A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


Engaging the Hard-to-Reach 3 December 2008 Holiday Inn Bloomsbury, London Consultation Institute
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

Fans and booksellers eager for new J.K. Rowling book
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

Top executives to leave Random House
Holiday Inn Bloomsbury, London Consultation Institute Public debate often fails to reach all opinions that need to be heard. A panel of experts and a roundtable of colleagues and peers will discuss ways improve your organisation's community involvement

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



In Georgie schijnen de kleurlingen tevreden; maar wie zal zeggen, hoe
lang die kalmte duren zal? De neger is een geheimzinnig, raadselachtig
wezen: niemand kan voorzien wat hij al of niet zal doen. Stemmen
wijzen hem den weg; fetischen bezielen en geleiden hem. Zelfs hier
op de schoolbanken en in de kerk, blijven de onverdelgbare sporen van
zijn oud afrikaansch bijgeloof hem bij. Hij laat zich altijd verlokken
door de onzinnigste beloften, zoo als die van de "veertig bunders en
een muilezel"; en het ontbreekt nooit aan carpet-baggers, die, als het
oogenblik gunstig is, hem dergelijke beloften in het oor blazen. Hij
heeft eenmaal de macht in handen gehad, en de bedwelming van dat
oogenblik is sedert niet geweken. Welk een glorierijke dag voor het
kroost van Cham! Niets streelt den neger meer, dan een publiek ambt te
kunnen bekleeden; hoe innig goed doet het hem, zich met den titel van
"Edel-Achtbare" te hooren aanspreken, en op blanke losbollen de boete
wegens dronkenschap te mogen toepassen. "Hi! Hi! grinnikt hij op zijn
rechterstoel. Jij deugniet ... Jij dronken .... Tien dollars! Hi! Hi!"

Even als alle wilden, hebben ook de negers in Georgie een
onweerstaanbaren dorst naar rang en gezag. Het baat niet, of ge hun
al aan het verstand tracht te brengen, dat zij minder in aantal zijn
dan de blanken, en dat de minderheid zich aan de meerderheid dient
te onderwerpen. Naar hunne meening, moet ieder op zijn beurt heer en
meester zijn. De blanken hebben hun beurt gehad: nu moeten de negers
hun beurt krijgen.

Duizenden van deze negers zijn door de roekelooze regeering van den
staat gewapend en in den wapenhandel geoefend. De milicie-regimenten
bestaan voor het meerendeel uit kleurlingen, en deze neger-regimenten
worden gekommandeerd door scalawags en carpet-baggers, die,
uit de steden van het Noorden, als een verdelgende uitgehongerde
sprinkhanenzwerm, op de rijke katoenplantages en vruchtbare rijstvelden
zijn neergestreken. Geen wonder, dat deze troepen, in plaats van een
waarborg van orde en veiligheid, zelven de bron van wanorde en een
oorzaak van voortdurend wantrouwen zijn.

Sommige scalawags maken de negers wijs, dat de President aan het
zwarte ras de eerste plaats in den staat wil bezorgen, en hun
de vrije beschikking geven over de bezittingen en het leven der
blanken. En de negers en mulatten houden zich ten volle overtuigd,
dat deze scalawags de waarheid spreken. Arme drommels! zij kunnen
lezen noch schrijven. In hunne jeugd waren zij slaven. Van politiek
en geschiedenis hebben zij minder begrip dan de domste boerenarbeider
in Engeland. De zedewet en de regelen der samenleving zijn voor hen
ijdele klanken; maar de armste neger in Georgie begrijpt zeer goed
het onderscheid tusschen een vuil krot en een fatsoenlijk huis,
tusschen een welbezette tafel en een ledige spijskamer, tusschen
een warm kleed en een lap katoen, tusschen een plaats in de goot
en een zetel in het wetgevend lichaam. "Ziet, roepen de scalawags,
ziet naar Louisiana en Mississippi! Daar zijn de negers sheriff's
en assessors, rechters en wetgevers. Te Nieuw-Orleans en te Jackson
vindt ge neger-senatoren en neger-luitenant-gouverneurs; daar worden
de blanken door de bondstroepen in bedwang gehouden. Louisiana
zendt Pinchback, Mississippi zondt Rush, om de kleurlingen in het
nationale Congres te vertegenwoordigen. Sluit u dan aaneen en bezorgt
de overwinning aan uw eigen kandidaten...!"

Door deze voorspiegelingen verrukt, begint Sam [13] er ernstig over te
denken, om naar eene plaats in de wetgevende macht van den staat te
dingen. Is hij al niet zoo gelukkig als Pinchback, misschien brengt
hij het toch wel zoo ver als Antoine, of althans als Demas. Als Piet
in de Kamer te Jackson of te Nieuw-Orleans zit, waarom zou Sam dan
niet in de Kamer te Atlanta mogen zitten? Men zegt hem, dat de minste
senator drie dollars per dag verdient, zonder dat hij daarvoor iets
anders behoeft te doen dan te dommelen in een leuningstoel, tabak te
kauwen, te antwoorden als zijn naam wordt afgeroepen, en nu en dan
naar de koffiekamer to slenteren om whisky te drinken. In Louisiana en
Mississippi kwijten zijn zwarte broeders zich uitnemend van die taak:
waarom hij niet in Georgie?

"Gij zoudt schik hebben in sommigen onzer zwarte politieke mannen,
zeide mij zeker welbekend persoon. Van morgen, toen mijn zwarte knecht
mijn laarzen poetste, zag hij mij aan, en vroeg mij, met een dommen
lach, hoe hij het moest aanleggen om tot lid der Kamer benoemd te
worden. De kerel kan nauwelijks lezen en in het geheel niet schrijven;
hij slijpt mijn messen en verzorgt mijn paard; en toch wil hij wetten
maken voor mij...!"

Wat de verhouding tusschen het blanke on het zwarte ras betreft,
is Zuid-Carolina wel de ongelukkigste staat van de geheele Unie. In
Louisiana wegen de beide rassen ongeveer tegen elkander op. Na verloop
van negen of tien jaar, zal de schaal waarschijnlijk ten voordeele
van de blanken overslaan, want hun aantal wast aanhoudend, terwijl
dat der negers afneemt. Zelfs in Mississippi is de meerderheid der
kleurlingen niet groot: zeven zwarten tegen zes blanken. In geen
dezer beide ongelukkige staten is het afrikaansche element zoo
overwegend, dat elke strijd bij de stembus hopeloos moet worden
geacht. In Zuid-Carolina is dit anders. Hier is het overwicht van
het afrikaansche element volkomen: de neger en zijn bastaardbroeder
de mulat heerschen hier oppermachtig.

Volgens de laatste volkstelling, zijn er in Zuid-Carolina tien
zwarten tegen zeven blanken. In zeven graafschappen hebben de
blanken eene belangrijke, in drie andere een zwakke meerderheid;
maar in de twee-en-twintig overige graafschappen hebben de negers eene
verpletterende meerderheid. In de graafschappen Richland en Charleston,
staan zij als twee tegen een. In de bayous en de savannahs hebben de
kleurlingen bijna geheel de blanken verdrongen. In het graafschap
Beaufort telt men bijna zes negers tegen een blanke; in dat van
Georgetown, bijna zeven. De graafschappen Greenville, Anderson en
Spartanburg mogen blanke geleerden, advokaten en grondbezitters naar
de Kamers afvaardigen; maar de stem van een Trenholm of een Russell
heeft niet meer waarde dan die van een neger uit de moerassen; en voor
iederen Trenholm of Russell in het Parlement van Zuid-Carolina, zijn
er drie negers uit de moerassen. Wat vermag, onder de heerschappij
van zulk eene verstandige en billijke wet van gelijkheid, door de
federale troepen stipt gehandhaafd, de blanke volkplanter?

Het vooruitzicht is voorwaar somber genoeg, en toch vreezen de
burgers van Zuid-Carolina dat hun nog erger dingen te wachten
staan. De uitgestrekte gordel van moerassen en savannahs, die
van kaap Fear tot den Mississippi, en weder van dezen stroom tot
Saint-Andrew's-Sound reikt, schijnt voor de Afrikanen een nieuw
vaderland te zijn geworden. Daar leven en tieren en vermenigvuldigen
zij; en zoo de negers voor eene bepaalde streek binnen dien gordel
eene zekere voorkeur toonen, dan is het voor de heete en vochtige
landstreek tusschen Columbia en de zee. Klimaat en bodem zijn daar
voor hun gedijen even gunstig. Kalebassen kosten er bijna niets, de
tabak groeit er in 't wild, en er is overvloed van suikerriet. Zoo
ergens, dan zal de neger zich daar kunnen staande houden; en naar
het schijnt worden de Afrikanen ook inderdaad naar deze streek
heengetrokken, door de werking dier machtige en geheimzinnige wetten
van verwantschap, die na de emancipatie ongestoord haar invloed
kunnen doen gelden. Elders neemt het afrikaansche ras voortdurend
af. Boven deze voor hen zoo gunstige streek, maar toch nog altijd
binnen de grenzen van het Zuiden, strekt zich van de Chesapeake tot den
Missouri en den Arkansas een gebied uit, waar de negers vroeger als
slaven woonden en zich vermenigvuldigden. Maar tegenwoordig trekken
zij zich uit deze streken terug, om zich naar het Zuiden en naar de
zee te begeven. Missouri en Kentucky worden gaandeweg door hun zwarte
burgers verlaten: niet omdat de negers van daar met geweld verdreven
worden, maar ten gevolge van onnaspeurlijke oorzaken. Maryland en
Virginie verkeeren in hetzelfde geval.

Vanwaar die verhuizing van het afrikaansche ras van het noorden naar
het zuiden? Wie zal dat raadsel oplossen? Wie heeft tot dusver de
verklaring gevonden van deze periodieke verhuizingen, die aan mensch
en dier gemeen zijn? Welk toovenaar heeft het geheim doorgrond van de
zwaluw en de sprinkhaan, den haring en den springbok? Wie zal zeggen,
waarom, in vroeger dagen, de Gothen hun geboorteland verlieten;
waarom nu in dezen tijd de Chineezen hun heiligen grond verlaten? Men
zegt, dat Gothen en Chineezen tot deze verhuizing gedreven werden,
omdat het in hun land aan voedsel begon te ontbreken. Dit mag in
sommige gevallen een der medewerkende oorzaken geweest zijn en
nog zijn, maar daardoor wordt het verschijnsel in zijn geheel niet
verklaard. Reeds voor de vogels en de visschen is deze verklaring
onvoldoende, hoeveel te meer voor de hooger georganiseerde dieren en
bovenal voor den mensch. Sommige schepselen worden aangetrokken door
licht en warmte; anderen worden, onbewust, geleid door geheimzinnige
aandriften en neigingen, die dienstbaar moeten zijn aan het behoud of
de voortplanting des levens. Doch zeer dikwijls worden de menschen ook
gedreven door hooger behoeften dan die van warmte en voedsel. Het was
geen hongersnood, die de Kruisvaarders naar Syrie en de Pelgrimvaders
naar Nieuw-Engeland dreef. Het was niet de begeerte om in hutten te
wonen en zich met antilopenvellen te kleeden, die anderen naar Paraguay
en weder anderen naar Mexiko deed gaan. Wat doet de Russen naar
Troitza, do Mooren naar Mekka, de Mormonen naar het Zoutmeer trekken?

"Gij meent dus dat de kleurlingen van Kentucky en Virginie naar
Zuid-Carolina trekken? vroeg ik aan een dagbladcorrespondent, met
wien wij over deze zaak spraken.

--Zonder twijfel, was zijn antwoord. Ten gevolge van mijn beroep, ben
ik voortdurend op reis, en onophoudelijk zie ik de negers, mulatten en
quadronen, bij gansche scharen, naar het Zuiden heentrekken. Ziekte
dunt echter die karavanen--want de zwarten zijn aan verschillende
epidemien onderhevig; de meesten sterven eer zij ons land bereiken."

Wat moet men hieruit besluiten? Stort de gansche stroom der verhuizing
uit Missouri en Kentucky, Virginie en Maryland zich over Alabama,
Mississippi en vooral Zuid-Carolina uit? Of wordt de bestaande
verhouding tusschen de rassen, behalve door deze verhuizing, ook
nog door een andere oorzaak verbroken, die wijst op een algemeenen
achteruitgang van het zwarte ras? De vraag kan ook zoo gesteld worden:
neemt het afrikaansche ras over het algemeen in Amerika in aantal
toe?--en zijn de individuen van dit ras nu beter gehuisvest en gevoed
dan vroeger?

Over de vraag, of het getal der Afrikanen in Amerika toeneemt, loopen
de gevoelens uiteen. Zeker is het, dat de mate der vermeerdering, in
verhouding bij vroeger, is afgenomen. Dat de zwarten niet in gelijke
mate als de blanken in Amerika vermenigvuldigen, is een feit, dat
door niemand betwijfeld wordt. Ieder beoefenaar der statistiek zal ook
toegeven, dat zij na hunne vrijverklaring minder snel toenemen dan in
den staat der slavernij. Verder is men het er tamelijk over eens, dat,
behoudens enkele uitzonderingen, de negers en mulatten tegenwoordig
in slechter huizen wonen en minder gezond voedsel gebruiken dan voor
de emancipatie. Zij zuigen meer suikerriet en kauwen meer tabak, maar
woning en voedsel zijn van minder gehalte. Kindermoord, de eigenaardige
ondeugd der wilde stammen, is onder hen zeer algemeen geworden.

De negers zijn in den regel afkeerig van het opvoeden hunner kinderen,
die veel moeite en last veroorzaken, veel geld kosten, en veel zorg
vorderen. Als slavin, was de negerin wel gedwongen haar kroost op
te voeden, want die kinderen vertegenwoordigden een kapitaal. Vrij
verklaard, kan zij haar natuurlijke neiging volgen: en even als bij de
Chineezen en de bewoners der Fidji-eilanden, drijft deze natuurlijke
neiging ook bij de negerin meermalen tot kindermoord. In Afrika
dooden de Papals en Bulloms hunne kinderen; en men is er in Amerika
nog niet in geslaagd, deze afrikaansche gewoonte uit te roeien. In
Zuid-Carolina moet een vrije neger voor eigen rekening zijn kind
kleeden en voeden, en iederen dollar, dien hij daarvoor uitgeeft,
moet hij missen voor de bevrediging zijner hoogste begeerten: tabak
pruimen en whisky drinken. Naar men mij verzekert, is kindermoord
thans in de negerkolonien even algemeen als in de steden van China
of in de tartarijsche steppen.

Dat is de eigenlijke negerkwestie; en in vergelijking met haar
verdienen zulke kinderachtigheden als deze: zullen de zwarten in
dezelfde rijtuigen mogen rijden en aan dezelfde tafel zitten als
de blanken? of wel: zullen de zwarten, even als de blanken, het
stemrecht mogen uitoefenen, leden van wetgevende vergaderingen zijn en
wapenen dragen?--ter nauwernood de aandacht. De echte negerkwestie
in Zuid-Carolina en elders komt hierop neer: zullen de zwarten,
in den vrijen staat, kunnen blijven voortbestaan?

Aan de slaven is landlooperij natuurlijk verboden. De grootste stap
in den overgang van wilde tuchteloosheid tot maatschappelijke orde, is
waarschijnlijk wel deze beperking der persoonlijke vrijheid, waardoor
de nomade tot een gezeten burger wordt. Er zijn wilde stammen, voor
wie deze overgang onmogelijk is. Kan men den Afrikaan aan eene vaste
woonplaats binden? Als vrije man, kan hij onbelemmerd zijn luimen
volgen. Hij gaat en komt naar het hem invalt:--de eene week is hij in
Missouri, de volgende week in Tennessee, de derde aan de Golf. Turkije
poogt enkelen harer arabische stammen aan vaste woonplaatsen te binden:
maar tot dusver zijn die pogingen ijdel gebleken. De kolonisatie der
russische steppen heeft tot de lijfeigenschap geleid; en eerst na ruim
drie eeuwen van onverbiddelijke, ijzeren tucht, waagde het de russische
regeering die banden te verbreken, in het vertrouwen dat de oude zucht
tot zwerven bij het volk nu zou zijn uitgedoofd. Zijn de negers rijp
voor kolonisatie en vestiging? Het is onmogelijk, een vrije Sioux of
een vrije Apache aan eene vaste woonplaats te binden. Een roodhuid
kan de mededinging met zijn blanken buurman onmogelijk volhouden:
hij gaat heen of bezwijkt. Heeft de neger wel de kracht om op zich
zelven te staan? In de slavernij wies het getal der zwarten aan;
na hunne vrijverklaring, slonk het getal der roodhuiden. Staat den
zwarten ook een gelijk lot te wachten? Indien het eens bleek dat de
vrome en welmeenende mannen, die niet rustten voor de negers waren vrij
verklaard, in hunne volslagen onbekendheid met de wetten der natuur,
ondanks de beste bedoelingen, inderdaad niets anders hadden gedaan
dan het vonnis geveld der langzame, maar onvermijdelijke verdelging
van het negerras?

"Wees van een ding verzekerd, zegt kolonel Binfield, een zuidelijk
officier, die de negerkwestie heeft bestudeerd op het slagveld, op de
tabaksplantages en in de openbare scholen;--wij hebben niet meer voor
wanorde op straat te vreezen. Wij zullen ons verder niet laten leiden
door bekrompen hartstocht. Wij hebben een fout begaan, door ons van
onze vlag te scheiden; maar wij hebben sinds lang die dwaling ingezien,
en zullen niet weder in dezelfde fout vervallen. Wij hebben nu ons
vertrouwen gesteld op de onveranderlijke wet des levens. De neger
heeft de macht in handen gehad. Zijn dwaasheid en wispelturigheid
ergerden ons, maar nooit heeft hij ons door zijn kracht ontzag
ingeboezemd. Zelfs nu, nu de gouverneur te Columbia op zijne hand is,
nu zijne vrienden de meerderheid hebben in de Kamers, en over alle
openbare machten beschikken,--zelfs nu vreezen wij hem niet. Geen
Afrikaan is tegen een Europeaan opgewassen. Zeker kan hij u in den
donker een dolksteek toebrengen of een brandende fakkel in uwe kamer
werpen, maar overigens kan een kleurling u niet licht ernstig kwaad
doen. De strijd van een blanke met een neger is als de strijd van een
man met eene vrouw. En dit geldt evenzeer van de massa. Neem er de
proef van. Sticht een kolonie, een Utopia, aan de oevers van de Santee
of den Edisto; [14] plaats tien Europeanen te midden van negentig
negers; geef aan elk der honderd kolonisten een gelijk aandeel in den
grond, een gelijke hoeveelheid werktuigen, gereedschappen, zaad, geld;
geef hun de meest mogelijke vrijheid en gelijkheid van recht; laat hen
den grond bebouwen, wetten maken en zich zelven regeeren. Na verloop
van tien jaren, zal de grond met de opbrengst en al het kapitaal
uitsluitend in handen der blanken zijn. De natuur heeft nu eenmaal
aan den blanke meer verstand en kracht, meer scheppend vernuft, meer
moed en volharding, in een woord, hooger gaven naar lichaam en geest
geschonken, dan aan den neger. Dit is een feit, en alle gemoedelijke
bespiegelingen en quasi-humanitaire droomerijen kunnen daaraan niets
veranderen. Ten spijt van voorbijgaande verwarringen, moet de blanke
in dit land meester zijn. Waarom zouden wij dan op nieuw onze toevlucht
tot de wapenen nemen? Slechts een vijand der blanke beschaving kan naar
een tweeden burgeroorlog verlangen. Wij behoeven slechts onzen tijd
af te wachten, zeker dat de overwinning in 't eind aan ons zal zijn."

Mijn vriend heeft gelijk. De neger is niet bestand tegen het leven
der vrijheid, dat hem verlamt en vernietigt. Alles in deze wereld
heeft zijn eigen tijd en plaats; en sedert twintig eeuwen is Europa
de kweekplaats van alle waarlijk levende krachten. Europa voorziet
de andere werelddeelen van leven op elk gebied. Een denneboom, van
Europa naar Amerika overgebracht, zal daar een woud verwekken en al de
inlandsche boomen in den omtrek dooden. Breng een paard en een stier
uit Europa over: zij zullen den buffel en den eland verjagen. Overal
treedt de lagere vorm voor den hoogeren terug.

Zelfs ondanks den tijdelijken steun van de bondstroepen, zal de
overmacht der negers ten slotte voor de wetenschap en beschaving
der blanken zwichten, zoo zeker als een woud van lagere planten
verdwijnt voor een engelschen denneboom, en een kudde vee voor een
engelsch paard.


XXIV.

Charleston.--Richmond.

Als de koepel van Sint-Paul boven Londen, zoo verheft zich boven
Charleston de toren van een nieuw weeshuis, die de vroolijke stad en
de ruime baai, de fraaie torenspitsen en bloeiende tuinen, en ook de in
puin liggende gebouwen, beheerscht. Op het plat van dien toren gekomen,
vinden wij daar een wachter, die, in een hoek geleund, zijn pijp rookt
en naar de lucht ziet. "Hoe laat mag het wel zijn? vraagt hij ons.--Hoe
laat? even over twaalven.--Over twaalven! Dan moet ik de klok luiden!"

Bang! Bang!

Eenige voorbijgangers beneden in de straat kijken naar boven. Het is
middag, zeggen de lotus-eters.

Ja, het is middag, de ure des gebeds. Allah hu Akbar!

"Ge schijnt niet op eenige minuten te letten?

--Wel neen, Mijnheer; wij zijn niet zoo dwaas om ons over eenige
minuten meer of minder te bekommeren. Wien kan dat iets schelen?"

Die torenwachter is een inboorling vau Zuid-Carolina, en zijne woning
in de wolken is het hart van Zuid-Carolina. Welk een trotsch en
zorgeloos volk! wat een zonnige, schilderachtige stad! Zie daar
de Ashley en de Cooper, de twee rivieren die de stad omarmen,
zoo als de Hudson en de Oostrivier New-York omvatten; hoe rustig
en weelderig langzaam rollen zij hare wateren voort naar de baai,
zacht de stranden kussende en zich behagelijk kabbelend slingerende
tusschen de eilandjes, langs de forten Ripley en Sumter, tot zij
eindelijk zich verliezen in den Atlantischen-oceaan. Werp een blik op
die bosschages en prieelen van myrthen en palmen aan onze voeten: wat
weelderige groeikracht in den grond, wat rijke kleurschakeering in het
geboomte! Kunt ge u iets bekoorlijkers denken dan deze villa's langs
de baai, met het uitzicht op het kasteel Pinckney en op de batterij
van King-Street, met balkons, door rozen en palmen overschaduwd,
met bloeiende oranjeboomen, wier gouden vruchten boven het water
wiegelen? En wat heerlijke vrouwengestalten wandelen door deze tuinen,
zien uit door deze jalousien, zitten op deze balkons! Voorwaar, wel
vloeit in hare aderen nog iets van het bloed der hooggeboren dames,
wier portretten ons door Lely en Van Dijck zijn nagelaten!

En toch, wat kracht en vuur hier, beiden bij mannen en vrouwen. Het is
een spreekwoord in Charleston, dat geen neger of mulat een gentleman
vlak in het gelaat durft zien. Hoevele negerinnen en mulattinnen
zouden den blik van eene dezer blanke jonkvrouwen kunnen verdragen?

De regeering is niettemin afhankelijk van de zwarte kiezers,
en voor het oogenblik is Zuid-Carolina een neger-republiek, die,
even als een italiaansch gemeenebest uit de middeleeuwen, door
een vreemdeling wordt geregeerd. De naam van dien amerikaanschen
podesta is Daniel H. Chamberlain. Robert H. Gleaver, een neger,
is luitenant-gouvorneur. Van de drie-en-dertig senatoren zijn er
veertien zwarten; van de honderdvier-en-twintig leden der Tweede Kamer
zijn er niet minder dan drie-en-zeventig negers. Gleaver, de zwarte
luitenant-gouverneur, is voorzitter van den Senaat; de voorzitter van
de Kamer, Elliot, is ook een neger. Onder die senatoren en Kamerleden
zijn er maar weinigen, die hun naam kunnen teekenen; niettemin willen
zij de hoogste regeeringsposten bekleeden. De staatssecretaris is een
neger. Betrekkingen, die zekere vaardigheid in het lezen en schrijven
vereischen, zoo als die van prokureur-generaal en superintendent van
het onderwijs, worden aan de blanken overgelaten; maar de ambten,
waaraan hooger traktement en meer invloed verbonden is, behouden
de zwarten voor zich. De directeur van financien, de adjudant en de
inspecteur-generaal zijn negers. De opperrechter Moses is een blanke;
maar zijn assessor, Wright van Beaufort, is een kleurling.

Even als in Engeland, plachten ook in Carolina de rechters voor
hun leven benoemd te worden, en even als in het moederland,
werden zij ook hier niet dan in zeldzame gevallen van hun ambt
ontzet; maar dit conservatieve stelsel is onder de heerschappij der
Reconstruction-Act ter zijde gezet. Een rechter wordt nu slechts voor
vier jaren aangesteld, en maar zeldzaam herbenoemd. Zijn mandaat
duurt kort, en hij moet dus zorgen er zooveel mogelijk profijt van
te trekken. Sommige rechters--naar mij van bevoegde zijde verzekerd
wordt,--drijven handel in katoen, rijst en andere artikelen, en
verschijnen niet zelden als partij in rechtsgedingen. Een domme neger,
door de stemmen van partijgangers op den rechterstoel geplaatst,
staat aan velerlei verzoekingen bloot!

Een neger kan maar niet begrijpen, dat er voor het bekleeden van een
ambt zekere voorbereiding, om niet te zeggen een natuurlijke aanleg,
noodig is. Een ambt is voor hem niets anders dan een vrijbrief om naar
hartelust te kunnen rooken, stil te zitten, onbeschofte antwoorden
te mogen geven, en vooral een goed salaris te ontvangen. Het ambt
is om den mensch, en niet de mensch om het ambt. Als gij een neger
vraagt wat hij begeert, zal hij u antwoorden: "eene betrekking";
terwijl het hem verder tamelijk onverschillig is of ge hem rechter
dan wel cipier maakt.

Eenige weken geleden ontmoette ik te Philadelphia een kleurling,
Henry Griffin genaamd, vijf-en-dertig jaren oud en portier van zijn
beroep. Dit scheen hem niet langer te bevallen; hij wilde hooger
op. Zijn buren en kameraden ontvingen hun aandeel van den algemeenen
buit: waarom hij ook niet? Daarom had hij zich, tot groot vermaak
van zijn patroons, kandidaat voor de Kamer gesteld in het zevende
arrondissement van Philadelphia.

"Tot welke politieke partij behoort gij? vroeg ik den kandidaat.

--Ik ben republikein, Mijnheer.

--Republikein! Maar dan stelt gij u tegenover Bardsley en Patterson,
mannen van uw eigen partij, en geeft daardoor aan uw tegenpartij,
de demokraten, een kans op de overwinning.

--Dat mag zijn; maar wij willen ook ons deel hebben, en de
republikeinen bedriegen ons op allerlei manier.

--Zoo? Ik dacht dat zij u de vrijheid geschonken en voor u tegen
hunne broeders in het Zuiden gevochten hadden?

--Ja, dat is al lang geleden. Dat is dood en begraven. Ik spreek van
nu. Wij, kleurlingen, stemmen voor de republikeinsche lijst. Maar als
zij, door onze stemmen, het winnen, dan geven zij ons toch niets. Wij
hebben een blanken gouverneur, een blanken staatssecretaris, een
blanken opperrechter.

--Zoudt ge dan willen dat een zwarte opperrechter de plaats innam
van Daniel Agnew?

--Wel, Mijnheer, zouden wij dan geen raadsheer, geen brievenbesteller,
geen policie-agent van onze kleur mogen hebben? In New-Jersey, aan de
overzijde van de Delaware, vindt ge zwarte policie-commissarissen en
zwarte magistraten. In Pennsylvanie noemen wij ons ook republikeinen,
maar geen enkele kleurling bekleedt daar eene openbare betrekking,
behalve die van portier in de gevangenissen: en die beambten moeten
hun eigen kamer aanvegen en hun eigen muren witten! Is dat gelijkheid?"

Griffin is openhartig. Hij heeft de kunst niet geleerd om leelijke
zaken in fraaie woorden te kleeden, en zegt u zonder omwegen, dat
hij gaarne ook zijn vingers in de schatkist wil steken.

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.