A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


Harcourt: Kangaroo route tied down, sport
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

World At Risk "Instant Book" Tomorrow">Vintage to Publish World At Risk "Instant Book" Tomorrow
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

PW Morning Report, December 2, 2008">The PW Morning Report, December 2, 2008
Extract not available.

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



"Inmiddels verschijnen de kinderen, gedragen op de schouders van
krachtige mannen en gevolgd door jonge meisjes, die de afhangende
einden der lange lappen tapa, waarin zij gewikkeld zijn, in de hand
houden. Er worden nieuwe matten op den grond uitgespreid, waarop
deze arme kleinen, zweetende en zwoegende onder hun prachtgewaden,
een zekeren dans uitvoeren, waarbij zij met de armen ongeveer dezelfde
bewegingen maken als iemand, die met castagnetten speelt.

"Verder, op een afzonderlijke paepae, zitten de muziekanten, doorgaans
grijsaards, die, zonder eenig begrip van maat, op hoornen blazen,
van groote schelpen vervaardigd. Nevens hen ziet men jongelieden, de
eigenlijke helden van het feest, die de omstaande vrouwen voortdurend
aan het lachen moeten maken. Dit zijn de nave nave, zoo wat hetzelfde
als de graciosos bij de Spanjaarden; zij zijn ongeveer op dezelfde
wijze toegetakeld als de kinderen, en worden, even als dezen, telkens
met kokosolie overgoten.

"Het publiek van zulk een koika maakt een zonderlingen indruk. De
verschijning der verschillende stammen op het doorgaans vrij ruime,
door zware boomen overschaduwde plein; de bonte, krijgshaftige tooi
der mannen; de somwijlen smaakvolle kleeding der vrouwen:--dit alles
levert een eigenaardigen, schilderachtigen aanblik op. Maar weldra
worden uwe ooren verscheurd door het woest geschreeuw en gebrul der
feestvierenden. Intusschen worden de toeschouwers niet moede. Nu
en dan wekt eene of andere aardigheid de vroolijkheid op, nu en dan
weerklinkt een luid gelach; maar over het algemeen heerscht er eene
ernstige, plechtige stemming. Ge zoudt oppervlakkig niet zeggen,
dat die menschen zich vermaken, en dat zij zich een zoo langdurigen
arbeid getroost hebben om zich een zoo pover genot te verschaffen.

"Aan de eene zijde van het plein verrijst een soort van altaar,
versierd met bladeren en ruw bewerkte beelden, waarvan het
eene een zittenden man en het andere een reusachtige hagedis
voorstelt. Dikwijls worden ook de schedels der verslagen vijanden op
dat altaar nedergelegd.

"Na afloop van eenige godsdienstige plechtigheden, waarvan ik niets
zeggen kan, omdat ik ze nooit goed heb kunnen zien, treedt een soort
van heraut op, om het publiek te verkondigen, door welken stam en
door welk opperhoofd deze koika gegeven wordt, en dat er varkens,
popoi, enz. in gereedheid zijn; daarop worden de levensmiddelen aan de
genoodigden rondgedeeld. Zij, die het feest geven, eten zelven niet,
en nemen er zelfs schijnbaar geen deel aan. Wat de genoodigden niet
dadelijk gebruiken, mogen zij medenemen. Na deze spijsuitdeeling,
begint het dansen en schreeuwen op nieuw, tot omstreeks een uur van
den middag, wanneer ieder zich een poos ter ruste legt; daarna wordt
het feest hervat, dat dikwijls drie dagen en drie nachten achtereen
duurt. Al dien tijd wordt de kava en vooral de sterke drank (namoe),
als men dien machtig heeft kunnen worden, niet gespaard; eindelijk
ontaardt de feestviering in de walgelijkste losbandigheid.

"Een voorname reden, waarom de toebereidselen voor zulk eene koika
zoo lang, soms wel drie of vier jaar, duren, moet ongetwijfeld
hierin gezocht worden, dat gedurende al dien tijd de stam aan de
tapoe of taboe onderworpen, dat wil zeggen in zekeren zin gewijd,
onschendbaar is. Hij mag zelf geen oorlog voeren, maar ook niet door
anderen worden aangevallen. Zoolang de koika duurt, mag niemand, op
straffe van hoogverraad, eenige vijandelijke daad plegen tegen hen,
die daarbij tegenwoordig zijn; de koika zou in dat geval alle waarde
verliezen, het godsdienstige doel niet bereikt worden. Somwijlen echter
worden deze bepalingen geschonden; zoo ontbrandde, bij voorbeeld,
de oorlog, die in 1856 het eiland Oea-Oeka teisterde, ten gevolge
van een verraderlijken aanval op de genoodigden door hen van wie de
noodiging tot bijwoning van het feest was uitgegaan. Waar de fransche
invloed zich niet kan laten gelden, buiten Noekoe-Hiwa, gaan de koika,
in sommige gevallen, met menschenoffers gepaard, die op het genoemde
eiland niet kunnen plaats hebben. In plaats van menschen offert men
daar zeeschildpadden, honden en varkens.

"In het gewone leven zijn de inlanders in het minst niet uitgelaten of
bijzonder spraakzaam, veeleer het tegendeel. Als zij u Kaoha! (goeden
dag) gewenscht, en u gevraagd hebben van waar gij komt en waarheen
gij gaat, dan stokt het gesprek. In den beginne zijn zij wantrouwend,
zoo als alle wilden; maar wanneer zij de personen, met wie zij in
aanraking komen, beter hebben leeren kennen, dan vermindert dit
wantrouwen zeer. Zij zijn zeer gastvrij; het is een zachtaardig
en goedhartig ras, maar dat ik overigens niet beter zou weten te
kenschetsen dan door het woord negatief. Die natuurkinderen, waarmede
de oppervlakkige, door en door onwetenschappelijke filosofie der vorige
eeuw zoo ontzaglijk veel op had, staan, uit een zedelijk oogpunt,
onbegrijpelijk laag. Liefde, vriendschap, de tedere banden der familie,
en al die hoogere aandoeningen en gevoelens, die wij als den mensch
ingeschapen beschouwen, zijn voor hen goeddeels onbekende klanken. De
zoon trekt zich den dood des vaders in het minst niet aan; de moeder
ziet met kalme onverschilligheid haar kind sterven, dat doorgaans,
reeds bij het oogenblik zijner geboorte, aan vreemde handen wordt
toevertrouwd. Nooit zal de vriend zijn vriend eenig teeken of bewijs
van genegenheid geven; alleen de physieke behoefte schijnt hen tot
elkander te brengen, zekere banden tusschen hen te knoopen en hen
tot gemeenschappelijk handelen te bewegen.

"Lang voor de geboorte van een kind, is er als het ware een onderlinge
wedstrijd wie dat kind zal aannemen. Zeer zelden toch gebeurt het,
dat een kind werkelijk door zijne ouders wordt opgevoed; de familie,
in den zin dien wij aan dat woord hechten, bestaat dan ook hier
niet. Deze zonderlinge gewoonte, die waarschijnlijk haar ontstaan te
danken heeft aan de behoefte om verbindtenisson aan te knoopen met
andere familien en stammen, is de oorzaak van groote verwarring in
de bloedverwantschap. Behalve deze adoptie van pas geboren kinderen,
bestaat er ook nog eene adoptie tusschen lieden van beiderlei kunne
en van allerlei leeftijd; het is niets ongewoons, een kind den vader
of grootvader van een grijsaard te hooren noemen. De neven worden
beschouwd als de echte of aangenomen kinderen van den oom of de
tante. Broeders en neven worden met hetzelfde woord aangeduid. De man
noemt zijne schoonzuster vehine (vrouw, echtgenoote), krachtens een
oud gebruik, volgens hetwelk hij, bij ontstentenis van zijne eigene
vrouw, hare zuster als zoodanig mag beschouwen.

"Met deze adoptie van bloedverwanten hangt nog een ander gebruik
samen: de verwisseling van naam met een vriend, waardoor de
vriendschapsbetrekking van veel inniger aard wordt. De gewone vriend
(ehoa) heeft slechts aanspraak op eene gewone vriendschappelijke
bejegening, maar aan zijn ikoa (letterlijk, naam) mag men niets
weigeren. Deze naamsverwisseling heeft doorgaans ten doel, zich
een beschermer, een bondgenoot, een makker te verzekeren, hetzij in
geval van oorlog, bij het ondernemen van een reis, of voor andere
gewichtige gelegenheden.

"Het huwelijk is niets meer dan eene onderlinge overeenkomst tusschen
den man en de vrouw; het wordt even gemakkelijk ontbonden als
gesloten. De geboorte van een kind gaat met geenerlei plechtigheden
gepaard; nauwelijks heeft het kind het daglicht aanschouwd, of men
baadt het in koud water, terwijl de moeder een schotel warme popoi
te eten krijgt. De zuigeling wordt bijna dadelijk aan het eten van
popoi gewend, ten gevolge waarvan het kind op zeer jeugdigen leeftijd
gespeend kan worden. Ik geloof niet dat de kinderen ergens ter wereld
gelukkiger zijn dan op de Markiezen-eilanden: zij mogen letterlijk
alles doen wat zij willen; men hoort ze dan ook zeer zelden schreien.

"Veelwijverij is zeldzaam; slechts enkele opperhoofden hebben meer
dan eene vrouw, maar het is niet zoo ongewoon, dat eene vrouw met
twee mannen in vrede en vriendschap leeft.

"Men heeft de bewoners der Markiezen-eilanden van ongehoorde wreedheid
beschuldigd, en ten bewijze daarvan zich op feiten beroepen, die
deze beschuldiging schijnen te staven; maar men moet niet vergeten,
dat de eilanders in de meeste gevallen niet anders deden dan zich
wreken over geleden onrecht. Hoe vele inlanders zijn niet, zonder een
schijn van recht, gestolen en opgelicht, om de onvolledige bemanning
van een walvischvaarder te kompleteeren! Hoe talloos vele malen
hebben de zeevaarders hen niet op alle mogelijke manieren misleid,
bedrogen en mishandeld! Natuurlijk moesten dan de eerste blanken,
die in handen van den beleedigden stam vielen, het ontgelden. Wij
zouden honderd voorbeelden kunnen noemen, waarin het ongelijk niet
kwam van de zijde der inlanders, maar wel degelijk van hen, die zich
beschaafde lieden noemen.

"Te Taio-Hae, waar wij sedert 1842 voortdurend eene nederzetting
hebben onderhouden, hebben de zeden en gewoonten der inboorlingen eene
aanmerkelijke verandering ondergaan. Zij zijn daar in den omgang zeer
zachtaardig en vriendelijk. Op meer afgelegen plaatsen, die niet door
schepen worden bezocht, zijn zij achterdochtiger en woester van aard:
het is daar altijd goed, in het verkeer met hen op zijne hoede te zijn.

"Een van de goede vruchten van ons bestuur is, dat bijna op het geheele
eiland ongestoorde vrede heerscht. Men kan zeggen dat de menschenoffers
en het kannibalisme hier tot het verleden behooren, en dat de inlanders
zelven zich daarover schamen. Althans de meer bejaarden onder hen,
die in hunne jeugd getuigen zijn geweest van die gruwelen, spreken
daarover zoo min mogelijk. Niettemin zou ik niet durven verzekeren,
dat deze oude gewoonten niet wederom in zwang zouden komen, als wij
voor goed heengingen.

"Op de andere eilanden zijn de menschenoffers nog altijd in gebruik,
en heerscht ook nog de anthropophagie, hoewel in veel mindere
mate dan doorgaans beweerd wordt. De weinige krijgsgevangenen en
de gedoode vijanden worden inderdaad gegeten, maar dit geschiedt
meer uit een soort van overmoedige uittarting, dan wel uit smaak;
de inboorlingen zelven hebben mij dit meermalen verzekerd, en velen
hunner ontkennen ten sterkste dat zij ooit aan een dergelijk feestmaal
hebben deelgenomen. De berichten, die de bewoners der verschillende
eilanden omtrent elkander geven, hebben zeer veel bijgedragen tot
den kwaden roep, die over het algemeen van hen is uitgegaan, en die,
blijkens onze eigene ervaring, niet ten volle gerechtvaardigd is."


II.

De archipel van Toeamotoe.--De Gambier-eilanden.


I.

Den 15den Januari 1873, twintig minuten voor elf uur in den
voormiddag, verliet de Vaudreuil de reede van Papeete, op het
eiland Tahiti. Nauwelijks waren wij in het ruime sop gekomen, of
de vuren werden gedoofd en de zeilen geheschen. Ons eerste station
zou het eiland Anaa zijn, het belangrijkste punt van den archipel
van Toeamotoe.

De wind, die in deze streken doorgaans uit het oosten blaast,
verhinderde ons den rechten weg te volgen; ware dit mogelijk geweest,
dan hadden wij in minder dan twee dagen den afstand van ongeveer
tachtig zeemijlen, die Anaa van Papeete scheidt, kunnen afleggen.

Eenige uren na ons vertrek kregen wij de Tetiaroa-eilanden in
het gezicht, vijf-en-twintig mijlen ten noorden van kaap Venus
gelegen. Deze kleine eilandjes of liever koraalriffen, die thans aan
koningin Pomare behooren, zijn geheel met kokospalmen bedekt.

In den morgen van den 17den kwamen wij in het gezicht van het eilandje
Meetia, dat tot een der distrikten van Tahiti, het distrikt Tautira,
behoort. Dit hooge eilandje, omstreeks twintig zeemijlen van de
zuid-oostpunt van Tahiti verwijderd, is een uitnemend herkenningspunt
voor de schepen, die de haven van Papeete willen binnenloopen en voor
de kustvaarders. Het eiland telt eene weinig talrijke bevolking. Den
vorigen avond waren wij het eiland Makatoa voorbijgestoomd, dat mede
vrij hoog uit de zee oprijst en door omstreeks honderd-dertig inlanders
bewoond wordt. Het eiland is rijk aan prachtige tamanoe, een soort
van boomen, die zeer gezocht worden voor de vervaardiging van prauwen
en ook voor het bouwen van woningen. Makatea bezit diepe grotten,
versierd met prachtige stalactiten. Vroeger werden de misdadigers
van Tahiti derwaarts gedeporteerd.

Den 20sten Januari, des nachts ten een uur, bevonden wij ons tegenover
de westelijke landpunt van Anaa. Toen ik, tegen zonsopgang, op het
dek kwam, lag het eiland daar voor mij, als verborgen achter een
dichten sluier van weelderig groen. Omstreeks negen uur wierpen wij het
anker uit voor het voornaamste dorp, Toeahora genoemd; daar wapperde,
aan een hoogen mast, de fransche vlag.

Anaa is een boomrijk eiland, dat eene lengte heeft van achttien
en eene breedte van negen mijlen. Het bestaat eigenlijk uit een
groot aantal koraal-eilandjes, even als de ringen van een ketting
aan elkander geschakeld en rustende op een cirkelvormig rif. Deze
eilandjes zijn over het algemeen vrij hoog, vooral in het noordelijk
gedeelte. Anaa is het meest bevolkte eiland van den ganschen archipel;
het telt ongeveer vijftienhonderd inwoners, die in beschaving boven
die van de andere eilanden uitmunten. Het eenige voortbrengsel is
kokosolie. De fransche resident is op dit eiland gevestigd.

Wat van Anaa geldt, geldt van bijna alle eilanden van den archipel. Het
zijn schier allen lange koraalriffen, ter breedte van vier- of
vijfhonderd el, die een binnenmeer omgeven, dat op Rairoa een omtrek
heeft van honderd mijlen, en op het eiland Fakarava een omtrek van
negen mijlen. Die lange koraalrotsen, deels met de oppervlakte van
het water gelijk liggende, deels slechts eenige ellen boven de zee
verheven, bieden aan de buitenzijde geen ankerplaats aan, terwijl zij
aan de binnenzijde met zachte glooiing tot dikwijls zeer aanzienlijke
diepte afdalen. Enkelen dezer lagunen of meren, door die geweldige
koraaldammen gevormd, zijn met de zee verbonden door smalle straten of
kanalen, die voor schepen van alle grootte toegankelijk zijn; anderen
zijn alleen voor kleine vaartuigen bereikbaar. Vele eilanden hebben
in het geheel geen doorgang voor de vaartuigen, die dan over het rif
heen naar het binnenmeer moeten gedragen worden: een gevaarlijk werk,
zelfs voor de inlanders. Maar dezen, die allen zonder uitzondering
voortreffelijke zwemmers zijn, loopen toch altijd minder gevaar dan
de vreemdelingen, voor wie het in- of ontschepen dikwijls met zeer
ernstige bezwaren gepaard gaat, ten gevolge van de doorgaans zeer
hevige branding, die met donderend geraas op de koraalriffen breekt.

De prachtige lagune van Anaa, waarvan de smaragdgroene wateren heerlijk
afsteken bij de hemelsblauwe kleur der zee, staat met deze laatste in
gemeenschap door middel van een gegraven kanaal, dat in 1860 door de
koraalbank is aangelegd. De geweldige stroom, die hier bijna altijd
gaat, maakt echter de vaart door dit kanaal zeer gevaarlijk. Het water
van het meer, dat niet op gelijk peil ligt als de zee, stroomt met
groote kracht door deze nauwe opening. Een rots, die het kanaal in twee
armen splitst, veroorzaakt geweldige opstuwing en maakt de vaart nog
moeilijker; het voornemen bestaat echter om die rots te doen springen.

Dit gemis van eene behoorlijke gemeenschap tusschen het binnenmeer
en de zee, is eene wezenlijke belemmering voor den handel van het
eiland. De regeering zou daarom zeer gaarne zien, dat de inlanders
hun kokosolie voornamelijk ter markt brachten op het eiland Fakarava,
dat in zijne volle lengte doorsneden wordt door een kanaal, hetwelk
aan de beide uiteinden, ten noorden en ten zuiden, met een breeden
mond in zee uitloopt. De resident van de Toeamotoe-eilanden, die van
een inlandschen visscher vernomen had dat het rif zich ten noordoosten
van de uitmonding van het kanaal van Anaa nog een weinig onder water
voortzet, heeft op dit vrij steil afloopende gedeelte een soort van
aanlegplaats doen maken. Voldoet deze aan de verwachting, dan zou een
groot schip daar kunnen ankeren, en niet, zoo als wij nu, genoodzaakt
zijn, voortdurend te manoeuvreeren, ten einde op zekeren afstand van
de kust te kunnen blijven.

De bewoners dezer eilanden zijn niet ontbloot van zeker gevoel van
nationale eigenwaarde, zoo als uit het volgende blijkt. Omstreeks
vijf-en-twintig jaar geleden, tijdens het bestuur van den heer Bonard,
werd te Papeete eene algemeene vergadering gehouden van afgevaardigden
van alle eilanden, die onder het fransche protektoraat staan. De
afgevaardigden van den archipel kwamen daarin met nadruk op tegen de
benaming van Paumotoe (onderworpen eilanden), weleer aan deze eilanden
gegeven door de bewoners van Tahiti, die ze door de wapenen hadden
veroverd. Op hun aandrang sprak de vergadering den wensch uit, dat
de oostelijke archipel voortaan niet anders zou worden genoemd dan
Toeamotoe (verre eilanden). De fransche overheid, aan dien wensch
gehoor gevende, heeft dan ook, sedert 1852, aan dezen archipel, in
officieele stukken, geen anderen naam gegeven dan dien van Toeamotoe.

De resident verschijnt bij ons aan boord, om het ontbijt te gebruiken
en onzen kommandant te bezoeken. Na afloop van het ontbijt laten wij
ons in eene sloep aan land roeien.

Het dorp Toeahora is op de smalle zandige landtong gebouwd, die
het binnenmeer van de zee scheidt, ter wederzijde van een witten
weg, waarvan de felle weerschijn, bij het blakerende zonnelicht,
ons haast de oogen verblindt. Met het toenemen der welvaart heeft de
ontwikkeling der behoefte aan meerder levensgemak en die der nijverheid
onder de inlanders gelijken tred gehouden: gaandeweg hebben zij hunne
armzalige hutten vervangen door aardige woningen, met palmbladeren
bedekt; deze woningen staan meestal op blokken koraal. De stijlen,
de lijsten, de deuren en vensters zijn vervaardigd van het hout van
den boom, wiens bladeren tot bedekking dienen; de ruimte tusschen de
stijlen wordt aangevuld door een vlechtwerk van kokosbladeren. In
sommigen dezer woningen vindt men bedden, behoorlijk van matten en
muskietenschermen voorzien.

Nabij deze woningen wordt onze aandacht getrokken door groote
kloven of uithollingen in het koraal. Deze kuilen of kloven hebben
eene diepte van vier tot vijf el, zijn zes tot zeven el breed, en
omstreeks vijftien el lang. De inlanders verzamelen daar een weinig
aarde, en maken dan van die droge grachten een soort van tuinen,
waarin zij uitmuntende taro (arum esculentum), suikerriet, bananen,
ananassen en tabak kweeken.

Na eene vrij langdurige wandeling door het dorp Toeahora, waar wij
overal met groote vriendelijkheid bejegend worden, begeven wij ons
naar het residentshuis, om daar, uitgeput van de hitte en vermoeienis,
een weinig te rusten. De resident, de heer Mariot, luitenant ter
zee, ontvangt ons met de meeste hartelijkheid en doet ons eenige
ververschingen toedienen, waaraan wij grootelijks behoefte hebben.

De kleine kazerne van het garnizoen maakt deel uit van het
residentshuis. Ik ga haar zien. Een sergeant der mariniers, die voor
eenige jaren naar Tahiti gegaan is met de Sibylle, waarop ik destijds
diende, toont mij de beknopte, maar doelmatige inrichting. Hij
biedt mij een fraaien rotting van pandanushout ten geschenke aan,
benevens eenige sierlijke schelpen, tot verrijking onzer collectie
aan boord. Het opperhoofd van Toeahora, een prachtig gebouwd man
met een zeer schrander gelaat, bevindt zich bij den resident;
wij ontmoeten daar ook den vorst van het eiland Kauehi, die ons op
onzen tocht als loods moet dienen, benevens den officieelen tolk,
een gewezen sergeant der mariniers, die hem moet vergezellen. Ook
onze kommandant verschijnt, en weldra wordt een gesprek aangeknoopt,
straks afgebroken door het geroffel van trommels en het luid gezang
eener menigte van inboorlingen, zoo mannen als vrouwen, die voor het
residentshuis zijn saamgekomen. Deze brave lieden willen ons, op hunne
eigen manier, eene uitspanning bezorgen. Als altijd, is de dans daarbij
hoofdzaak. Wij nemen plaats onder de breede veranda voor de woning
van den resident, terwijl de inlanders in de brandende zon blijven.

De Toeamotoes staan bekend als de onvermoeidste dansers van alle
eilanders onder fransch protektoraat. Zij hebben twee verschillende
soorten van dansen. Bij de eene, blijven zij op hunne hielen
neergehurkt zitten, en maken in die houding met hunne armen de meest
afwisselende en dikwijls zeer bevallige bewegingen, waarbij zij, op
de maat, een eentonig gezang aanheffen. De andere dans is een ware
pantomime, waarbij de dansers door allerlei gebaren de hartstochten
uitdrukken, waaraan zij ten prooi zijn. Een der toeschouwers geeft
de maat aan, door met de palm der hand op een trommel te slaan,
een uitgehold stuk van een kokosstam, waarover het vel van een haai
gespannen is. Ditmaal wordt dit eenvoudig inlandsch instrument
vervangen door twee gewone trommels, die met groote handigheid
bespeeld worden. De andere toeschouwers moedigen de dansers aan,
door met groote kracht, op de maat, in de handen te klappen.

De inboorlingen van Anaa, die in veelvuldige aanraking zijn met
de bewoners van Tahiti, stellen zich voor hun voedsel niet meer
tevreden met de vruchten van den pandanus (een soort van palmboom)
en de visschen van hun meer. Zij hebben daarom op hun eiland de
proef genomen met de aankweeking van kokosboomen, en die proef is
uitnemend geslaagd: de boom groeit op het eiland bijna in het wild. De
kokospalm heeft zich vervolgens van het eene eiland naar het andere
voortgeplant, tot ver in het oosten van den archipel. Deze zoo bij
uitnemendheid nuttige boom heeft echter een geduchten vijand in een
soort van groote landkrab, met zeer sterke scharen gewapend, voor
wie de vrucht van den kokospalm eene zeer geliefde lekkernij is.

De kokosnoot is tegenwoordig een der hoofdbestanddeelen van het
voedsel der eilanders; zij gebruiken die ook om varkens, gevogelte
en honden te mesten. Deze laatsten zijn als spijs zeer gezocht.

De wijze van bereiding der kokosolie is nog zeer eenvoudig en
onbeholpen. De eilanders verzamelen de rijpe vruchten, die van den
boom vallen, en raspen die met eeu uitgetand stuk ijzer, aan een hout
bevestigd. Het aldus verkregen meel of deeg bewaren zij in bakken,
die in kokosstammen worden uitgehold, en waarin het, gedurende twee of
drie weken, aan de werking der zonnestralen blijft blootgesteld. Na
verloop van dien tijd is dit deeg in zoo ver tot vloeibaren staat
overgegaan, dat men, door het met de hand te kneden, althans een
gedeelte der olie kan uitpersen. Het overschietende deeg wordt dan
onder eene ruw bewerkte houten pers geplaatst, en levert nog eene vrij
groote hoeveelheid olie; maar toch gaat er een deel verloren. Vele
handelshuizen zenden dan ook de noten in haar natuurlijken toestand,
onder den naam van copperas, naar Europa, waar zij op veel doelmatiger
wijze worden uitgeperst. Hetgeen na de persing overblijft, dient tot
voedsel voor het vee, of wordt als mest gebruikt.

De dag loopt ten einde; men waarschuwt den kommandant dat de
levensmiddelen en de andere voor den resident bestemde zaken aan wal
zijn bezorgd. Hij geeft het teeken tot vertrekken, en wij verlaten
Anaa, om naar boord terug te keeren, zeer tevreden over ons uitstapje
en over de vriendelijke ontvangst van den resident.

In den loop van den 24sten varen wij voorbij het eiland Anoeanoeroenga,
eigenlijk uit vier eilandjes bestaande, nevens elkander op een
rif geplaatst, waarvan het middengedeelte wordt ingenomen door een
lagune of binnenmeer, dat voor vaartuigen uit zee ontoegankelijk
is. Het naburige eiland Anoeanoeraro, dat volgens officieele opgaven
onbewoond is, werd in het begin van 1874, door den resident der
Toeamotoe-eilanden bezocht. Aan het verslag van dien officier ontleen
ik het volgende:

"Den 9den Januari, des avonds, zijn wij aan het eiland Anoeanoeraro
gekomen, waar ik wist dat zich schipbreukelingen in gevaarlijken
toestand bevonden. De ellende dezer ongelukkigen ging alle beschrijving
te boven. Op het gansche eiland was geen stuk goed katoen of doek te
vinden, dan de vlag van het protektoraat. Mannen en vrouwen hadden
niets om zich mede te bedekken dan eenige schorten, van de bladeren
van den pandanus gevlochten. Het eiland was vroeger bezocht geworden
door de kustvaarders van den heer Brander, die er kwamen om parelmoer
te zoeken, maar die niet zijn teruggekeerd, omdat deze visscherij
geen voldoende opbrengst gaf. De schipbreukelingen waren ten getale
van zes-en-veertig, allen inboorlingen van Vahitahi; zij waren met
hunne prauwen van dat eiland naar Anaa gegaan, om de vlag van het
protektoraat en wetten te vragen, die hun ook gegeven werden door den
heer Dubouzet, destijds te Anaa, waarheen hij zich begeven had om bij
de inwijding der kerk van Tematahoa tegenwoordig te zijn. Zij keerden
naar hun vaderland terug, toen zij door een storm overvallen werden,
die hen op de klippen van Anoeanoeraro wierp, waarop hunne prauwen
werden verbrijzeld, en waarbij twee personen het leven verloren. Hun
eenige voedsel bestond uit het sap en de vrucht van den pandanus,
en uit een soort van schelpdier. Gelukkig ontbrak het hun niet aan
goed drinkwater. Ondanks deze ellende, hadden zij altijd in goede
verstandhouding onder elkander geleefd. Toen ik het rif aandeed,
kwamen deze arme lieden, bevreesd dat hun voorkomen ons tot terugkeer
zou nopen, haastig naar ons toe, roepende: "Weest niet bevreesd,
wij zijn geen wilden, wij zijn ongelukkige menschen!"

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.