A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


'Da Vinci Code' publisher one of two execs leaving Random House
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

Fans and booksellers eager for new magic from Potter author J.K. Rowling
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

Rubin, Irwyn Applebaum Out in RH Reorg
NEW YORK - The man who helped give the world 'The Da Vinci Code' and a leading publisher of Danielle Steel and other brand-name authors are leaving Random House. The departing executives are Stephen Rubin, who as head of the Doubleday Publishing Group

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



De maarschalk Marmont, gouverneur van de zoogenoemde Illyrische
provincien, vestigde zich in 1806 te Knin, om in persoon de
toegangswegen naar Bosnie te bestudeeren. Turkije en Rusland waren
destijds in oorlog gewikkeld, en Sebastiani had voorgesteld, Sultan
Selim te hulp te komen met eene afdeeling van vijf-en-twintigduizend
man, die uit het bezettingsleger van Dalmatie zouden genomen
worden. Daar Marmont zelf het bevel over die troepen zou voeren, was er
hem veel aan gelegen, zich nauwkeurig bekend te maken met den weg, dien
hij volgen moest, en met de geschiktste gelegenheden om naar Livno te
komen. Dit gaf aanleiding tot de schepping van een stelsel van groote
wegen en binnenlandsche communicatien, waardoor Marmont zich voor immer
aanspraak heeft verworven op de dankbaarheid van het land, voor welks
ontwikkeling hij zoo veel gedaan heeft. Men kan zich tegenwoordig bijna
niet voorstellen, hoe moeilijk en gebrekkig de gemeenschap vroeger
was. Voor militaire operatien was het land volstrekt ongeschikt:
de marschen waren niet alleen uiterst moeilijk, maar er was geene
enkele gelegenheid om levensmiddelen of ammunitie to vervoeren; aan
het vervoer van artillerie viel in de verte niet te denken. Men zal mij
vragen, hoe hebben dan de Venetianen, eeuwen lang, de worsteling tegen
de Turken kunnen volhouden? Zij beheerschten de zee en konden met hunne
vloot overal in de hun onderworpen havens aanleggen. Elke stad langs
de kust, van Zara tot Ragusa, was door muren omgeven on beschermd
door forten, waarop de vlag der republiek wapperde. De poorten aan
de landzijde waren even zoo vele bruggehoofden, die zeer gemakkelijk
konden verdedigd worden. De Turken verkeerden daarenboven in zeer
ongunstigen toestand: om Dalmatie te bereiken, moesten zij eerst de
steile en rotsige bergen overtrekken, die van Kroatie tot Cattaro, de
natuurlijke grensscheiding der provincie vormen; zij konden daarbij
hun geschut niet medevoeren; en wanneer zij, eindelijk in de vlakte
doorgedrongen, het beleg voor eene stad sloegen, kon de insluiting
toch nooit volkomen zijn, omdat de gemeenschap ter zee altijd voor
de Venetianen open bleef. Maar tijdens het fransche bestuur was de
Adriatische-zee in de macht van de vloten der geallieerden. Marmont
moest zich dus de gelegenheid verschaffen, om in het land zelf met
een leger, van geschut en materieel voorzien, te kunnen opereeren:
van daar de noodzakelijkheid van den aanleg van wegen, die, hoewel
met een strategisch doel gemaakt, toch zooveel hebben bijgedragen
tot de ontwikkeling en de welvaart des lands.


VII.

De tijd van mijn verblijf te Knin was gewijd aan uitstapjes langs
de oevers van de Kerka, en aan dikwijls bezwaarlijke tochten over de
steile bergen, die de rivier beheerschen. Ik had mijn intrek genomen
in eene herberg, die zich door niets bijzonders onderscheidde, en waar
ik mij allerlei ontberingen moest getroosten. Den avond van mijn komst
had iets zeer treurigs plaats: het begon te regenen; men vreesde dat
die regen schade aan het te veld staande gewas zou veroorzaken, en de
eenige straat was geheel opgevuld met wagens en karren der Morlaken,
terwijl de voerlieden in den donker tegen elkander schreeuwden en
raasden. Na een zeer onsmakelijk avondmaal in eene groote, lage,
slecht verlichte kamer, wees een aardig meisje in nationaal kostuum
mij een bouwvalligen trap, die naar drie kleine kamertjes, op eene
houten galerij uitkomende, voerde; die galerij ontving al haar licht
door een vierkant venster, zoo laag geplaatst, dat, over dag, de
planken vloer alleen door de zon werd beschenen. Omstreeks twee uren
des nachts meende ik dat het huis met steenen bestormd werd. Ik greep
onwillekeurig naar mijn revolver, en sloop op mijne bloote voeten
naar het venster, dat met een blind gesloten was. Door een reet in
het luik loerende, zag ik, in de donkere schemering, drie personen,
die half luid sprekende iets schenen te beramen, met steenen naar
mijn venster wierpen, daarbij telkens driemaal achtereen uitroepende:
"Zacari! Zacari! Zacari!" Dit duurde langer dan een half uur; daar het
inmiddels was gaan stortregenen, trokken de drie mannen eindelijk
af. Ik heb nooit kunnen ontdekken, wat dit te beduiden had, want de
Dalmatier, die mij tot tolk diende, had zich weder bij de karavaan
gevoegd, en ik bevond mij te Knin in de onaangename positie van iemand,
die alleen door teekenen en gebaren zijne gedachten kan kenbaar maken.

Knin ligt ingesloten tusschen de Kerka en den berg. De stad begint
aan den zoom der rivier en reikt tot aan de hellingen van de rots, die
zich eensklaps loodrecht verheft. De rivier is hier niet bevaarbaar;
het water is helder en doorschijnend, zoodat men overal den bodem
zien kan; de bedding is breed, en ter wederzijde verheffen zich
machtige rotsen, die den loop der Kerka volgende, allengs de bedding
vernauwen, en waarvan de wanden hier en daar door holen en grotten
worden afgebroken, welke echter niet toegankelijk zijn, uithoofde
van het water, dat in grooten overvloed van het gewelf stroomt.

De reis van Zara naar Knin heb ik met eene karavaan gemaakt; om van
Knin naar Sebenico te gaan, maak ik gebruik van de post, die de dienst
tusschen de twee steden waarneemt, daarbij den weg nemende over Dernis.

Bij het verlaten van Knin, loopt de weg door een liefelijke streek; de
naakte steenachtige vlakte heeft hier plaats gemaakt voor vruchtbaren
grond, die echter slecht bebouwd is. Daar er niets wordt gedaan om de
rivier binnen haar bedding te houden en haar overstroomingen te keeren,
gebeurt het menigmaal dat de omliggende vlakte onder water wordt gezet,
zoodat Knin voor vrij ongezond wordt gehouden. Er heerschen dan ook
veel koortsen, vooral in den herfst, en bepaaldelijk in de maanden
Augustus en September. De Slaven, die zich anders zeer weinig ontzien,
zullen in dien tijd des jaars nimmer in de open lucht gaan slapen of
des nachts de vensters open laten.

De dorpen langs onzen weg vertoonen hetzelfde karakter als die tusschen
Zara en Knin; de huizen zijn niet schilderachtiger. Tusschen den
berg Cavallo en den berg Kozak strekt zich eene fraaie, vruchtbare
vallei uit, door een nevenstroom van de Kerka, de Cossovizza,
besproeid. Omstreeks Klanatz versmalt zich deze vallei zoodanig,
dat er tusschen de twee bergen niet meer dan een enge doorgang
overblijft, waar, naar men zegt, de veiligheid der reizigers gevaar zou
loopen. Eenigen tijd geleden, werd de postwagen altijd door gendarmes
begeleid; onlangs was bepaald dat dit geleide alleen dan zou worden
verstrekt, wanneer de wagen eene geldswaarde van meer dan drieduizend
florijnen zou bevatten; men verzekert mij zelfs, dat sedert dien
tijd ook deze voorzorg niet meer noodig wordt geacht; wij ontmoeten
echter nu en dan pandoeren, die de wacht waarnemen. De bewoners dezer
streek staan als zeer onrustig en twistziek te boek: als huns buurmans
geit zonder vergunning in hun tuin komt grazen, vallen er dikwijls
geweerschoten. De overheid tracht deze vaardigheid in het grijpen
naar de wapenen zooveel mogelijk te beperken, maar moet overigens
wel het een en ander door de vingers zien; loopt het al te erg,
zoodat er menschenlevens bij gemoeid zijn, dan komt zij tusschenbeiden.

Naarmate wij Dernis naderen, worden de kudden talrijker en neemt
het land in vruchtbaarheid toe: leven en beweging doen zich alom
gevoelen. Dernis maakt een zeer gunstigen indruk: de stad ligt op
eene hoogte; de platte, lage huizen worden beheerscht door eene
kolossale ruine. De minaret van eene voormalige turksche moskee,
tot heden gespaard, verheft zich hoog boven de huizen, en teekent
zich scherp af tegen den donkeren achtergrond der fraaie bergen. Het
is Zondag, en er heerscht overal groote drukte. In geen andere plaats
van Dalmatie verdient het kostuum, hoezeer eenvoudig en sober, in die
mate de aandacht. Alle vrouwen van zekeren leeftijd bedekken zich het
onderste gedeelte van het gelaat; even als de Jodinnen van Marokko,
dragen zij dubbele valsche tressen, die zij met roode of groene
linten boven op het hoofd vaststrikken en doorvlechten. De groote
halsdoeken zijn helder wit als sneeuw, versierd met eenvoudige,
maar zeer smaakvolle borduursels; haar beenen steken in geborduurde
slopkousen; en over het donkerblauwe overkleed, met levendige kleuren
gestikt, dragen zij den fraai gestikten zak, waarin zij alles bergen
wat zij koopen of bij zich hebben.

Des morgens ten acht uur waren wij van Knin vertrokken, en kwamen
ten twaalf uur te Dernis, dat tweeduizend zielen telt. Een uur later
vertrokken wij weder. Aanvankelijk ging de weg bergopwaarts, om
vervolgens weder naar de vlakte af te dalen. Daar begint de woestijn
op nieuw, naakt en dor en vol steenen: een landschap als in Arabie
of in sommige streken van Bretagne, waar de grauwe dolmens alleen de
troostelooze doodsche eenzaamheid breken. De mensch kan den strijd met
zulk eene natuur niet aanvaarden, en men behoeft deze streken slechts
aan te zien, om te begrijpen waarom zij zoo schaarsch bevolkt zijn.

De aankomst te Sebenico zal niemand licht vergeten. De bergketenen,
die van de hoofdketen uitgaan, nemen, naarmate zij de kust naderen, in
hoogte toe, en eindigen meestal in een hooge kaap of steilen kegel. Zoo
ook hier. Om de stad te bereiken, stijgt men aanhoudend, en men
treedt haar binnen door een kloof of opening tusschen twee grauwe
rotsen, van waar men, over Sebenico heen, de Adriatische-zee ziet,
bezaaid met eilanden en klippen. Van dit punt daalt de weg steil naar
beneden, langs twee hoog gelegen forten San-Giovanni en Santa-Anna.

Sebenico ligt eigenlijk niet aan de kust: de Adriatische-zee dringt
hier vrij diep het land in, door een smal kanaal, het kanaal van
San-Antonio genoemd; haar water vermengt zich met dat van de Kerka,
en vormt eene smalle en zeer diepe baai. Bij tegenwind is de stad van
de zeezijde zeer moeilijk te naderen. Ik heb tweemaal de reis van Zara
naar Sebenico gemaakt: eens over land, met den wijden omweg over Knin
en Dernis; en eens over zee. Voor de vaart van de eene haven naar de
andere heeft men zes uren noodig. De haven van Sebenico wordt als zeer
veilig geroemd; het water is zeer diep; de geringe breedte van het
kanaal San-Antonio en de ligging der eilanden, die den toegang tot het
kanaal afsluiten en den wind onderscheppen, bevorderen de veiligheid
der schepen. Uit zee gezien, vertoont de stad zich ingesloten op een
eng begrensd terrein tusschen den berg en de kust, en beheerscht door
de hooge forten. Wie van de landzijde komt, heeft een meer volledig
overzicht: men ziet de stad van achteren in haar geheel, en verder de
golf, de eilanden, en zelfs aan den verren horizon, de Adriatische-zee.

Bij dit mijn tweede bezoek, nu ik de stad door de poort van Dernis
binnenkom, is de zon reeds ondergegaan. Terwijl ik een nachtverblijf
opzocht, en een beambte bij de posterijen, voor wien ik een brief bij
mij had, opspoorde, was het inmiddels volslagen duister geworden. Ik
gebruik mijn middagmaal in eene op italiaanschen trant ingerichte
trattoria, waarna mijn nieuwe makker mij eene avondwandeling door
Sebenico voorstelt. Alvorens ons op weg te begeven, gaan wij in een
naburig koffiehuis eenigen zijner vrienden afhalen.

Welk eene zonderlinge stad! Wij klauteren naar boven langs smalle,
kronkelende trappen, ter wederzijde omzoomd door huizen van
fantastische bouworde; nauwe donkere gangen, niet ongelijk aan
bedekte wegen in eene vesting, loopen eensklaps uit op campi, waar
het zilveren schijnsel der maan eene fraaie italiaansche loggia uit
den tijd der renaissance verlicht, en op den grond de lange smalle
schaduw teekent van eene antieke zuil, eenzaam te midden van het
plein oprijzende. Wij maken allerlei wendingen en omwegen; nu eens
plotseling nederdalende tusschen twee muren, met vochtigen uitslag
bedekt en flauwelijk verlicht door een schemerende lantaarn; en dan
weder uit de diepte naar boven klauterende langs hooge, uitgesleten
en glibberige trappen,--en komen eindelijk op een platform, dat de
gansche stad beheerscht, en vanwaar men de golf, de eilanden en de
zee overziet.

Voor onze voeten verrijzen boven elkander de daken der huizen en de
koepels der kerken, tot eene donkere massa saamgevloeid, waarin hier
en daar lichtpunten schitteren; uit de stad stijgt een dof gedruisch,
een gemurmel als van ruischende wateren, tot ons op; aan de landzijde
teekenen zich de hooge forten, scherp en donker, met hunne zware
omtrekken tegen den met sterren dicht bezaaiden hemel af; aan de
zeezijde wiegelen en schommelen, in zachten rythmus, de roode vuren
aan de masten der schepen. In de baai kabbelen de golven, elk door het
trillende maanlicht met een zilveren diadeem gekroond, die tegen de
donkere kust in een regen van parelen uit elkander spat.... Sprakeloos
staan wij daar, in bewondering en genot verzonken. Onze gids, een
jonkman van levendige verbeelding, spraakzaam, dichterlijk gestemd,
die telkens met zachte stem verzen van Dante heeft gereciteerd, begint
eensklaps, te midden dezer diepe, nachtelijke stilte, koepletten uit
de Gerusalemme Liberata te zingen. Hoe helder, hoe warm en welluidend
klinkt dat lied, de reine, kalme lucht vervullende met harmonie, en
ginds de echoos opwekkende van rots en strand, en langzaam wegzwevende
over de verre, verre zee....

Er wordt te Sebenico eenige handel gedreven; de exploitatie der mijnen
van het binnenland levert daarvoor enkele der voornaamste artikelen,
terwijl de bergen en de eilanden zeer goeden wijn voortbrengen. De
geheele stad is vol leven en beweging; ondanks de eigenaardigheden der
ligging, die de straten tot trappen doet worden, zijn hier de huizen
beter gebouwd dan in de meeste andere steden van gelijken rang. Ge
kunt hier keurig gebeeldhouwde venetiaansche balkons vinden, die
een der paleizen van het Groote-Kanaal geen oneer zouden aandoen;
en het plein der Signoria is eene herhaling op kleine schaal van
een dier fraaie pleinen in noordelijk Italie, waar de groenten- en
vruchtenmarkt gehouden wordt. De stad telt niet meer dan tusschen de
vier- en vijfduizend inwoners, waarvan de groote meerderheid tot de
katholieke Kerk behoort.

Toen wij weder naar de stad afdaalden, vonden wij het plein der
Signoria, met zijn fraaie italiaansche loggia en de kathedraal,
vol wandelaars, schitterend van licht, en levendig en druk als
een Sint-Marcusplein in miniatuur. Aardige groepen jonge meisjes
wandelen alleen, elkaar den arm gevende, rustig op en neder; de
jongelieden komen haar groeten en aanspreken, zonder dat daarbij
eenige gedwongenheid heerscht. Het spelen met den waaier en de taal
herinneren geheel aan Venetie; zelfs de atmosfeer en de gesternde hemel
doen mij denken aan zoo menigen liefelijken avond, in piazza gesleten.

De eene zijde van het plein wordt ingenomen door een koffiehuis,
in de benedenverdieping van de Loggia gevestigd, het oude paleis
der proveditoron, tegenwoordig een societeit. Het is Zondag, en de
stad heeft een feestelijk aanzien; de straat voor het koffiehuis
is geheel bezet met tafeltjes. De kathedraal van Sebenico, die eene
andere zijde van het plein inneemt, is door geheel Dalmatie beroemd;
zij werd in 1415 begonnen en in 1555 voltooid. Ongelukkig hapert
het der kerk aan eenheid; ook is het onmogelijk, een goed overzicht
te krijgen van den voornaamsten gevel, die op een klein pleintje
uitkomt. De kathedraal bestaat uit een middenschip en zijschepen,
van den hoofdingang gescheiden door vijf pilaren, onderling door
bogen verbonden. Enkele bijzonderheden van den stijl uitgezonderd,
is deze dom toch minder opmerkelijk, dan ik mij, volgens de verhalen
der Dalmatiers, had voorgesteld. Vergeleken met andere christelijke
monumenten der provincie, is de kathedraal betrekkelijk van jongen
datum, en de stijl is ook niet zuiver genoeg om het gebouw tot type
te stempelen.

Wie Sebenico bezoekt, mag niet verzuimen naar de watervallen van de
Kerka te gaan, die zich een weinig ten noordwesten van de stad in de
golf stort. Men heeft twee-en-een-half uur noodig om, tegen den stroom
opvarende, met een der booten, welke in de haven gereed liggen,
den waterval te bereiken. Het is een vaart, die haar eigenaardige
schoonheid heeft. De rivier vloeit aanvankelijk tusschen twee rotsen,
en hare oevers zijn woest; na drie mijlen te hebben afgelegd, komt men
aan het meer, aan welks rand zich de kleine stad Scardona verheft,
die tweehonderd jaar geleden nog turksch was, en nog sporen heeft
overgehouden van de tegenwoordigheid der Muzelmannen. De reiziger
houdt echter te Scardona niet op, maar volgt den loop der rivier tot
aan den waterval, ongeveer een mijl van de stad verwijderd.

Het is niet gemakkelijk een boot te vinden, die mij naar den waterval
brengen kan; er moest een boodschap naar Vissovaz gezonden worden,
om ten behoeve van een vreemdeling, daar te trachten een boot te
huren. Om geen geheelen dag te verspillen, besloot ik den tocht
te vervolgen met de visschersboot, die ik te Sebenico gehuurd had,
hoewel de schippers een buitensporig hoogen prijs eischten.

De waterval is zeer fraai, en de omringende natuur is bevalliger
dan op eenig ander punt van Dalmatie. De Kerka vloeit hier over eene
bedding van zeer zachten, broozen kalksteen; in plaats van plotseling
uit eene hoogere in eene lagere bedding neder te storten, wordt het
afstroomende water overal door rotsen tegengehouden; daartusschen en
daarover heen heeft het zich, midden door de zachte kalkrots, een
weg gebaand, overal openingen en kleine tunnels borende. Men ziet
hier dus niet eene groote watermassa, die van eene aanmerkelijke
hoogte nedervalt: het zijn veeleer eene menigte kleine cascaden,
waardoor het water in alle richtingen wegstroomt.

Er zijn daar eenige molens en een vrij groot aantal booten; de
oevers zijn met fraai geboomte beplant, en de geheele omgeving is
bij uitnemendheid schilderachtig; maar men beweert dat de Kerka
tusschen den waterval en Scardona moerassen vormt en dat de streek
ongezond is door de heerschende koortsen. Ik heb slechts een vluchtig
kijkje genomen, en zelfs mijn boot niet verlaten, omdat ik tijdig te
Sebenico terug moest zijn, ten einde mij aan boord te kunnen begeven
van het schip, dat mij naar Spalato zou brengen.

Een vrij goede weg loopt van Sebenico naar Trau, en van daar naar
Spalato; maar men ried mij de reis over land af, omdat ik het
eigenaardig karakter der natuur van Dalmatie toch reeds kende. Des
avonds bevond ik mij weder te Sebenico, en daar het vaartuig bereids
in de haven lag, begaf ik mij aanstonds aan boord, ten einde het
uur van vertrek, dat den volgenden morgen vroeg zou plaats hebben,
rustig af te wachten.


VIII.

De vaart van Sebenico naar Spalato duurt vijf uren. Men volgt van
nabij de kust, die hier zeer hoog en moeilijk te naderen is; voorbij
kaap la Planca vormt de Adriatische-zee eene groote menigte inhammen
en kanalen, die vrij diep in het land dringen. De steden liggen allen
langs de kust, en hebben elk haar haven, even als in Istrie en in het
noordelijk gedeelte van Dalmatie; maar zij verschuilen zich hier meer
achter in de baaien en inhammen, en zijn verborgen door eilanden,
vrij wat grooter dan die in de nabijheid van Zara en Sebenico. De
belangrijkste dezer eilanden zijn: Bua, Solta, Brazza, Lissa, Lesina,
Cursola, Sabbioncello, Melida en de groep der Elaphiten. Deze talrijke
engten en kanalen, deze fjords, zijn een eigenaardig kenmerk van de
Adriatische-zee, althans langs deze kust: tusschen la Planca en Ragusa,
zou men zich schier kunnen verbeelden op een der groote italiaansche
meeren te varen, want men verliest nimmer de beide oevers uit het oog:
aan de eene zijde het vaste land van Dalmatie, en aan de andere zijde
de eilanden en klippen, die elkander in lange reeks opvolgen.

In het jaar 303 na Christus, toen het romeinsche rijk, dien
onmetelijken omvang verkregen hebbende waaraan het voor een goed
deel zijn ondergang te danken had, na honderdvijftig jaren van
bijna aanhoudenden krijg wederom een tijdperk van vrede intrad en
nog eenmaal de wereld verblindde door den glans zijner heerlijkheid,
verzamelde Keizer Diocletianus, de hersteller van de militaire tucht
en de overwinnaar der Perzen en Meden, het volk en het leger in de
vlakte van Nicomedie. Daar besteeg hij, het hoofd omkranst met den
lauwer der overwinning, de trappen van een prachtigen troon, en op
de volle middaghoogte zijner macht en zijns roems, verkondigde hij
aan de verbaasde wereld zijn besluit om van de regeering afstand te
doen. Hij keerde zelfs niet meer naar zijne hoofdstad terug, maar
gebruik makende van de algemeene verwondering, door deze mededeeling
verwekt, verborg hij zich voor aller oog in een overdekten wagen
en begaf zich naar Dalmatie, om daar, ver van het gewoel der wereld,
het prachtige paleis te gaan bewonen, waaraan hij sedert twaalf jaren
had laten bouwen.

Dit paleis van Diocletianus, waarin hij negen jaar, tot aan zijn dood,
woonde, bestaat nog altijd te Spalato, en is een der merkwaardigste
monumenten, die ons van de oudheid zijn overgebleven. Nabij het paleis
lagen de tuinen van Salona, waar de Keizer zich met het kweeken van
groenten onledig hield. Dit paleis van Diocletianus is voor een deel
de stad zelve, waar wij voet aan wal zullen zetten, want zij is op
het terrein van dat paleis gesticht en binnen zijne muren omsloten.

Uit zee gezien, maakt Spalato bijkans den indruk eener groote stad:
zij is dan ook inderdaad de volkrijkste en belangrijkste stad van
geheel Dalmatie. Zij ligt aan den oever der zee en in eene vlakte;
de lange levendige kaai wordt aan de eene zijde begrensd door het
lazareth, een groot, vooruitspringend gebouw, en aan de andere zijde
door de nieuwe wijk en de voorstad. Een trotsche campanile verheft
zijne spits ten hemel, en teekent zich af tegen den ernstigen,
donkeren achtergrond der bergen, boven wier golvende lijnen de berg
Mossor hoog uitsteekt. De groote merkwaardigheid van Spalato echter,
datgene wat bovenal de belangstelling der reizigers wekt en hunne
schreden naar deze stad richt, dat is de monumentale ruine, waarvan
de wedergade ter wereld misschien niet te vinden is, bekend onder
den naam van het paleis van Diocletianus.

De Keizer was aan de oevers van de Adriatische-zee, aan den voet der
Zwarte-bergen, te Dioclea, geboren. Hij was aanvankelijk gemeen soldaat
bij een dier romeinsche legioenen, die het rijk moesten verdedigen
tegen de invallen der barbaren. Langzamerhand tot de hoogste rangen in
het leger opgeklommen, dong hij, hoewel de zoon van een vrijgelatene,
als zoo vele anderen naar het keizerlijk purper; en in dien tijd,
toen de kohorten naar welgevallen hunne gunstelingen op den troon
verhieven, werd ook hij, in het jaar 284, tot Keizer uitgeroepen. Hij
gaf zich den bijnaam van Jovius, en voegde zich een mederegent toe
in den persoon van Maximianus, bijgenaamd Herculius, een soldaat
van fortuin even als hij zelf, maar die noch zijn geestkracht, noch
zijn buigzaam karakter, noch zijne menschenkennis bezat. Diocletianus
had het rijk den vrede weergegeven. Na vele jaren gelukkig den krijg
te hebben gevoerd, liet hij aan zijn ambtgenoot de zorg over om de
laatste vijanden van Rome uit te roeien, en won hij voor zich zelven
den roem van een voortreffelijk regent en een geniaal wetgever.

Rome had haar alouden glans reeds voor een groot deel verloren;
vier vorsten regeerden tegelijk en verdeelden het rijk onder zich:
eerst Diocletianus en Maximianus, en vervolgens ook de beide Cesars,
Constantius en Galerius, aan wie Diocletianus mede een deel van het
gezag gegeven had. Voortdurend in oorlog met de barbaren gewikkeld,
gaf bij de voorkeur aan het verblijf te Nicomedie, waar hij eene
oostersche pracht ten toon spreidde, boven dat in de heilige stad Rome;
Maximianus had zijne residentie gevestigd te Milaan, Constantius in
Gallie, en Galerius aan de oevers van den Donau.

Diocletianus hield van bouwen, en had overal gedenkteekenen opgericht:
Rome dankte hem de beroemde baden, die nog zijn naam dragen; Palmyra,
die heerlijke tempels, waarvan de ruinen nog heden de bewondering der
reizigers opwekken; Carthago, Milaan, Nicomedie, hadden onder zijne
regeering prachtige monumenten zien verrijzen, waaraan hij met milde
hand de schatten van het Oosten had ten koste gelegd, voor een groot
deel door zijne wapenen onderworpen. Omstreeks het jaar 296, reeds naar
rust verlangende, had hij den blik geworpen op de stad Salona, een
der belangrijkste van Dalmatie, aan den oever eener stille baai, aan
den voet der bergen, gelegen; hij had die stad geheel doen herbouwen
en tuinen doen aanleggen, waar hij zich gaarne onthield te midden van
de dalmatische natuur, waaraan zich voor hem zoo vele herinneringen
hechtten, en die hij lief had, zoo als de visschers der klippen den
naakten grond liefhebben, die hen heeft zien geboren worden. Omstreeks
denzelfden tijd had Diocletianus, op een mijl afstands van Salona,
aan den oever der zee, de grondslagen doen leggen van het reusachtig
paleis, waar hij zijne laatste levensjaren in stille rust wenschte te
slijten. Na een schitterenden veldtocht in Perzie, vertoonde hij zich
voor het laatst aan de inwoners van Rome, werd daar als overwinnaar
gekroond, en keerde toen naar Nicomedie terug, waar hij plechtig van
de regeering afstand deed.

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.