A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


Engaging the Hard-to-Reach 3 December 2008 Holiday Inn Bloomsbury, London Consultation Institute
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

Fans and booksellers eager for new J.K. Rowling book
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

Top executives to leave Random House
Holiday Inn Bloomsbury, London Consultation Institute Public debate often fails to reach all opinions that need to be heard. A panel of experts and a roundtable of colleagues and peers will discuss ways improve your organisation's community involvement

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



Op eenige mijlen afstands van de ankerplaats, komen de loodsen bij
ons aan boord. Een hunner, Daniel Guilloux, zoon van een Franschman,
heeft geruimen tijd het bevel gevoerd over een goelet van de
katholieke missie, en staat tegenwoordig aan het hoofd van een klein
handelshuis. Hij brengt ons met veel bekwaamheid door den onafzienbaren
doolhof van koraalbanken, die zorgvuldig vermeden moeten worden.

De Gambier-archipel, ten zuidoosten grenzende aan de
Toeamotoe-eilanden, is daarvan echter, zoowel in physiek als in
staatkundig opzicht, ouderscheiden. Het voornaamste eiland, Mangareva,
maakt op den aanschouwer een zeer gunstigen indruk. De berg Duff, aan
de zuidpunt des eilands, bereikt eene hoogte van vierhonderd el; de
ongeveer even hooge borg Mokoto heeft een bijna regelmatigen kegelvorm.

In 1844 diende de koning dezer eilanden, in overleg met de hoofden,
een verzoek in om onder het protektoraat van Frankrijk te worden
gesteld. De inlandsche bevolking heeft zich gedwee onder deze leiding
gevoegd en is blijkbaar met deze schikking tevreden. Over het algemeen
is zij een goedaardig slag van volk, dat zich willig onderwerpt aan
het gezag van meerderen, indien dit gezag zich slechts niet onder
den vorm van dwang vertoont.

In den namiddag begeven wij ons naar wal. Het hoofd is opgevuld met
eene talrijke menigte, waaronder wij eenige inboorlingen van het
Paasch-eiland (Rapa-Noei) opmerken. Zij zijn zeer fijn getatoueerd;
hunne gestalte is rijziger en hunne vormen zijn schooner dan die van de
inboorlingen der Gambier-eilanden. Dit Paasch-eiland heeft thans bijna
geen bewoners meer. De eerste zeevaarders, die het aandeden, vonden
daar op verschillende plaatsen, vooral nabij den middelsten krater van
het eiland, een aantal kolossale steenen beelden. Het fregat la Flore
heeft, nu twee jaar geleden, eenige overblijfselen dezer reusachtige
kunstwerken, getuigen eener ondergegane beschaving, naar Frankrijk
gebracht. Ik zelf heb te Papeete photografische afbeeldingen gekocht
van een houten bord, op het Paasch-eiland gevonden, en met tot dusver
onverklaarde hieroglyphen bedekt.

In den morgen van den 5den Februari lichtten wij het anker om naar
de Markiezen-eilanden terug te keeren. Den 21sten liepen wij wederom
den archipel van Toeamotoe binnen, door het kanaal, dat Takapoto van
Tikei scheidt. Den volgenden middag wierpen wij het anker uit in de
lagune van Kauchi, tegenover het dorp, waar onze loods Paiore woont.

Kauchi is een eiland van bijna cirkelvormige gedaante, met een
doorsnede van bijkans dertien mijlen. De bevolking is niet talrijk,
maar te oordeelen naar het zindelijke en nette voorkomen der huizen,
moet zij niet van zekere beschaving ontbloot zijn. Wij gaan aan land;
vlak tegenover de aanlegplaats verheft zich een wit gebouw, dat tot
gevangenis dient. Als wij naar boord terugkeeren, ontmoeten wij Paiore,
die onze boot met versche kokosnoten, kippen, varkens en eieren van
zeevogels heeft volgeladen. Dat is een geschenk, dat hij ons aanbiedt.

Wij vertrekken naar het naburig eiland Fakarava, en stevenen door
het noordelijke kanaal de lagune binnen. Ik begeef mij naar land;
het dorp is bijna verlaten: de inwoners zijn ter parelvangst naar
het naburig eiland Toaoe getogen. De bewoners der Toeamotoe-eilanden
gaan altijd op de parelvisscherij uit, zoodra het weer en de zee dit
maar eenigszins toelaten. Enkele duikers dalen tot eene diepte van
vijf-en-twintig en zelfs dertig el af; maar de meesten gaan niet dieper
dan twintig el. Dikwijls keeren zij van den bodem der zee terug zonder
iets gevonden te hebben; als zij een oester vinden, moeten zij toch
doorgaans twee of driemaal duiken om haar van de koraal los te maken,
of uit het zand, waarin zij bijna geheel begraven is, op te delven.

Den volgenden dag verlaten wij Fakarava om naar Rairoa te gaan. In
den namiddag varen wij voorbij Apataki; in de lagune liggen drie
goeletten voor anker. Op dit eiland is het voornaamste etablissement
in dezen archipel van het huis Brander, van Papeete, gevestigd.

Den volgenden morgen bevonden wij ons op korten afstand van
de noordkust van Rairoa. De kommandant was voornemens, in het
binnenmeer te gaan ankeren; maar de gesteldheid der kanalen liet dit
niet toe. Onze lange kruistocht is thans geeindigd: wij keeren naar
Tahiti terug.

De gezamenlijke bevolking van de Toeamotoe- en van de Gambier-eilanden
wordt op achtduizend zielen geschat, die van de opbrengst der
visscherij en der kokosboomen leven. Op elk eiland vestigen de inwoners
zich doorgaans langs de oevers van het binnenmeer, nabij eene goede
ankerplaats, of in den omtrek van een kokoswoud, waarin men altijd,
indien men gaten in den zandigen bodem graaft, drinkbaar water vindt.

De inboorlingen van den Toeamotoe-archipel vertoonen eene sterke
gelijkenis met die van Tahiti en van de Markiezen-eilanden: dezelfde
schoone lichaamsvormen, hetzelfde schrandere en uitdrukkingsvolle
gelaat. Zij schijnen donkerder van kleur, en zijn ruwer van aard
dan de inboorlingen van Tahiti; dit is een gevolg van hunne minder
gemakkelijke levenswijze, waardoor zij voortdurend aan de brandende
zonnestralen zijn blootgesteld, hetzij op hunne meeren, hetzij op
hunne door de zee overspoelde koraalriffen.


III.

De archipel van Tahiti.


I.

De meestal heerschende zuid-oostelijke winden maken het mogelijk,
dat zeilschepen, die van de Markiezen-eilanden naar Tahiti gaan,
den afstand van tweehonderd-vijftig zeemijlen, die deze beide punten
scheidt, in zes of zeven dagen kunnen afleggen. Voor dezelfde reis,
in tegenovergestelde richting, behoeven zij daarentegen gemiddeld
achttien tot twintig dagen.

Het kwam mij voor, dat de Vaudreuil stil lag, zoo groot was mijn
verlangen om Tahiti weer te zien. Mijn ongeduld werd gedeeld door
allen, die, zoo als ik, vroeger reeds te Papeete vertoefd hadden;
en zij, die dit bekoorlijke land nog nimmer hadden aanschouwd,
moesten van ons zoo veel daarvan hooren, dat hunne nieuwsgierigheid
niet minder sterk was dan ons verlangen.

Den vijfden dag na ons vertrek van Taio-Hae teekent zich eene
ontzagwekkende donkere massa aan den gezichteinder: dat is Tahiti!

Wij zijn allen op het dek, gewapend met onze kijkers, volop trachtende
te genieten van het heerlijk schouwspel, dat zich voor onze blikken
vertoont. De zon, die zich stralend uit den oceaan verheft, beschijnt
de toppen van hooge, grillig gevormde bergen, waarvan de zonderling
geboetseerde naalden en pieken zich, als reuzige wachters, stout
boven elkander verheffen, en zich met scherpe lijnen afteekenen tegen
het donker blauw des hemels. Het lagere gedeelte dier bergen is nog
in schaduw gehuld; de diepe, donkere, geheimzinnige kloven grijnzen
ons in zwarte nacht tegen, schril afstekende tegen het schitterend
licht, dat ze omvloeit. De tinten worden steeds helderder naarmate de
stralende zonneschijf hooger stijgt; eindelijk giet zij haar licht
uit over de zee, wier witgekuifde golven schitteren en fonkelen als
vloeibaar zilver met diamanten overspat. Voor eenige oogenblikken
zijn alle lijnen en omtrekken, tot de kleinste bijzonderheden der
heerlijke schilderij, volkomen duidelijk zichtbaar; doch dit duurt
slechts kort: weldra vormen zich wolken, die langs de boschrijke
hellingen der bergen omhoog stijgen, en voor het overige van den dag
de hooge toppen in nevelen hullen.

Van den voet der bergen tot aan het strand is de bodem met den
weelderigsten plantengroei bedekt; boven de dichte warreling
van struiken en kreupelhout en laag geboomte, verheffen zich de
onbewegelijke bladerkronen der bevallige kokosboomen. Vlak voor ons
zien wij kaap Venus en den witten vuurtoren, op de uiterste punt der
zandige kust gebouwd. Een met inlanders bemande sloep brengt ons den
loods aan boord, die ons met veel behendigheid door het moeilijke en
bochtige kanaal van Tanoa heenbrengt. De koraalbanken, die dit kanaal
aan beide zijden begrenzen, zijn met oude kanonnen afgebakend. Zoodra
wij kaap Fareoete zijn omgevaren, verbreedt zich het vaarwater;
het spiegelgladde, ruime bekken, dat de reede van Papeete vormt,
opent zich voor ons. Een verrukkelijk schoon tafreel ontrolt zich
nu voor onze oogen: aan eene beschrijving zal ik mij niet wagen,
wetende dat elke poging noodwendig falen moet.

Het anker valt; de schakels van den zwaren, met een dikke laag roest
bedekten ketting ontrollen zich met schor gekraak: straks ligt de
Vaudreuil onbewegelijk. Wij hopen allen, dat zij zich nu eenigen tijd
rust zal gunnen.

De verschijning van een oorlogschip is altijd eene belangrijke
gebeurtenis voor Papeete: het brengt vertier, voordeel en afwisseling
aan. De leegloopende inboorlingen (en hun aantal is zeer groot),
de vrouwen vooral, verzuimen nooit aanstonds naar de kaai te loopen,
om getuigen te zijn van het ankeren. De seintoestel, op den heuvel
gebouwd, die Papeete aan de landzijde begrenst, verwittigt de
belangstellenden langen tijd te voren, dat zich een schip op de
hoogte van het eiland bevindt. "In 't zicht!" In zekere spanning wacht
men dan de verdere signalen af, waaruit blijken zal, welk soort van
schip het is, en tot welke natie het, behoort. Is het een oorlogschip
(manoea, eene verbastering van het engelsche man-of-war), dan is de
vreugde algemeen; men verblijdt zich reeds in het vooruitzicht, dat
de officieren veel geld verteren zullen. Men keert weer haastig naar
huis terug om zich wat op te knappen: een beetje toilet schaadt nooit,
on men wil gaarne een aangenamen indruk maken.

Papeete, de hoofdstad der fransche bezittingen of liever der onder
fransch protektoraat staande eilanden, ligt aan de noordwestelijke
kust van Tahiti. De ruime en veilige haven is toegankelijk voor
schepen van de grootste afmetingen. Drie kanalen voeren uit zee in
deze haven. Het kanaal van Papeete, ook het groote kanaal genoemd, ten
noorden, wordt het meeste gebruikt; de ingang, een weinig ten westen
van de stad, heeft eene breedte van zeventig el; het kanaal is niet
meer dan tachtig el lang. De diepte bedraagt doorgaans dertien el,
met uitzondering van een kleine bank, die door bakens is aangewezen
en gemakkelijk te vermijden valt. Het kanaal van Tanoa, ten oosten,
waardoor wij gekomen zijn, is bij de invaart zeer gemakkelijk;
maar het lange en bochtige vaarwater is voor groote schepen zeer
lastig. Ten westen bevindt zich nog een derde kanaal, dat van Tapoena,
dat uitsluitend door de kleine kustvaarders gebruikt wordt.

Maar wij liggen nog steeds voor anker. Wat is er gaande? De
leelijke gele vlag wordt aan den fokkemast geheschen; onze
kommandant is in levendig gesprek gewikkeld met den loods. Deze
laatste, die doorgaans het binnenloopen der haven aan de schepen
vergunt, op grond van de verklaringen van den gezagvoerder of den
scheepsdokter, verstaat verkeerd wat onze dokter hem zegt:--hij zal
ons den gezondheidsinspecteur zenden. Het is nu maar te hopen dat
deze in de stad zij!

De Vaudreuil is reeds omgeven door eene menigte met groenten en
fruit geladen prauwen, die slechts wachten op het teeken dat zij
mogen aanleggen, om op het dek hunne geurige en saprijke waar uit
te stallen. Ook de scheepsbleekers zijn daar, gereed om elkander het
linnengoed van den kommandant en de officieren, als een begeerlijke
buit, te betwisten. Onder hen herken ik den dikken Paofai, dien ik,
bij mijn eerste bezoek met de Sibylle, met mijne klandisie begunstigd
heb. Ik roep hem toe, on vraag hem of hij mij herkent. Zonder zich
een oogenblik te bedenken, zegt hij dat hij juist naar mij wilde
vragen, toen ik hem aansprak; maar hij laat daarop volgen, dat hij
mij ontmoet heeft aan boord van een schip, waarop ik nooit gediend
heb. Wij lachen hartelijk om zijne onbeschaamdheid; hij laat zich
echter niet uit het veld slaan, maar houdt sterk en stijf staande
dat ik mij bedrieg, hetgeen onze vroolijkheid niet weinig vermeerdert.

De boot met den inspecteur der quarantaine nadert en komt ons op zijde;
na eene korte woordenwisseling met onzen scheepsdokter, wordt de gele
vlag weer neergehaald, onder het luid gejubel der eilanders, die in een
oogwenk en eer men hen tegenhouden kan, met hunne rijk beladen manden
en korven naar boven klauteren en het dek overrompelen. Ik laat hen
handelen en schacheren, en begeef mij zoo spoedig mogelijk naar wal.

De stad Papeete, de hoofdstad van het kleine rijk van Tahitide en
tevens zetel van het bestuur van ons protektoraat, dat het eiland
Tahiti en het naburige Moorea, voorts de Toeamoetoe-eilanden, den
archipel van Toeboeai enz. omvat, ligt tusschen den oever der baai
en de heuvelen, die als het ware den voorgrond vormen der bergen van
het eiland. Op een dier heuvelen staat, zooals ik reeds zeide, de
telegraaf of seintoestel. De stad begint ten oosten aan de landpunt
van Faveoete, waar zich het kleine maritime arsenaal bevindt. De
huizen volgen elkander langs het strand op tot nabij de batterij van
de Embuscade, die tot verdediging van het groote kanaal dient.

Bijna over deze geheele uitgestrektheid zijn kaaien aangelegd. Daar
de diepte voor den oever zeer aanzienlijk is, kunnen zelfs de groote
schepen aan deze kaaien aanleggen: hetgeen zoo voor den handel als
voor het verkeer met den wal van groot gemak is. Het voortreffelijke
water van een der talrijke beekjes, die Papeete besproeien, wordt door
middel van ijzeren buizen naar eene fraaie fontein op de kaai gevoerd,
waar ook de schepen zich van het noodige water voorzien. Doorgaans gaat
men vlak bij die fontein, in het middenpunt der stad, aan land. Niet
ver van daar verrijst een sierlijk gebouw, waarin zich de magazijnen
van levensmiddelen voor de marine en de garnizoensbakkerij bevinden.

De huizen langs het strand duiken half weg in de schaduw van prachtige
boomen, ter wederzijde van de kaai geplant. Natuurlijk ziet men
hier ook de winkels en magazijnen der voornaamste handelaars. De
straten, die naar de binnenstad voeren, loopen allen op deze kaai
uit. Wij willen eene daarvan inslaan, bij voorbeeld die tegenover de
fontein. Aanstonds verandert het tooneel. Ge bevindt u te midden van
een uitgestrekt park, waarvan de breede, rechthoekige straten van
Papeete de statige lanen zijn. Ter wederzijde schuilen, onder het
dichte lommer, te midden van het weelderigst groen, de smaakvolle,
bevallige woningen; schaduw en frischheid en geur allerwege; het is
eene opeenvolging van schilderachtige, liefelijke groepen: een geheel,
zoo bekoorlijk, als ge het zoudt kunnen wenschen. Vooral des avonds,
als de hitte des daags voorbij is, is het een onbeschrijfelijk genot,
door deze lommerrijke straten te wandelen, en den frisschen zeewind
met volle longen in te ademen. Geen woorden kunnen uitdrukken,
wat ik op deze heerlijke plekjes zoo vaak genoten heb, en voor mij
onvergetelijk blijft.

En de inboorlingen! Hoe volkomen passen zij bij deze bekoorlijke
omgeving. De vrouwen vooral, met haar vrijen lossen gang, met haar
schitterend gekleurde, witte, groene, roode of veelkleurige gewaden,
die geheel los en vrij haar om de slanke leden golven. Haar rijke,
schitterend zwarte hairlokken zijn versierd met een bevalligen krans
van pia, waarvan de bleek gele kleur met gouden weerschijn op het
voordeeligst afsteekt bij het blinkend zwart van haar lange lokken;
een vriendelijke glimlach speelt om haren mond; haar klankrijke,
zangerige stemmen doen u denken aan vogelengekweel. En over dit
alles speelt het fantastisch, veelvuldig gebroken en gekleurde licht,
dat zich door dezen dichten lommer een weg baant en wondere tinten
toovert op de onbeschrijfelijk schoone schilderij. Hoe een kunstenaar
hier genieten zou!

De gewone kleeding der inboorlingen bestaat uit een langwerpige lap
gekleurd katoen, pareoe genoemd, die bij de vrouwen de plaats van den
rok, bij de mannen die van den pantalon vervult. Deze lap, die van
de heupen tot de enkels reikt, wordt stevig om den middel gewonden
en vastgestoken. Daarover dragen de vrouwen eene lange hooge jurk
zonder lijf, die veel overeenkomst heeft met een gesloten peignoir;
de mannen, een loshangend hemd van europeesch maaksel.

Doorgaans gaan de vrouwen op Tahiti blootshoofds; haar hair is
eenvoudig gescheiden en golft vrij en los over de schouders. Meestal
dragen zij op het hoofd geen ander sieraad dan de witte bloemen van de
tiare; maar somwijlen tooien zij, en ook de zoogenaamde faieie, dat wil
zeggen, de jonge dandys, de fatten, zich met den dusgenaamden horo, een
zeer smaakvol ornament. Deze horo wordt gemaakt van een fijnen stengel
of stokje, ter lengte van tien tot vijftien duim. Aan het eene uiteinde
van dit stokje worden, een voor een, een aantal kleine, welriekende en
altijd groene blaadjes gestoken van eene orchidee, maire genoemd, die
op de bergen groeit. Men verkrijgt alzoo een groenen krans van twee tot
drie duim in doorsnede. Het andere uiteinde van het stokje wordt in den
steel bevestigd der groote, zoo heerlijke geurige bloem van de tiare
(gardenia tahitense), die met haar prachtigen witten krans als een ster
tusschen deze groene kroon schittert. Ook van de fijne bladeren der
kokospalmen weten de vrouwen een smaakvollen krans te vervaardigen,
dien zij op haar lokken drukken. De gewone hoofdbedekking voor mannen
en vrouwen is de zoogenaamde hei, een kroon van bloemen en bladeren.

Als zij in de zon moeten gaan, zetten de vrouwen een stroohoed op,
die uit Zuid-Amerika afkomstig is; op feestdagen daarentegen dekken
zij zich het hoofd met hoeden van inlandsch maaksel, van de schors
der pia (tacca pinnatifida) vervaardigd. Ook de mannen dragen strooien
of zoogenoemde panama-hoeden.

De eilanders gaan in den regel barrevoets; sommige dames echter
trekken, bij plechtige gelegenheden, kousen en schoenen of laarsjes
aan; maar het is niets zeldzaams, haar deze foltertuigen, waaraan
zij niet gewoon zijn, in de hand te zien dragen. Bij openbare feesten
en dergelijke buitengewone gelegenheden, kleeden de rijke Tahitianen
zich geheel naar europeeschen smaak.

Des avonds is het op de straten van Papeete zeer druk en
levendig. Vooral na acht uur des avonds heerscht er eene buitengewone
beweging en vroolijke levendigheid. Ongelukkig genoeg, is die
vroolijkheid zeer dikwijls niet anders dan het gevolg van dronkenschap,
die hier inderdaad een nationale ondeugd geworden is. Het misbruik
van sterken drank, door de Europeanen hier ingevoerd, is een der
oorzaken van den achteruitgang der inlandsche bevolking. Wellust
en eene ongezonde levenswijze dragen daartoe mede het hunne bij:
het ontgaat dan ook de aandacht van den vreemdeling niet, dat men
hier zoo weinig bejaarde lieden aantreft.

Niettegenstaande dit onmiskenbaar verval, heeft de inlandsche
bevolking van Tahiti nog weinig of niets van haar oorspronkelijk
karakter verloren. Het zijn nog altijd diezelfde schoon gevormde,
krachtig gebouwde athleten, zoo als Cook, Quoy, Lesson, Dumont d'
Urville en zoo vele anderen ze ons in hunne reisverhalen geteekend
hebben. De vrouwen ook zijn nog dezelfde bevallige sirenen, met haar
zacht zangerig geluid, zorgeloos, gemaklievend, van den eenen dag
op den anderen levend, zich louter aan vermaak en genot wijdende,
met bloemen bekroond; en nog altijd verdient het eiland in zekeren
naam van Nieuw-Kythere, door Bougainville aan Tahiti gegeven.

Bieden de straten des avonds een zeldzamen aanblik, niet minder
aantrekkelijk is het schouwspel, dat de reede, omstreeks dienzelfden
tijd, dikwijls te aanschouwen geeft. In duistere en kalme nachten gaan
de Kanaken uit visschen nabij de koraalriffen; de kleine prauw glijdt
langzaam en geruischloos over de stille wateren. Op de voorplecht
staat de visscher, het bovenlijf een weinig over het water gebogen,
den rechterarm opgeheven om te treffen, het oog strak op de golvende
oppervlakte gevestigd; in de linkerhand houdt hij een fakkel, rama
genoemd, van gedroogd riet vervaardigd; achter in de smalle schuit
staat een zijner kameraden, die met zijn pagaai het ranke vaartuigje
bestuurt. Somwijlen is de geheele omtrek der baai verlicht door den
weerglans der roode fakkels in de tallooze bootjes van deze visschers.

Een koerier brengt ons de orders van het gouvernement: gedurende
eenige maanden zal de Vaudreuil hier blijven, ten behoeve der lokale
dienst. Ik denk er dus aan, mij aan wal een tijdelijk verblijf in te
richten. Een mijner kameraden stelt mij voor, te zamen eene woning
te huren. Ik stem hierin gaarne toe, en wij huren met ons beiden een
huisje aan den voet des heuvels, waarop de seintoestel staat.

De europeesche woningen te Papeete zijn doorgaans van hout gebouwd;
tot afwering van de vochtigheid, is de vloer eenige voeten boven
den grond verheven, en rust op gemetselde pilaren. Ons huis is
omringd door een grooten tuin, met een houten heining afgesloten;
een twintigtal groote kokosboomen tooien deze ruimte. Niets ontbreekt
ons, zelfs niet een badkamer, die, het is waar, wel zeer eenvoudig
is ingericht, maar weelde zou hier tot niets dienen. Huizen als het
onze, die niet op fondamenten zijn gebouwd, kunnen zeer gemakkelijk
verplaatst worden. Ik herinner mij, dat eene der straten te Papeete
op zekeren dag geheel verstopt was door een huis, dat de eigenaar
naar eene andere plek overbracht.

Binnen de stad treft men weinig inlandsche woningen aan. Deze zijn,
over het algemeen, zeer ruim, luchtig en zindelijk. De muren, van
gevlochten bamboes vervaardigd, zijn niet hoog; de hard gestampte
bodem is met matten belegd.

Bijna overal vindt men bedden, die laag bij den grond en zeer breed
zijn. Het bed of ledekant bestaat uit een vlechtwerk van nape, een
soort van touwwerk, van kokosvezels gevlochten; daarop legt men een
met gedroogde banaanbladeren gevulden zak, en een met katoen opgevulde
matras. Aan de vier hoeken verheffen zich vier houten stijlen, waaraan
een gazen gordijn bevestigd wordt: een onmisbare voorzorgsmaatregel
tegen de bloeddorstige muskieten, die hier zeer talrijk zijn.


II.

Het eiland Tahiti splitst zich in twee onderscheidene, zeer ongelijke
deelen: het eigenlijke Tahiti en het schiereiland Taiarapoe,
dat aan het grootere eiland verbonden is door een landtong van
ongeveer twee kilometers breedte, waarvan het hoogste punt, waarop
het kleine fort Taravao ligt, zich tot omstreeks veertien el boven
de zee verheft. Elk dezer twee schiereilanden heeft een bijkans
ronde gedaante, en is voor een deel bedekt met hooge bergen,
blijkbaar van vulkanischen oorsprong. De hoogste toppen zijn,
op Tahiti, de Aorai (tweeduizend-vier-en-zestig el), en de Orohena
(tweeduizend-tweehonderd-zes-en-dertig el); en op Taiarapoe, de Nioe
(dertienhonderd-vier-en-twintig el).

Dezelfde vulkanische werking, waaraan Tahiti zijn oorsprong dankt,
hief waarschijnlijk ook het eiland Moorea, de Gambier-eilanden,
Toeboeai en misschien nog andere eilandengroepen van Polynesie, boven
de wateren op. Bij de Toeamotoe-eilanden was de opheffende kracht
blijkbaar minder sterk; hier hebben zich langs de randen der bijna tot
aan het watervlak opgeheven kraters koraalriffen en banken gevormd,
en daardoor zijn, na verloop van tijd, die lage eilanden ontstaan,
waarvan het binnenmeer tegenwoordig de plaats van den uitgedoofden
krater vervangt.

De bodem van Tahiti, hard en steenachtig op de toppen der bergen,
bestaat op de lagere plateaux zeer dikwijls uit vaste leem en klei;
maar in de valleien en langs den oever der zee vindt men eene dikke
laag van uiterst vruchtbare aarde, die het eiland geschikt maakt voor
de kultuur van alle tropische gewassen. Deze vruchtbare strook langs
de zee is geheel vlak; op sommige plaatsen is zij zeer smal, op andere
heeft zij eene breedte van ruim drie kilometers. Deze aardlaag rust op
eene koraalbank. Zij heeft eene bebouwbare oppervlakte van omstreeks
vijf-en-twintig-duizend bunders.

Schier dit geheele vlakke en vruchtbare gedeelte van het eiland
is letterlijk ingenomen door de goyave (psidium pyriferum) of de
toeava, zooals zij in de landtaal genoemd wordt. Deze plant vormt hier
dichte boschages, die alle andere gewassen doen sterven, zelfs oude,
hooge boomen, aan wier voet zij met ongeloofelijke weelderigheid
groeit. De goyave, die eerst in 1815 op het eiland werd ingevoerd,
bedekt tegenwoordig de bergen tot eene hoogte van minstens zeshonderd
el. In de valleien neemt zij bijna de gedaante van een boom aan;
op de bergen overtreft zij zelden een struik in grootte. Haar snelle
wasdom gedurende den regentijd en de krachtige voortplanting door de
dieren, die zich met hare vruchten voeden, maken deze plant tot een
ware plaag, die de ontginning van onbebouwde gronden zeer moeilijk
en kostbaar doet zijn.

De geheele oppervlakte van Tahiti bedraagt
honderdvierduizend-tweehonderd-vijftien bunders; die van Moorea
bedraagt dertienduizend-tweehonderd-zeven-en-dertig bunders.

Bijna de gansche kust van het eiland is door een reeks koraalriffen
omgeven.

Als wij Papeete in westelijke richting verlaten, bereiken wij
weldra het distrikt Faa, waar de eerste proeven zijn genomen met de
koffiekultuur; de koffietuinen staan tegenwoordig in vollen bloei, en
de vrucht is van zeer goede hoedanigheid. De koningin, een Franschman,
de heer B...., en verscheidene inboorlingen hebben hier belangrijke
aanplantingen van kokospalmen aangelegd.

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.