A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


Harcourt: Kangaroo route tied down, sport
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

World At Risk "Instant Book" Tomorrow">Vintage to Publish World At Risk "Instant Book" Tomorrow
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

PW Morning Report, December 2, 2008">The PW Morning Report, December 2, 2008
Extract not available.

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



Voor zoo ver de dichte stofwolken, die u haast doen stikken--waarom
wordt hier de weg nooit besproeid?--het uitzicht vergunnen, overziet
ge, ter linkerhand, het olijvenbosch, de golf van Egina en den Piraeus,
met de hooge masten der daar voor anker liggende oorlogschepen. Van
de wandeling terugkeerende, wordt eenige oogenblikken halt gehouden
op het Eendrachtsplein, waar de militaire muziek stukken uit onze
opera's speelt.

Bij die wandeling is het er natuurlijk in de eerste plaats om te doen,
gezien te worden. Ieder, rijk of arm, wil op eene of andere manier de
oogen tot zich trekken; en vooral daaraan is het toe te schrijven,
dat men aan dezen stoffigen en zonnigen weg de voorkeur geeft boven
den koninklijken tuin, de liefelijkste wandelplaats die men zich
denken kan. Maar in die kronkelende lanen en paden, half verloren in
het dichte bosschage, zou men niet zoo gemakkelijk opgemerkt worden.

Deze tuin, een waar paradijs in het dorre Attika, is, zoo als men weet,
eene schepping van Koningin Amalia. Zij zelve leidde en bestuurde
de werkzaamheden, en reed telken dage den tuin rond, hetzij te
paard, hetzij in een klein rijtuig, met twee poneys bespannen,
die zij zelve mende. Telkens word het jong plantsoen door den
geduchten noordenwind vernield, die de pas geplaatste boomen ter
aarde wierp. Maar de Koningin gaf het niet op: en zoodra de wortels
eens tot een vruchtbaarder laag waren doorgedrongen, begonnen de
boomen voorspoedig te groeien. Nu kan men hier overal, ook bij den
felsten zonneschijn, in de schaduw wandelen. Duizenden rozenstruiken,
met bloemen bezaaid, kronkelen zich langs de stammen en takken van
fraaie, zeldzame boomen. Een menigte besproeiingskanalen doorsnijden
het park in alle richtingen, en verspreiden overal eene verkwikkende
koelte. Prachtige bloembedden spreiden den weelderigen rijkdom harer
kleuren ten toon, onder den welriekenden lommer der oranjeboomen. Met
behulp van het noodige water, is men er zelfs in geslaagd eenige
grasperken te onderhouden, boven wier sappig groen dadelpalmen hunne
bladerkronen wiegelen. Door het gebladerte heen ziet men de schitterend
witte, sierlijke marmeren kolonnade van het paleis, dat aan deze zijde
niet dat kazerne-achtige karakter heeft, hetwelk aan den voorgevel zulk
een onaangenamen indruk maakt. Vooral door het contrast, schijnt deze
bloeiende oase dubbel bekoorlijk. In dit dorre, boomlooze land, is het
een onuitsprekelijk genot, te luisteren naar het geruisch van levende
wateren, zich neder te vleien in den dichten lommer der bosschen,
en de vermoeide oogen, verblind van het staren op de gloeiende rotsen
en den geblakerden grond, te laten rusten op het zachte, welige groen.

Zij, die door hunne bezigheden of door gebrek aan fortuin, gedwongen
worden, ook in de hondsdagen te Athene te blijven, kunnen ten minste
nog naar het strand gaan. Met rijtuig of met een omnibus begeeft
men zich naar het station, aan den voet van de Akropolis, in de
onmiddellijke nabijheid van den tempel van Theseus, en tien minuten
later stappen de reizigers uit aan het strand van Phaleros. Daar
kan men dan, gedurende enkele uren, met volle teugen de frissche
zeelucht inademen of een bad nemen; daar vindt men ook eene vrij
goede restauratie en een houten zomertheater, met den starrenhemel
tot zoldering. Omstreeks middernacht brengen de treinen de duizenden
wandelaars weder naar de gloeiend heete stad terug, waar zij vergeefs
zullen beproeven eenige uren te slapen, eer op nieuw de brandende,
alles verschroeiende zon boven de kimmen verrijst.

De atheensche maatschappij splitst zich in drie onderscheidene
groepen, die weinig met elkander in aanraking komen. De eene
groep bestaat uit de eigenlijke burgerij, die er zich op beroemt
echt-atheensch te zijn, autochthonen in den waren zin; zij, die
tot deze klasse behooren, vermijden zooveel mogelijk allen omgang
met Europeanen en loochenen alle solidariteit met de Grieken, die
buiten het koningrijk zijn geboren en die zij met zekere minachting
heterotochthonen noemen. Behoudens enkele uitzonderingen, vertoonen
deze lieden dezelfde eigenschappen, die overal der bourgeoisie eigen
zijn: bekrompenheid, vooroordeel en afkeer van al wat vreemd is. Tot
hun eer moet men hun nageven, dat zij ook de oude eenvoudigheid van
levenswijze en reinheid van zeden hebben bewaard.

De verhalen omtrent de verregaande oneerlijkheid der Atheners, door
sommige schrijvers in omloop gebracht, zijn waarschijnlijk nooit vrij
van overdrijving geweest, en zouden althans tegenwoordig bepaald onwaar
zijn. Maar toch valt het niet te ontkennen, dat list en bedrog in het
volkskarakter diepe wortelen hebben geschoten en maar al te zeer als
geoorloofde wapenen in den strijd des levens worden beschouwd. Dezelfde
man, die zich als onteerd zou beschouwen, indien hij uw beurs of uw
tabaksdoos uit uw zak wegkaapte, zal zonder eenige aarzeling van uwe
onbekendheid met de wetten en gebruiken des lands profiteeren om u te
misleiden, u zoo veel mogelijk geld af te persen of u niet te betalen
wat hij u schuldig is. Dit is in zijn oog eene geoorloofde handigheid,
en zijn geweten maakt hem deswege geen verwijt. Gelukkig zijn er vele
uitzonderingen, wier aantal voortdurend toeneemt. Overheidspersonen,
leeraren, geneesheeren, kooplieden, geven het voorbeeld van onkreukbare
eerlijkheid en van fijne beschaving. De toekomst des lands ligt voor
een groot deel in hunne handen: zij weten dat, en doen alles wat
in hun vermogen is, om het kwaad, dat zij niet zullen loochenen,
te bestrijden en zoo veel mogelijk te overwinnen.

De vrouwen, die tot deze klasse der maatschappij behooren, verstaan en
spreken voor het meerendeel geene andere taal dan het grieksch. Zij
spreken weinig in gezelschap, en hebben zekere gemaaktheid
in haar manieren: misschien louter het gevolg van overdreven
beschroomdheid. Vreemdelingen worden met zeker wantrouwen bejegend,
en verkrijgen niet gemakkelijk toegang tot den familiekring. Zeer
dikwijls is deze terughouding en stugheid niet anders dan hoog
opgevoerde eigenliefde, die de soberheid en betrekkelijke armoede
der huishouding voor geen vreemde oogen ontdekken wil.

Nevens deze groep, waartoe bijna al de politieke mannen behooren, die
in Griekenland een rol gespeeld hebben of nog spelen, staat eene andere
klasse, die eenigermate de allures aanneemt eener aristokratie. Zij
bestaat uit de zoogenaamde Phanarioten, dat wil zeggen, grieksche
familien uit den Phanar, de grieksche wijk van Constantinopel,
afkomstig; en wier voorvaderen, hetzij door hunne aanzienlijke
fortuin, hetzij door de hooge staatsbetrekkingen die zij bekleedden,
een zekeren voorrang hadden verworven, dien hunne nakomelingen nu ook
willen laten gelden in een land, waar de meest volstrekte gelijkheid
heerscht. Deze klasse is overigens niet talrijk. De Atheners dragen
dezen Phanarioten een fellen haat toe, en beschuldigen hen van intrige,
oneerlijkheid en omkooperij: een oordeel, dat, mijns inziens, alles
behalve billijk is, en voor een goed deel aan onedelen naijver
en jaloezie moet worden toegeschreven. De Phanarioten zijn bijna
allen zeer bemiddeld, en mitsdien in staat om veel te reizen en
telken jare westelijk Europa te bezoeken. Daardoor zijn zij met onze
denkbeelden, met onze zeden en levenswijze meer vertrouwd geraakt;
zij toonen hunne ingenomenheid met de europeesche beschaving door
de gastvrijheid waarmede zij vreemdelingen ontvangen, en door de
meer comfortabele wijze, waarop zij hunne huishouding inrichten. Hun
wijder gerichtskring en veelzijdiger ervaring vergunt hun ook, een
billijker en onpartijdiger oordeel te vellen over de toestanden in
hun eigen land. De bittere en onrechtvaardige naijver van hunne
landgenooten houdt hen geheel van het bestuur en van staatszaken
verwijderd. Men heeft daarin groot ongelijk, want juist deze hooger
ontwikkelde mannen zouden zich minder door hunne hartstochten laten
medeslepen; zij zouden zich veel gemakkelijker vrij kunnen houden
van kleine coterien en lokale invloeden, en zich niet behoeven in te
laten met de ellendige kuiperijen en intriges, die in de grieksche
regeeringskringen eene zoo groote rol spelen.

In hunne smaakvol ingerichte salons wordt de vreemde bezoeker ontvangen
door hoogst beschaafde, zeer ontwikkelde vrouwen, die verscheidene
talen vloeiend spreken, en met wie het een genot is te praten; deze
salons zijn voor de in Griekenland gevestigde vreemdelingen van zeer
groote waarde: zij vinden daar als eene levende herinnering aan hun
eigen vaderland.

In de laatste jaren heeft zich, nevens deze beide klassen, nog eene
derde gevormd, die geheel op zich zelve staat. Een zeker aantal
grieksche bankiers, die in het buitenland fortuin hadden gemaakt,
zijn zich te Athene komen vestigen; en even als overal, hebben
deze lieden ook hier die zekere weelde van dubbelzinnig gehalte,
die zucht voor uitspanningen en kostbare vermaken, en bovenal dien
hartstocht voor spekulatie medegebracht, die, overal verderfelijk,
dubbel noodlottigen invloed uitoefenen te midden eener bevolking,
wier behoeften en levenswijze in overeenstemming zijn met de algemeene
beperktheid der middelen.

Deze geldmannen hebben der atheensche maatschappij een heete koorts
op het lijf gejaagd, waaraan zij, nu twee jaar geleden, schier
dreigde te bezwijken. Al de bedachtzaamheid en voorzichtigheid der
Grieken is niet bestand geweest tegen de noodlottige bekoringen en
verlokkende voorspiegelingen, waarmede deze spekulanten hunne zinnen
verblindden. Er werden fantastische venootschappen en maatschappijen
opgericht; er werden mijnen verkocht, die nooit bestaan hadden;
naamlooze vereenigingen van allerlei aard schoten als paddestoelen
uit den grond; de aandeelen bereikten fabelachtige prijzen: in een
woord, het Gruenaertium stond in vollen bloei. Maar weldra kwam het
oogenblik, waarop al die luchtkasteelen instortten. Het ontwaken uit
dien gouden droom was verschrikkelijk. Griekenland verloor op een dag
ruim twintig millioen gulden, bijna de gansche fortuin van dit arme
kleine land. Geen wonder dat zij, op wie de verantwoordelijkheid voor
deze ramp nederkwam, de voorwerpen werden van den algemeenen haat. De
salons zijn voor hen gesloten; en de pogingen, die zij aanwenden om
vreemdelingen of inboorlingen tot zich te lokken, stuiten af op de zeer
besliste terughouding en koelheid van alle klassen. Griekenland heeft
eene harde les gehad: moge het door de ondervinding wijs zijn geworden.

Somwijlen ontmoet men op de boulevards of op den weg van Patissia
een jeugdig paar, met snellen stap voortschrijdende en gevolgd door
een grooten deenschen dog. De jonge man, met een zeer gedistingeerd
voorkomen, blond, slank en rijzig, draagt een grijzen vilten hoed;
de jonge dame, ook blond, met zeer schoone zacht blauwe oogen, is
altijd hoogst eenvoudig gekleed. Dat is Koning George en Koningin
Olga. Bijna alle voorbijgangers staan stil om hen te groeten; maar
de aanhangers van het pas gevallen ministerie of van de partij, die
nog niet aan het roer is kunnen komen, houden den hoed op het hoofd
en keeren zich met een brutaal gezicht om.

Menigmalen heb ik dien jeugdigen Koning met zijn sympathiek gelaat
beklaagd. Zijn toestand is verre van benijdenswaardig. Hij kwam in
Griekenland, na eene omwenteling, eerst achttien jaren oud, zonder
ervaring, maar vol goeden wil en vervuld met de beste voornemens. Die
zoon van het Noorden, met zijn koel, bedaard, eerlijk en rechtschapen,
maar ook vasthoudend karakter, moest onvermijdelijk in botsing
komen met zijn hoogmoedig, achterdochtig, weerstrevig en in hooge
mate wispelturig volk, dat zoo uiterst moeilijk te regeeren is. Die
botsingen zijn dan ook niet uitgebleven, en meermalen scheen het of
de breuk tusschen Koning en volk onheelbaar worden zou. Bij herhaling
reeds is het woord republiek uitgesproken. Toch heeft Griekenland
tot dusver getoond, gezond verstand genoeg te bezitten om zich aan
deze verwerpelijkste van alle proefnemingen niet te wagen en de
monarchie te behouden, die werkelijk de eenige waarborg is voor eene
betere toekomst. Inderdaad zou de republiek het land in het verderf
storten, vooral hier, waar het zoo geheel aan aristokratische,
waarlijk behoudende elementen ontbreekt. In Griekenland toch, even
als overal elders, is demokratie slechts een sierlijker uitdrukking
voor ongebreidelde zelfzucht en nijdige jaloezie, voor wanorde en
regeeringloosheid. Het denkbeeld van aan een der hunnen te moeten
gehoorzamen, stuit echter den Grieken zoozeer tegen de borst, dat
deze weerzin alleen hen waarschijnlijk wel voor langen tijd van alle
republikeinsche proefnemingen zal terughouden.

(Wordt vervolgd.)


Dalmatie.

(Vervolg van bladz. 136).


XI.

Ons verblijf te Spalato en te Salona had lang geduurd: een oponthoud
trouwens, volkomen gewettigd door het bij uitstek belangrijke dezer
plaatsen. Nu wilden wij, naar onze gewoonte, de kust verlatende,
het land in zijne gansche breedte tot nabij de turksche grenzen
doortrekken, om vervolgens weder naar de kust terug te keeren. De
plaats onzer bestemming was thans Sign.

Wij vertrekken van Spalato en begeven ons in de eerste plaats naar
Clissa, een klein dorp aan den voet eener steile rotsvesting, die in de
geschiedenis van Dalmatie eene zeer belangrijke rol heeft gespeeld. Het
dorp begint beneden in het dal, en klautert tegen de steile, hoekige
rotswanden op; de huizen zijn gebouwd op een reeks kleine terrassen,
die zich als de treden van een reuzentrap boven elkander verheffen;
elk huis heeft zijn eigen tuintje, dat door ontzaglijke cyclopische
muren gedragen wordt. Hoog boven het laatste terras verrijst de
vesting, waarvan de gekanteelde muren zich tegen de heldere lucht
afteekenen. Toen ik voor het eerst Clissa bezocht, was de vesting
onbezet; toen ik in de daarop volgende lente terugkeerde, nadat de
opstand der rajas in Bosnie was uitgebroken, lag er bezetting. Clissa
beheerscht de passen, die uit Bosnie naar de zee voeren; in vroeger
eeuwen hebben de Turken, de Venetianen en de Hongaren beurtelings om
het bezit dezer vesting gestreden. Bij den vrede van 1669 bleef de
plaats voor goed aan Venetie.

Zoodra men Salona achter den rug heeft, verliest het landschap
zijn bekoorlijk karakter: de steenwoestijn, die wij reeds vroeger
tusschen Zara en Knin en tusschen Knin en Sebenico ontmoet hebben,
keert weder, maar ditmaal zoo mogelijk nog doodscher en dorder. Hier
en daar, waar de natuur voor eenige bunders bebouwbare aarde gezorgd
heeft, vindt men een armoedig dorp; toch moet men aannemen, dat er,
tusschen de rotsen verscholen, nog enkele andere vruchtbare plekjes
te vinden zijn, want de vlakte is niet onbewoond. Mijlen achtereen
ziet ge echter niets dan eindelooze reeksen van steenachtige heuvels,
aan wier voet nu en dan eenige huizen zijn gegroept; de plantengroei
is zoo schraal en weinig beteekenend, dat het bijna een raadsel mag
heeten, hoe hier menschen hun onderhoud vinden kunnen.

Eindelijk bereiken wij toch de grenzen van deze doodsche heuvelen:
de wijde vlakte van Sign breidt zich voor ons uit; de stad zelve
schuilt nog achter een vooruitspringenden heuvel weg. Deze vlakte
is de grootste, die wij tot dusver in Dalmatie gezien hebben; zij
is geheel groen, maar bevat hier en daar nog uitgestrekte plassen,
waarop het zonlicht speelt. Aan den horizon wordt dit wijde dal
begrensd door vrij hooge bergen; deze groene, malsche vlakte, waarin
talrijke kudden grazen en lange rijen populieren hunne slanke kruinen
wiegelen, maakt een eigenaardigen indruk, te sterker door het contrast
met de woestijn, die men zoo pas verlaten heeft. Dit geheele terrein
was in vroeger tijden meer dan waarschijnlijk de bodem van een meer,
waarvan nog hier en daar de sporen overig zijn.

Sign, aan den voet van een wanstaltige rots gelegen, heeft niets
schilderachtigs, ondanks de ruinen van eene oude citadel, uit den tijd
der venetiaansche heerschappij. Rijen populieren verbergen de huizen,
die in denzelfden stijl zijn gebouwd als de nieuwerwetsche dorpen
langs de kust; en zonder de kerken en kloosters, zouden er hier geen
sporen te vinden zijn van de heerschappij van Venetie. De straten
zijn buitengewoon breed; het stadje beslaat dan ook eene aanzienlijke
oppervlakte. Men zou op het eerste gezicht niet vermoeden, dat de
turksche grens maar eenige uren verwijderd is; maar onophoudelijk
trekken er karavanen door de stad, die de verschillende koopwaren,
welke zij van de kust hebben gehaald, naar het binnenland van Bosnie
brengen.

Toen wij te Sign kwamen, was het juist marktdag: voor een vreemdeling
altijd een buitenkansje. De landlieden uit den omtrek waren in vrij
aanzienlijken getale toegestroomd; en hoewel de kleederdracht in
hoofdzaak onveranderd blijft, ondergaat zij toch, naarmate wij de
grenzen naderen, enkele wijzigingen, die niet aan onze opmerkzaamheid
mogen ontsnappen.

Hier wordt bovenal onze aandacht getrokken door het eigenaardig
hoofddeksel der slavische vrouwen: de okrouga, een wonderlijke witte
muts, die voorover op het hoofd wordt gezet, en waarvan doorgaans
alleen het voorste gedeelte zichtbaar is, want in den regel dragen
de vrouwen over de okrouga een grooten witten sluier, die tot midden
op den rug af hangt en ook gedeeltelijk de armen bedekt, maar het
fraaie borduursel van het hemd zichtbaar laat. Te Sign is de okrouga
eenvoudig een witte doek; iets verder naar de grenzen, is het voorste
gedeelte opengewerkt, bij wijze van kant. In Herzegowina is dit
hoofddeksel rood van kleur, en neemt meer den vorm aan van een fez;
in de omstreken van Trebinje wordt de okrouga voor goed door de fez
vervangen; maar ook dan nog blijft de breede sluier, die de schouders
en de armen bedekt. In Herzegowina, en met name in de streek tusschen
Montenegro en Mostar, wordt die sluier van fijne zijde vervaardigd;
overigens ondergaat het kostuum weinig verandering. Ook dat der mannen
verschilt niet merkbaar van de kleederdracht uit de omstreken van
Knin; met dit onderscheid alleen, dat in Dalmatie over het algemeen
de tulband gedragen wordt, terwijl in de turksche provincien dit
hoofddeksel het uitsluitend kenmerk is der Muzelmannen.

De kerken van Sign zijn zeer ruim en rijk versierd; vermoedelijk
behoort hier de overgroote meerderheid der bevolking tot de katholieke
Kerk, want ik heb nergens een grieksche kapel gezien. De kerken van
Sign dagteekenen voor het meerendeel uit de zeventiende en achttiende
eeuw, en dragen allen het italiaansche karakter; de versiering is
blijkbaar afkomstig uit den tijd der venetiaansche heerschappij.

Mijn verblijf te Sign heeft niet langer dan een dag geduurd,
maar ik heb er behoorlijk kunnen eten en slapen, en dit is geen
klein kompliment voor een dalmatisch stadje, aan de grenzen van
Herzegowina. Later heb ik meermalen, aan gene zijde der bergen,
honger geleden; en zelfs aan deze zijde van den Velebit was de kost
dikwijls schraal en het nachtleger van twijfelachtig gehalte. Te
Sign vindt men ten minste eene behoorlijke herberg; en een blik op
den weelderigen vruchtbaren omtrek geeft u de overtuiging dat het u
althans niet aan voedsel behoeft te ontbreken.

Op het marktplein bewaart eene fraaie fontein, die te Padua of te
Treviso niet misplaatst zou zijn, de herinnering aan den tijd der
venetiaansche heerschappij. Toen wij daar langs kwamen, stonden er
eenige boerinnen bij de fontein gegroept, om water te putten; en
hare kleederdrachten, die ons aan het Oosten deden denken, vormden
een eigenaardig contrast met den italiaanschen renaissance-stijl van
het kleine, maar fraaie monument, waarvan onze lezers de afbeelding
vinden op bladz. 136.

Na den dag te hebben gebruikt voor eenige bezoeken en voor wandelingen
door de stad en hare omstreken, die niets bijzonders opleveren,
besloot ik den volgenden morgen naar de kust te vertrekken, om mij te
Spalato in te schepen naar Ragusa. Ik zou zoodoende tweemaal denzelfden
weg afleggen; maar men moet wel rekening houden met de middelen van
vervoer; en men is van zelve verplicht telkens naar de Adriatische-zee
terug te keeren, waar men zeker is de stoombooten van Lloyd te zullen
aantreffen. Er schoot dus geene andere keuze over. Zonder ongeval te
Spalato aangekomen, vertrokken wij den volgenden morgen ten zes uur,
en liepen, na een kalme zeereis van zes-en-twintig uren, in de haven
van Gravosa, bij Ragusa, binnen.

Deze zeetochtjes van de eene stad naar de andere zijn niet van belang
ontbloot. Van het dek der boot volgen wij de kronkelende, bochtige
lijn van de pittoreske, bergachtige kust; wij houden telkens op in
een der vele kleine havens, Pietro di Brazza, Almissa [20], Macarsca
en Curzala. Wij hebben dan juist den tijd, om, terwijl reizigers in-
en ontscheept worden, vluchtig enkele schetsen van het omringende
landschap te maken.

Gravosa is als het ware de buitenhaven van Ragusa; de schepen kunnen
hier gemakkelijker aanleggen dan in de haven der stad zelve; de
reede is dieper, veiliger en beter gelegen. De haven van Ragusa, die
te zeer voor den zuid-oostenwind open ligt, wordt bijna alleen door
de visschers en de kleine kustvaarders gebruikt. Deze stad, die eens
een zoo belangrijken handel dreef en eene zoo gewichtige rol speelde,
dat zij den naijver opwekte van de trotsche republiek van Sint-Marcus,
had eigenlijk moeten gebouwd zijn op de plaats, waar nu Gravosa staat,
en niet op dat eng begrensde, tusschen de zee en de rotsen ingesloten
terrein, waar iedere uitbreiding onmogelijk is. Deze zoo moeilijk te
genaken plek werd aanvankelijk veiligheidshalve gekozen; later, toen
de stad, na velerlei rampen, herbouwd moest worden, waren de burgers
te zeer aan hunne vroegere woonplaats met al haar herinneringen
en traditien gehecht, om een plek te verlaten, die van het eerste
oogenblik slecht gekozen was, niettegenstaande zij in de onmiddellijke
nabijheid een uitgezocht terrein hadden om eene groote stad te bouwen.

De afstand tusschen Gravosa en Ragusa bedraagt niet meer dan een
halve mijl.

Een fraaie, in de rotsen uitgehouwen weg, ter wederzijde door
smaakvolle villas in italiaanschen stijl omzoomd, voert naar de
stad. Aan alle zijden treft ons de weelderige, zuidelijke plantengroei:
aloes en cactus groeien in de spleten der rotsen; de lucht, de
zee, de berg, de vorm der huizen, de geheele omringende natuur,
herinneren aan de rots van Monte-Carlo en het prachtige panorama
van Monaco; de donkere cypressen, die zich loodrecht verheffen uit
de dichtbegroeide heesters met hun goudgele bladeren en gekleurde
vruchten, voeren ons ook in onze verbeelding naar de landschappen
van zuidelijk Italie. Gravosa is een stedeke van eenige beteekenis
door zijn haven; daar vindt men de timmerwerven van Ragusa, waarop
evenwel niet meer de bedrijvigheid van vroeger heerscht. Tusschen
Gravosa en Ragusa, vlak langs den weg, bouwden de rijke kooplieden
der republiek hunne landhuizen, door bekoorlijke tuinen omringd,
waar zij het volle genot van het buitenleven konden smaken.

Wie de geschiedenis van Ragusa kent, zal niet zonder een gevoel van
eerbied deze stad betreden; ik durf zelfs beweeren, dat het zonderlinge
voorkomen der stad, zoo hoogst eigenaardig en karakteristiek ten
gevolge van het gekozen terrein, in allen deele beantwoordt aan de
verwachting, die de kenner harer historie zich van Ragusa gevormd
heeft.

Op de tuinen en landhuizen langs den weg, volgt de voorstad Pille,
waar men eenige logementen voor de reizigers vindt; vlak tegenover den
weg verrijst de poort der vesting, die de gansche stad omvat. Ge ziet
niets dan bedekte wegen, ophaalbruggen, diepe droge grachten, waarin,
tusschen de rotsen, vijgeboomen groeien; esplanaden, waarop soldaten
exerceeren; hooge gekanteelde muren, die de golvingen van den grond
volgen, met zware torens en valpoorten, die aan de middeleeuwsche
burchten denken doen. Boven den hoofdingang prijkt een wapenschild in
bas-relief, voorstellende Sint-Biagio (Blasius), bisschop, met myter
en kromstaf, en daarachter een burcht. Dit is het wapen der stad en het
zegel der republiek van Ragusa; zij koos den heiligen bisschop tot haar
patroon, omdat, bij zekere gelegenheid, toen de Venetianen zich door
een krijgslist van de stad wilden meester maken, een priester voor den
Senaat verklaarde, dat San-Biagio hem in den droom verschenen was en
de plannen van den vijand had ontdekt (971). Hebt ge de smalle poort
achter u, dan moet ge nog eene drie-dubbele omwalling met wachthuizen
doorgaan, eer ge den Stradone bereikt.

De Stradone van Ragusa (strada, straat) is het voornaamste deel
der geheele stad; bijna aan den ingang staat eene fraaie fontein,
sierlijk en smaakvol bewerkt, uit het begin der zestiende eeuw; zij is
of niet voltooid, of heeft door een of andere ramp haar bovengedeelte
verloren. Tegenover de fontein verrijst de voorgevel van eene mooie
kerk, die tot een Franciskaner-klooster behoort. Verbeeld u verder een
geplaveiden weg, tusschen de tien en twaalf ellen breed, ter wederzijde
omzoomd door eenvormige huizen van graniet; die huizen zijn zeer breed,
zeer eenvoudig, zonder eenigen stijl, met zuilengangen voorzien en van
elkander gescheiden door smalle steegjes, ter breedte van hoogstens
twee el. Ter linkerzijde voert elk dezer steegjes naar een trap van
meer dan honderd treden; de huizen, die in deze straatjes uitkomen,
volgen natuurlijk de helling van den grond, en verheffen zich vlak
boven elkander, zoodat hunne vensters op de trap uitkomen en hunne
balkons daarboven zweven. Het is bijna onmogelijk, zich eene duidelijke
voorstelling van dit zonderling geheel te maken.

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.