A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


'Da Vinci Code' publisher one of two execs leaving Random House
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

Fans and booksellers eager for new magic from Potter author J.K. Rowling
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

Rubin, Irwyn Applebaum Out in RH Reorg
NEW YORK - The man who helped give the world 'The Da Vinci Code' and a leading publisher of Danielle Steel and other brand-name authors are leaving Random House. The departing executives are Stephen Rubin, who as head of the Doubleday Publishing Group

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



"Neen, antwoordt hij met een glimlach; zoolang wij het vereischte
getal niet hebben, zijn wij geene wettige Kamer. Over dat vereischte
getal loopen de gevoelens uiteen: onze raadgevers zeggen ons dat
vier-en-vijftig leden voldoende zijn, maar de gewoonte eischt
zes-en-vijftig; en zoolang dit punt niet door de rechters is
uitgemaakt, onthouden wij ons van elke handeling.

--Hebt gij dan vier-en-vijftig leden?

--Neen, drie-en-vijftig. De voorzitter Hahn heeft aan drie kandidaten,
wier verkiezing door het kiesbureau niet was goedgekeurd, toch vergund,
zitting te nemen. Dat is verkeerd. Daar de vergadering niet voltallig
is, mag zij ook niet over zetels beschikken.

--En ook geen voorzitter verkiezen.

--Gij hebt gelijk. Deze handelingen zijn onwettig en zonder mijne
goedkeuring geschied. Michael Hahn is evenmin voorzitter der Kamer,
als ik President der Unie ben. Mijne Kamer is slechts een club,
en niets meer, maar Hahn voert graag een titel, en de zwarte
leden zijn er op gesteld als leden eener wetgevende vergadering
te worden aangesproken. Wij wachten op eene schikking. Als de
President standvastig blijft, zal de andere partij spoedig genoeg
tot onderhandelen komen. Ik zou wel drie leden kunnen vinden,
om de Kamer voltallig te maken, maar ik wil den verlangden prijs
niet betalen. Ik verlang eene eerlijke regeering, en het zou mij
zelfs genoegen doen, indien de conservatieven in de Tweede Kamer de
meerderheid hadden. Blanken zijn beter te voldoen dan zwarten.

--Waarom dan de Kamer laten vergaderen, beraadslagen en verslagen
openbaar maken, alsof zij de wettige vertegenwoordiging ware?

Ik kan er niets aan doen. Onze tegenstanders zijn rijk, en wij zijn
arm. De aanhangers van Mac-Enery, allen welgestelde lieden, kunnen
hun traktement missen; onze partijgenooten, allen behoeftige lieden,
moeten noodwendig betaald worden. Als wij geen voorwendsel kunnen
vinden om hun drie dollars per dag te geven, dan kunnen zij niet
in Nieuw-Orleans blijven. Binnen een week zouden er dertig van de
vijftig gevlogen zijn. Ik laat ze vergaderen, over onverschillige zaken
beraadslagen en hun salaris ontvangen; maar ik verbied hun, ernstige
zaken te behandelen, zoo lang wij niet zeker zijn van den afloop.

--Gelooft gij dat wanneer de President er toe kan besluiten om
Sheridan te ondersteunen, de nieuwe wetgevende macht inderdaad iets
zal kunnen uitrichten?

--Ik hoop er het beste van; maar mijne taak valt mij zeer zwaar. Ik
verlang hartelijk naar het oogenblik, waarop ik mij zal kunnen
terugtrekken.

--Wel, niemand belet u immers om onmiddellijk Nieuw-Orleans te
verlaten?

--Het besef van mijn plicht houdt mij terug. Ik ben een partijman. Vast
overtuigd, dat de beginselen van mijne partij de beste zijn voor elk
deel van Amerika, heb ik gedaan wat in mijn vermogen was, om ze ook
hier in het Zuiden in toepassing te brengen. Mijn werk is nog niet
voltooid; maar ik ben tien jaar ouder geworden. Ik heb wel verdiend
te mogen rusten, maar ik mag niet terugtreden, zoo lang er nog eenige
kans is om te voltooien wat ik hier in dezen staat heb aangevangen."

Hij spreekt op ernstigen, bijna weemoedigen toon.

"Wat is mijn leven in Nieuw-Orleans, dat ik zou verlangen hier te
blijven? Als een vreemde indringer beschouwd, als een avonturier
gescholden te worden, dat is nog het minste. Maar iedereen vermijdt en
schuwt mij, behalve de schooier, die om een postje solliciteert. Geene
dame richt ooit een woord tot mij. Geen fatsoenlijk man reikt mij
immer de hand. Het gemeen jouwt mij uit; het is een wonder, dat ik
nog niet vermoord ben, en ik zal blijde zijn als ik er het leven
afbreng. Ik hoop dat ik eens zal kunnen heengaan, maar niet voor ik
mijn werk heb volbracht."

Tooneel:--De Rotonde in het hotel Saint-Charles te Nieuw-Orleans:
een marmeren vloer; open galerijen, rustende op dunne
kolommen--Tijd:--Woensdag, 13 Januari 1875, ten acht uur
des avonds.--Personen:--Generaal Sheridan met zijn staf; de
luitenant-gouverneur Penn, senatoren, leden van het Congres,
vreemde consuls, scheepgezagvoerders, korrespondenten van
dagbladen, ordonnans-officieren, koeriers, telegraafbeambten,
en voorts eene groote menigte, waaronder twee engelsche
reizigers.--Temperatuur:--kookpunt van het kwik.

"Bereidt u voor op eene vechtpartij," zegt eene welbekende stem,
als wij uit de eetzaal in de Rotonde komen. De zaak is aan den gang
en moet nu tot eene beslissing komen. Treedt Grant terug, dan zal
het vrede zijn; zoo niet, oorlog. Let op! Voor gij naar bed gaat,
zal het uitgemaakt zijn."

De middenzaal of hal van ons hotel is een reusachtig vertrek--de
rotonde van een gebouw, dat in Italie den naam van paleis zou dragen:
zij dient tegelijk tot conversatiezaal, tot wandelplaats, tot divan,
tot societeit en tot beurs. Hier komen handelaars om te koopen en
te verkoopen; spelers om hunne schulden te vereffenen; duellisten
om getuigen te zoeken; hier komt iedereen vooral ook om nieuws te
vernemen en zijne kennissen te ontmoeten. Hier komen telegrammen aan
uit alle oorden der wereld. Hier gaan de dagbladen van hand tot hand,
en wordt ijverig over de politiek geredekaveld. Alle vreemdelingen
nemen hun intrek in dit hotel, en de burgers van Nieuw-Orleans, die
hen over zaken te spreken hebben, komen hen zoeken in deze hal, het
centraal-punt der stad, waar ge bijna van alles krijgen en iedereen
ontmoeten kunt.

Dezen avond vooral levert onze Rotonde een zeer eigenaardigen aanblik
op. Generaal Sheridan, in burgerkleeding, staat bij een pilaar, zijn
sigaar rookende en met zijn vrienden pratende. Is het bloot toeval
of voorbedachtelijk, dat hij met zijn rug tegen dien pilaar leunt,
zoodat hij van achteren tegen iederen aanval gedekt is? Rondom
hem beweegt zich eene onrustige, opgewonden menigte van burgers,
waaronder velen die beroemde historische namen dragen. Onder hen
bevinden zich ook de generaals Ogden, Tailor en Penn. Die kreupele,
die zich daar een weg door de menigte baant, is generaal Badger,
nauwelijks van zijne wonden hersteld. De heeren nevens Sheridan,
mede in burgerkleeding, zijn generaal Emory en kolonel Sheridan,
een jonger broeder van den opperbevelhebber.

Bandieten! Hoe de zuidelijke trots en de zuidelijke drift opvlammen
in het oog dier senatoren en generaals, als zij statig en ernstig de
zaal doorgaan, zoowel door beleefdheid als door bedachtzaam overleg
weerhouden van een aanval op den man, die hen roovers en vagebonden
durft noemen, en die alleen op een enkel woord wacht om hen aan de
galg te brengen! Met wat koude en verachtende hoogheid gaan deze
aristokratische heeren langs den pilaar, waartegen Sheridan leunt!

"Vreest gij niet voor ongelukken? vraag ik aan generaal Penn.

--Niet bepaald, antwoordt hij. Men heeft ons het vuur na aan de
scheenen gelegd, maar wij kunnen, zoo noodig, veel verdragen.

--Maar ik geloof dat velen van deze heeren gewapend zijn; en een of
andere opgewonden dweeper zou, door drift vervoerd, lichtelijk tot
eene algemeene uitbarsting aanleiding kunnen geven.

--Dat is zeker mogelijk; maar de Bond staat onder vaste leiding. Geen
enkel lid draagt een wapen, zelfs geen zakmes, bij zich. Wij zijn sterk
genoeg, om het zonder messen en pistolen af te doen. Komt het tot een
strijd, dan zullen wij ons gedragen als soldaten, en niet als negers of
Kickapoos. Maar het zal zoover niet komen--de President treedt terug."

Het geruisch der stemmen rijst en daalt onder den hoogen koepel,
als de eb en vloed der zee op het strand. Nu stijgt het zoo hoog,
dat het de militaire muziek daar buiten bijna geheel overstemt;
dan weer verdooft het geheel, en de stilte is zoo volkomen, dat
men het getik van de telegraafnaald duidelijk hoort. Eensklaps laat
zich een tromgeroffel hooren. Aller oogen keeren zich naar de klok,
als ware de wijzerplaat een aangezicht, waarop de geheimen van het
kabinet van den President te lezen staan. Aller ooren zijn gewend
naar den telegrafist, als school in zijn toestel een verborgen geest,
die de mysterien van het Kapitool ontsluieren kon. De berichten volgen
elkander onafgebroken op, zoodat de beambten nauwelijks tijd hebben,
ze te lezen: aldus vernemen wij, hier in de Rotonde, wat ten onzen
behoeve wordt gezegd en gedaan, niet alleen te Charleston en Richmond,
maar ook te New-York en te Saint-Louis, even spoedig als dit in de
Broadway bekend wordt. Wij staan in rechtstreeksche verbinding met
het Kapitool, zoodat wij kennis dragen van hetgeen daar voorvalt,
nog eer de bewoners van Washington dit vernemen.

Wij hooren dat de President zeer verlegen is en elk oogenblik van
besluit verandert. Gisteren was hij vast als een rots; heden morgen
is hij kneedbaar als deeg. Hartstochtelijk en koppig van aard, wil
hij zijn land regeeren op dezelfde wijze als hij zijn kamp regeerde,
en het verbaast en verbijstert hem dat zijn landgenooten van geen
militair bestuur gediend willen zijn.

De geweldige beweging, door de tijdingen uit Nieuw-Orleans in de steden
van het Noorden en Westen verwekt, was voor den President een geheel
onverwacht verschijnsel. Boston en New-York zijn onder de wapenen,
even als Chicago en Philadelphia, Saint-Louis en Cincinnati. Eene
algemeene blanke manifestatie antwoordt op de bedreiging van het
caesarisme. Welsprekende woorden worden alom gehoord; de republikeinen
vereenigen zich met de demokraten in de veroordeeling der politiek van
President Grant. De eerwaardige Bryant verheft zijne stem in New-York;
de liberale Adams spreekt uit naam van Massachusetts. Evarts leent zijn
naam aan een stuk, dat weinig minder is dan een formeele aanklacht
tegen den President en zijn kabinet. Kellogg en Packard, Antoine en
Pinchback zijn vergeten, en al de toorn en verontwaardiging treft den
hoofdschuldige in het Witte-Huis. Duizenden stemmen dringen er op aan
dat de President in staat van beschuldiging zal worden gesteld. Men
spoort aan tot afstand, men eischt dien als onvermijdelijk. Het gansche
land is in opschudding, de geheele blanke bevolking sluit zich samen
tot verdediging van het geschonden recht.

Gisteren scheen de President besloten, om zijn luitenant te
handhaven. De Senaat noodigde hem uit, verslag te geven van hetgeen
in Nieuw-Orleans voorviel, en mede te deelen, wat hij voornemens was
te doen; want de rapporten van Forster, Phelps en Potter, waarin de
onschuld der blanke bevolking van Nieuw-Orleans werd erkend en de
schuld der verwarring enkel aan de militaire partij werd geweten,
hadden een diepen indruk gemaakt. Wanneer zulke hartstochtelijke
partij-mannen als Forster en Phelps zelfs geen woord ten voordeele
van hunne politieke partijgenooten kunnen vinden, dan is de zaak wel
ontwijfelbaar verloren;--en toch scheen President Grant besloten,
op den ingeslagen weg voort te gaan, de verantwoordelijkheid voor
hetgeen geschieden zou op zich te nemen, en Sheridan de vrije hand te
laten. In dien zin zond hij een boodschap aan het Congres. Maar buiten
de bureaux van het departement van oorlog, waar zijn adjudanten
tieren en rooken, vond hij weinig personen, genegen om hem op
dien weg te volgen. Senatoren van zijn eigen partij en van erkende
ervaring en bekwaamheid, kwamen tot hem in zijn kabinet, om hem te
waarschuwen dat hij zijn partij te gronde richtte, indien al niet
zijn vaderland. Generaal Sherman aarzelt geen oogenblik zijne meening
uit te spreken, en die meening is niet gunstig voor den President. De
Vice-President der Unie, Wilson, komt openlijk in verzet, en sommige
invloedrijke dagbladen dringen er op aan, dat Grant het Witte-Huis
zal verlaten en het gezag in handen van Wilson overdragen. Nog meer:
Hamilton Fish verklaart, dat als de President Sheridan ondersteunt en
de handelingen van Durell en Packard goedkeurt, hij zijne betrekking
als staatssecretaris zal nederleggen. Dit werkt. Fish toch is
niet slechts de bekwaamste man in Grant's kabinet, maar ook een
der bekwaamste mannen van geheel Amerika. Bristow, secretaris van
financien, schaart zich aan de zijde van Fish. Zonder deze leden,
kan het kabinet van den President geen week stand houden; en zal de
val van het kabinet niet wellicht de voorbode zijn van nog erger val?

De gouverneurs der machtigste staten voeren ook eene alles behalve
geruststellende taal. "Een staat is verdwenen, zegt gouverneur Allen
tot het volk van Ohio; een der souvereine staten van de Unie bestaat
sedert gisteravond niet meer." Een souvereine staat! Waarom heeft
de partij van Grant dan eigenlijk den oorlog gemaakt, indien niet om
dit begrip van souvereiniteit der staten voor goed uit te roeien? En
hier komt een gouverneur van een der groote staten, in een der rijke
en dicht bevolkte steden van het Noorden, spreken van Louisiana als
van een "souverein" lid der Unie! Tilden, gouverneur van New-York,
voert nog dreigender taal. "Voor handelingen als deze, hebben onze
engelsche voorvaderen Karel I op het schavot gebracht, en Jacobus II
van den troon verdreven."

Blijkbaar is de politiek van den sabel aan een keerpunt gekomen:
deze avond zal moeten uitmaken of zij een stap vooruit zal doen,
dan wel vele stappen terugtreden. De uitkomst schijnt aan een zijden
draad te hangen! Terwijl de President het voor en tegen overweegt,
kan een enkel pistoolschot, door een dwaas afgevuurd, den burgeroorlog
doen ontbranden. Sheridan is op alles voorbereid; en de verwoester
der vallei van Shenandoah zou ongetwijfeld, zonder eenige aarzeling
ook Nieuw-Orleans aan moord en verderf prijs geven. Heeft er eenmaal
bloed gevloeid, dan zal de President de partij zijner officieren
kiezen; maar wie kan zeggen, welke staten zich dan aan de zijde van het
gouvernement zullen scharen? Sedert de jongste verkiezingen is de staat
van zaken veranderd. Eene beweging ten gunste der blanken is begonnen;
het zwaartepunt der politiek is verplaatst. In de nieuwe Kamer zullen
de demokraten over eene aanzienlijke meerderheid beschikken. Komt het
tot eene botsing, wie zal zeggen welke afmetingen en welke richting
de blanke reactie dan nemen zal? Is het waarschijnlijk dat zij,
die zeven weken geleden met het Zuiden stemden, nu de wapenen zullen
opnemen om datzelfde Zuiden onder den voet te halen?

Van de galerij der Rotonde zien eenige dames nieuwsgierig neder op
die golvende zee van donkere en gebaarde aangezichten, onophoudelijk
naar de klok opgeheven. Onder die dames bevindt zich ook de verloofde
van Sheridan, wier pleizierreisje haar hierheen heeft gevoerd. Arm
kind! Zij ziet die gefronste wenkbrauwen, die dreigende gebaren;
zij kan met zekerheid vermoeden dat al die mannen gewapend zijn. Zij
weet ook dat allen haar minnaar haten met een onverzoenlijken haat,
die zelfs niet door bloed kan worden uitgedelgd. Wie kan haar de
verzekering geven, dat de avond niet met een algemeen bloedbad zal
eindigen?

Een kreet gaat op van den lessenaar van den telegrafist.--Een
bericht--een bericht--van Washington!

"Lees! lees!" schreeuwen honderden stemmen. Een der klerken springt
op een bank, met het telegram in zijn hand; hij wuift er mede heen en
weder, en roept vroolijk juichend: "Heeren, de President treedt terug!"

Eerst wil men het niet gelooven; bleek en sidderend vraagt de een den
ander: "Treedt hij terug?" en het antwoord is: "Ja, hij treedt terug!"

Nu komt er ontspanning; een glimlach speelt om de lippen, de oogen
stralen van vreugde, en allen beginnen luidkeels te praten en elkander
de hand te drukken. Enkelen ijlen heen, om het heugelijk nieuws ook
elders bekend te maken. De groepen ontbinden en verstrooien zich;
sommigen wachten de nog steeds aankomende telegrammen af, om nadere
bijzonderheden te vernemen.

"Het stuk is uit, zegt een wel bekende stem; Durell verstooten,
Belknap verloochend, Sheridan alleen gelaten. De President wijst
alle verantwoordelijkheid van zich af. Sheridan wordt niet gesteund,
en zijn lastgevingon worden onwettig genoemd. Ja, inderdaad het
stuk is uit. Sheridan kan nu tijd vinden voor zijn pleizierreisje,
en dan kan hij huiswaarts keeren om bruiloft te vieren. Een derde
verkiezing? Die is dood en begraven, 't Is gedaan. Exit Caesar!"


XXII.
Georgie.--Zuid-Carolina.

Atlanta, de hoofdstad van Georgie, verrijst weder uit haar asch. Op
zijn beruchten tocht van Chattanooga, vermeesterde Sherman de jonge
schoone stad, ter nauwernood zeventien jaren oud, en verwoestte haar
zoo volkomen, dat haar rivier vurige lava scheen, en van al haar
vroegere heerlijkheid niets meer was overgebleven dan hier en daar een
enkele rozenstruik. Atlanta viel als slachtoffer van den gruwelijken
burgeroorlog: thans herrijst zij uit haar graf, even als Georgie zelf.

Op een heuvel gebouwd, omringd met een gordel van groenende esch- en
pijnboomen, verheft zij fier haar torens en koepels boven het weelderig
geboomte en overschouwt de omringende vlakte: wel maakt zij den indruk
van eene hoofdstad, tot welken rang zij, na haar vreeselijke ramp,
door een trotsch en dankbaar volk verheven werd. [12] De grond is
uiterst vruchtbaar; weelderige akkers met katoen en rijst beplant,
malsche weiden, strekken zich aan alle zijden uit. Mais en tabak
bloeien in frissche kracht, en boven het rijke landschap welft zich
een hemel, zoo rein en blauw als die van Cyprus. Hier grazen runderen;
elders wandelen herders met hunne kudden. Negers, met balen katoen
op hun hoofd, gaan met langzamen loomen tred de stad in. Het is een
echt landelijk, dichterlijk tafereel; in de hoofdtrekken engelsch,
maar toch in vele bijzonderheden van vorm en kleur u meer herinnerende
aan den Nijl dan aan de Trent.

Wit geschilderde houten huizen, met kolonnaden en tuinen, schuilen weg
in den lommer der boschjes en groepeeren zich langs de hellingen der
heuvelen. Rondom deze villa's spelen en dartelen knapen en meisjes
met frissche rozen op de wangen, met oogen stralende van moed en
levenslust. Dit is het onmiskenbare edele bloed van Oud-Engeland, zoo
krachtig en vol in Georgie als in York en Somerset. Denk haar zwarte
bevolking weg, en Georgie zou een engelsch graafschap kunnen zijn.

Doch ook in Georgie is de zwarte bevolking een zeer belangrijk,
hoewel gelukkig geen alles overwegend element. In tegenstelling
met Louisiana, Mississippi en Zuid-Carolina,--staten, waarin de
zwarte bevolking het in getalsterkte van de blanke wint;--hebben
in Georgie de blanke kiezers de meerderheid; maar die meerderheid
is gering, en de zwarte bevolking is in verscheidene graafschappen
zoo opeengehoopt, dat zij daar de verkiezing geheel beheerscht. Bij
voorbeeld--in Baldwin-county, Early-county en Sumter-county zijn
er ongeveer twee negers tegenover een blanke; in Baker-county,
Camden-county, Columbia-county, Effingham-county en Troup-county,
zijn er meer dan twee negers tegenover een blanke; in Liberty-county
heeft men omstreeks drie negers tegen een blanke; in Bullock-county
en Hurston-county is de verhouding ruim drie negers tegen een blanke;
en in Lee-county vindt men vier negers tegen een blanke. Wanneer
al de negers in deze en andere graafschappen zich aaneensloten en
de leiding volgden van de carpet-baggers, zouden zij, met behulp
van de bondstroepen, zoo goed als in Louisiana en Mississippi, ook
hier negers tot rechters, sheriffs en magistraten kunnen benoemen,
en zwarte senatoren naar Atlanta, indien al niet naar Washington,
kunnen zenden. Het graafschap Lee zou zijn Antoine kunnen bezitten,
al mocht ook Georgie zich niet kunnen beroemen op het bezit van een
Pinchback. Voor het oogenblik echter zijn de meeste negers nog rustig
aan den arbeid op hunne hoeven en in hunne woningen, en bemoeien zich
gelukkig niet met politiek; maar elk oogenblik kan een wachtwoord
van Vicksburg of Jackson, Shreveport of Nieuw-Orleans hen, als een
alarmkreet, in beweging brengen en het bewustzijn hunner noodlottige
macht in hen wakker roepen.

De zitting van 1875 wordt te midden van groote spanning en onrust
geopend. Gelukkiger dan haar naburen, Florida en Zuid-Carolina,
heeft Georgie haar onafhankelijkheid herkregen. Haar gouverneur,
James M. Smith, is in het land zelf geboren. De wetgevende macht en
de regeering zijn beiden in handen der conservatieven, en dus als
zoodanig hoogst vijandig gezind jegens President Grant.

Hoewel Georgie minder van den oorlog geleden heeft dan Virginie en
Zuid-Carolina, is de bevolking hier toch meer verbitterd dan in
de andere geconfedereerde staten. Het verbranden van Atlanta, de
plundering van Milledgeville, de opzettelijke en algemeene vernieling
van wegen en spoorbanen, van kanalen en bruggen:--dit waren, althans
in haar schatting, niet de onvermijdelijke gevolgen van een eerlijken
krijg, maar zuivere daden van woeste wraakzucht en blinden haat. Zulke
handelingen worden niet spoedig vergeten, en kunnen, zoo lang zij
niet vergeten zijn, ook niet vergeven worden.

Tien jaar geleden woedde in al deze steden van het Zuiden de
gruwelijkste burgeroorlog, ooit door zonen van hetzelfde vaderland
tegen elkander gevoerd. Legers van ettelijke honderd-duizenden
soldaten vertraden de bloeiende wijngaarden, de rijke plantages:
elke zuidelijke staat was het tooneel van bloedige belegeringen,
van moorddadige veldslagen. Prachtige wouden werden moedwillig
in brand gestoken, groote rivieren buiten hare bedding geleid,
bloeiende steden en dorpen vernield. Overal heerschte verderf
en moord en toomelooze balddadigheid. Wat wonder, dat de toen
met zoo ruwe hand geslagen wonden pijnlijke litteekenen hebben
nagelaten? De verscheurde en zwart gebrande muren van Atlanta
zijn nog niet verdwenen; de wrok en bitterheid in de harten der
wreed mishandelde, vertrapte bevolking van het Zuiden is nog niet
gestorven. De wonden, in den burgeroorlog geslagen, genezen niet dan
zeer langzaam. Een krijg tusschen de stammen verdeelde voor immer de
kinderen Israels. De worsteling tusschen de patriciers en plebejers
heeft eeuwen lang de ontwikkeling van Rome tegen gehouden. Inwendige
tweespalt leverde Sevilla in handen der Mooren, en Dublin in handen
der Saksers; straatgevechten en onlusten openden de poorten van
Constantinopel voor de Turken. Godsdienstoorlogen verzwakten Frankrijk
en putten Duitschland uit. De aanslag op Freiburg heeft een nog niet
gedoofden wrok achtergelaten in het hart der katholieke kantons van
Zwitserland. Maar geen feller en bitterder burgeroorlog, dan die,
waaraan een sociale kwestie tot oorzaak of voorwendsel strekt. Lange
jaren moesten er verloopen, eer Rome zich had hersteld van haar kamp
met Spartacus. De engelsche maatschappij werd door den opstand van
Cade tot in haar grondslagen geschokt. De bevolking van Wurzburg
en Rothenburg denkt nog met schrik aan den opstand van Muenzer. De
strijd der Commune in Frankrijk is noch vergeten noch geeindigd,
en evenmin de communistische en federalistische beweging in Spanje.

"Zijn er veel leden van den Blanken Bond in Georgie? vroeg ik aan
een lid van den Senaat te Atlanta.

--Ja, antwoordde hij onbewimpeld; in alle distrikten waar ge blanken
en zwarten te zamen vindt, vindt ge ook leden van de blanke en van de
zwarte ligue. Dit is een noodzakelijk gevolg van den toestand. Ook in
Atlanta hebben wij blanke verbondenen; maar gij moet niet meenen dat
daaronder hier in Georgie zulke eerlooze schurken zijn, als waarvan
Sheridan spreekt en waarvan de republikeinsche bladen zoo veel weten
te verhalen. Daar is een echte en een valsche Blanke Bond. De echte
Bond bestaat uit eene vereeniging van conservatieven, die de orde
wenschen te handhaven en den eigendom te beveiligen; de valsche,
uit een hoop avonturiers, die den vrede wenschen te verstoren,
en huizen en landgoederen willen plunderen. Tot welk van deze twee
Bonden zouden wij, naar uwe meening, wel behooren: wij, die genoegzaam
al het land in Georgie bezitten en bebouwen? Bonden en onderlinge
vereenigingen zullen volstrekt noodig blijven, zoo lang de federale
troepen onze steden bezet houden. Indien wij onze stad en ons land van
den ondergang willen redden, dan moeten wij onze krachten vereenigen
en vast aaneengesloten blijven. De valsche blanke Bond echter is
slechts eene schepping van het partikulier kabinet van den President.

--Gij zijt dus van meening, dat de tegenwoordige verwarring eigenlijk
door de Regeering zelve wordt uitgelokt en bestendigd, ten einde eene
tweede herkiezing van generaal Grant als President te bevorderen?

--Met geen ander oogmerk. Al dat rumoer in Vicksburg en Nieuw-Orleans
komt hem uitnemend te stade. Als Billy-Ross President was en Beere-Poot
zijn minister van oorlog, dan zoudt ge niets meer van al die bonden
en vereenigingen hooren; maar dan zoudt ge dagelijks in de dagbladen
uitvoerige verhalen lezen van de misdaden der negers in Caddo, en
van de overweldigingen der blanken langs de Red-River. Als wij een
demokratischen President hebben, dan zult ge meer hooren spreken van
den zwarten dan van den blanken Bond.

--Die zwarte Bond bestaat dus werkelijk?

--In elk negerdorp en in elk negerkamp bestaat een zwarte bond. Na
den moord van Jemmy Gray, is het wel geene vraag meer, of er in
Mississippi een geheime zwarte bond bestaat."

In al de steden van het Zuiden is deze moord van Jemmy Gray en de
bekentenis, door den moordenaar afgelegd, het onderwerp van schier
alle gesprekken. Gray was een jonge neger, die van zijne plantage
naar Vicksburg kwam, en daar vermoord werd door een anderen neger,
Olivier genaamd, welke laatste echter handelde op bevel van een derde,
Jeff Tucker, mede een neger. Na zijne gevangenneming, heeft Olivier
eene volledige bekentenis afgelegd. Gray, zelf een lid van den zwarten
bond, beluisterde in zijne hut de beraadslagingen en geheime plannen
van zijne opperhoofden. Zoo vernam hij dat Vicksburg zou worden
aangevallen door zwarte soldaten, bijgestaan door het neger-gepeupel,
en dat al de blanke burgers zouden worden vermoord. Gray spoedde zich
weg, om enkele personen, die hem vriendelijk bejegend hadden, voor het
naderend gevaar te waarschuwen, en verijdelde alzoo den aanslag. Jeff
Tucker, een der hoofden en leiders van den bond, had vermoeden op Gray,
en beval dat hij gedood zou worden. Olivier betuigde diep berouw te
gevoelen, want Gray had hem nimmer eenig leed gedaan; maar Tucker was
zijn chef, en hij had zich bij eede verbonden alles te doen wat hem
geboden werd, al ware het ook de moord van een broeder. Toen Tucker
hem gelastte Gray te dooden, volbracht hij dien last, zonder zelfs
naar de reden te vragen. Hij beweert, dat hij dit niet durfde en,
door vrees gedreven, handelde. Indien hij Gray niet had gedood,
zou hij zelf zijn leven verbeurd hebben.

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.