A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


'Da Vinci Code' publisher one of two execs leaving Random House
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

Fans and booksellers eager for new magic from Potter author J.K. Rowling
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

Rubin, Irwyn Applebaum Out in RH Reorg
NEW YORK - The man who helped give the world 'The Da Vinci Code' and a leading publisher of Danielle Steel and other brand-name authors are leaving Random House. The departing executives are Stephen Rubin, who as head of the Doubleday Publishing Group

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



--Hebben de kleurlingen niet de meerderheid van stemmen in den geheelen
staat--negentig-duizend tegen zes-en-zeventigduizend?

--Volgens de tegenwoordige kiezerslijsten, ja; maar die
lijsten zijn blijkbaar valsch. Hoe zou het mogelijk zijn, dat
de kleurlingen meer stemmen hebben dan wij? In aantal staan wij
bijna gelijk--driehonderd-twee-en-zestig-duizend blanken tegenover
driehouderd-vier-en-zestig-duizend zwarten. Die getallen zijn niet
van ons afkomstig: de volkstelling had plaats onder het bestuur
van Warmoth. Wij weten stellig dat ook hier sommige opgaven onjuist
zijn--en onjuist in het belang der kleurlingen. Maar laten wij de
cijfers aannemen, zooals zij daar staan. Hoe kan een verschil van
tweeduizend in de bevolkingsstaten samengaan met een verschil van
veertienduizend in de kiezerslijsten?

--Inderdaad, dat is niet makkelijk te verklaren.

--Behalve door bedrog, door openbaar en schaamteloos bedrog. Het is
een feit, dat de negers, onder verschillende namen en in verschillende
kerspelen, zijn ingeschreven. Doode negers blijven op de lijsten staan;
minderjarige negers zijn als kiezers ingeschreven. Vrouwen zijn als
mannen opgegeven. Overal waar ge zwarte beambten hebt, ondersteund
door eene zwarte policie, kunt ge zeker zijn van valschheid en bedrog.

--Is het waar, generaal, dat de conservatieven in beginsel gekant
zijn tegen het toekennen van staatkundige rechten aan negers?

--Daaromtrent loopen de gevoelens uiteen. Velen onzer zijn van meening
dat het een grove fout was, aan de kleurlingen het stemrecht te
geven; maar de regeering der Vereenigde-Staten, die hun de vrijheid
gaf, oordeelde het ook nuttig, hun het stemrecht te verleenen. Wij
onderwerpen ons aan de feiten. Er zijn menschen, die den neger zoowel
zijne persoonlijke vrijheid als zijn staatkundigen invloed zouden
willen ontnemen; maar de meerderheid der burgers heeft elk denkbeeld
van een terugkeer tot den vorigen staat van zaken laten varen. De
conservatieven zouden wenschen dat het stemrecht bij de wet bepaald
en geregeld werd. In alle vrije landen zijn sommige kathegorien
van personen, zooals armen, idioten, gevangenen, van het stemrecht
uitgesloten. In sommige landen worden zij die lezen noch schrijven
kunnen, niet als kiezers erkend. Behoudens dergelijke beperkingen,
zouden de conservatieven van Louisiana niet ongezind zijn, aan de
negers staatkundige rechten toe te kennen.

--Gij zoudt dus niet bang zijn voor goed onderwezen kiezers?

--In het geheel niet: wel opgevoede en onderwezen lieden
zullen zich nooit laten leiden door scalawags. Zelfs nu doet de
invloed der opvoeding zich gelden. Als al de negers eendrachtig
samenstemden--negentigduizend tegenover zes-en-zeventigduizend--dan
zouden zij Pinch tot gouverneur kunnen verkiezen, en van eene
sterke meerderheid in de Kamers verzekerd zijn. Maar wij hebben wel
opgevoede negers in Louisiana, zooals Tom Chester: en geletterde
Afrikanen zijn het in de politiek al even weinig met elkander eens
als geletterde Angelsaksers. Zoodra een neger een weinig lezen kan,
werpt hij zich op als leider; hij volgt niemand, en allerminst iemand
van zijn eigen kleur. Zoodra hij een stuk grond en een hut bezit,
wordt de neger ook conservatief en stemt tegen de scalawags. In elke
parochie van Louisiana bestaat een conservatieve negerclub; en in spijt
van Kelloggs belofte, dat iedere neger, die voor Grant zou stemmen,
veertig bunders land en een goed muildier zou ontvangen, hebben, bij
de jongste verkiezingen, duizenden negers met ons gestemd. Zoodra de
bondstroepen zich terugtrekken, zullen tienduizenden hetzelfde doen."

Wij nemen nu afscheid van generaal Mac-Enery, en begeven ons naar
de conservatieve Kamer, in de straat Saint-Louis, waar wij door
den voorzitter Wiltz zeer vriendelijk ontvangen worden. Als wij de
vergadering binnentreden, is kapitein Kidd aan het woord, een man als
soldaat en als rechtsgeleerde evenzeer bekend en bekwaam. Hij stelt
voor, dat al de conservatieve leden zich gezamenlijk naar het Kapitool
zullen begeven, en vorderen dat hun gelegenheid worde gegeven, zitting
te nemen. Zes-en-zestig leden zijn tegenwoordig: drie-en-vijftig
wier geloofsbrieven in orde zijn bevonden, en dertien anderen, wier
verkiezing ten onrechte door het bureau van Kellogg is vernietigd.

"Gij beweert, niet waar, de wettige Kamer te zijn? vroeg ik den
voorzitter.

--Neen, antwoordt Wiltz, op stelligen toon. Wij beweeren alleen dat
wij de bij de wet vereischte meerderheid bezitten. Maar wij geven
onszelven den naam van bijeenkomst, en niet van vergadering, want zelfs
in woorden willen wij strikt binnen de palen der wettigheid blijven."

Terwijl Kidd de conservatieven aanspoort om eene meer besliste houding
aan te nemen, wordt er een telegram naar Washington gezonden, om het
advies in te winnen van den senator Thurman. Thurman is een van de
hoofden der demokratische partij, die in het Congres zitting heeft
voor Ohio, en die bij de conservatieven van het Zuiden in hoog aanzien
staat. "Hebt geduld!" is het wijze antwoord.

"Onze politiek is geduld, zegt de voorzitter; wij moeten ons bepalen
tot afwachten. De tijd zal ons recht doen wedervaren. Het kunstje
met de veertig bunders en den muilezel kan niet voor de tweede
maal vertoond worden. Dergelijke middelen duren maar voor een
tijd. Wij kunnen wachten. Gewisselijk lijden wij door dit uitstel;
maar door geweld zouden wij nog meer lijden. De heeren op deze
banken zijn of zelven eigenaars, of vertegenwoordigen de eigenaars,
van bijna alle magazijnen, schepen, pakhuizen, banken en hotels van
Nieuw-Orleans. Meent gij dat zij eenig belang hebben bij wanorde en
straatrumoer? Als er een glasruit wordt stuk geslagen, moeten wij de
kosten betalen. De scalawags hebben niets te verliezen dan hunne huid,
en zij dragen wel zorg, die niet bloot te stellen. Wat geven Kellogg
en Packard, Antoine en Pinchback er om, of de nationale rijkdom toe-
dan wel afneemt? Voor ons hangt alles af van de handhaving van vrede
en orde. Onze broeders in de steden van het Noorden begrijpen dit
nog niet, maar de loop der gebeurtenissen zal hun wel spoedig de
oogen openen."

Generaal Warmoth, die nog altijd beweert de eenige wettige gouverneur
van Nieuw-Orleans te zijn, en aan wien wij vervolgens een bezoek
gaan brengen, is een type van die talrijke klasse van burgers, die
zich noch om blanken, noch om zwarten bekommeren, zoolang zij hun
handel kunnen drijven en hun winkel niet stil staat. Deze lieden
wenschen in vrede te leven, hun dagelijksch brood te verdienen,
en hunne woning ongestoord te bezitten. Zij bemoeien zich niet met
theorien over rassen: in hun oog zijn allen, die iets bij hen wenschen
te koopen, broeders. De dollar van een neger heeft voor hen juist
dezelfde waarde als de dollar van een blanke, in ruil voor een paar
schoenen of whisky. Wat heeft een koopman te maken met dat gehaspel
over gelijkheid van rechten? Als zij hun huur en belasting kunnen
betalen, zijn zij tevreden, en laten al die lastige twistvragen over
voor rechtsgeleerden en afgevaardigden.

Zelfs onder de negers telt Warmoth een zeker aantal aanhangers. Hij
heeft hen nooit bedrogen, en verkreeg hunne stemmen zouder eene
toezegging van veertig bunders en een goeden muilezel. Aan hem danken
de negers de inrichting der stedelijke policie, waarin velen hunner
de eenige waarborg zien voor hunne persoonlijke vrijheid. Naar gelang
de ster van Kellogg verbleekt, keeren de negers hunne blikken naar
Warmoth, als naar een verstandig, gematigd man, die eene gevaarlijke
botsing met de blanken zal weten te voorkomen.

Een man van veel aanleg en beschaving, een krijgsman ook, met een
bleek gelaat en diepliggende doordringende oogen, maakt Warmoth,
in zijn voorkomen en manieren, eenigermate den indruk van een
romanheld; men zegt, dat de dames van het Zuiden zijne schoonheid
zeer bewonderen. Hij is uitermate beleefd en heeft zelfs iets
gedistingeerds. Terwijl de carpet-baggers over het algemeen in
geen fatsoenlijk gezelschap ontvangen worden, stelt Warmoth hoogen
prijs op sociale onderscheiding, en wordt hij ook somwijlen bij de
voornaamste familien van Nieuw-Orleans genoodigd. Deze onderscheiding
is voor hem een voorrecht en eene beproeving tevens. Hij is daardoor
in vriendschappelijke aanraking gekomen met zulke onverdachte en
onverzettelijke conservatieven als Mac-Enery en Penn. Wiltz heeft
hem bij zich ontvangen; Ogden heeft hem in den kerker een bezoek
gebracht. Door zijne innemende manieren en zijne gematigde denkwijze
heeft de Yankee Warmoth de aristokratie van Nieuw-Orleans bijkans
weten te verzoenen met zijne tegenwoordigheid in haar stad.

Maar door het verwerven van deze voorrechten, waarin zij niet deelen
kunnen, heeft hij natuurlijk den naijver en de woede van zijne vroegere
makkers, de scalawags, opgewekt. Toen Warmoth te Nieuw-Orleans kwam,
met eene reputatie van dapper soldaat en geslepen politikus, werd hij
door de trouw gebleven burgers gekozen tot president van het "Groote
leger der republiek" in Louisiana. Dit Groote leger der republiek is
eene vereeniging van liberale patriotten, die tijdens den burgeroorlog
de wapens hebben gedragen: het leger is thans wel ontbonden, maar
de voormalige wapenbroeders gevoelen zich nog onderling vereenigd
door de herinnering aan de te zamen doorleefde gevaren en gewonnen
lauweren. In elken staat der Unie vindt men zulk eene vereeniging,
die, vooral in het Zuiden, de bijzondere bescherming der regeering
geniet. De president van zulk een genootschap bekleedt een belangrijken
post en kan zeer grooten invloed uitoefenen: en generaal Warmoth wist
daarvan zoo goed gebruik te maken, dat hij, na de uitvaardiging der
Reconstruction Act, tot gouverneur van Louisiana werd verkozen.

Het oordeel over zijn bestuur verschilt naarmate van de politieke
partij, waartoe de beoordeelaar behoort. Zijne vrienden beweeren
dat hij de orde handhaafde en den handel aanmoedigde; terwijl zijne
tegenstanders, naar amerikaansche wijze, hem een schurk, een dief,
een lafaard en een moordenaar noemen. Conservatieven, die geen reden
hebben om genegenheid voor hem te gevoelen, geven toe dat hij, in
eene moeilijke betrekking, waarin eene zware verantwoordelijkheid op
hem drukte en hij aan groote verzoekingen blootstond, getoond heeft,
een man van niet alledaagsche bekwaamheid en betrekkelijk lofwaardige
eerlijkheid te zijn.

Billijke vijanden laten hem dit recht wedervaren; maar niet zoo
zijne vroegere vrienden, dweepzieke republikeinen of afvallige
conservatieven. De fanatieke republikeinen geven hem de schuld van
den val hunner partij in Nieuw-Orleans, die door zijn overgang in
twee kampen werd verdeeld en machteloos gemaakt. Nog scherper is
het oordeel der afvallige conservatieven, die hem in hunne dagbladen
op de grofste wijze aanvallen, niet wegens verschil van beginselen,
maar naar aanleiding van allerlei ellendige kwesties, samenhangende
met den grooten strijd der rassen.

Zal het, bij voorbeeld, den negers vergund zijn, in de openbare
rijtuigen plaats te nemen? De dames antwoorden, neen. De eigenaars
der rijtuigen, die met hun klanten gaarne op een goeden voet
blijven, antwoorden ook, neen. De carpet-baggers, die afhankelijk
zijn van de stemmen der negers, antwoorden, ja; zij beweeren dat
de maatschappelijke gelijkstelling van blanken en zwarten een
noodzakelijk gevolg is van de politieke gelijkheid van rechten. De
kwestie maakt de hoofden warm en wint de gemoederen op, niet minder
dan de telegrammen van Sheridan of de handelingen van Grant. Ieder doet
een middel ter oplossing aan de hand, en spreekt zijn meening uit over
een schikking. Generaal Warmoth stelt voor, dat van de Kanaalstraat
bijzondere omnibussen zullen rijden, met een ster geteekend, waarin
negers zullen plaats nemen, en diegenen onder de blanken, die geen
bedenking hebben tegen hun gezelschap. Hij deelt dit denkbeeld mede
aan zijn ouden vriend, den senator Jewell, met verzoek een artikel
in dien geest op te nemen in het door hem uitgegeven dagblad: The
Commercial Bulletin. Jewell weigert de opneming. "Dan zal ik het
elders beproeven," zegt Warmoth. "Zoo ge dat artikel laat drukken,
roept Jewell, dan zijt ge een verloren man."

Warmoth laat toch het artikel drukken; en zijn verzoenend voorstel
wordt, als eene billijke oplossing van het lastige geschil, aangenomen
door de twee conservatieve leiders: Mac-Enery en Wiltz. Den volgenden
morgen verschijnt er in Jewell's krant een hoofdartikel, waarin Warmoth
wordt uitgemaakt voor "Lazarus, door Satan uit de dooden opgewekt;"
voor "een vermetel, slecht mensch, uitvinder en voorstander van alle
misbruiken;" voor een "stamgenoot van de ratelslang;" voor een man
"van infame reputatie."--Warmoth verdedigt zich hierop, door Jewell
te beschuldigen van "leugen, schaamtelooze leugen." Hij voegt daarbij
dat Jewell's kwaadaardigheid voortspruit uit zijne weigering om den
senator te begunstigen met het openbaar maken der officieele berichten
van het gouvernement!

Daarop zendt Jewell iemand naar het huis van Warmoth, in de straat
Saint-Louis, om te vernemen of hij duelleeren wil. Warmoth antwoordt
dat hij niet kan duelleeren met iemand als Jewell. Zoodra de senator
dit bescheid verneemt, zendt hij aan Warmoth eene uitdaging, die tot
zijne groote verbazing wordt aangenomen.

Wat nu volgt werpt een eigenaardig licht op de amerikaansche
toestanden. Daniel C. Byerley, gewezen luitenant in het leger
der geconfedereerden en mededeelgenoot van Jewell's drukkerij,
trekt zich persoonlijk de zaak met Warmoth aan. Hoewel hij zijn
linkerarm heeft verloren, is hij een man van groote lichaamskracht
en vaardigheid. Hij loert op Warmoth en volgt hem in de Kanaalstraat,
waar hij hem onverwachts aanvalt en met een stok twee hevige slagen op
het hoofd toebrengt. Half bedwelmd, wankelt Warmoth eenige schreden
terug; Byerley werpt zich op hem: zij grijpen elkander aan en vallen
op den grond. Vechtende en worstelende rollen de beide mannen over het
voetpad: Byerley houdt niet op met Warmoth op het hoofd te slaan; maar
Warmoth, die zijn mes heeft kunnen trekken, steekt dat zijn vijand
in de zijde. Eindelijk worden de vechtenden door de toeschietende
menigte gescheiden. Byerley, zijn rotting zwaaiende, gaat heen,
leunende op den arm van twee vrienden, die hem naar een naburig
hospitaal brengen. Warmoth geeft zijn mes over aan een hoofdman der
stedelijke policie, en laat zich als gevangene medevoeren.

Eenige uren later was Byerley overleden. Daar hij gevallen was
in den strijd tegen een indringer, werd Byerley als de held van
Nieuw-Orleans gevierd: een lange sleep van rijtuigen volgde zijn lijk
naar het graf. De gouverneur Mac-Enery was een der slippedragers,
en meer dan tweeduizend burgers gingen in optocht achter den
lijkwagen. Echter lijdt Warmoth's reputatie er in het minste niet
onder, dat hij een manslag heeft begaan. Zijn gevangenis is een salon;
de aanzienlijkste personen laten zich inschrijven op het daarvoor
bestemde register. Mac-Enery bezoekt hem in den kerker. Ogden en
Penn zijn niet minder beleefd, en de president Wiltz brengt hem een
officieel bezoek. Op een enkelen dag ontvangt hij niet minder dan
vijfhonderd burgers. Nooit is Warmoth zoo populair geweest. Niemand
rekent hem de schuld van het vergoten bloed toe; en toen de zaak voor
den rechter werd gebracht, volgde onmiddellijk vrijspraak.

"Ik dacht dat Byerley ten volle gewapend was, zegt Warmoth, om het
gebruik van zijn mes te rechtvaardigen; en ik trof hem niet dan
in zelfverdediging. Hij overviel mij bij verrassing, en sloeg mij
tweemaal eer ik hem zag. Zijn rotting was een degenstok: een wapen,
zoo gevaarlijk als een degen en vrij wat erger dan een mes."

Deze moord op de openbare straat heeft den toestand nog meer
gespannen en verward gemaakt; want, hoe men ook moge denken over
straatgevechten, toch zal geen verstandig man de hoogste waardigheid
in den staat gaarne willen toevertrouwen aan iemand, wiens handen met
bloed bevlekt zijn. In schier elk ander land zou een man, die zulk
eene daad had bedreven, nimmer meer in het openbare leven kunnen
optreden; en voor het oogenblik is Warmoth, zelfs in Louisiana,
dan ook onmogelijk geworden. Maar hoe lang zal dit interdict duren?


XXI.

Carpet-baggers.--De rotonde.

De partikuliere secretaris van William P. Kellogg brengt in ons hotel
de boodschap, dat indien ik wenschen mocht een bezoek te brengen aan
de wetgevende en aan de uitvoerende macht, de voorzitter Hahn en de
gouverneur Kellogg mij met zeer veel genoegen op het Kapitool zullen
ontvangen. In gezelschap van onzen consul, begeef ik mij dus op weg
langs de Koningsstraat, daar de ingang in de straat Saint-Louis nog
steeds gesloten is.

Na eenige woordenwisseling met zwarte soldaten en policie-agenten,
wordt ons de deur geopend. Onwillekeurig treden wij terug, half
verstikt door een afschuwelijken stank, een verpesten atmosfeer
van slechte sigaren en gemeene spiritualien. De ruime zaal is bijna
donker; in een der hoeken brandt een gasvlam. De deuren en vensters
zijn met planken betimmerd; de vloer is bezaaid met kurken, gebroken
glazen, broodkorsten en afgeknaagde beenderen. De zaal is opgevuld
met leegloopers en ambtenaren, voor verreweg het meerendeel negers,
allen rookende, babbelende, joelende, doelloos heen en weer loopende
en dringende. Hier schreeuwt een katoenplukker, dat hij naar boven
wil, om de Kamer aan het werk te zien. Daar tracht een carpet-bagger
een zwarten kiezer aan het verstand te brengen, waarom de negers nog
niet de door Kellogg toegezegde veertig bunders en een goeden muilezel
ontvangen hebben. De trap opgaande, loop ik bijna een kerel tegen het
lijf, die al stotterende uitroept: "Dat's hetzelfde! de kleurlingen
hebben nu ook hun rechten!"

Na vrij lange onderhandelingen met de zwarte policie, die ons als
blanken natuurlijk voor spionnen of verraders aanziet, komen wij
aan de zaal der Tweede Kamer: een langwerpig, smerig vertrek met een
houten vloer. Overal staan spuwbakken, en sommige neger-afgevaardigden
zitten op hun gemak te rooken en heen en weer te wiegelen op hun
zetels. Er heerscht een bedompte, bedorven lucht. Elk lid heeft een
fauteuil, waarop zijn naam met groote letters geschilderd is; maar
het schijnt hun niet mogelijk stil te zitten. Zij drentelen rond,
staan telkens op, babbelen onder elkander. Vijf of zes leden voeren
te gelijker tijd het woord, en betichten elkander luide van leugen
en bedrog. "Stilte daar!"--"Mijnheer de Voorzitter!"--"Ga zitten,
leelijke neger, en zwijg!" Het is een leven, als op een boerenkermis.

Michael Hahn, die deze vergadering presideert, doet ons nevens zijn
zetel plaats nemen, on tracht ons eenige opheldering te geven omtrent
hetgeen wij zien.

"Het verwondert u, dat het geoorloofd is, in de vergadering te
rooken? Ja, gij moet weten dat het eigenlijk niet geoorloofd, dat het
zelfs verboden is; maar hoe zal ik dat verbod handhaven? Pruimen is
niet verboden; en toch is pruimen een nog walgelijker gebruik dan
rooken. Reglementen baten niets. Negers willen en zullen pruimen
en rooken.

--Waarom laat gij hen dan niet rooken in andere kamers?

--Dat is gemakkelijk gezegd. Maar laat ik u mogen zeggen, mijnheer,
dat het niet gemakkelijk te doen, dat het volstrekt onmogelijk is.

--Waarom?

--Omdat ik geen enkel lid kan missen. Zooals gij ziet, hebben wij
juist het vereischte getal. Zoodra een enkel lid zijne plaats verlaat,
kunnen wij niet voortgaan."

Een neger, Demas genaamd, lid voor Sint-Jansparochie, staat op en
interpelleert de Kamer met een daverende stentorstem. Daar is eene
zekere welsprekendheid in hetgeen hij zegt. "Ja, zegt de president
Hahn, daar steekt iets in deze kerels. Bijna allen zijn zij geboren
slaven. Een dozijn jaren geleden, zou het nauwelijks een hunner hebben
durven wagen, in tegenwoordigheid van een blanke zijn mond te openen."

De president beweert niet te weten, hoe veel leden van zijn parlement
zwart, en hoevelen blank zijn. "Wij letten niet op de kleur," zegt
hij. Maar terwijl Massa Demas met heftige gebaren staat te oreeren,
tellen wij de hoofden, en bevinden dat er vier-en-twintig blanken
zijn tegen acht-en-twintig zwarten. Vier-en-twintig en acht-en-twintig
maakt te zamen twee-en-vijftig: dat is dus vier leden minder dan het
vereischte getal! Toch heeft de voorzitter ons zoo even verzekerd
dat de Kamer voltallig is. Wij tellen nog eens over, en komen tot
dezelfde uitkomst.

"Houdt gij deze vergadering voor eene wettige Kamer, mijnheer de
Voorzitter?

--Ja, gewis is zij eene wettige Kamer, de Tweede Kamer van Louisiana.

--Maar er zijn niet meer dan twee-en-vijftig leden tegenwoordig.

--Zes-en-vijftig hebben bij het appel nominaal geantwoord."

O, Michael Hahn!

Wij gaan naar de Eerste Kamer, waar wij den voorzittersstoel zien
ingenomen door een rijzigen, bleeken neger met een klein hoofd en
verflenste trekken. Er zijn dertien blanke en vijftien zwarte senatoren
tegenwoordig, die bezig zijn te overleggen of het niet wenschelijk zou
zijn, den heeren senatoren te Washington eens een lesje te geven, door
op nieuw Pinchback af te vaardigen als senator voor Louisiana. Deze
vuilgrauwe, verloopen neger is niemand anders dan Cesar C. Antoine,
luitenant-gouverneur van den staat, en als zoodanig president van
den Senaat. Er zijn geen conservatieve leden tegenwoordig.

Cesar C. Antoine is een volbloed Afrikaan, hoewel hij minder zwart is
dan de meesten zijner broederen aan de boorden van den Niger of den
Senegal. Klein van gestalte en van zwakken lichaamsbouw, schijnt al
zijn kracht te liggen in eene soort van vrouwelijke sluwheid. Antoine
was sjouwer bij het Tolkantoor. Voor hij zich in de politiek begaf,
kon hij met moeite zijn brood verdienen; maar aangezien hij een
gouvernementspost bekleedde, vond hij zich den weg gebaand tot het
publieke leven. Zijne verheffing ging wonderlijk snel: bijna zonder
overgang verwisselde hij het zitbankje der pakkedragers met den zetel
van luitenant-gouverneur. Vroeger de knecht der klerken van de douane,
is hij tegenwoordig de meester der senatoren. Sedert de Khalief zijn
sloffendrager tot pasja verhief, is het niet gezien dat een man van
zijn stand tot zoo hooge betrekking geroepen werd. Wel mag hij de
fortuin zegenen, want zonder haar zou hij het door eigen verdienste
nooit verder dan zijn eigenlijk beroep hebben gebracht.

Deze zwarte Caesar in Nieuw-Orleans is wel zoo goed mij te doen
gevoelen, dat hij het eens is met den blanken Caesar in Washington. Op
zijn pruim tabak kauwende en het vuile vocht in een grooten bak
spuwende, verzekert hij ons, "dat hij nooit zoo iets beleefd heeft
als die zaak van Wiltz"; en ook "dat de kleurlingen in Louisiana er
niets tegen hebben, dat generaal Grant voor de derde, of als hij zulks
verkiest, zelfs voor de zesde maal herkozen wordt." Twee Caesars in
hetzelfde schuitje!

Terwijl wij met Antoine naar het kabinet van Kellogg gaan, komen wij
Pinch tegen. Deze neger is boven de wolken, want de zwarte senatoren
hebben hem zoo even nogmaals tot senator voor Louisiana benoemd,
en Antoine heeft zijne geloofsbrieven medegebracht, die door den
gouverneur geteekend en gezegeld moeten worden. Uitgedost met een
reusachtig papieren halsboord, zijn kroeze hairen glimmende van
pomade, onophoudelijk glimlachende en gezichten trekkende, staat
Pinch voortdurend te buigen en te knikken. Hij is zoo bespottelijk
en zoo jammerlijk, dat ge geneigd zoudt zijn, hem een fooitje in de
hand te stoppen. Kellogg sehijnt den kerel te verachten, maar hij kan
zijne onderteekening en zijn zegel niet weigeren. Wie zal zeggen,
wat er inmiddels in zijn ziel omgaat? Pinch verliest hem niet uit
het oog, kauwt zenuwachtig op zijn pruim, en spuwt onophoudelijk
tegen de wanden en op het vloerkleed. Het is in waarheid een hoog
komisch tooneel. Zoodra de papieren geteekend en gezegeld zijn, pakt
Pinch ze bijeen, steekt een versche pruim in zijn mond, en gaat met
Antoine gearmd de kamer uit, om zich daarbuiten door zijn kameraden
te laten bewonderen.

"Het is een klucht, zegt de gouverneur Kellogg.--Pinchback is
nu evenmin senator als vroeger. Hij wordt beet genomen, maar die
kleurlingen zijn kinderen, die men zoet moet houden. Zoodra hij te
Washington komt, zullen zij wel uit hun droom ontwaken."

Kellogg is hoffelijk, ernstig en blijkbaar zichzelven meester. Naar
het algemeene zeggen, leeft hij letterlijk van leugens. Een vriend,
dien ik in de Kanaalstraat ontmoette, zeide tot mij: "Gij gaat
naar Kellogg? Laat mij u mogen zeggen, dat de man, dien gij gaat
bezoeken, een wonder is. Hij is voor niets bevreesd. Al de federale
soldaten in Nieuw-Orleans zouden hem niet kunnen dwingen, de waarheid
te zeggen."--De gouverneur heeft iets beminnelijks en innemends,
dat zijne vijanden geveinsdheid en bedrog noemen; maar hij ziet
iemand vrij in het gelaat, en de toon zijner stem is openhartig en
ernstig. Hij maakt op mij eer den indruk van een onrustigen dweeper,
diep doordrongen van de waarheid zijner meening, en volkomen bereid om
alles, en ook zijn eigen persoon, ten offer te brengen voor wat hij de
"goede zaak" acht. Na het vertrek van Pinch, vraagt hij ons of wij
de Kamer hebben gezien: eene vraag, die ons gelegenheid geeft hem te
vragen, of hij de Tweede Kamer als eene wettige vergadering beschouwt?

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.