitspraak kon doen. Niettemin nam Elmore
de beschuldiging aan, en verklaarde, zonder zelfs den beschuldigde te
hooren, dat de gouverneur Warmoth als zoodanig was afgezet. Warmoth,
die dit vonnis niet aannam, beriep zich op de rechters van Louisiana,
en dezen beslisten, dat de handelwijze van Elmore onwettig was,
en zijne uitspraak van geene waarde. Elmore wilde nochthans zijn
vonnis niet herroepen, en de rechters van Louisiana daagden hem voor
hunne rechtbank wegens miskenning van het hof. Hij lachte hen in hun
gezicht uit, wel wetende, dat hij, even als Pinch, op het federale
leger rekenen kon. Want al deze schandelijke handelingen geschiedden
onder bescherming van generaal Emory, die de creaturen van President
Grant trouw bijstond.

Gedurende vier of vijf weken regeerde Pinch over Louisiana. Spotters
noemden hem Koning Pinch, Zijne Zwarte Majesteit, Lord Paper-Collar
(papieren halsboord) en Markies van Pomade. Zij zonden hem verdichte
depeches, en lieten bespottelijke besluiten drukken, met zijn naam
onderteekend. Eindelijk was de tijd zijner regeering verstreken; hij
gaf het Kapitool en het groot-zegel over aan Kellogg, en ontving als
belooning den titel van gouverneur, en de waardigheid van senator
te Washington, met al de voordeelen en emolumenten aan die hooge
waardigheid verbonden.

Zijne verschijning in den Senaat, waar hij eene plaats zou innemen
naast de Shermans en Wilsons, de Boutwells en Camerons, te midden
der eerwaardige beschreven vaderen der republiek, verwekte een
storm, die nog niet is bedaard, hoewel er op dit oogenblik (1875)
twee-en-twintig maanden verloopen zijn, sinds hij zijn geloofsbrieven
op het bureau deponeerde.

De Senaat benoemde eene commissie, die deze geloofsbrieven moest
onderzoeken, en dus ook nazien of zij door den wettigen gouverneur
waren geteekend en gezegeld. Daardoor kwam natuurlijk de geheele
kwestie ter sprake. De groote meerderheid der commissie bestond uit
republikeinen, die voor hunne partij eene stem zouden winnen, als
Pinch word toegelaten. Maar tot deze toelating te adviseeren, was voor
ernstige mannen toch niet mogelijk. De commissie kwam tot het besluit
dat Kellogg geen gouverneur van Louisiana was; dat zijne handteekening
geen waarde had; dat het staatszegel van Louisiana was misbruikt,
en dat Pinchback geen recht had, in het Congres zitting te nemen.

Na een zeer lang en merkwaardig debat, besliste de Senaat, ondanks
de eischen van het partijbelang, en overeenkomstig het voorstel der
commissie, dat Kellogg niet de wettige gouverneur was van Louisiana,
en Pinchback niet de wettige senator voor dien staat; tevens bepaalde
dit hoogste College dat eene nieuwe verkiezing zou worden gehouden,
opdat aan de heerschende anarchie op echt-republikeinsche wijze,
namelijk door een plebisciet, een einde zou worden gemaakt.

Door den Senaat uitgenoodigd, eene verklaring van zijn gedrag te geven,
erkende de President Grant dat de jongste verkiezing in Louisiana
"een reusachtig bedrog" was geweest. Hij gaf toe aan het verlangen
van den Senaat, dat eene nieuwe verkiezing zou worden gehouden om
uit te maken, wie door het volk als gouverneur werd begeerd, generaal
Mac-Enery of William P. Kellogg; maar hij behield zich, met het oog
op de omstandigheden, de bevoegdheid voor, om het geschikte tijdstip
voor deze verkiezing te bepalen. Kellogg, die zich liefst aan geene
nieuwe stemming wilde wagen, werd mitsdien gemachtigd, de verkiezing
voorloopig, tot gelegener tijd, uit te stellen.

Daar nu alle partijen het eens waren omtrent de nietigheid der laatste
verkiezingen, was Warmoth, volgens zijn beweeren, nog steeds de
wettige gouverneur, en moest hij zijne functien blijven waarnemen, tot
zijn opvolger was benoemd. Zoo betwistten twee vergaderingen en drie
gouverneurs elkander de heerschappij over Nieuw-Orleans. Niemand wist
aan wien hij gehoorzaamheid schuldig was: de anarchie was volkomen. [5]

Zeventien maanden lang zuchtte Nieuw-Orleans onder het juk van
gouverneurs, die niet konden regeeren, van vergaderingen, die geen
wetten konden uitvaardigen, en van gerechtshoven, die elkanders
beslissingen vernietigden. Nieuw-Orleans is Louisiana, ongeveer in
denzelfden zin als waarin Parijs Frankrijk is. Als Nieuw-Orleans
lijdt, lijdt Louisiana, als Nieuw-Orleans herleeft, herleeft ook
Louisiana. Onder het zoogenaamde bestuur van Kellogg ging zoowel het
publiek krediet der stad te gronde, als de fortuin van een groot deel
harer burgers.

Een uitvoerend bewind, uit negers en vreemdelingen samengesteld,
tiranniseerde de stad, en verkwanselde de stedelijke goederen; een
romp-parlement, [6] waarin de negers, die zich geregeld hun traktement
lieten uitbetalen, de meerderheid hadden, nam allerlei besluiten,
waaraan alle kracht van wet ontbrak. Een troep negers, door vreemden
aangevoerd, voerde, als plaatselijke policie, heerschappij over de
straten en kaaien. De zwarte clubs vermenigvuldigden zich, ieder
met zijne eigen geheime teekens en wachtwoorden. Zoolang er nog een
dollard in de schatkist te vinden was, hielpen deze vreemdelingen
zich zelven en hunne aanhangers. Openbare ambten en bedieningen
werden verkocht, schuldbrieven van den staat werden verschacherd en
vervalscht, en eene rijke welvarende stad werd aansprakelijk gesteld
voor een verarmden staat. Vreemde schuldeischers werden bedrogen,
en de goede naam der burgers leed schade. De handel ging achteruit:
kooplieden en kargadoors lieten hunne magazijnen en kantoren op de
kaaien ledig staan; de winkelhuizen in de deftige buurten daalden
tot beneden den huurprijs in waarde. De invoer stond bijna stil. De
belastingen klommen met zoo verbazende snelheid, dat eigenaars
van aanzienlijke huizen hunne vaste goederen aan den staat moesten
overlaten. De eenige bezoldigingen welke regelmatig werden uitbetaald,
waren die van Kellogg's neger-senatoren, die elke week trouw hun
achttien dollars ontvingen. De onderwijzers en professoren bleven
onbetaald; de scholen en colleges werden gesloten. De maatschappijen,
die voor den aanvoer van drinkwater zorgden, begonnen haar levering te
beperken, daar zij niet langer de verschuldigde betaling ontvingen. De
ellende was algemeen, zoowel voor rijken als armen. Op sommige avonden
bleven de straten donker, daar de directien der gasfabrieken de kranen
hadden afgesloten. De straten van Nieuw-Orleans zijn des nachts nooit
geheel veilig, maar gedurende dit noodlottig tijdperk van anarchie
nam het kwaad hand over hand toe. De policie-agenten zelven hieven
schatting van alle winkels. Deze bewakers der openbare veiligheid
waren van wapenen voorzien, en gewapende mannen zorgen er wel voor,
dat zij geen gebrek lijden. De levensmiddelen stegen in prijs:
visch werd schaarsch, vleesch was niet te bekomen. De gevangenissen
en verbeterhuizen werden op de schandelijkste wijze verwaarloosd;
dijken en dammen werden doorgestoken, en vruchtbare velden onder
water gezet. Het onkruid woekerde alom voort; de katoenplantages
verwilderden tot jungles; de dammen en wallen zakten in de rivier, de
tuinen en hoven werden wildernissen. Alles, in de stad en daarbuiten,
vertoonde den stempel van physieken en moreelen ondergang.

Wee over het trotsche en schoone Nieuw-Orleans! Getroffen in haar
hoogste belangen, in haar vrijheid, haar eer, haar handel, haar
krediet, in al hare verwachtingen, hief de stad zich eindelijk met
de kracht der wanhoop op, en stelde zich zelve deze vraag: Moet het
geslacht der blanken, langs de golf van Mexiko, onder gaan?

Het antwoord was niet twijfelachtig. Onmiddellijk volgde eene
reactie--eene reactie, die bovenal ten doel had, de kwestie van ras
te plaatsen boven die van partij, de republiek boven de republikeinen.

Zij openbaarde zich overal, in de clubs, de salons, de magazijnen en
winkels. De beweging was niet zoo zeer gericht tegen de kleurlingen
zelven, dan wel tegen de scalawags en vreemde fortuinzoekers,
die de kleurlingen enkel als werktuigen ten behoeve hunner partij
gebruikten. Stilzwijgend vormde zich eene ligue, eene blanke ligue,
in tegenstelling van de zwarte; maar de leden van dit verbond
hielden geene samenkomsten, benoemden geen commissien, en kozen geen
bestuurders. Het was nog meer eene overeenstemming in gevoelens, dan
een eigenlijk genootschap; maar de europeesche geest is organiseerend
van nature, en het kon niet uitblijven of deze gemeenschappelijke
overtuiging onder de blanke bevolking moest welhaast een bepaalden
vorm aannemen. Daar bijna iedere blanke in Nieuw-Orleans soldaat is
geweest, vormden de leden van het verbond reeds van zelve een leger,
dat binnen eenige uren tot den strijd gereed kon zijn.

Dit verbond versterkte en verlevendigde de hoop en het vertrouwen
van dezulken onder de blanke burgers, die een einde wenschten te
maken aan de heerschende anarchie, door den vreemdeling Kellogg uit
Nieuw-Orleans te jagen, den zwarten pakkedrager Antoine terug te
zenden naar het douane-kantoor, en generaal Mac-Enery en generaal
Penn als gouverneur en luitenant-gouverneur te installeeren.

Inmiddels naderde de dag, waarop de nieuwe verkiezingen voor de Kamer
moesten plaats hebben. De burgers wenschten dat die verkiezingen
eerlijk en in volle vrijheid zouden geschieden: althans voor zoo ver
dat mogelijk was, nu de kiezerslijsten waren opgemaakt door scalawags
en leden van het zwarte verbond. Maar geene vrije en eerlijke
verkiezing was denkbaar, zoo lang de vreemde indringers zich niet
verwijderd hadden. De republikeinsche senatoren in Washington waren
het hierin eens met de conservatieve senatoren in Nieuw-Orleans,
dat Kellogg niet de wettige gouverneur van Louisiana was. Maar wat
konden de blanke burgers doen om hem tot heengaan te nopen?

Op Maandag den 14den September 1874, des morgens ten elf uur, kwamen
de burgers in groote menigte bijeen in de Kanaalstraat. De leider der
vergadering, R.H. Marr, plaatste zich aan den voet van het kolossale
standbeeld van Henry Clay, en legde der menigte de vraag voor, of zij
nog langer de heerschende anarchie wilde dulden? De burgers antwoordden
met luid geroep, dat zij de voorkeur gaven aan de tirannie, waaronder
zij gezucht hadden voor de uitvaardiging der Reconstruction Act. [7]
Een soldaat, hoe streng despoot hij mocht zijn, was toch altijd een man
van orde en tucht; hij handhaafde althans de openbare orde op straat
en bewaarde het Kapitool voor verontreiniging. De regeering van een
man als Hancock was een zegen, vergeleken bij die van Kellogg. Onder
een federaal officier, geen huichelachtige schijn van vrijheid,
burgerlijke orde en republikeinsche instellingen: het despotisme
zou onverholen aan het licht treden en Louisiana geregeerd worden
als een turksche provincie. Toch gaven de burgers de voorkeur aan
een man van ijzer en bloed boven een carpet-bagger; want geen erger
en smadelijker lot was te bedenken dan overgeleverd te zijn aan de
willekeur van vreemde avonturiers, die in het land geen anderen steun
hadden dan een leger van vreemde soldaten en het zwarte gepeupel.

De vergadering besloot dat vijf burgers zich naar het Kapitool,
in de straat Saint-Louis, zouden begeven, en in naam van het vrije
en souvereine volk, William P. Kellogg, als vreemdeling in de stad,
zouden uitnoodigen, zich te verwijderen.

Kellogg sloot zich op in zijne vertrekken, omringd door zijne zwarte
lijfwacht, maar zond Billings en een officier van zijn staf om met
de afgevaardigden te onderhandelen. "Gij verlangt dat de gouverneur
zich verwijdere! zeide Billings. Hij weigert te luisteren naar
eene deputatie van eene gewapende menigte, die bovendien met eene
bedreiging komt."

De burgers, in de Kanaalstraat vergaderd, waren niet gewapend, zoo
als Kellogg en Billings trouwens zeer wel wisten. Immers, een uur
later telegrafeerde Packard zelf aan den prokureur-generaal Williams:

"De deelnemers aan de meeting waren over het algemeen ongewapend."

Dit praatje van wapenen en bedreiging was dan ook bestemd voor
Washington en New-York, niet voor Nieuw-Orleans, waar men de waarheid
kende.

"Keert thans naar uwe woningen terug, Heeren, zeide Marr. Voorziet u
van levensmiddelen en dekens, en komt ten twee uur heden middag weer
bijeen: gij zult dan wapens en aanvoerders gereed vinden."

Packard, wien deze demonstratie niet aanstond, had reeds naar
Jackson, in Mississippi, getelegrafeerd, en om troepen gevraagd. In
den loop van den morgen was eene kompagnie soldaten te Nieuw-Orleans
aangekomen, en in het douane-kantoor ingekwartierd. Nu telegrafeerde
hij op nieuw naar Holly-Springs, en ontving ten antwoord, dat nog
vier kompagnien tot zijne hulp zouden worden afgezonden. Voorziende
wat gebeuren zou, zond hij, in de vreugde zijns harten, het volgende
telegram naar Washington: "Hoogst waarschijnlijk zal het heden avond
tot eene botsing komen. Ik heb eene afdeeling federale troepen in het
douanekantoor. Vier kompagnien zijn in aantocht van Holly-Springs. De
plaatselijke autoriteiten hebben eenige honderden manschappen onder
de wapenen in het Kapitool en de arsenalen."

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.