A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


'Da Vinci Code' publisher one of two execs leaving Random House
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

Fans and booksellers eager for new magic from Potter author J.K. Rowling
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

Rubin, Irwyn Applebaum Out in RH Reorg
NEW YORK - The man who helped give the world 'The Da Vinci Code' and a leading publisher of Danielle Steel and other brand-name authors are leaving Random House. The departing executives are Stephen Rubin, who as head of the Doubleday Publishing Group

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



"Ik heb een halven dag op de Villa-Reale doorgebracht, eene
wandelplaats, met eiken en altijd groene heesters beplant, vlak
langs het strand. Enkele jonge boomen, doortinteld van licht,
ontplooien hunne kleine, teedere blaadjes en ontvouwen alreede hunne
gele bloesemkelken. Standbeelden, schoone naakte jongelingsfiguren,
Europa op den stier, buigen hun wit marmeren lichamen tusschen het
zachte, wazige groen der planten. Op de grasperken speelt het licht
in breede plekken; slingerplanten kronkelen zich om de zuilen; hier
en daar schittert het levendig purper der jong ontloken bloemen, en de
fijne, fluweelige kelken trillen en wiegelen op de zwoele koelte, die
tusschen de citroenstammen ruischt. Zee en lucht zijn beiden weldadig;
welk een tegenstelling, als ik denk aan de kusten van den Oceaan, aan
onze stranden van Normandie en Gaskonje, door de winden geteisterd,
door de regenvlagen gegeeseld, waar verschrompelde dwergachtige boomen
wegschuilen in de spleten en holten, waar het helm, het korte schrale
gras, zich als huiverend aandringt tegen de naakte hellingen! Hier
onderhoudt en voedt de nabijheid van het water den plantengroei; ge
voelt de frischheid en zachte zwoelte van den ademtocht, die de bloemen
koost en doet ontsluiten. Ge vergeet u zelven en alles om u heen: ge
luistert naar het geritsel der suizende bladeren; ge volgt het spel
hunner schaduwen op het zand. En toch--op zes passen afstands rolt de
zee, met een dof gemurmel, haar breede golven, die, met vlokkig schuim
overdekt, langzaam uit- en wegvloeien over den zandigen oever. De
nevel verdampt onder de zon; tusschen het gebladerte door, bespeurt
ge den Vesuvius en zijne geburen, de gansche bergketen, die in steeds
duidelijker omtrekken te voorschijn treedt. Zij zijn bleek paars van
kleur; en naarmate de dag ter kimme zinkt, wordt dit paars teerder
en zachter. Eindelijk gaat die tint over in de fijnste schakeeringen
van violet; geen bloemkelk kan bekoorlijker zijn; de hemel is geheel
helder geworden, en de stille kalme zee schijnt een meer van azuur.

"Dit tooneel weder te geven is onmogelijk. Lord Byron heeft wel gelijk:
de schoonheid der natuur kan niet op eene lijn worden gesteld met
die der kunst. Een schilderij blijft altijd beneden de voorstelling,
die men zich daarvan maakt, een landschap staat steeds daarboven. Dit
is schoon: ik weet er niets anders van te zeggen; dit is grootsch en
dit is aantrekkelijk; dit verkwikt en verheugt den geheelen mensch,
de zinnen en het gemoed; ge kunt u niets weelderigers en niets
edelers denken. Waarom zou men zich, met dit tafereel voor oogen,
de moeite geven van te arbeiden en iets voort te brengen? Het is
overtollige moeite, zich een goed ingericht huis te bouwen, of met
groote inspanning die omslachtige inrichtingen tot stand te brengen,
die men eene constitutie of eene kerk noemt; overtollige moeite ook,
de genietingen der ijdelheid en der weelde na te jagen: ge hebt
slechts uwe oogen te openen, rondom u te zien; u te laten leven;
met een enkelen blik omvat ge de schoonste bloem des levens.

"Ik had mij op een bank neergezet; ik zag den avond vallen, de
kleuren en tinten wegsmelten; en het was mij, alsof ik mij in de
Elyseesche velden der oude dichters bevond. De sierlijke bevallige
vormen der boomen teekenden zich af tegen het heldere blauw. De
ontbladerde platanen, de dorre eiken zelfs, schenen te glimlachen. De
verrukkelijke blijde helderheid des hemels, door het fijne weefsel
hunner takken geschakeerd, scheen zich aan de boomen zelven mede
te deelen. Zij schenen niet dood of verstijfd, zooals bij ons, maar
ingesluimerd en, onder de koesterende aanraking dezer warme lucht,
gereed, hunne knoppen te openen, hunne teedere uitspruitsels toe te
vertrouwen aan de naderende lente. Hier en daar flikkerde een ster;
de maan begon haar zilver licht uit te gieten. De standbeelden, nog
blanker dan straks, schenen in die geheimzinnige schemering als met
leven bezield. Groepen jonge vrouwen, wier kleederen zacht op en neder
golfden, schreden geruischloos voort, als zalige schimmen. Het was mij,
als ware ik getuige van het antieke grieksche leven; als kon de stille
harmonie dier slanke vormen en dier gedempte tinten mij voor altijd
bevredigen, als had ik geen behoefte meer aan pracht en gloed van
lijnen en kleuren. Ik hoorde de verzen van Aristophanes reciteeren;
ik zag zijn jongen athleet, kuisch en schoon, naar geen ander genot
verlangende dan, met een lauwerkroon op het hoofd, te mogen wandelen
tusschen de populieren en bloeiende platanen, in gezelschap van een
wijzen vriend van zijn leeftijd. Napels is eene grieksche kolonie, en
elke nieuwe ervaring doet ons steeds beter begrijpen, hoe machtigen
invloed het landschap en het klimaat uitoefenen op den smaak en den
geest van een volk.

"Omstreeks acht uur was het bladstil geworden. De hemel scheen van
lapis-lazuli. Eene koninginne gelijk, straalde de maan alleen te
midden van het matelooze blauw; haar licht trilde op de groote wateren
en goot daarover een breeden mat zilveren stroom uit. Geen woorden
kunnen de bevalligheid, de zachte gratie uitspreken dezer bergen,
in het schemerend violet van hun nachtelijken sluier gehuld.

"Overal schitteren lantaarns; in de open lucht babbelen de menschen
overluid, lachen en eten. Die hemel is op zich zelven een feest!"


Montenegro.


De strijd in het Oosten is ontbrand. Het geduchte oostersche vraagstuk,
waarvoor de europeesche diplomatie in volslagen radeloosheid stilstaat,
waaraan zij geene oplossing weet te geven, eensdeels omdat zij in
moedwillige verblinding den waren aard van het probleem niet wil zien,
anderdeels omdat zij, door bekrompen zelfzucht en nijdigen naijver
bezield, de eenig mogelijke oplossing verwerpt en hardnekkig blijft
streven naar het onbereikbare, blijft reageeren tegen den onafwendbaren
loop der geschiedenis; dat geduchte, zoo veel omvattende oostersche
vraagstuk, telkens en telkens uitgesteld en verschoven--als werd het
daardoor opgelost!--is op nieuw in vollen ernst aan de orde gesteld. De
oorlog is uitgebroken: en dat het zoo ver gekomen is, wijt het in
de eerste plaats aan die regeeringen, die de teekenen der tijden,
het zoo verpletterend duidelijke Mene Mene, opzettelijk miskennende,
iedere afdoende daad, elk krachtig optreden van het beschaafd Europa
stelselmatig hebben belet, en voortdurend zich tevreden gesteld
met woorden en nog eens woorden, als konden woorden de geduchte,
vreeselijke werkelijkheid bezweeren en omscheppen naar willekeur! Zie,
er zijn toestanden, zoo hopeloos verward, zoo door en door verdorven
door jaren- en eeuwenlang verzuim, dat inderdaad geene andere oplossing
dan door het zwaard mogelijk is; dat de oorlog als een weldaad, als
eene uitkomst na martelende onzekerheid en vernederende weifelingen en
radeloos rondtasten in den duister, moet worden begroet. Voor zulk een
toestand staan wij ook hier. Jaren-, ja eeuwenlang heeft het ontwikkeld
Europa zijn heiligen plicht tegenover de christelijke bevolkingen van
het Balkan-schiereiland, schandelijk verzuimd; het heeft toegelaten dat
eene mohammedaansche Tartarenhorde de schoonste en oudste erflanden der
westersche beschaving in bezit nam en moedwillig ten verderve doemde;
het heeft die schande laten voortbestaan, ook toen het voor ieder
duidelijk was geworden, dat de turksche heerschappij veroordeeld was;
toen de ruwe macht tot verderven, zich niet meer naar buiten kunnende
keeren, toch nog steeds met de oude felheid bleef woeden tegen de
weerlooze Christenbevolkingen, zuchtende onder het smadelijkst juk;
toen in 't eind de logge massa van het doode Turkendom loodzwaar
bleef wegen op de schouders van het nieuw ontwakende, worstelende
leven der zoo lang vertrapte en mishandelde grieksche on slavische
stammen. Voorwaar, aan dien toestand moet een einde komen; en onze
volle sympathie is verpand aan die groote mogendheid, die, alleen
werkelijk wetende wat zij wil, getoond heeft den eisch des tijds te
begrijpen, die nu eindelijk het zwaard heeft getrokken tot bevrijding
der Christenen, tot het voorbereiden en mogelijk maken althans van
eene betere toekomst. Zeker willen wij daarmede niet beweeren, dat
ook Rusland, nevens eene grootsche, rechtvaardige, luid uitgesproken
gedachte, geen zelfzuchtige nevenbedoelingen zou kunnen hebben:--aan
wie der andere machten van het zoo jammerlijk uiteengescheurde Europa
komt echter het recht toe, op dien grond vonnis te vellen? Aan Engeland
misschien, welks staatkunde door het meest cynieke eigenbelang,
door het onbeschaamdste en onedelste egoisme, dat van den gierigen
gouddorst, gedreven en bezield wordt; dat zich zelven alles geoorloofd
rekent, maar niemand vergunt zijn voorbeeld te volgen? Doch dit staat
vast: van alle europeesche mogendheden plaatst Rusland alleen zich,
ten aanzien der oostersche kwestie, op de historische lijn; weigert
Rusland alleen logens en huichelachtigen schijn voor waarheid aan
te nemen; begrijpt Rusland alleen wat de roeping, de plicht en dus
het recht van het beschaafd Europa tegenover Turkije is; handelt
Rusland alleen overeenkomstig dien plicht. Daarom ook brengt het,
telkens de europeesche diplomatie waar zij eigenlijk niet wezen
wil; daarom schrijdt het onophoudelijk voorwaarts naar het eenmaal,
met volle bewustheid, met historische noodzakelijkheid gekozen, en
nimmer uit het oog verloren doel. En indien eindelijk de vrucht van
al dit streven Rusland in den schoot valt; indien het eens verkrijgt
wat het in het algemeen belang van Europa niet mag verkrijgen--aan
wie zal dan de schuld zijn? Is het niet aan hen, die door tijdige
en doeltreffende samenwerking het najagen van louter zelfzuchtige
bedoelingen hadden kunnen verijdelen en eene voor allen bevredigende
oplossing mogelijk maken; maar die, in laffe vreesachtigheid of
kleingeestige jaloezie, er de voorkeur aan hebben gegeven, zich te
onttrekken aan den onafwijsbaren plicht, hun door de geschiedenis op
de schouders gelegd, en voorts hunne hoogste wijsheid hebben gezocht
in het altijd maar op nieuw verschuiven van het ontzaglijk probleem,
dat, eenmaal gesteld, zich niet meer verwijderen laat en waarvan de
oplossing, door ieder uitstel, moeilijker wordt?

Doch het ligt niet in mijne bedoeling, te dezer plaatse over de
oostersche kwestie uit te weiden; al is de verzoeking groot om,
zoo mogelijk, althans eene poging te doen tot het juist stellen
van het probleem, dat, meer of minder opzettelijk, door onwil of
onverstand, telkens zoo zeer verward en verduisterd wordt. Beschouw
de voorafgaande opmerkingen louter als eene toelichting tot de
keuze van het reisverhaal, dat straks volgen zal. Wij voeren onze
lezers naar Montenegro, en wel aan de hand van dienzelfden gids,
den heer Charles Yriarte, met wien wij zoo even Dalmatie tot aan
zijne uiterste grenzen hebben doorkruist. Dit reisverhaal sluit zich
dus onmiddellijk aan het voorafgaande aan: wij trekken rechtstreeks
van Cattaro naar Montenegro. En dat wij juist nu daarheen gaan,
behoeft, in verband met het zoo even in het midden gebrachte, wel
geene nadere rechtvaardiging. Immers ook Montenegro behoort tot het
tooneel des oorlogs; ook daar wordt de groote strijd gestreden; het
onverwonnen heldenvolk, dat eeuwenlang de worsteling tegen de turksche
overmacht heeft volgehouden, is ook nu op de roepstem ten strijde niet
achtergebleven. God zegene zijne wapenen! Al ware het alleen daarom,
verdient dit kleine land thans dubbel onze aandacht en belangstelling,
waarop het, om zijn verleden, ten allen tijde aanspraak heeft. Volgen
wij dus nogmaals den heer Yriarte, dien wij te Cattaro achterlieten
[21].


I.

Een uitstapje naar Montenegro moest de bekroning zijn van onzen
tocht langs de Adriatische-zee. Wij hadden Istrie, den Quarnero en
zijne eilanden en geheel Dalmatie gezien; het heerlijkste weder had
onafgebroken onze reis begunstigd en die tot een ongestoord genot
gemaakt. Zachtkens gleden wij voort over de helder blauwe golven;
de witte steden der oude venetiaansche kolonien, met haar gordel van
hooge muren, haar kerken en campaniles, haar schat van herinneringen
en haar monumenten van kunst en vroegere grootheid, togen langs
onze oogen voorbij, afgewisseld door allerlei aantrekkelijke
karakteristieke natuurtafreelen. Al verder en verder had de
belangstelling ons heengelokt, en nimmer hadden wij ons beklaagd,
aan de verlokking gehoor te hebben gegeven. Waarom dan niet nogmaals
geluisterd naar de stem, die ons heen riep naar dat Tzernagora,
dat schier ongenaakbaar bergland, die door de natuur zelve gewrochte
vesting, bewoond door dat fiere, onversaagde montenegrijnsche ras,
dat zich voor immer beroemd heeft gemaakt door zijn ontembaren moed
en zijne onbuigbare vrijheidsliefde, dat ras van helden, waarvoor
ieder mannenhart sympathie gevoelen moet? Wij aarzelden niet lang;
en den 28sten October, bevonden wij ons, des morgens ten negen uur,
aan de poort van Cattaro, waar de heer Radamanovich, de agent van den
Vorst van Montenegro, ons bescheiden had, gereed tot de reis en met
de oogen de hoogte metende van den geweldigen bergwand, dien wij te
bestijgen hadden.

De berg rijst zoo steil en zoo plotseling omhoog, en de ruimte tusschen
de zee en de rotsen is zoo eng begrensd, dat de mensch op kunstmiddelen
bedacht heeft moeten zijn om dezen natuurlijken scheidsmuur over te
klimmen; de weg is dan ook in de rots zelve uitgehouwen en kronkelt
zich in zigzag, met niet minder dan drie-en-zeventig wendingen, naar
boven: de naam Scala, trapladder, is dan ook, op dit duizelingwekkende
pad toegepast, volkomen juist. Kort na ons vertrek, nadat wij
vijf-en-dertig minuten geklommen hadden, kwamen wij aan een dorp,
tusschen de citadel en de stad weggescholen, tusschen de rotsspleten
verborgen; de daken der huizen, even als die der zwitsersche chalets,
met zware steenen tegen den wind beschut, liggen op gelijke hoogte
met den weg. Naarmate ge hooger klimt, verbreedt zich het panorama:
eerst overziet ge de stad, dan de eigenlijke golf van Cattaro, dan de
gansche Bocca, de bergen langs de kust der Adriatische-zee. Reeds kunt
ge Perasto onderscheiden, en de menigte kleine witte dorpen, die de
kust omzoomen, wegschuilende aan den voet van loodrechte bergen, en
al die kapen en voorgebergten, met hunne groenende tuinen en gaarden
en bosschages, waarboven spitse klokketorens uitsteken, zoo scherp
zich afteekenende tegen de kalme donker-blauwe oppervlakte der zee.

Weldra bevinden wij ons op gelijke hoogte met de citadel, waarvan
wij door een donker en diep ravijn zijn gescheiden; wij hebben eene
hoogte van meer dan duizend voet bereikt; naarmate wij hooger stijgen,
schijnt de citadel als het ware met de rotsmassa saam te smelten, en
het ravijn te slinken; de stad Cattaro, mede haast niet van den berg
te onderkennen, zien wij thans in de diepte, vlak voor onze voeten,
met haar pleinen en straten, de binnenplaatsen harer huizen, haar
met boomen bezette kaai en de daarvoor geankerde schepen. Eindelijk,
als ge den top des bergs bereikt hebt, hef dan nog eens uwe oogen op en
omvat in een enkelen wijden blik het zonderlinge, het onvergelijkelijke
panorama, half in een doorzichtigen nevelsluier gehuld: de laatste
krommingen der Bocca, de grillig gevormde bergen, die haar bekkens
begrenzen, en wier donkere massa zoo forsch afsteekt tegen het blauw
des hemels en het blauw der wateren, en eindelijk, aan den horizon,
de Adriatische-zee.

Wij hebben bijna anderhalf uur noodig gehad om hier te komen: wij
bevinden ons nog altijd in Oostenrijk; wij hebben de laatste sporten
van de Scala betreden, en gaan nu verder het gebergte in. Wij staan
op den top, waarover de grenslijn loopt. De Scala, die geheel op
oostenrijksch grondgebied ligt, wordt door de militaire genie met zeer
veel zorg onderhouden; maar nauwelijks hebt ge de bergpassen betreden,
of ge bevindt u te midden van den chaos. Eerst moeten wij gedurende
eenigen tijd voortgaan langs den rand van een zoo diepen afgrond,
dat mijn reismakker, die aan duizelingen onderhevig is, zich aan
zijn zadel vastklemt en eindelijk van het paard stijgt. Eenige jaren
geleden, moest men zich hier zelf een doortocht banen midden door de
rotsblokken, welke de bergstroomen in den winter hadden medegevoerd;
maar Nicolaas I, de tegenwoordige Vorst van Montenegro, heeft het,
na veel tobbens en onderhandelens, zoo ver weten te brengen, dat
er althans een begin is gemaakt met den aanleg van een weg van
Cettinje naar Cattaro; men is met den aanleg begonnen aan de beide
uiteinden, aan het punt van aansluiting aan de Scala bij Cattaro, en te
Cettinje. Op de plaats, waar wij ons nu bevinden, moest noodzakelijk
een leuning worden aangebracht: wij waren verplicht om ons vast te
houden aan de overhangende rots, waarin men den weg heeft uitgehouwen,
die letterlijk boven den afgrond zweeft.

Om van het punt waar de Scala eindigt, dat wil zeggen van de
oostenrijksche grens, het berg-plateau te bereiken, heeft men
omstreeks een half uur noodig: van daar overziet men eene fraaie,
hoewel tamelijk steenachtige vlakte, waarin het dorp Njegosch ligt. Dit
gedeelte van den weg is een der lastigste en bezwaarlijkste, een
soort van ongenaakbare kloof, die voor eene ongeevenaarde natuurlijke
verdediging mag gelden. De pas wordt gevormd door de hellingen
der bergen Bucovizza en Glavizza; de wateren van het riviertje
de Ricovjernovitch hebben waarschijnlijk dezen smallen en diepen
doorgang uitgehold: nog ziet men, diep op den bodem der kloof, een
magere waterstraal. Hier ligt het dorp Verba; onze paarden lesschen
hun dorst aan eene kristalheldere bron; gemeenlijk wordt hier halt
gehouden; maar de heer Radamanovich zegt, dat wij te Njegosch gewacht
worden, ten huize van een senator, die er eene eere in stelt ons te
ontvangen. Na een half uur lang tusschen de van alle zijden loodrecht
opstijgende rotsen te zijn voortgereden, komen wij eindelijk op de
hoogvlakte, die wij tot dusver niet hadden kunnen zien. Op een halve
mijl afstands ongeveer, ligt Njegosch, in eene schier ronde vlakte,
door scherpgetande bergen omringd.

Onderweg zijn wij telkens groepen van montenegrijnsche vrouwen
tegengekomen, die naar de markt te Cattaro gaan; zij komen van
Njegosch, van Baitz, van Cettinje en van enkele dorpen, tusschen
de rotsen verspreid. Onder haar zware vrachten gebogen, gaan zij
langzaam voort; somwijlen voeren zij een kleinen ezel, met groenten
beladen, mede. Zelden vindt ge mannen bij die groepen: meestal gaan die
alleen, met de hand op de heup rustende, en de wapenen in den gordel
gestoken. De arme vrouwen praten onder het loopen, breien kousen
of spinnen; hoewel haast door midden gebogen onder den zwaren last
takkebossen, komt toch bijwijlen een flauwe glimlach deze doorgaans zoo
ernstige, droefgeestige aangezichten verhelderen. Met onuitsprekelijke
verbazing zien wij, hoe deze vrouwen, in plaats van de slingeringen
van den weg te volgen, recht voor zich uit gaan, en met nooit missende
zekerheid hare voeten zetten op uitstekende rotspunten, die wij ter
nauwernood kunnen bespeuren; zij volgen dus een soort van onzichtbaren
weg, dien zij alleen kennen, maar waarlangs zij met ongeloofelijke
vaardigheid omhoog klauteren en aldus den omweg van twee kilometers
uithalen, dien wij moeten maken. Hoe zij dien tocht tegen de schier
loodrechte helling durven wagen, is mij onbegrijpelijk. Trouwens,
de jonge knaap, die ons vergezelt, doet hetzelfde, niettegenstaande
men zou meenen dat de opanka, het nationale schoeisel der Zuid-Slaven,
voor dergelijke expedities geheel ongeschikt is. Bij Verba ontmoeten
wij een gezelschap, waarvan de aanvoerder ons met een eigenaardige,
fiere beleefdheid den slavischen groet brengt. Kent het familiehoofd
den heer Radamanovich persoonlijk, dan maakt hij eene buiging,
en kust hem op de beide wangen, waarbij de knie een weinig wordt
gebogen en de linkerhand op de borst gelegd, terwijl de rechter de
beretta oplicht; de vrouwen komen ons, een voor een, de hand kussen,
daarbij op doffen toon de woorden prevelende: O! prijs God! Dan gaan
zij verder bergopwaarts.

Wij zijn te Njegosch, in eene soort van vlakte, op het eerste plateau
van den berg, tusschen Cattaro en Cettinje: een halt, waar de reiziger
even uitrust, eer hij de nieuwe berghellingen gaat beklimmen, die
zich aan den horizon verheffen, en Albanie en het meer van Skutari
aan zijn oog onttrekken.

Men moet den weg verlaten en een weinig links afslaan om de eerste
huizen te bereiken van Njegosch, de hoofdplaats van een distrikt,
dat verscheidene dorpen omvat. Zooals ik reeds gezegd heb, hebben de
slavische landlieden in geheel Dalmatie, in Istrie en in Herzegowina,
de gewoonte om hunne huizen of hutten op aanmerkelijke afstanden van
elkander te bouwen, even als landhoeven; deze zucht tot afzondering
vindt voor een deel hare verklaring in die andere gewoonte, volgens
welke alle leden van een gezin zoo lang eenigszins mogelijk bij
elkander onder hetzelfde dak blijven wonen. Hier, in Njegosch,
staan de huizen meer in een groep vereenigd; de buitengewoon lage
woningen verdwijnen bijna geheel tusschen reusachtige steenblokken en
de oneffenheden van een rotsig afgebrokkeld terrein, waar de natuur,
met schrale hand, hier en daar enkele plekken met bebouwbare aarde
heeft bestrooid: kostbare, doch helaas al te weinig talrijke oasen,
die zorgvuldig door kleine muren zijn omgeven, opdat de stormwind de
aarde niet wegvoere, waaraan men het kostbare zaad heeft toevertrouwd.

Het huis, waar wij stilhouden, staat aan den ingang van het dorp,
en ziet er uitwendig meer dan eenvoudig uit. Het dak is met
groote steenen, aan dwarslatten bevestigd, gedekt: ongetwijfeld
om het te beveiligen tegen het geweld van den wind. Wij komen op
eene binnenplaats, waar, als in een slachthuis, het bloed over den
harden rotsgrond vloeit en in een soort van put of bak wegloopt. Op
den drempel der woning staat een man van omstreeks vijftig jaar,
met de beretta op het hoofd en in de nationale kleederdracht;
met vriendelijke waardigheid ontvangt hij den begroetingskus
van onzen reismakker. Jongelieden, met bloed overspat, groeten
glimlachend de aankomelingen en verdwijnen dan in de kleine stallen
of hokken, die op de plaats uitkomen; op den grond liggen groote
stukken schapenvleesch. Kleine kinderen, mede met bloed besmeerd,
de kleine roode muts op het hoofd, schuilen weg bij de vrouwen,
die zich eerbiedig op een afstand houden. Wij zijn in het laatst
van October, en het montenegrijnsch gezin is bezig aan de gewichtige
taak der toebereiding van de castradina. Met den naam van castradina
noemt men hier het gezouten en gerookte geiten- en schapenvleesch,
dat de voornaamste bron van inkomst is voor het geheele vorstendom,
het belangrijkste artikel van zijn uitvoerhandel, nevens de scoranze,
een soort van visch, die in het meer van Skutari gevangen, en gezouten
en gedroogd wordt. Even als in de aartsvaderlijke tijden, zou houdt
ook hier het hoofd des gezins zelf het toezicht over de werkzaamheden;
wij verrassen de familie bij het eerste gedeelte van haar arbeid: bij
het slachten, dat tegenwoordig op de gewone wijze, door het afsnijden
van den strot, geschiedt. Reizigers, die een dozijn jaren geleden
Montenegro bezochten, verhalen ons, dat destijds de schapen en geiten
in perken worden opgesloten, en vervolgens door den eigenaar met den
yatagan in het wilde werden neergesabeld, tot de gansche ruimte met
lijken overdekt was.

Na de gewone begroetingen, bestijgen wij enkele trappen en treden
een ruim, zindelijk vertrek binnen, met een lage zoldering,
witgepleisterde muren en geplaveiden vloer; dit vertrek ontvangt
zijn licht door twee kleine getraliede vensters, ter manshoogte
aangebracht. Dit is de eenige kamer van het huis. De eene wand wordt
ingenomen door twee groote, zeer breede bedden, door eene tamelijke
tusschenruimte gescheiden. In een hoek staat eene groote lage tafel,
met een kleed bedekt, en daaromheen banken en op de plaats der eere
een houten leuningstoel of zetel. Tusschen het bed en de tafel,
zie ik aan den muur een geschilderd rek, waaraan vier albaneesche
pistolen met zilveren kolven, een prachtige yatagan (dolk), een
moderne revolver en een geweer hangen. Aan de andere zijde van de
tafel, in den hoek tegenover het bed, schitteren in de schaduw de
gedreven zilveren glorien der heiligen beelden, waarvoor eene kleine
lamp brandt. In een anderen hoek van het vertrek, staat een dier
groote, ruw beschilderde koffers, die tevens tot tafel en tot bank
kunnen dienen, en die ge bijna in alle oostersche woningen aantreft:
in dien koffer worden de kleederen, de juweelen, de kostbaarheden,
al de have der familie, geborgen. Tusschen de twee bedden staat een
minder sierlijk beschilderde koffer, waarboven eenige kleedingstukken
zijn opgehangen. Het geheel vertoont den stempel van ernstigen eenvoud
en betamelijkheid; er ligt over dit ruime, sober gemeubelde vertrek
een zeker waas van patriarchale waardigheid verspreid. Hier woont en
leeft de huisvader, het eerbiedwaardig hoofd des gezins, ook al is hij
woiwode en senator; hier is zijn tehuis, zijn burcht; daar rusten de
zijnen onder zijn waakzaam oog; daar zijn zijne schitterende, rijke
wapenen, zijn prachtige gordel; daar ontvangt hij zijne gasten en
brengt hun den beker toe; en in gindschen hoek, in de schemering,
noode door het flikkerend en walmend lampje verlicht, hangt de
montenegrijnsche Panagia.

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.