A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


Harcourt: Kangaroo route tied down, sport
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

World At Risk "Instant Book" Tomorrow">Vintage to Publish World At Risk "Instant Book" Tomorrow
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

PW Morning Report, December 2, 2008">The PW Morning Report, December 2, 2008
Extract not available.

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



Het huis, waarin hij zich nu terugtrok, geleek in geen enkel opzicht
de nederige woning van den wijze, wars van het gewoel der wereld en
afkeerig van weelde en pracht: het was een uitgestrekt paleis, nog ten
volle een Keizer waardig, en ruim genoeg om tempels en baden, zalen
voor de lijfwachten en woningen te bevatten voor die gansche schaar
van afhangelingen en clienten, die zich om den gewezen souverein
bleef bewegen.

Het paleis vormt een groot vierkant, aan de vier hoeken van sterke
torens voorzien; de hoofdgevel is naar de Adriatische-zee gekeerd. De
oppervlakte van het geheele gebouw, zonder de aangrenzende tuinen,
beslaat dertigduizend-vijfhonderd el; de open galerij, die op zee
uitzag, had eene lengte van tweehonderd el. Behalve de poort aan
de zeezijde, had het paleis drie hoofdingangen: ten noorden, de
Gouden-poort, die op den weg naar Salona uitkwam: de Bronzen-poort,
die naar Epetium (tegenwoordig Hobrech) voerde; en de IJzeren-poort,
die, volgens den italiaanschen archeoloog Lanza, toegang gaf tot een
park, bepaaldelijk voor de jacht van den Keizer bestemd. Elke dezer
poorten was gevat tusschen twee achthoekige torens. De vierde poort
kwam aan zee uit, en diende voor het in- en ontschepen; zij stond in
verband met uitgestrekte onderaardsche gangen en souterrains, die naar
de verschillende deelen van het paleis voerden en nog heden bestaan.

Van het punt, van waar wij een blik op de stad Spalato in haar geheel
geworpen hebben, is er een geoefend en scherpziend oog noodig, om
het oude gedeelte te herkennen, te midden der groote veranderingen,
die het in den loop der tijden en in verband met de verschillende
behoeften der opvolgende bewoners ondergaan heeft. De stad is in den
letterlijken zin in en tegen het voormalige paleis gebouwd, waarvan
sommige gedeelten nog bijna ongeschonden in wezen zijn, schoon dan
ook geheel van bestemming veranderd.

Diocletianus liet omstreeks 295 met den bouw van het paleis beginnen:
hij deed afstand in 304; en als wij de kroniek van Eusebius mogen
gelooven, leefde hij te Spalato tot in 313, het jaar van zijn
dood. Welke lotgevallen onderging zijne vorstelijke woning sedert
dien tijd?

De vierde eeuw is de eeuw van de invallen der barbaren. Het ten
ondergang neigende romeinsche rijk wordt, na den dood van Theodosius,
voor goed in tweeen gesplitst: Honorius ontvangt voor zijn deel
Dalmatie met de andere westelijke provincien. Gansch Illyrie wordt
echter weldra de prooi der Hunnen, der Gothen, der Visigothen, en
tweemaal binnen den loop van eenige jaren levert Alarik het gansche
land aan de verwoesting over. Op de Hunnen volgen de Vandalen; op
Alarik en Attila volgt Genserik. Marcellinus, de vertegenwoordiger
van het Westersche rijk, waartoe Dalmatie heet te behooren, slaagt
er echter in, de geheele provincie te heroveren, terwijl Rome zelf
in de handen valt der barbaren.

Het paleis werd natuurlijk door deze vreemde horden niet gespaard:
de tempels en schatkamers werden geplunderd, alles wat eenige
waarde had of door fraaie bewerking uitmuntte, werd de buit der
barbaren. De beelden der goden lagen, verminkt en geschonden, hier
en daar verspreid; de sarkophagen werden opengebroken; Salona,
de naburige stad, door Diocletianus geheel herbouwd, verfraaid en
versterkt, werd der plundering prijs gegeven. Niettemin bood zij haar
aanvallers heldhaftig weerstand, en weldra herleefde zij uit haar asch.

In het begin der vijfde eeuw heeft men de keizerlijke residentie van
Spalato herschapen in een soort van gesticht of college voor vrouwen,
waar de jonge meisjes wol komen spinnen en weven om de kleederen der
krijgslieden te vervaardigen, onder de leiding van den Procurator
gynecii Jovensis Dalmatiae Aspalato. Langzamerhand keert de vrede
terug; het paleis wordt gerestaureerd en weer tot keizerlijke woning
ingericht ten behoeve van Marcellinus, en na hem van Glycerius en
Julius Nepos (475). Maar Odoaker, die zich bereids van Italie heeft
meester gemaakt, doet een inval in Dalmatie, dat nu het slagveld wordt,
waarop de Herulen en de Oost-gothen, onder aanvoering van Odoaker en
Theodorik, elkander de heerschappij betwisten.

Theodorik roept de Gothen en de Slaven te hulp, en de steden, die bij
de eerste invallen waren gespaard gebleven, worden thans verwoest:
het nauwelijks herstelde paleis valt op nieuw in handen der barbaren,
en Salona, de rijke stad, wordt ten tweeden maal geplunderd en aan
de vlammen prijs gegeven. Wederom gelukt het Keizer Constantius de
provincie te bevrijden en de Gothen te verdrijven: maar de rust is
slechts tijdelijk. Lombarden en Avaren overstroomen op hunne beurt
het geteisterde land, dringen in Salona door en verwoesten de groote
stad zoo volkomen, dat er zelfs geen spoor van overblijft. Van Salona
trekken zij naar Spalato, en bestormen nog eenmaal die oude, beroemde
muren, die zoo veel aanvallen hebben weerstaan.

De zevende eeuw is getuige van de geboorte der stad Spalato, en
daarmede valt tevens samen de groote verandering en herschepping van
het paleis van Diocletianus. De barbaren hebben op hun weg alles
verwoest: er is geen tempel meer te vernielen, geen stad meer te
verdelgen, geen dorp meer te verbranden: het land is bijna eene
wildernis geworden. Aan de eene zijde zijn zij zuidwaarts afgetogen
naar het tegenwoordige Albanie; aan de andere zijn zij langs de kust
voortgetrokken, door Kroatie, Istrie en Frioul; zij hebben Aquilea
en Altino verwoest, Padua geplundert, en de bewoners der kuststreken
uitgedreven naar de lagunen, om daar den grond te leggen voor die
machtige republiek Venetie, die hare heerschappij vestigde op de
golven der Adriatische-zee.

Het schijnt dat de volkerenstroom eindelijk is uitgeput; de inwoners
van Salona, die driemaal de wijk hebben genomen in de bergen en
op de eilanden der Adriatische-zee, komen uit hunne schuilhoeken
te voorschijn, en zoeken de plek op, waar eenmaal hunne geliefde
geboortestad stond. Aan dien dierbaren grond gehecht, willen zij
van de oude bekende plek niet scheiden; doch hunne vaderstad is
niets meer dan een ruine, een vormelooze aschhoop: zij willen dan
voor 't minst onder denzelfden hemel leven, in de schaduw derzelfde
bergen, aan den oever derzelfde zee, waarvan de frissche adem hun
tegenwaait. Zij zoeken eene schuilplaats in de bouwvallen van het
paleis van Diocletianus. De muren zijn zwaar en dik; zij hebben
herhaaldelijk weerstand geboden aan de aanvallen der barbaren: hier
is eene sterke vesting, die gemakkelijk kan verdedigd worden. De
uitgewekenen vestigen hunne woningen in de portieken, in de galerijen
en voorhoven, in de tempels, waaruit de goden verdwenen zijn; als
schuchtere vogels, door den storm voortgedreven, hechten zij hunne
nesten aan de kroonlijsten en verbergen hun kroost in de spleten en
scheuren van het groote monument, onder de architraven, in de baden,
in de prachtige zalen, waar de groote Keizer weleer de gezanten
van Rome ontving. Het is hun slechts om eene veilige wijkplaats te
doen: zij sloopen het grootsche gewrocht om zich woningen te maken,
en het paleis wordt een gehucht, een dorp, eindelijk eene stad:
Ad Palatium--Aspalathum--Spalatum--Spalato.

Spalato is destijds geheel besloten binnen de omwalling van het paleis;
de torens, die tot verdediging moeten dienen, worden hersteld; de
poorten deels toegemetseld, deels versterkt en zorgvuldig bewaakt;
de keizerlijke residentie is eene vesting geworden. De groote tempel,
volgens sommigen aan Diana, volgens anderen aan Jupiter gewijd, is
in eene christelijke basiliek herschapen. De meeste inwoners van
Salona hadden reeds voorlang den heiligen doop ontvangen en zich
tot het Christendom bekeerd: Paus Martinus (640-655) zond hun als
apostolisch legaat Johannes van Ravenna, die eene beslissing moest
nemen in het geschil, dat tusschen Ragusa en Spalato ontstaan was
over den aartsbisschoppelijken zetel, aanvankelijk te Salona gevestigd.

Salona werd in het gelijk gesteld, en daar Spalato sedert de plaats
der verwoeste hoofdstad had ingenomen, werd Spalato tot zetel van den
metropolitaan verheven. Johannes van Ravenna werd door het volk tot
aartsbisschop uitgeroepen; hij koos zijne woning nabij de kathedraal,
onder de portiek van den vroegeren tempel, waar nog heden de prelaat
van Spalato resideert. Zijn paleis heeft tot voorgevel de kolonnade van
de oude portiek, en zijne vensters zien uit op het vroegere plein voor
den tempel. Het Mausoleum tegenover den tempel wordt tot doopkapel
ingericht; de sarkophaag, waarin, naar men zeide, het stoffelijk
overschot van Diocletianus bewaard werd, wordt weggenomen en op
dezelfde plaats het doopvont opgericht. Dit heeft waarschijnlijk
mede aanleiding gegeven tot de heerschende onzekerheid omtrent de
oorspronkelijke bestemming van dezen kleinen tempel, onder den naam
van het Mausoleum bekend, maar die door sommige oudheidkundigen ook de
tempel van Esculaap wordt genoemd. Zoo was het heidensche, romeinsche
Salona opgevolgd door eene zuiver christelijke stad, door Spalato.

Nog altijd maakte Dalmatie in naam deel uit van het Oostersche rijk;
maar de Kroaten en de Serviers, beiden van slavischen oorsprong en tot
dus ver in de streken bij de Karpathen gevestigd, krijgen vergunning
zich in het land te mogen vestigen en ontvangen het burgerrecht, onder
voorwaarde dat zij de provincie tegen de Avaren zullen verdedigen,
en de steden langs de kust der Adriatische-zee eerbiedigen. De
italiaansche invloed klimt hier tot de vroegste tijden op: die steden
waren romeinsche kolonien; zij blijven onderworpen aan het gezag
der bisschoppen, die op hun beurt aan Rome onderworpen zijn. Eerlang
zullen zij in handen vallen van Venetie: en zoo het platte land geheel
slavisch wordt, zal de kust, die den latijnschen invloed ondergaan
heeft, haar italiaansch karakter onuitwischbaar blijven bewaren.

De Kroaten en Serviers brengen hunne eigenaardige gebruiken en hunne
eigene hertogen of vorsten mede. Eerst moeten zij de worsteling
aanvaarden met de Franken, die hun het bezit des lands betwisten;
daarna beginnen zij eene zelfstandige regeering te vestigen, en leggen
aan het land en zijne bewoners hunne wetten op. Spalato was destijds
in het bezit van vrije municipale instellingen: het neemt in bloei en
welvaart toe, zet allengs zijne perken uit en overschrijdt de grenzen
van het paleis. Maar juist die voorspoed wekt de begeerlijkheid
op: de Kroaten willen de stad haar vrijheid ontrooven, de piraten
van Narenta, wier naam reeds toen in de geschiedenis voorkomt,
bedreigen en teisteren haar zoo voortdurend door telkens herhaalde
plundertochten, dat de stad zich gedwongen ziet, de bescherming van
de republiek van Sint-Marcus in te roepen. De Doge Piero Orseolo II,
wiens naam wij terugvinden in de geschiedenis van elke stad langs
deze kust, verschijnt te Spalato, verslaat de Kroaten, verdrijft de
zeeroovers, sluit een voordeeligen vrede met Kresimir II van Kroatie,
en ontvangt de hulde der dalmatische steden, die niettemin hare
vrijheid behouden en nog steeds worden geregeerd door hare eigene
bisschoppen, overeenkomstig hare statuten of keuren.

Maar Peter Kresimir neemt den titel van Koning van Kroatie en Dalmatie
aan en betwist het recht van Venetie; van den anderen kant maakt
Koloman, Koning van Hongarije, mede aanspraken op het land, en trekt
in 1102, Spalato met een leger binnen. Kort daarop laat hij zich zelf
als souverein der beide koninkrijken te Belgrado kronen. Het is de
tijd van de strooptochten der noordsche zeeschuimers: Kresimir heeft
eene vloot noodig, om die piraten te kunnen verdrijven, en daar hij
geen eigen zeemacht heeft, sluit hij een verbond met zijne vijanden,
de Venetianen, die, nadat het kustland van de Noormannen bevrijd was,
de hulp inroepen van Alexis Comnenus, Keizer van Constantinopel;
deze slaat, in 1143, het beleg voor de stad, om welker bezit de twee
mogendheden streden.

Nu volgt een tijdperk van verwarring en onophoudelijke
wisselingen. Spalato gaat van de eene hand over in de andere: Kroaten,
Hongaren, Venetianen, Napolitanen, hebben beurtelings de macht in
handen, terwijl de stad bovendien nog herhaaldelijk geteisterd wordt
door de zeeroovers, en in 1241 door een inval der Tartaren. Eindelijk,
in 1420, staat Ladislas, de Koning van Napels, al zijne rechten op
Spalato aan Venetie af, tegen eene som van honderdduizend gouden
dukaten.

Van 1420 tot 1797, alzoo tot aan den ondergang der republiek, blijft
Spalato nu in de macht van Venetie, ondanks de pogingen, door de
Turken, in hunne langdurige oorlogen met de republiek, bij herhaling
beproefd om de stad te vermeesteren. Van 1797 tot heden deelt zij in
de lotgevallen van geheel Dalmatie.

Tijdens het venetiaansche bestuur bereikte de stad haar volle
ontwikkeling, breidde zich naar het noorden uit, en werd de sterkste
en voornaamste handelstad van geheel Dalmatie. De stad is sinds
lang niet meer besloten binnen de omwalling van het paleis; haar
piazza della Signoria zelfs ligt buiten de grenzen der oude stad,
waarin de inwoners van Salona eenmaal eene wijkplaats zochten. Er
zijn tegenwoordig drie steden: die buiten de voormalige IJzeren-poort,
die aan de zijde der Bronzen-poort, en die buiten de Gouden-poort. De
kaai is verbreed geworden; de woningen der visschers, der kooplieden
van scheepstuig en van allerlei andere handelaars en winkeliers,
die met de scheepvaart en den koophandel in betrekking staan, zijn
tegen den antieken muur van het paleis aangebouwd; en de venetiaansche
regeering laat dat groote lazareth bouwen, waar, voor de ontdekking
van de kaap de Goede Hoop, de turksche karavanen de koopwaren van
Indie en Perzie plachten aan te voeren.


IX.

Wij maken ons gereed om aan land te gaan. Weldra betreden wij de
kaai aan den voet van den muur van het paleis, en volgen die tot aan
de nieuwe stad, die in haar bouwstijl geheel het karakter van haar
modernen oorsprong draagt. Daar ligt ook ons hotel, dat zich door
netheid onderscheidt, en waarvan de benedenste verdieping wordt
ingenomen door eene groote restauratie, waar de beambten en de
officieren van het garnizoen hun maaltijden komen gebruiken.

De ramen onzer kamers zien op de zee en op het nieuwe plein uit,
waarvan slechts twee zijden bebouwd zijn; alles duidt aan, dat hier
eene nieuwe stadswijk in wording is. Men heeft eene nieuwe haven
aangelegd; er is sprake van een spoorweg, en men wijst mij reeds de
plek, waar het station zal komen te staan.

Echter is dit gedeelte der stad nog bijna geheel verlaten; door de
reten onzer zonneblinden zien wij de vrouwen van Spalato, die op het
plein witte lakens uitspreiden, waarop zij het zaad van turksch koren
uitstrooien om te drogen; verder is er geen leven of beweging in deze
buurt te ontdekken.

Ons eerste bezoek geldt natuurlijk de oude stad en het paleis van
Diocletianus. Wij gaan door de smalle straten en stegen tusschen het
nieuwe gedeelte en de omwalling van het paleis, en bevinden ons weldra
op het plein der Signoria, het voornaamste plein der stad, vrij ruim,
omzoomd door koffiehuizen, winkels en monumenten van weinig beteekenis,
of die althans hun eigenaardig karakter door herhaalde verbouwing en
verandering verloren hebben. Hier is het hart der eigenlijke stad,
de wandelplaats, het algemeene vereenigingspunt, het centrum der
beweging. Dit plein verschilt niet wezenlijk van dergelijke pleinen in
de andere kuststeden: alleen mist men hier een dier fraaie italiaansche
loggie of dier schilderachtige venetiaansche raadhuizen, die wij te
Pola, te Zara en te Sebenico hebben bewonderd. Aan de zuidzijde van
het plein bevindt zich de oude IJzeren-poort van het paleis.

Wij gaan onder een hoogen rijk versierden booggang door: daar eindigde
de galerij of portiek, die, evenwijdig met de kust loopende, van de
IJzeren-poort naar de Bronzen-poort, tegenwoordig de kerk van den
Goeden Dood, voerde. Van deze portiek is niets meer over, dan hier
en daar nog enkele sporen in het inwendige der huizen, die er tegen
aangebouwd zijn, en den wijden doorgang zoo zeer vernauwd hebben,
dat ge u in een der stradine van Venetie waant. De richting is
echter dezelfde gebleven: de smalle straat loopt nog heden van de
IJzeren naar de Bronzen-poort. De huizen zijn hoog; de zon kan nooit
in deze straat doordringen; zij gelijkt bijna een reusachtigen put,
langs welks wanden vensters met balkons zijn aangebracht, van waar
ziekelijke, kwijnende planten afhangen, dorstende naar een weinig
frissche lucht en een weinig zonneschijn.

De smalle bedompte straat volgende, komen wij aan het Domplein, het
oude forum van het paleis, waarop ook de portieken uitkwamen van den
Tempel en van het Mausoleum. De beide, door zuilengangen omzoomde
wegen, die het gansche paleis in de lengte en breedte doorsneden,
liepen hier samen. Dit belangrijkste gedeelte van het geheele gebouw
is gelukkig bewaard gebleven: de stad, die de bewoners van Salona
in het paleis stichtten, had ook een plein en een tempel noodig:
men vond beiden bereids in het middenpunt der geimproviseerde stad
aanwezig. De nieuwe bewoners stelden de vereering van den waren God
in de plaats van de dienst der afgoden, en herschiepen den tempel
in eene katholieke kathedraal; toen metselden zij de bogen van de
portiek toe, en bouwden op het plein, waarop het Mausoleum stond,
het paleis van hun eersten aartsbisschop, waarbij de voorzijde der
portiek de facade van het nieuwe paleis werd. Dit verklaart ook,
waarom het kleine gebouw, onder den naam van het Mausoleum bekend, en
later tot doopkapel ingericht, (naar het oude kerkelijke gebruik, dat
een afzonderlijke kapel voor de doopsbediening vorderde) tegenwoordig,
van het Domplein afgescheiden, in eene nauwe steeg staat.

Als wij ons op het plein plaatsen, met den rug naar de smalle straat
gekeerd, die naar de Gouden-poort loopt, zien wij tegenover ons de
loggia van den peristyle, op vier zuilen van rood graniet rustende. In
het midden van deze loggia heeft men een onderaardschen doorgang
aangebracht; van daar voeren trappen naar de lage galerijen, die met
de zee in gemeenschap staan.

Aan onze linkerhand hebben wij de portiek voor den tempel zelven,
benevens de klokketoren of campanile, in 1416 door Nicolo Tverde,
Dalmatier van geboorte, gebouwd, op kosten van Maria, Koningin van
Napels, en later, door de milde gaven van Elizabeth van Hongarije,
voltooid. Aan dezelfde zijde, aan den hoek waar de portiek gesneden
wordt door de straat, die evenwijdig met de zee loopt, hebben de
Venetianen een wachthuis gebouwd, welks voorgevel mede door de
antieke bogen gevormd wordt. Aan onze rechterhand bevindt zich het
aartsbisschoppelijk paleis, insgelijks een geheel uitmakende met
de oude portiek aan die zijde, en waarvan de vensters tusschen de
arkaden gevat zijn.

Het Pantheon te Rome en de tempel in het paleis van Diocletianus te
Spalato zijn de twee schoonste, nog ongeschonden gebleven monumenten
der antieke bouwkunst, die door de Christenen voor hunne eeredienst
zijn ingericht.

Het was in het jaar 650, dat Johannes van Ravenna, door den Paus
gezonden om de aangelegenheden der Kerk in Dalmatie te regelen,
den aartsbisschoppelijken zetel besteeg; tot dusver was Salona de
residentie van den aartsbisschop geweest. Kort daarna werd het lichaam
van Sint-Doimo (Domnius) van Salona overgebracht naar de nieuwe
kathedraal, aan dien heilige gewijd, die, volgens de overlevering,
door den Apostel Petrus zelven als bisschop naar Dalmatie was gezonden,
en onder de regeering van Trajanus, ten jare 107, te Salona was ter
dood gebracht.

De achthoekige tempel stond oorspronkelijk op eene binnenplaats, aan
de zijde van het plein afgesloten door eene portiek van zes kolommen,
die nog in stand zijn gebleven, en door zijmuren, waarvan mede nog een
gedeelte overig is. Als men de buitenste portiek was doorgegaan, kwam
men aan eene tweede portiek van vier kolommen, die den toegang tot het
gebouw zelf vormde en eenige treden boven den grond verheven was. Het
geheele achthoekige gebouw was verder omgeven door eene omloopende
portiek van vier-en-twintig kolommen, deels van oostersch graniet,
deels van marmer, en allen bekroond met standbeelden, die tegenwoordig
verdwenen zijn. De portiek voor den tempel is eveneens verdwenen
en vervangen door stevig metselwerk, waarop de campanile rust, en
waarbij een aantal antieke zuilen als bouwmateriaal gebezigd zijn.

De omgang om den tempel bestaat nog, met de portiek, die hier en
daar is toegemetseld, en alleen aan de zijde achter het hoogaltaar is
vernield. Alleen aan den rechterkant is de doorgang nog vrij; tusschen
de portiek en den eigenlijken tempel, in de muren en tusschen de
kolommen, ziet men eene menigte antieke graven, grafzerken en tomben
van historische personen. Boven den ingang van den tempel bevond
zich weleer de sarkophaag van de Prinsessen Margaretha en Catharina,
dochters van Bela IV, Koning van Hongarije, ten jare 1241 overleden
in de vesting Clissa, waar haar vader de wijk had moeten nemen voor
de Tartaren. Haar stoffelijk overschot werd naar Spalato gebracht,
en overeenkomstig een gebruik dier tijden, in een sarkophaag boven
de poort van den Dom geplaatst. In de maand Mei van het jaar 1818
is dit monument verdwenen, men weet niet recht hoe; de ledige plaats
getuigt nog van den gepleegden roof.

Het inwendige van den tempel maakt een grootschen indruk. De
christelijke eeredienst heeft in geen enkel opzicht aan de majesteit
van den antieken tempel afbreuk gedaan. Het gebouw, dat uitwendig de
gedaante van een achthoek heeft, is van binnen cirkelvormig; wij staan
in eene ledige ruimte, van dertien el in doorsnede en een-en-twintig
el hoogte, gedekt door een koepel. Acht zuilen van korinthische orde,
uit een enkel blok oostersch graniet gehouwen, en zeven el hoog, dragen
een bij uitstek rijk bewerkt entablement van kolossale afmetingen,
dat in zijne overmatige versiering duidelijke sporen toont van het
verval der kunst. Op dit entablement rust eene galerij, mede met acht
kleinere zuilen versierd, waarvan vier uit porfier en vier uit graniet,
die eene kroonlijst dragen, waarop het gemetselde gewelf rust.

Het geheel is grootsch en eenvoudig; het eenige gedeelte dat,
behalve het entablement, van te groote overlading getuigt, is eene
fries op de bovengalerij, die om het geheele gebouw loopt en in
eene reeks medaillons eene menigte bas-reliefs bevat, jachten,
wedstrijden, herten, leeuwen, spelende amors, busten van Diana
enz. voorstellende. De tempel is duister, hoewel men er, toen hij
voor de christelijke eeredienst werd ingericht, eenige nieuwe
vensteropeningen in gemaakt heeft; maar oorspronkelijk ontving
hij al zijn licht door een soort van venster, boven den ingang
geplaatst. Intusschen verhoogt dit halfdonker zeer het effect.

Onder den tempel bevindt zich een onderaardsche krypt, die de
geheele ruimte inneemt en zeer goed bewaard is gebleven; het is niet
gemakkelijk uit te maken, waarvoor zij eigenlijk bestemd was.

Bij de inrichting van den tempel voor de katholieke eeredienst, heeft
men ook boven in den koepel eene opening aangebracht. Voor de plaatsing
van het hoogaltaar, heeft men gebruik gemaakt van de cella tegenover
den ingang, waarin het beeld van den god moet gestaan hebben; verder
is een deel van den zijmuur weggebroken en een zijgebouwtje van den
tempel tot kapel ingericht. De preekstoel, een heerlijk kunstwerk uit
de veertiende eeuw, staat links van den ingang, en in elk der nissen
tusschen de pilaren ziet men een altaar. De vloer van den tempel is
onveranderd gebleven, slechts is het achterste gedeelte een paar treden
verhoogd; de ruimte rechts en links van het hoogaltaar wordt door het
koor ingenomen; in de hoeken verheffen zich fraaie gothische monumenten
van gesneden hout, die de beide altaren moeten beschermen, in de
twee nissen van den ronden muur geplaatst. De houten balkons boven
de entablementen op de beide verdiepingen zijn veel later aangebracht.

De tijd heeft het marmer donker gekleurd en de glans van het porfier
gedoofd; een enkel venster laat een breeden straal van licht door,
die sommige gedeelten van het inwendige in helderen glans hult, maar
het verdere in half doorschijnende schemering laat, welke nauwelijks
het fijne beeldhouwwerk doet herkennen. De zware entablementen werpen
breede en diepe schaduwen af, waartegen hier en daar de omtrekken der
vergulde engelen op de baldakyns uitkomen; in de nissen en kapellen
flikkeren de lampen voor het beeld der Madonna; versierde caissons,
groote crucifixen, verguld snijwerk en reliefs van hout, zilveren
lampen, door den tijd geel gekleurd, edele steenen in de altaren,
schitteren hier en daar als lichtende stippen in het geheimzinnig
halfdonker. De kerk schijnt ledig; eene enkele oude vrouw ligt in
de schaduw nedergeknield en murmelt met eentonige klagende stem
hare gebeden.

Driemaal hebben wij daar lange uren gesleten, in de nis rechts
van den ingang zittende en schetsen makende; het was zeer donker;
niettegenstaande het op den vollen middag was, moest de koster twee
kaarsen ontsteken, om daarbij te kunnen teekenen. Duizenden insekten,
vleermuizen, nachtvogels zelfs, daalden van het donkere gewelf en
snorden en zwermden om onze ooren en verzengden hun vlerken aan de vlam
der kaarsen; de koude vochtigheid drong tot op het gebeente door. De
sombere indruk werd nog verhoogd door een klagend geluid, een half
gesmoorden zucht, een doffen snik, nu en dan uit de schemering tot
ons komende: daar lag eene vrouw of een grijsaard ter aarde gebogen
en stortte hier het hart uit voor Hem, wiens oog door de duisternissen
henen dringt en wiens oor de stem der klagenden hoort, van waar zij ook
moge opgaan. Dan gevoelden wij toch ook, dat het hier heilige grond is.

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.