A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


PREVIEW: Schuster in need of big Real Madrid win on Saturday
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

Eclipse Press Releases Children's Book Skipingo Home
Ad -

Barnes & Noble Recent Beating of Borders
Madrid - Anything less than a handsome defeat of lowly Recreativo Huelva on Saturday will spell the sack for embattled Real Madrid coach Bernd Schuster. Despite a string of poor results the German coach was given a reprieve on Monday by club president

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



De staat van zaken te Charleston is bevredigend: bevredigender dan
men zou verwachten onder het bestuur van carpet-baggers, met eene
Kamer voornamelijk uit negers bestaande, en met een federaal leger
in bezetting.

Daniel H. Chamberlain, de gouverneur, is uit Nieuw-Engeland
geboortig, en te Charleston gekomen, zoo als William P. Kellogg te
Nieuw-Orleans kwam: met een reiszak, aangename manieren en een gladde
tong. Hij is een geruimen tijd aan het bestuur geweest, en door
de conservatieven, trouwens niet zonder goede reden, allerheftigst
bestreden; maar tegenwoordig wijzigt hij zijn politiek: hij beteugelt
de uitspattingen van zijne vrienden de kleurlingen, en luistert
meer en meer naar de blanke minderheid. Gematigde conservatieven,
zoo als kapitein Walker en George A. Trenholm, zijn niet ongezind
hem te steunen en te helpen, in plaats van tegen hem te stemmen,
te spreken en te intrigeeren. Chamberlain heeft veel kwaad gesticht,
en zal misschien nog meer kwaad stichten. Bekwamer dan Kellogg, zijn
hem daarbij de omstandigheden in Zuid-Carolina gunstiger. Chamberlain
wordt gesteund door eene overwegende zwarte meerderheid. Hij heeft
ook in het Noorden meer invloed dan Kellogg: niet omdat de burgers
van Boston en New-York hem beter kennen of hooger schatten dan zijn
mededinger, maar omdat de schuld van Charleston hun levendiger voor
den geest staat dan de schuld van Nieuw-Orleans. Welke maatregelen
van bedwang en onderdrukking hij ook mocht voorstellen, steeds zou
Chamberlain kunnen rekenen op den steun van het Congres en de sympathie
van alle steden van het Noorden. Want de schuld van Charleston kan
niet vergeten en vergeven worden. Hier werd het plan der afscheiding
ontworpen; hier werd de vlag der Unie voor het eerst beleedigd. [15]
Duizenden en tienduizenden in het Noorden zijn van meening, dat deze
stad met den grond gelijk had moeten gemaakt worden, dat men haar
werven en dokken had moeten vernielen, haar havens dempen, en haar
bevolking verstrooien naar de vier winden!

Tegenover een man, die zoo groote macht bezit en zoo onverzoenlijken
haat vertegenwoordigt, is bedachtzame gematigdheid in woorden
en handelingen voor de conservatieven dubbel noodig. Even als
vele andere vreemdelingen, is ook Chamberlain niet ongevoelig voor
beleefdheden en voorkomende bejegening. Hij zit gaarne aan de wel
voorziene tafels der aanzienlijken, en hunkert naar den welwillenden
glimlach der bekoorlijke, aristokratische dames. Een podesta in Verona
of Ferrara, zal, in den regel, ook wel niet ongevoelig zijn geweest
voor de bekoringen van het maatschappelijk verkeer: en de podesta
van Zuid-Carolina beantwoordt deze voorkomendheid en beleefdheid der
blanken zoo veel hij maar eenigszins kan, zonder gevaar te loopen, de
voor hem onontbeerlijke sympathie zijner zwarte vrienden te verliezen.

"Het gaat tegenwoordig beter met u, niet waar? vragen wij aan een
volbloed conservatief.

--Zoo, zoo. Wij wachten en dragen, want de tijd werkt in ons
voordeel. Chamberlain, hoewel een vreemdeling, zoo als Kellogg in
Louisiana, is ten minste ten naasten bij een fatsoenlijk man. Hoewel
wij ons noch met zijn herkomst, noch met zijn politiek verzoenen
kunnen, is het althans mogelijk, in het algemeen belang, hem onze
medewerking te schenken."

Naar onze consul mij verzekert, begint de handel langzamerhand te
herleven, maar de oude, ietwat zorgelooze en voorname manier van zaken
te doen is thans voorbij. Jongelieden, van New-York en Chicago gekomen,
hebben daarin eene geheele verandering gebracht. Zij hebben oog noch
hart voor iets anders dan voor hunne zaken, en zwoegen en arbeiden
op de werven en op de kantoren, van den vroegen morgen tot den laten
avond. Het is te begrijpen, dat zulke lieden spoedig fortuin maken.

In leeszalen en clubs hooren wij hetzelfde verhaal. Door haar
overhaasting, gaf Charleston aanleiding tot het uitbarsten van den
burgeroorlog. Geen koopstad had meer te verliezen, geene heeft
zoo zwaar geleden. Haar hoogmoed is tot den grond vernederd en
doodelijk gekwetst; maar zij doet haar best om, met prijselijke
zelfverloochening, haar tegenwoordige ellende te vergeten, haar
vorige verkeerdheden weer goed te maken, en zich eene betere toekomst
te bereiden.

"Wat nuttigheid heeft het, den demokraat te spelen? zegt de
eigenaar van een katoenplantage, met wien ik in de club over de
toekomst van Zuid-Carolina spreek.--Het dient tot niets. Onze
afdeeling der amerikaansche demokratische partij is dood. Zie deze
kiezerslijsten. Men zegt dat die lijsten valsch zijn, en wij weten ook
wel dat dit inderdaad het geval is. Maar hier liggen zij voor ons, en
de federale officieren houden staande dat zij met stipte eerlijkheid
zijn opgemaakt. De wet heeft aan de negers het stemrecht gegeven,
en in eene republiek is het stemrecht alles in alles. Waarom zullen
wij dan met ons hoofd tegen den muur loopen?

In 1868 hebben wij het beproefd. En met welk gevolg? Wij werden overal
reddeloos geslagen. Te Charleston werd geen enkele conservatieve
kandidaat verkozen. Een derde van de Kamer bestond uit schuim van
blanken--vreemdelingen, bankroetiers, scalawags; er was niemand onder,
in wien onze burgers vertrouwen konden stellen. Verder bestond de
vergadering uit negers en mulatten, waarvan er ter nauwernood een lezen
en schrijven kon. Door Chamberlain geholpen, plunderden en mishandelden
ons die schavuiten; wij verdroegen geduldig die beleedigingen--onder
de bedreiging hunner kanonnen, het is waar:--tot de tijd voor eene
nieuwe verkiezing gekomen was. Door de ondervinding geleerd, sloegen
wij nu een anderen weg in, wel niet met de gewenschte beslistheid en
eenstemmigheid--het is niet zoo gemakkelijk, den ouden Adam uit te
schudden!--maar toch met zoodanig gevolg, dat wij moed kregen, verder
op dien weg voort te gaan. Hoewel wij het nog niet zoo ver gebracht
hebben, dat er te Columbia eene conservatieve regeering zetelt [16],
zoo hebben wij toch reeds eene blanke meerderheid in den Senaat,
en eene sterke blanke minderheid in de Kamer. In het graafschap
Charleston, waar de negers tweemaal zoo talrijk zijn als de blanken,
hebben wij toch door onze nieuwe taktiek de helft der zetels veroverd.

--Hoe is dat in zijn werk gegaan?

--Door overleg en goed oordeel; door de kunst der blanken om zich
te organiseeren en te kombineeren. In sommige graafschappen zijn wij
te zwak, om den strijd te wagen. Waarom zouden wij zeven kandidaten
stellen in het graafschap Beaufort, waar het getal der negers zes
tegen een bedraagt; of drie kandidaten in het graafschap Georgetown,
waar zij zeven tegen een sterk zijn? Waarom zouden wij dingen naar al
de achttien zetels voor Charleston-county, waar de negers tweemaal
zoo sterk zijn als wij? Zoolang wij niet meester zijn van het fort
Sumter en van de citadel, valt er aan deze valsche kiezerslijsten
niets te veranderen. Is het daarom niet beter, zoo vroegen wij ons af,
in eene schikking te treden?

--En...?

--Wel, enkelen waren van meening dat elke poging ijdel zou zijn;
anderen geloofden, dat er kans op welslagen bestond. De negers
hebben hunne leiders, en die leiders wenschen niets vuriger, dan
vooruit te komen. Het is voor een neger een zaak van groot gewicht,
met een fatsoenlijk man te mogen praten; en ondanks al hetgeen gedaan
was om de voormalige slaven tegen hunne oude meesters op te zetten,
behielden de negers toch de diep gewortelde gehechtheid aan de plaats
hunner geboorte. De meesten onzer waren van meening, dat er eene
overeenkomst zou te treffen zijn.

--En werd de proef gewaagd?

--Ja; kapitein Dawson, een onzer bekwaamste mannen, begaf zich tot de
negers, die hem goed ontvingen en naar zijne woorden luisterden. Hij
bracht hun onder het oog, wat ook waar is, dat blanken en kleurlingen
in hetzelfde schuitje varen, en te zamen moeten bovendrijven of
vergaan; en hij vroeg hun, of het niet beter zou zijn, indien zij te
zamen arbeidden in plaats van elkander tegen te werken? Zij waren
dat met hem eens. Dawson zeide hun daarop, dat de blanken er niets
tegen hadden dat de negers, waar zij de meerderheid hadden, hunne
eigene kandidaten kozen; maar hij voegde er bij, dat de blanken, in
het algemeen belang, er prijs op moesten stellen, dat zij geschikte
personen kozen. Uit naam van zijne vrienden, beloofde hij, dat
wanneer de negers in die distrikten geschikte personen wilden kiezen,
hetzij blanken of zwarten, de blanken daar geen kandidaten tegenover
zouden stellen, waardoor aan de negers veel moeite en kosten zou
worden gespaard. Zijn voorstel beviel hun, ook door de flinke wijze
waarop het werd gedaan; en ondanks den tegenstand van scalawags
en andere intriganten, werd de overeenkomst getroffen en eerlijk
nageleefd. Er werden gematigde republikeinen gekozen, in plaats van
vreemde fortuinzoekers, bankroetiers en communisten, zoodat wij nu,
in spijt van de overmacht der negers, een machtigen invloed op de
wetgeving uitoefenen."

Naar men ons verzekert, heeft de goede uitkomst van deze nieuwe
politiek op den gouverneur Chamberlain een sterken indruk gemaakt. Het
is gebleken, dat, ter bereiking van het beoogde doel, samenwerking met
de negers bepaald de voorkeur verdient boven openbaren strijd tegen
hen. Dit heeft gewerkt: Chamberlain verandert van taktiek; want hij
weet zeer goed, dat hij met de nieuwe Kamer nimmer te Columbia zou
kunnen verrichten, wat Kellogg te Nieuw-Orleans poogt te doen.

Er is juist onlangs iets voorgevallen, dat zijne oprechtheid op
de proef heeft gesteld. Sedert verscheidene maanden kwamen er bij
hem voortdurend klachten in over verregaande wanordelijkheden in
Edgefield-county. Dit graafschap wordt bespoeld door de Savannah, en
grenst aan Lincoln-county in Georgie; de zwarte bevolking heeft hier
verreweg de meerderheid. De milicie bestaat uit negers, de generaal
en de officieren van zijn staf zijn negers; de sheriff, de rechter en
andere ambtenaren zijn mede allen negers. De blanke bewoners worden
als verwonnelingen behandeld. Als een blanke in verzet komt tegen
eene of andere beleediging, dan wordt aanstonds de zwarte milicie
onder de wapenen geroepen. "Gij moogt de milicie van den staat niet
oproepen, zeggen de burgers: dat is in strijd met de constitutie;"
maar wat weten de neger-kapiteins en kolonels in Edgefield-county
van de constitutie? Ontstaat er twist tusschen een zwarte en een
blanke, dadelijk roept de neger-kapitein zijn kompagnie op, en het
komt onvermijdelijk tot eene bloedige botsing. Twee jaar geleden,
weigerde gouverneur Chamberlain tusschenbeiden te komen. Met zijn
zoetsappigsten glimlach vertelde hij aan dengeen, die zijne bescherming
inriep, dat men veel beweging maakte over niets; zijn secretaris,
openhartiger van aard, kwam er rond voor uit, dat de oude tyrannen
hun verdiende loon ontvingen.

Maar de gouverneur luistert nu naar rede; en daar op nieuw klachten
uit het graafschap inkwamen, heeft hij een republikeinsch magistraat,
den rechter Mackey, gezonden, om een onderzoek in te stellen en
middelen tot herstel aan te wijzen. Mackey is juist onlangs van
zijne zending teruggekeerd, en heeft verslag uitgebracht. Hij zegt
daarin, dat, in openbaren strijd met een artikel der constitutie van
den staat, de zwarte officieren in het graafschap Edgefield de vaste
gewoonte hadden om hunne kompagnien onder de wapenen te roepen en aan
straatrumoeren en vechtpartijen deel te nemen. Hij wijt de schuld van
bijna alle wanordelijkheden aan het wanbestuur en de schromelijke
misbruiken der negers; en verklaart dat sinds de dagen, waarin de
normandische baronnen hun saksische hoorigen dwongen een ijzeren ring
om den hals te dragen, nimmer eene engelsch sprekende bevolking zulke
onwaardige behandeling heeft ondergaan, als de blanke bevolking van
Edgefield-county. Mackey eindigt zijn rapport met den gouverneur voor
te stellen, den neger-regimenten te ontbinden en te ontwapenen.

Chamberlain is geneigd dien raad te volgen, maar dit is niet zoo
gemakkelijk. De negers zijn nu aan het gebruik van wapenen gewend, en
zullen zich misschien niet op die wijze laten ontwapenen. Er heerscht
alom een onrustige, strijdlustige geest, en een neger-opstand behoort
niet tot de onmogelijkheden. Als Chamberlain zijn zwarte troepen
ontbindt, dan zal hij genoodzaakt zijn steeds meer zijn steun bij de
blanken te zoeken.

Russell, Trenholm en Dawson hebben metterdaad getoond, dat de echte
geest van staatsmansbeleid in hen woont; de overwinning door de
conservatieven te Charleston behaald, is een aanmoediging en een
gelukkig voorteken voor alle andere zuidelijke staten.

In de bibliotheek van het Kapitool staat een beeld, bekend onder den
naam van de Pupil der Natie, en voorstellende een negerknaap, in al de
frischheid zijner jeugd en al de onmacht van zijn ras. De neger-type
is gewijzigd, hoewel niet zoo als in Story's Afrikaansche Sibylle,
waarin de kunstenaar zoo aangrijpend de smart en het lijden van een
onderworpen volk heeft uitgedrukt. Bij den Pupil der Natie straalt
het gelaat van zonneschijn, en het gansche beeld is als doorademd
van physieke bewegelijkheid en zinnelijken levenslust. De opwaarts
gerichte oogen schijnen het licht te zoeken. Vrij, en zich zijner
vrijheid bewust, staat de jonge neger toch verward en verlegen. Wat
zal hij doen met dit ontzaglijk geschenk? Vol kracht en levensmoed,
onvermoeid bij den arbeid en vlug in het leeren, is het toch nog
noodig dat hem de weg gewezen worde, dien hij te volgen heeft.--Dit
is de dichterlijke, ideale voorstelling van den negerknaap.

Voor de vensters der winkels van Richmond kunt ge eene andere
voorstelling van hetzelfde beeld zien, maar ditmaal door een
kunstenaar, die niet idealiseert: door de zon. De onverbiddelijke
lens heeft den neger weergegeven, zoo als hij werkelijk is: zittende
aan den ingang eener metselaarswerkplaats, op een hoop gruis en puin
en stof. De plaats moet aangeveegd worden, en den negerjongen was die
taak opgedragen: maar de verleiding van den zonneschijn is hem te sterk
geweest. Van nature is de neger afkeerig van iederen arbeid; luieren en
soezen is zijne geliefkoosde bezigheid. In plaats van de straat aan te
vegen, heeft Sam zich te midden van den rommel neergezet. Hij speelt
met den steel van zijn bezem, laat zijn hoofd op zijn hand rusten,
en verliest zich al spoedig in het land der droomen. Hij voelt er
niet de minste behoefte aan, dat iemand hem voorthelpe en den weg
wijze, dien hij in het leven volgen moet. Hij verlangt eenvoudig,
dat men hem met rust zal laten, opdat hij zijn oogen kunne sluiten,
en zich bakeren in den zonnegloed.--Dit is de prozaische voorstelling
der nuchtere werkelijkheid.

"Ge zult de meesten van onze nationale pupillen wel in slaap
vinden, juist als Sam," zegt lachende een mijner vrienden. Langs
de James-rivier ontmoet men echter enkele exemplaren eener soort
van negers, die door eigen arbeid zich eene positie hebben weten te
verwerven. Men verhaalt mij van kleurlingen, die, de steden met al
haar ongerechtigheden verlatende, zich op het land gevestigd hebben,
die na harden arbeid kapitaal zijn begonnen op te leggen en voor hunne
spaarpenningen boerderijen hebben gekocht. Vele negers zijn op die
wijze kleine grondbezitters geworden, en leggen zich vooral toe op de
winstgevende tabakskultuur. Deze kleurlingen zenden hunne kinderen
naar school. Mulatten hebben aan amerikaansche universiteiten een
akademischen graad verworven, en zich eene wetenschappelijke loopbaan
gekozen, waartoe de weg hun open staat, ook in Virginie.

Doch, met hoeveel blijdschap men ook dergelijke verschijnselen moge
begroeten, zij zijn en blijven zeldzame uitzonderingen. In den regel
is de neger landbouwer van beroep, en tracht hij ook naar niets
hoogers--tenzij de hartstocht der politiek zich van hem meester
make. Hij heeft geen prikkel, die hem tot iets anders drijft. Is
hij geen huisbediende, dan is hij boerenarbeider. In beide gevallen
verdient hij met zijn arbeid een vijfde van hetgeen een blanke met
denzelfden arbeid verdient; maar zijn voedsel is goedkoop, zoodat hij
van de opbrengst van zijn ruwen en onzekeren arbeid gemakkelijk leven
kan. Hij kent de waarde van een dollar, die eene zekere hoeveelheid
druiven en spek, bonen, whisky en tabak vertegenwoordigt; maar hij
heeft geen besef van de waarde van een tweeden en derden dollar,
omdat hij niets anders kan doen dan den ganschen dag door eten,
drinken, pruimen en rooken. Morgen is de toekomst, en de neger leeft
alleen voor en in het tegenwoordig oogenblik. In die toekomst is er
slechts eene zaak, die hem genoeg ter harte gaat om daarvoor te zorgen:
zijne begrafenis.

"Wat ons arm maakt, zegt Bill, de bediende in mijn logement, dat is
de uitgaaf voor onze begrafenis." Inderdaad zou het geld, dat een
neger voor zijne begrafenis uitgeeft, voldoende zijn om zijn gezin
voor een paar jaar te onderhouden.

"Gisteren is een vriend van mij gestorven, zegt Bill; hij wordt van
middag begraven:--eene mooie begrafenis.

--Gaat ge hem ook de laatste eer bewijzen?

--Neen, Mijnheer; ik behoor niet tot zijn maatschappij.

--Wat bedoelt ge?

--De begrafenis-maatschappij. Iedere zwarte is lid van twee of drie
dezer maatschappijen. Hij moet daar veel voor betalen. Als hij sterft,
krijgt hij dan ook eene mooie begrafenis."

Op zekeren dag wandelde ik, door Jackson's-Ward (een der
wijken van Richmond) naar buiten, om een blik te werpen op de
schilderachtige ravijnen en smalle dalen, die de stad omringen en
haar eene flauwe gelijkenis met Jeruzalem geven. Wij dalen langs een
heuvel af, gaan een stroom over, en beginnen eene andere helling te
beklimmen:--plotseling wordt onze aandacht getrokken door een luid
gejammer en geklaag. Opziende, bemerk ik dat zich op den heuvel boven
ons een kerkhof bevindt, met eenige witgeverfde palen en steenen. Bij
den rand der groene glooiing staan eenige negerinnen, die luid
weenen en snikken; terwijl een zwarte predikant teksten uitgalmt, en
vier of vijf negers bezig zijn met in de aarde te delven. Toen wij
den top bereikten, was de plechtigheid reeds geeindigd en het graf
weer gesloten; maar terwijl deze stoet zich verwijderde, was reeds
een andere in aantocht. Een prachtige lijkwagen met groote glazen
portieren; en in dien wagen een kist, zoo rijk versierd, dat die
in Engeland voor een hertog of prins zou kunnen dienen; daarachter
volgen acht koetsen, elk met twee fraaie zwarte paarden bespannen,
en begeleid door een twaalftal personen in uniform, met standaarden
en opgerolde banieren.

"Wie wordt daar begraven? vraag ik aan een der negers, die staan
te kijken.

--Mozes Crump.

--Wie is Mozes Crump?

--Een arbeider.

--Een boerenarbeider?

--Ja."

De paarden trappelen en komen met moeite voort over dien ongelijken
grond. Onder luid geschreeuw en gejammer wordt de kist naar het
gat--nauwelijks een grafkuil--gedragen, waarin zij nedergelaten
zal worden; en hier wordt nu, bij het neigen der banieren en het
spelen der muziek, Mozes Crump ter ruste gelegd. De gansche familie
is tegenwoordig--mannen en vrouwen, knapen en meisjes. Er wordt
zeer luid gesnikt en gejammerd; maar de zwarte dominee overstemt
al dit rumoer, behalve de klagelijke stem van eene oude vrouw, die,
half snikkende en gillende, onophoudelijk roept: "Ik zie mijn zoon
nooit weer! Ik zie mijn zoon nooit weer!"--De dominee tracht haar tot
bedaren te brengen. Zijne stem verheffende, schreeuwt hij haar toe:
"Wees stil; leef zooals hij, dan zult ge uw zoon weerzien!"--De zwarte
Rachel weent en jammert, en weigert vertroost te worden, zelfs door
haar eigen dominee. Als de mannen in uniform hunne spaden opnemen,
en onder een eentonig gezang het graf beginnen te vullen, roept de
oude vrouw nog luider: "Neen, ik zal mijn zoon nooit weerzien!" Arme
ziel, zij alleen kent haar eigen smart.

De jongeren lachen en huilen beurtelings; en als het graf gedicht is,
verspreiden zij zich in groepen, praten met hunne vrienden, nemen
dan weer plaats in hunne koetsen, en rijden weg, dwars door eene
saamgevloeide gapende menigte van negers, negerinnen en mulattinen,
gekleed in blauwe omslagdoeken en rose mutsen, vast overtuigd dat zij
bewonderenswaardig zijn, en zeer gestreeld door de tegenwoordigheid
van twee vreemde heeren.

Mozes Crump blijft alleen achter, zonder een steen om de plaats aan
te wijzen waar hij rust. Zijn gezin blijft ook alleen achter, met
een weinig brood en een weinig zoete aardappelen, en verstoken van
den arbeid des vaders. De kosten van die begrafenis zouden voldoende
zijn geweest om de jonge Crumps gedurende eenige jaren te onderhouden.

Er zal veel tijd noodig zijn om de negers te doen beseffen, dat zij
voor zich zelven moeten zorgen. Sedert langen tijd gewoon op de blanken
te steunen, valt het hun moeielijk nu op eigen beenen te staan. In de
meeste gevallen verstaat de neger onder persoonlijke vrijheid niets
anders dan de vrijheid der werkeloosheid. Wat toch was, in zijn oogen,
het voornaamste kenmerk van den blanke? Vrijstelling van arbeid. Een
blanke nam nimmer ploeg of spade ter hand. Voor den neger bestaat
het wezen der vrijheid hierin, dat hij met over elkander geslagen
armen mag staan kijken, terwijl anderen arbeiden en spinnen. Hij
heeft immers den blanke nooit iets anders zien doen. Waarom zou hij
dat voorbeeld niet volgen?

(Wordt vervolgd.)


Herinneringen van den Stillen-Oceaan.

(Vervolg van bladz. 110).


II.

De Gambier-eilanden.

II.

In den morgen van den 27sten waren wij in het gezicht van Hao,
en draaiden bij voor het kanaal, waarvan de oostelijke oever
kenbaar is door eene fraaie reeks kokospalmen. Het voornaamste dorp
ligt vijf mijlen oostwaarts, op eene niet onaanzienlijke hoogte,
die bijna den naam van heuvel zou verdienen, en met een prachtig
bosch van kokospalmen is bekroond; dit is het hoogste punt van het
eiland. De eertijds zeer talrijke bevolking is sterk afgenomen door
de emigratie. Het huis Brander van Papeete heeft van hier zijn meeste
parelvisschers gekregen; tegenwoordig telt het eiland nog slechts
ongeveer driehonderd inwoners. Zooals ik reeds zeide, gelijken al
deze eilanden op elkander. Mettertijd heeft zich, op de hoogste
gedeelten der lange koraalgordels, eene dunne laag van vruchtbare
aarde gevormd, voldoende voor de ontwikkeling en den groei van den
pandanus en van een soort van myrtheboom, mikimiki genaamd, die in
dichte bosschen opschiet.

Omstreeks elf uur vervolgen wij onze reis naar Amanoe, dat reeds sedert
den morgen boven uit den mast zichtbaar was. Het dorp en de kanalen die
toegang geven tot het binnenmeer, bevinden zich op de noordwestkust
van het eiland. Die kanalen, ten getale van twee, zijn slechts voor
kleine vaartuigen bruikbaar. De gezagvoerder begeeft zich aan land,
met Paiore, onzen loods, en den tolk, om een onderhoud te hebben met
de eilanders, die aan den mond van het kanaal zijn saamgekomen. Kort
daarop keert hij naar boord terug, en ten half vier verlaten wij
Amanoe, steeds op korten afstand van de kust blijvende.

Den volgenden dag, den 28sten, omstreeks drie uren in den namiddag,
varen wij eenige mijlen ten zuiden langs Akiaki, dat zich door het
gemis van een binnenmeer onderscheidt. Dit kleine eilandje verheft zich
iets hooger dan de anderen. Enkele inboorlingen, wier hutten zichtbaar
zijn door het dichte geboomte, komen naar het strand geloopen om ons
te zien. Er ging eene geweldige branding langs het gansche eiland:
het was niet mogelijk daar te landen.

Dien eigen avond kregen wij Vahitahi in het gezicht. Dit eiland is
niet anders dan een uitgestrekt rif, ter nauwernood boven de golven
verheven, met drie groote, boschrijke eilandjes in het noordwestelijk
gedeelte. Voor de schepen, die van het oosten komen, is dit een der
gevaarlijkste punten van den geheelen archipel, want het rif heeft
aan deze zijde eene zeer aanzienlijke oppervlakte, en zelfs bij een
zeer helderen nacht zou het gemakkelijk kunnen gebeuren, dat het
schip op het rif stootte, eer men de eilandjes ten noordwesten had
bespeurd. Het voornaamste dorp ligt op het noordelijkste eilandje,
dat tevens het grootste en het rijkste aan boomgewas is. Daar ook
hier overal eene zeer sterke branding stond, was het ons niet mogelijk
het strand te naderen.

Den 31sten kregen wij Maroetea in het gezicht. Dit is een groot
onbewoond eiland, dat somwijlen door de inwoners der Gambier-eilanden
bezocht wordt, ter wille der parelvisscherij. Er is hier geen kanaal,
waardoor een vaartuig in het binnenmeer zou kunnen doordringen. Het
eiland beslaat eene aanmerkelijke oppervlakte; de eilandjes waaruit
het bestaat zijn zeer laag, en voor zoo ver wij ze gezien hebben,
ook arm aan geboomte. Men ziet er slechts enkele kokospalmen; de
flora bepaalt zich hoofdzakelijk tot dichte boschages van mikimiki.

Den volgenden morgen, bij het krieken van den dageraad, bevonden wij
ons op een mijl ten noorden van de riffen van den Gambier-archipel;
het hooge land van Mangareva hadden wij reeds des nachts in het
gezicht gekregen.

De Gambier-archipel bestaat uit vier grootere eilanden, die zich vrij
hoog verheffen: Mangareva, Taravai, Akamaroe en Aoekena; en voorts
uit een groot aantal onbewoonde eilandjes en riffen, waarvan sommigen,
vooral die in het zuidwesten, eene vrij aanzienlijke hoogte bereiken.

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.