De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various
V >>
Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 | 31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 |
54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 |
64 |
65
De Poenaroeu, een van de voornaamste rivieren van het eiland, stort
zich in het distrikt Poenavia in zee. De vallei, waardoor deze rivier
stroomt, was in 1845 het tooneel van een der hevigste gevechten,
die de Franschen tegen de inboorlingen moesten leveren. Deze vallei
loopt naar het hart des eilands, naar den Maiao of Diadeem, een berg,
ter hoogte van twaalfhonderd-negen-en-dertig el, en staat daar in
gemeenschap met de valleien van Fautahoea on Papenoo. Te Tapoena,
in hetzelfde distrikt, bevindt zich een kleine haven, die door het
kanaal van denzelfden naam met de zee in gemeenschap staat.
In het distrikt Poenavia, en vooral in dat van Paea, vindt men aardige
riviertjes en vruchtbare landouwen; ook zijn daar vele europeesche
woningen. De distrikten Papara en Atiamaono behooren mede tot de
belangrijkste gedeelten van het eiland, zoowel door hunne betrekkelijk
talrijke bevolking, als door de groote uitgestrektheid vruchtbaar,
voor bebouwing uitnemend geschikt terrein, dat zij bevatten.
Eenige jaren geleden stichtte eene engelsche maatschappij, op Tahiti
door den heer Stewart vertegenwoordigd, in het distrikt Atiamaono,
een uitgebreid etablissement met plantages voor de katoenteelt. Een
duizendtal chineesche koelies werden naar de gronden, die aan
de maatschappij waren afgestaan, overgebracht. Reeds waren eenige
honderden landverhuizers, meest allen uit den Cook-archipel afkomstig,
daar sedert eenigen tijd aan den arbeid. Na de aankomst der chineesche
koelies werd de plantage uitgebreid en de kultuur op groote schaal
aangelegd.
Een houten brug van vrij bombastischen stijl verleent toegang
tot de plantage. Die brug ligt over eene rivier, die een deel des
jaars bijna droog is, maar die door de geweldige regens van den
zoogenaamden winter, even als alle rivieren des eilands, in een
onstuimigen, bruisenden stroom veranderd wordt. De aandacht der
bezoekers wordt aanstonds getrokken door de hutten der inboorlingen
van den Cook-archipel; zij staan op een soort van terras of platform,
dat op balken rust, en hebben met den beganen grond gemeenschap door
middel van een ladder, dien men naar verkiezing kan wegnemen. Deze
manier van bouwen vond ik terug op verschillende eilandengroepen van
centraal Polynesie, vooral ook op het fraaie eilandje Rotoemah. Ik
durf niet beslissen, wat de bewoners dezer eilanden beweegt, aldus
hunne woningen op een stellage te bouwen: ongetwijfeld geschiedde dit
aanvankelijk met een bepaald doel, misschien wel uit een oogpunt van
veiligheid en verdediging; later is deze gewoonte, wellicht zonder
verder nadenken, als eene overoude traditie, stilzwijgend door de
volgende geslachten in stand gehouden.
Tijdens mijn tweede bezoek op Tahiti, verkeerde de plantage in
blijkbaar verval; nadat de termijn van hun contract verstreken was,
hadden de Chineezen zich terug getrokken en waren voor eigen rekening
zaken gaan doen: hun vertrek scheen de onderneming een doodelijken
slag te hebben toegebracht.
Wij vervolgen onzen tocht om het eiland. In het distrikt Mataiea vindt
men Papeoeriri met eene goede haven. Deze omstandigheid, gepaard aan
de vruchtbaarheid van den grond, heeft al vroeg aanleiding gegeven, dat
zich hier kolonisten vestigden. Het distrikt levert veel oranjeappelen
op, die in groote hoeveelheden naar San-Francisco worden uitgevoerd;
men vindt hier de vallei Vaihiria, door de rivier van denzelfden
naam besproeid. Aan het uiteinde van die vallei, ter hoogte van
vierhonderd-dertig el boven de zee, ligt een meer, bijna cirkelvormig
van gedaante, met eene doorsnede van omstreeks een halven kilometer,
en aan alle zijden door hooge sombere bergen ingesloten. Voor zoo
ver men kan nagaan, staat dit meer in geenerlei gemeenschap met
de zee; het water is koud en zeer diep. Waarschijnlijk is dit een
uitgebrande krater; sommigen schrijven echter het ontstaan van dit
meer toe aan een bergstorting, waardoor de uitgang der vallei zou
zijn verstopt, zoodat het water, dat vroeger naar de zee afvloeide,
nu wordt opgehouden. Een uitstapje naar dit meer gaat niet alleen met
veel moeite, maar ook met gevaar gepaard. In 1847 heeft de welbekende
reizigster, mevrouw Ida Pfeiffer, niettemin dien tocht gewaagd.
Op de hoogte van Papeari wordt de grond eenigszins moerassig, dan
weder bergachtig; een prachtige, met bosschen van oranjeboomen
omzoomde weg voert naar Tavarao. De omstreken van Tavarao zijn
weinig bevolkt. Van hier naar Papeete terugkeerende, gaat men door
het distrikt Hitiaa, dat een goede haven heeft, en bovendien rijk is
aan bosschen en vruchtbare valleien; de rivieren zijn hier breed, en
tot op vrij grooten afstand van zee bevaarbaar. De handel in chinaas-
of oranjeappelen is hier zeer levendig.
Deze vruchten zijn een zeer belangrijk artikel voor den handel
tusschen den archipel van Tahiti en San-Francisco. Zij worden hier
ingekocht voor vijf-en-twintig francs het duizend, welke prijs
doorgaans in natura of in andere koopwaren wordt voldaan; zij worden
ginds verkocht voor twee- of driehonderd francs. Zelfs als men voor
het onvermijdelijk verlies bij het vervoer vijftig percent rekent,
dan levert die handel, zoo als men ziet, nog een aardige winst op. De
oranjeboom werd hier door Cook ingevoerd, die eenige jonge boompjes
in de nabijheid van kaap Venus plantte: hij heeft zich zoo goed
aan lucht en grond gewend, dat hij niet de minste zorg behoeft en
letterlijk in het wild groeit. De vruchten worden verzonden in zeer
lichte, vierkante kisten, die van de geschilde takken van den poerau
vervaardigd worden en aan de buitenlucht vrijen toegang laten.
De Tahitianen zijn groote liefhebbers van chinaas-appelen; van het
sap vervaardigen zij een soort van geestrijken drank (ava anani),
door de Europeanen oranjewijn genoemd. Uithoofde van de grove
buitensporigheden van allerlei aard, waartoe het gebruik van dezen
drank hetzij aanleiding gaf, hetzij een voorwendsel leverde, heeft de
fransche regeering de bereiding daarvan ten strengste verboden. Toch
geschiedt dit nog in stilte, op een eenzame plek in het gebergte
of in eene verborgen vallei. Twee of drie dagen voor den voor de
bijeenkomst bepaalden tijd, begeven zich eenige inboorlingen in het
geheim naar de afgesproken plaats, ten einde den bedwelmenden drank te
bereiden. Zoodra het oogenblik gekomen is, begeven de mannen en vrouwen
zich een voor een, om geen achterdocht te wekken, naar de plaats der
bijeenkomst, zoo veel immer mogelijk langs onbekende paden, om aan het
wakend oog der mutoi (policie-beambten) te ontsnappen. Maar, ondanks al
deze voorzorgen, komen dezen er toch meestal achter, dat er zulk eene
vergadering gehouden wordt. Op het onverwachtst vertoonen zij zich te
midden der feestvierende menigte, en hunne komst maakt een einde aan
de woeste uitspattingen en toomelooze liederlijkheid, waartoe het
overmatig gebruik van dezen drank schijnt te leiden. Voor de meesten
eindigt de pret dan in de gevangenis (fare aoeri, ijzeren huis.)
De flora van het eiland, hoewel rijk en weelderig, biedt toch weinig
afwisseling. Onder de echte inlandsche boomen komt vooral eene plaats
toe aan den tamanoe en aan den miro of rozenhoutboom, beiden hard en
schoon van vorm; voorts aan den tiairi, het zoogenoemde ijzerhout,
den sandelboom, en met name den poerau die tot zoo velerlei doeleinden
gebruikt wordt. De broodboom, de taro en de kokospalm verschaffen
den inboorling een zeer belangrijk deel zijner voeding: bovendien is
de laatste, door de olie, die hij levert, voor al de eilanden van
Polynesie, uit een commercieel oogpunt, van overwegende waarde. De
sandelboom is op Tahiti vrij zeldzaam, en mist hier ook bijna geheel
zijn welriekenden geur. Het poeder, dat van dit hout vervaardigd wordt,
wordt door de vrouwen veel gebruikt om monoi te maken. De oranje en
vele tropische gewassen, zoo als de ananas, de mango, enz. zijn van
elders ingevoerd en thans inheemsch geworden. De kolonisten verbouwen
met zeer goeden uitslag koffie, tabak, vanille, suikerriet en katoen.
De duizendpoot en de schorpioen zijn de eenige gevaarlijke dieren,
die men op het eiland vindt. Echter huizen er in de bosschen en wouden
zeer lastige gasten, zoo als wilde varkens, muskieten en wespen. Op
mijne wandelingen trof mij vooral de groote zeldzaamheid, ik zou haast
zeggen het gemis, van vogels. De vreemdeling, die de schilderachtige,
lommerrijke valleien van het eiland doorkruist, is verbaasd over de
zonderlinge stilte, die alom in deze dichte bosschen en het kreupelhout
heerscht. Eenige phaetons (een tropische vogel), een kleine parkiet,
die wij ook op de Samoa-eilanden hebben aangetroffen, en meeuwen,
zijn de eenige gevleugelde bewoners van het eiland. In de lage
moerassige gronden mag de jager ook nog eenige wilde eenden vinden;
langs het strand ontmoet men ook enkele reigers, zeezwaluwen en nog
sommige andere vogels, maar hun getal is niet groot.
III.
Een der aangenaamste wandelingen, die men te Papeete maken kan,
is naar kaap Venus. Tijdens mijn eerste bezoek aan Tahiti, had ik
mij te voet daarheen begeven. Een mijner vrienden stelde mij voor,
nogmaals daarheen te gaan, en ik aarzelde geen oogenblik dat voorstel
aan te nemen.
Een huurrijtuig met een inlandschen koetsier komt ons des morgens ten
tien uur afhalen. Het is brandend heet; maar de groote stroohoed en
de klassieke parasol geven ons althans eenige bescherming tegen de
felle zonnestralen. De grenzen der stad worden aangewezen door een
aarden wal en een gracht, die vroeger dienen moesten om het garnizoen
tegen een overval van de zijde der inboorlingen te beveiligen. Op
korten afstand van Papeete ligt een brug over de rivier de Fautahoea;
de vallei, waardoor deze rivier stroomt, wordt in haar hooger gedeelte
begrensd door twee ontzaggelijke loodrechte granietmuren. In de ruimte
tusschen die reusachtige rotswanden verheft zich de zonderling gevormde
top van den Diadeem. De achtergrond der vallei wordt ingenomen door
een prachtigen waterval, tweehonderd ellen hoog, die uit een bekken
nederstort, dat vierhonderd-twintig el boven de zee ligt. Daarop
voert de weg langs de valleien van Hamoeta en Pirae. Tusschen Aroee
en Mahina, loopt de weg over den heuvel Tahatahi, die loodrecht uit
zee oprijst, en kenbaar is door zijne eigenaardige roode kleur. Wallis
en Cook noemden dit naakte voorgebergte de Boomkaap, ter wille van een
eenzamen boom, die destijds den top kroonde, maar nu verdwenen is. Onze
paarden hebben blijkbaar groote moeite, om de vrij steile helling te
beklimmen. Wij verlaten het rijtuig, zoowel om de arme magere knollen
te ontzien, als omdat wij beducht zijn voor een ongeluk. Van den top
des heuvels heeft men een heerlijk uitzicht; een frissche bries drijft
de blauwe golven met kracht tegen de riffen en breede koraalbanken,
die zij met wolken spattend schuim overdekken.
Het rijtuig wacht ons aan den voet des heuvels, en na verloop van
eenige minuten, houden wij onzen zegepralenden intocht in het dorp,
waarvan de bewoners, door de luid klappende zweepslagen van onzen
bronskleurigen koetsier aangelokt, uit hunne woningen naar buiten
komen om getuigen te zijn van onze verschijning. Een prachtige laan,
die den grooten weg doorsnijdt, loopt op den vuurtoren uit, die aan
den noordelijksten uithoek van het eiland oprijst.
Wij beklimmen dien toren, en staan weldra op de bovengalerij. Na hier
een blik op den omtrek geworpen te hebben, begeven wij ons naar de
kleine rivier, die in de nabijheid in zee valt. Een tiental jonge
vrouwen, enkel met de pareoe gekleed, zijn bezig het rivierke met
lange boomtakken af te dammen. Boven dien dam bevinden zich eenige
andere vrouwen, die in het water slaan om daardoor de visschen te
noodzaken den stroom af te zwemmen; zoodra de visschen dan in de
takken verward raken, worden zij met de hand gevangen.
Eer wij weer in ons rijtuig plaats nemen, gaan wij een bezoek brengen
aan den eerwaardigen boom, onder den naam van Cook's tamarinde
bekend. Vervolgens keeren wij langs denzelfden weg terug. In het
distrikt Aroee wijst men ons de graven der Pomare's, die van dit
gedeelte des eilands afkomstig zijn. Een kleine jongen brengt ons naar
Papaoa, waar, aan den oever der zee, het grafteeken der regeerende
familie verrijst. Dit monument heeft evenwel niets bijzonders: alleen
de prachtige boomen, die het overschaduwen, zijn de moeite van den
tocht waard.
De vreemdeling, die te Papeete toeft en een aardig levendig tooneeltje
wil zien, moet des morgens vroeg opstaan en zich naar de markt
begeven, die op een der pleinen, in eene overdekte ruimte, gehouden
wordt. Aan de eene zijde ziet men de tafels, waarop de Chineezen,
die te Papeete gevestigd zijn, koffie en thee te koop aanbieden;
aan de andere, reusachtige stapels fruit en visch. Het voedsel der
inlanders, hoofdzakelijk aan het plantenrijk ontleend, bestaat uit
fei, uit maiore (de vrucht van den broodboom), uit taro en andere
boomvruchten. Hun meest geliefde spijs is visch, waarvan de markt
altijd ruimschoots is voorzien.
De vruchten van den fei (een soort van banaan), die van den broodboom
en van den taro, worden gestoofd op in het vuur verhitte steenen. Des
zaterdags, in de landtaal mahana maa (dag der voeding) genoemd, gaan
de eilanders naar het gebergte, om de safraankleurige vruchten van
den fei in te zamelen.
De dag wordt over het algemeen in werkelooze rust doorgebracht;
eerst tegen vier uur in den namiddag begint er wat leven op straat
te komen. De Europeanen gaan dan naar de societeit of naar het bad;
enkele ruiters en een paar rijtuigen vertoonen zich. Naarmate de
avond valt, neemt ook de drukte toe.
De inlanders zijn hartstochtelijke liefhebbers van dans en zang, zooals
trouwens bijna alle volksstammen van Oceanie. Als ge eene inlandsche
woning binnentreedt, zult ge daar in den regel eenige vrouwen vinden,
liggende of neergehurkt, en te zamen de geliefde volksdeunen zingende,
met begeleiding van een accordeon, dat hier in hooge gunst staat.
Een openbaar volksfeest, waarvan de dans het hoofdelement vormt,
heet op Tahiti upa-upa. Als de avond voor zoodanig feest gekomen
is, vult zich al spoedig het daartoe aangewezen plein met vroolijke
toeschouwers. Mannen en vrouwen zetten zich neder op den grond, rondom
een open plek, die voor de dansers wordt vrijgelaten. Het orchest
bestaat uit een trommel, die het gezang begeleidt en de maat aangeeft
voor den dans; eenige kaarsen, door toeschouwers op de eerste rij in
de hand gehouden, verlichten dit zonderling tafreel. Eene vrouw staat
op, omwikkelt haar lenden met een doek, en maakt eenige slingerende en
golvende bewegingen met haar lichaam, waartoe zich voorloopig de dans
bepaalt. Nu plaatst zich een man tegenover haar. De muziek begint. Het
dansende paar maakt de onstuimigste bewegingen en de zonderlingste
sprongen, telkens meer aangevuurd door het gezang der toeschouwers. De
wendingen en draaiingen des lichaams worden al sterker en sterker,
tot eensklaps de trommel zwijgt. Haastig keeren de dansers nu naar
hun plaats terug, als schaamden zij zich over hetgeen zij gedaan
hebben. Na eenige minuten pauze, treedt een nieuw paar op, en de dans
begint op nieuw, totdat, ten tien uur, het kanonschot weergalmt,
dat het sein tot den aftocht geeft. Binnen weinige oogenblikken,
is het plein nu geheel ledig.
De tegenwoordige upa-upa, die onder toezicht van de policie staat,
heeft maar zeer weinig overeenkomst met de oude nationale dansen, die
wij elders, zooals op de Samoa-, en vooral op de Sandwich-eilanden,
gezien hebben.
Wordt er geen upa-upa gevierd, dan heerscht des avonds de meeste drukte
in de straat la Petite Pologne. De Chineezen, die na de oprichting der
plantage van Atiamaono op het eiland zijn gekomen, verkoopen thee in
de kleine winkeltjes, die deze straat aan beide zijden omzoomen. Die
winkeltjes worden vooral druk bezocht door de inlandsche vrouwen,
die altijd behoefte hebben om te eten en te drinken.
Alle openbare plechtigheden worden ook hier, evenals bij ons,
besloten met een feestmaaltijd, amoeraa maa genoemd. Gedurende
ons verblijf woonden wij zoodanigen maaltijd bij, die gegeven werd
ter gelegenheid der inwijding van de nieuwe protestantsche kerk. De
tafels, tot bezwijkens overladen met allerlei soort van inlandsche
gerechten, leverden een uitlokkenden aanblik op. Onder lichte afdakken
van groene kokosbladeren opgeslagen, en in rijen geplaatst, besloegen
zij een tamelijk groot vierkant, waarvan de eene zijde was ingenomen
door de tafels aan welke de autoriteiten plaats hadden genomen. Het is
ongeloofelijk, welke hoeveelheden spijs bij die gelegenheden verorberd
worden! Kleine varkentjes, zoo in hun geheel, naar inlandsche wijze,
gebraden, bergen van fei, maiore, bananen, enz: enz: verdwijnen met
wonderbaarlijke snelheid in de magen der inboorlingen, die zich ook
aan den wijn niet onbetuigd laten.
De gouverneur laat onzen kommandant weten, dat wij binnen eenige
dagen naar Borabora zullen vertrekken. De koningin van dat eiland,
dochter van Pomare, zal met ons de reis doen; de naam dier vorstin is
Teriimaevaroea. Zij is in 1840 geboren, en regeert, sedert den 3den
Augustus 1860, over Borabora en de aanhoorige eilanden; zij leidt
aan waterzucht, en men vreest voor haar leven.
Haar gemaal, Tapoa, de verstandigste en meest ontwikkelde Kanak,
dien ik op Tahiti ontmoet heb, heeft eenige jaren in Frankrijk
doorgebracht met zijn schoonbroeder, den jongsten zoon van koningin
Pomare, Tocavira, meer bekend onder den naam van den "Prins van
Joinville." Beiden zijn met de fransche taal en gewoonten goed
bekend. De koningin van Borabora wordt ook nog vergezeld door haar
oudsten broeder, prins Ariiaue, den vermoedelijken troonopvolger;
verder bestaat haar gevolg uit Maheanoe, distriktshoofd van Faa,
en Manoe, distriktshoofd van Tautira-Meetia.
Den 12den November wordt de bagage der koningin aan boord gebracht. Den
volgenden morgen gaan onze booten naar wal, om de talrijke passagiers
af te halen. Tegen negen uur komt de koningin met haar gevolg bij
ons aan boord. Het vermagerde gelaat van Teriimaevaroea vertoont
duidelijke sporen van haar lijden; haar hooge gestalte wordt gebogen
door de uitputting eener ongeneeslijke kwaal. Niettemin houdt zij
zich veel bezig met haar neefje, een aardigen jongen van vijf jaar,
die door iedereen bedorven wordt.
De Vaudreuil vertrekt ten half tien. Wij varen ten noorden voorbij
Moorea, waar ik later een bezoek hoop te brengen. Ten zes uur des
avonds zijn wij in het gezicht van Hoeahine; en den volgenden morgen,
bij het opgaan der zon, verrijst voor onze blikken de zoo eigenaardig
gevormde bergtop van Borabora. De Vaudreuil vaart ten noorden van het
eiland om, en werpt, volgens de aanwijzing van den inlandschen loods,
het anker uit voor het dorp Faanoei, waar de koningin haar verblijf
houdt. Ten half tien uur verlaat de vorstin met haar gevolg het schip,
onder het salvo van een-en-twintig kanonschoten, terwijl de vlag van
Borabora van den grooten mast wappert.
Borabora, het kleinste der Gezelschaps-eilanden, vormt met de
miniatuur-eilandjes Motoe-Iti, Mapiha on Toeboeai-Manoe, eene
afzonderlijke groep. Op het midden des eilands verrijst de berg Pahia,
die eene hoogte van omstreeks duizend el bereikt. De buitenste rand
van het omringende rif is hier niet, zoo als elders, nu eens boven,
dan weer onder water, hier vlak en naakt en daar begroeid: neen,
de gansche koraalbank is overal met kokospalmen beplant. Verbeeld u
een bloemruiker in een groenen krans--ziedaar Borabora!
Wij keeren naar Tahiti terug.
De kommandant onzer nederzettingen in Oceanie volbrengt ieder jaar
de rondreis om het eiland, ten einde de verschillende distrikten
te bezoeken, persoonlijk onderzoek te doen naar de behoeften en
wenschen der inboorlingen, den toestand der openbare werken, der
scholen enz. na te gaan: in een woord, om door eigen aanschouwing
met de aangelegenheden des lands en der bevolking vertrouwd te
worden. Het grootste gedeelte der bezetting vergezelt hem op dien
tocht. De gouverneur noodigt ons uit om deel te nemen aan het kleine
militaire feest, dat te Taravao moet plaats hebben.
Den 11den December verlaat de Vaudreuil Papeete en zet koers naar de
fraaie haven van Phaeton, ten westen van de landengte, die Tahiti met
het schiereiland Taiarapoe verbindt. Wij varen langs de westkust van
Tahiti, die ik voor het eerst aanschouw; de zee gaat tamelijk hoog;
de lucht is bewolkt. Wij herkennen de haven van Papeoeriri, waar
enkele goeletten voor anker liggen. Even te voren waren wij langs
de plantage van Atiamaono gevaren, kenbaar aan de groote woning,
schilderachtig op den top van een heuvel gelegen.
Na een vaart van vijf uur, houden wij stil op een mijl afstands
van de haven van Phaeton, om de aankomst eener sloep af te wachten,
waarin zich de luitenant der marine bevond, die belast was met het
vervaardigen eener nieuwe kaart van dit prachtige bekken. Onder zijne
bekwame leiding, varen wij door een der beide smalle openingen in
het rif, die den toegang tot de haven vormen, een lastig vaarwater,
waarin een geweldige stroom gaat, die ons schip rechts en links deed
slingeren. In de ruime haven gekomen, werpen wij het anker uit, en
worden begroet door een geweldigen stortregen. Trouwens daarop moeten
wij bedacht zijn: wij zijn toch in den regentijd, en het schiereiland
heeft den naam, dat daar meer regen valt dan op eenig ander punt van
het eiland.
Den volgenden morgen begaf de gouverneur zich met zijn gevolg en de
soldaten naar Taravao, waar door de inboorlingen, die ook uit de
naburige distrikten waren toegestroomd, de noodige toebereidselen
waren gemaakt om hem te ontvangen.
De militaire vertooning bestond uit een geveinsden aanval op het fort,
dat op het hoogste punt der landengte is gebouwd. De mariniers en een
der kanonnen van de Vaudreuil voegden zich bij de aanvallers. Dit
spiegelgevecht, waarbij dapper geschoten werd, wekte natuurlijk in
hooge mate de belangstelling op der inboorlingen, die uit den geheelen
omtrek waren saamgestroomd om van dit schouwspel getuige te zijn. Het
fort werd genomen, zonder dat men andere ongelukken te betreuren had
dan een val van het paard: gelukkig had de ruiter zich daarbij niet
al te erg bezeerd.
Toen ik aan boord terugkeerde, vond ik mijn schip vol inlandsche
bezoekers; zij hadden zich overal verspreid; zelfs in mijne hut
betrapte ik twee mooie inlandsche meisjes, die met alle aandacht de
tegen den wand hangende photografien bekeken. Geheel de bont gekleurde
menigte, in feestgewaad gehuld en met geurige monoi geparfumeerd,
die bij de bestorming van het fort tegenwoordig was geweest, had
het schip overrompeld en stelde zich aan, of zij zich op haar eigen
terrrein bevond. Tot onzen spijt moesten wij hun eindelijk aanzeggen,
dat het tijd was om te vertrekken: in een oogwenk waren nu de talrijke
kleine prauwen, die de Vaudreuil omringden, tot zinkens vol geladen,
en in vroolijke stemming keerden de gasten naar hunne woningen terug.
Den volgenden morgen kon de Vaudreuil naar Papeete terugkeeren,
terwijl de gouverneur zijn rondreis door de oostelijke distrikten zou
vervolgen. Onze kommandant, die zijn officieren altijd gaarne pleizier
doet, had een mijner kameraden en mij vergund, de uitnoodiging om dien
tocht mede te maken, aan te nemen. Maar eenige uren voor ons vertrek
ontvingen wij de treurige tijding van het overlijden der kleindochter
van de koningin Pomare: en dit bracht verandering in ons programma. De
gouverneur en de soldaten kwamen weder aan boord van de Vaudreuil,
om dadelijk naar Papeete terug te keeren.
De begrafenis van de kleine prinses geschiedde met de grootst mogelijke
staatsie. Do koningin was zeer aan dit kind gehecht, en van alle kanten
beijverde men zich om te toonen, hoezeer men deelde in hare smart over
dit verlies. De tijding van het overlijden van Teriinoeimoanaiterai, in
alle distrikten van Tahiti en Moorea bekend gemaakt, deed het grootste
deel der bevolking van deze beide eilanden naar Papeete optrekken. Alle
inboorlingen droegen rouwkleederen; de meeste vrouwen hadden zich,
volgens een oud barbaarsch gebruik, dat nog in stand is gebleven, het
hair afgeknipt. Daar de geheele koninklijke familie de protestantsche
godsdienst belijdt, had de ceremonie ook in de protestantsche kerk
plaats. Nog zie ik dien eindeloozen optocht, dubbel treurig en
somber door de zwarte kleederen der inlanders. Natuurlijk werd deze
begrafenis opgeluisterd door de deelneming der militairen. Van uur
tot uur liet de Vaudreuil een kanonschot hooren. Het lijk van het
jeugdige prinsesje werd bijgezet in eene hut, die de koningin op het
terrein van haar paleis had laten oprichten; later zou het naar de
officieele begraafplaats der Pomare's te Papaoa worden overgebracht.
IV.
Eenige dagen na de begrafenis der kleindochter van Pomare, ontving
ik eene uitnoodiging, die mij hoogst welkom was. Een officier van
administratie bij de koloniale dienst, de heer E..., met wien
ik dadelijk na onze komst te Papeete kennis had gemaakt, moest
naar Moorea gaan, om de europeesche bevolking van dat eiland te
tellen; hij verzocht mij nu, met hem te gaan. Men had hem, voor de
uitvoering zijner taak, een der notabelen van het eiland, den heer
B... lid van den raad van bestuur, dien ik ook kende, toegevoegd,
benevens een ondergeschikt ambtenaar, die de functien van secretaris
zou waarnemen. De kommandant van de Vaudreuil schonk mij, met zijne
gewone welwillendheid, de vereischte vergunning.
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 | 31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 |
54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 |
64 |
65