De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various
V >>
Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 |
31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 | 54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 |
64 |
65
Op al deze aangezichten leest ge vrees en vertwijfeling tevens. In
het voorbijgaan hoort ge deuren toeslaan, grendels dichtschuiven;
en ge gevoelt bij instinkt, dat achter elke deur een kerel staat,
door het geluid van vreemde stemmen en onbekende voetstappen in het
hart van den nacht, opgeschrikt en gereed om de indringers met de
opgeheven bijl te treffen of hun een kogel door het hoofd te jagen.
"Doe de deur open!" roept onze gids op bevelenden toon, stilstaande
voor eene uit boomstammen getimmerde hut;--doe de deur open!
--Bedriegt ge mij? Bedriegt ge mij?
--Neen, neen. Doe de deur maar open."
De stem wordt herkend; de deur gaat langzaam open, en ge werpt een
blik in het krot, niet veel grooter dan eene bedstede, maar bewoond
door vijf of zes mannen en vrouwen. Hoopen gestolen goed liggen
op den vloer: maar nergens is een wapen of geweer te zien. Bij eene
andere hut werden wij afgewezen. Op de vraag: "Gij bedriegt mij immers
niet?" volgde het gewone antwoord "Neen;" maar in plaats dat de deur
geopend werd, hoorden wij van binnen een druk gefluister.
"Gaat heen: gij zult mij niet beet nemen!" roept eene stem; tegelijk
hooren wij het overhalen van den haan van een geweer.
"Buk u en ga voort," fluisterde onze metgezel: en aanstonds bukken
wij ons en gaan voort.
In Stout's Alley en in de poorten en sloppen rondom dit brandpunt van
zonde en onreinheid, wonen de lotgenooten en makkers van deze dieven
en moordenaars--de vrouwelijke slavinnen.
Laat ons naar de straat terugkeeren.
"Nu hebt ge zoo iets van onze chineesche wijk gezien," zegt mijn
metgezel, als wij omstreeks twee uur Lock-Sin's theehuis binnentreden,
om ons door een kop thee te verfrisschen.
"Wat ge nu te San-Francisco hebt gezien, dat kunt ge ook zien te
Sacramento, te Stockton, te San-Jose en op vele andere plaatsen. Waar
John verschijnt, bouwt hij zich eene chineesche stad en bevolkt
die met lichte vrouwen, dieven en slaven, met het uitschot der
maatschappij. Wij kunnen voor weinig geld veel werk gedaan krijgen,
en onze geldmannen en ekonomisten zeggen dat zij goedkoopen arbeid
noodig hebben voor "de ontwikkeling des lands." Wat dunkt u wel van
den prijs, dien wij voor deze ontwikkeling moeten betalen?"
"Eindelijk, zegt een senator te Sacramento, de krant neerleggende,
waarin de jongste boodschap van den President aan het Congres is
opgenomen, in welke ook melding wordt gemaakt van de chineesche
landverhuizing. Onze heer en meester in het Witte Huis heeft dan
toch voor een oogenblik zijn oogen afgewend van de zwarte pest
langs de Golf, om ook eens te letten op onze gele pest hier langs
den Stillen-oceaan!"
Niemand zal kunnen zeggen dat President Grant te vroeg of te sterk
gesproken heeft. Men is veeleer geneigd, het tegenovergestelde te
denken. In Washington mag men praten en redeneeringen houden: in
Sacramento moet er gehandeld worden. De mongoolsche landverhuizers
hebben de republikeinsche beginselen op eene proef gesteld, waarvoor
zij niet berekend waren; en onder die proefneming zijn beide beginselen
en instellingen bezweken.
Geplaatst tegenover een dreigend gevaar van reusachtigen omvang, hebben
de Californiers, ter zelfverdediging, een dozijn wetten uitgevaardigd,
die allen in flagranten strijd zijn met de heiligste beginselen van
de constitutie der Vereenigde-Staten.
De amerikaansche constitutie stelt de amerikaansche havens voor
iedereen open; de wetten van Californie beperken en regelen
de toelating en vestiging van Aziaten in San-Francisco. De
amerikaansche constitutie verleent, behoudens zeer licht te vervullen
voorwaarden, aan iederen landverhuizer het burgerrecht; de wetten van
Californie sluiten de chineesche landverhuizers van dit burgerrecht
onvoorwaardelijk uit.
Ten gevolge van de nieuwe toestanden, door den toevloed dezer Aziaten
in het leven geroepen, heeft San-Francisco opgehouden eene vrijhaven
te zijn, in den zin waarin New-York eene vrijhaven is. New-York is
voor ieder open. San-Francisco is niet voor ieder open. Als hij te
New-York aan wal stapt, kan een Mongool, na verloop van een jaar,
als amerikaansch burger genaturaliseerd worden; maar landt hij te
San-Francisco, dan kan hij zelfs na verloop van twintig jaar niet
genaturaliseerd worden. Deze strijd van beginselen geeft natuurlijk
in de praktijk aanleiding tot groote verwarring. Niemand in Oregon,
Californie en Nevada, kan met zekerheid uitmaken wat wettig is en wat
niet. Eene rechtbank, die volgens de plaatselijke wet recht spreekt,
beslist in dezen zin; eene andere rechtbank, die de algemeene wet
toepast, beslist in tegenovergestelden zin. Strijd en verwarring in
beginselen, methode en toepassing.
Een voorbeeld. Enkele weken geleden liep een schip van Hongkong de
haven van San-Francisco binnen. Meenende dat dit schip eene lading
bedelaars, schelmen en muiters aan boord had, door verstandige
mandarijnen uit het land verwijderd, deed de overheid te San-Francisco
eene poging om deze onwelkome gasten naar China terug te zenden. Er
werd beslag gelegd op de boot; niemand mocht van boord gaan; en de
stoomboot-maatschappij werd van wege de regeering uitgenoodigd haar
lading naar Hongkong terug te voeren. De maatschappij weigerde. De
rechtbanken van San-Francisco erkenden de bevoegdheid van het
gemeentebestuur om die lading af te wijzen; maar de rechtbank der
Vereenigde-Staten, die de beginselen der algemeene constitutie moest
toepassen, vernietigde het vonnis.
Bijna iedere vrouw, die een paspoort krijgt om Hongkong te mogen
verlaten, komt over als slavin, als het eigendom van meesters, die
haar in de stad verkoopen, juist zoo als een planter vroeger zijne
quadrone in Nieuw-Orleans verkocht. Er is op dit oogenblik voor de
rechtbank eene zaak aanhangig, waaruit dit feit, en misschien nog
veel meer, blijkt.
Ah-Li, een man van goede reputatie en fatsoenlijke levenswijze, woonde
samen met Low-Yow, eene vrouw, die ten onrechte werd verondersteld
zijne echtgenoote te zijn. Zij kregen onaangenaamheden en verlieten
elkander, waarop Ah-Li van Low-Yow de terugbetaling vorderde van meer
dan vierhonderd dollars, welke som hij haar had ter hand gesteld,
toen zij nog voor echtelieden doorgingen. Low-Yow weigerde.
Ah-Li ging daarop naar den rechter, en verklaarde dat de chineesche
vrouw, Low-Yow genaamd, een chineesch meisje, Choy-Ming geheeten
en slechts dertien jaar oud, voor tweehonderd dollars had verkocht:
op grond waarvan hij verlangde dat deze vrouwelijke slavenhandelaar
zou worden gevangen genomen. Een getuige, Ah-Sing, die zich voor een
broeder van Choy-Ming uitgaf, bevestigde onder eede de verklaring
van Ah-Li. Op grond dezer verklaringen werden Low-Yow en Choy-Ming
beiden in hechtenis genomen. Aan deze laatste werd een advokaat
toegevoegd, maar het proces rustte voornamelijk op haar eigen
verklaring. Zij erkende eene slavin te zijn. Zij was als slavin van
China, naar San-Francisco gebracht en daar verkocht aan Low-Yow,
die haar naderhand weder verkocht aan den houder van een slecht
huis. Zij stelde den rechter een verkoopbrief ter hand, dien haar,
overeenkomstig het gebruik in haar land, door Low-Yow gegeven was.
De advokaat van Low-Yow beweerde dat het geheele proces niets anders
was dan eene samenspanning tusschen Ah-Li en Ah-Sing, om zijne
cliente in moeilijkheden te wikkelen. Twee bejaarde Chineezen, in
Stout's Alley woonachtig, verklaarden onder eede dat Choy-Ming hun
kind was. Zij zeiden, dat het meisje uit hunne woning was gelokt en
gedurende eenigen tijd van hen verwijderd was gehouden. Zij hadden
haar nooit aan Low-Yow verkocht, en Low-Yow kon haar dus ook aan
niemand anders hebben verkocht. Verschillende chineesche getuigen
verklaarden dat zij Choy-Ming met de beide oude lieden gezien hadden,
zoowel toen zij van het schip aan land kwamen, als later op straat.
Choy-Ming werd binnengeroepen. Door den rechter ondervraagd, of de
man en de vrouw in de getuigenbank haar ouders waren, antwoordde zij
ontkennend. Zij had die menschen nooit in haar leven gezien. Toen
zij verklaarden haar ouders te zijn, hadden de oude man en vrouw
een valsch getuigenis afgelegd. Ah-Sing, haar broeder, zou haar
verklaring bevestigen. Ah-Sing werd geroepen. Was Choy-Ming zijne
zuster? Ja, Choy-Ming was zijne zuster. Waren de oude man en vrouw
zijne ouders? Bij het gebeente van zijn voorvaderen--neen! Hij had
die lieden nooit tevoren gezien, en hij wist zeker dat zij niet de
ouders waren van Choy-Ming.
De rechter, geen kans ziende om uit te maken wat in deze tegenstrijdige
getuigenissen waarheid was, maakte een einde aan de zaak en zond
beide partijen weg.
Choy-Ming ging naar huis met Ah-Sing en Ah-Li, en men hoorde niets
meer van haar, tot zij eensklaps weer in Stout's Alley verscheen,
en huisvesting vroeg bij de oude lieden als hun kind. Ondervraagd
omtrent haar verklaring voor de rechtbank, zeide zij dat zij met
Ah-Li was medegegaan en een poosje bij hem gebleven, omdat Ah-Sing
haar met zijne bedreigingen schrik aanjoeg. Zij had op eene hoeve ten
platten lande geleefd, maar had nu de twee mannen verlaten. Ah-Sing,
zegt zij, is haar broeder niet, en zij houdt meer van de oude lieden
dan van de twee mannen. Ah-Li en Ah-Ling mishandelden haar, en zij
wil niet langer hun vrouw zijn.
Naar ik hoor, is Choy-Ming even dertien jaar!
De positie der chineesche vrouwen, die naar San-Francisco gebracht
worden, is evenmin twijfelachtig als de positie der circassische
meisjes, die op de markten van Kairo en Damascus te koop werden
aangeboden. Zij zijn slavinnen. Als zij met haar eigenaars te
San-Francisco aankomen, wordt voor haar geene landingspremie aan
de zesde maatschappij betaald; want deze vrouwen, voor wie in het
samenstel der chineesche familie geene plaats is, behoeven na haar
dood niet naar China worden teruggebracht. Zij worden eenvoudig als
beesten weggestopt.
De geschiedenis dezer meisjes is dikwijls zeer treurig. Sommigen
werden door haar vader verkocht: de arme mongoolsche boeren toch
verkoopen geregeld hun dochters, juist zoo als de indiaansche wilden
geregeld hunne squaws verkoopen. Velen van haar zijn gestolen kinderen,
opgelicht en weggevoerd door schurken, die met dit doel de dorpen
nabij de kust afloopen. In elke chineesche haven is eene markt voor
zulke waar. Te Hongkong moeten zij wel van een ambtenaar een paspoort
erlangen, maar die ambtenaar laat zich gemakkelijk een rad voor de
oogen draaien. De eene handelaar laat drie of vier meisjes voor zijne
dochters doorgaan; een ander geeft er vijf of zes voor zijne vrouwen
uit. Een op het stuk van polygamie wat minder toeschietelijke consul
zal wellicht zwarigheid maken, zulk een paspoort te viseeren; maar in
dat geval behoeft de handelaar slechts naar een van de slaaphuizen te
gaan, waar de landverhuizers, in afwachting van het vertrek der boot,
hun intrek nemen, en aan eenige hunner tijdelijk eene vrouw toe te
voegen--voor zoo lang de reis duurt. Dank zij dit huismiddeltje,
komen de meisjes in San-Francisco, en worden verkocht aan ieder,
die eene slavin begeert.
Om dit kwaad op afdoende wijze te stuiten, heeft men in Californie
eene wet uitgevaardigd, waarbij aan de plaatselijke autoriteiten
de bevoegdheid wordt gegeven om alle van Azie komende schepen te
onderzoeken; en tevens het recht, om, wanneer zij aan boord eene lading
vrouwen vinden, die verondersteld kunnen worden slavinnen te zijn,
en die blijkbaar met onzedelijke bedoelingen worden aangebracht,
van de stoomvaartmaatschappij te vorderen, dat die personen terug
zullen worden gevoerd.
Het duurde niet lang, of het geval deed zich voor, want verscheidene
kooplieden zijn bij dezen afschuwelijken handel betrokken. "Gij moogt
deze vrouwen niet aan land brengen," zeide de havenmeester.--"Dat
zullen wij eens zien," antwoordden de kooplieden, die de meisjes op
spekulatie hadden gekocht, en gaarne eene goede winst van hun koopwaar
wilden trekken. Zij stelden eene rechtsvordering in. De eerste
rechtbank te San-Francisco stelde den havenmeester in het gelijk,
waarop de kooplieden in hooger beroep kwamen bij den Chief Justice
Wallace, van het opperste gerechtshof te Sacramento, die het vonnis der
eerste rechtbank bevestigde. Hier afgewezen, wendden de kooplieden zich
tot het kreitshof der Vereenigde-Staten, beweerende dat de wetten van
Californie in openbaren strijd zijn met de amerikaansche constitutie,
en daarom van geen kracht te San-Francisco, als behoorende tot het
gebied der Vereenigde-Staten. De rechters van het Hof vereenigden
zich met deze zienswijze.
Verbitterd over deze uitspraak van het Hof, is het volk van Californie
daarvan weder in beroep gekomen bij het Hoog Gerechtshof te Washington
[25]; maar terwijl de Opperrechter Waite en zijn hoogachtbare collega's
zitten te peinzen over lastige rechtskwesties, komen de vrouwelijke
slaven alvast ongehinderd binnen, en mag een vrije amerikaansche staat
deze zedelijke pest niet van zijn gebied weeren. De rechters zeggen,
de grond is vrij. Eene slavin wordt eene vrije vrouw, zoodra zij
den californischen grond betreedt. Dat klinkt heel fraai; maar wie
zal zulk een schepsel als eene chineesche slavin gaan vertellen dat
zij vrij is? Wie zal haar aan het verstand kunnen brengen, wat dat
woord vrije grond beteekent? Slavin in haar eigen land, heeft zij
nooit hooren spreken van vrouwen van haar klasse, die vrij waren. In
San-Francisco is zij evenzeer slavin als zij dit was in Canton of
in Peking. En toch zal niemand de slavenhandelaars kunnen beletten,
hunne afschuwelijke lading door de Gouden-Poort binnen te brengen!
"Luister nu eens naar dit geleuter, zegt de senator. De President
spreekt over die aziatische kwestie, als gold het eene kwestie van
alledaagsche moraliteit!"
Dit zijn de woorden van den President: "Ik vestig de aandacht van het
Congres op het algemeen erkende feit dat de groote meerderheid der
chineesche landverhuizers, die op onze kusten landen, blijkbaar niet
komen om zich onder ons te vestigen en hun arbeid bevorderlijk te maken
aan de algemeene welvaart; maar zij komen krachtens een contract met
hoofdlieden, die bijna volstrekte macht over hen hebben. In nog erger
mate geldt dit van de chineesche vrouwen. Nauwelijks een merkbaar deel
van haar wijden zich aan eerlijken arbeid: zij worden aangebracht
met schandelijke bedoelingen, tot oneer voor de gemeente waar zij
zich vestigen, en tot groot gevaar voor de zedelijkheid van de jeugd
dier plaatsen. Kunnen deze kwade praktijken langs wettelijken weg
worden gekeerd, dan zal het, niet alleen mij een plicht, maar ook
een genoegen zijn, elke wettelijke regeling toe te passen, die de
bereiking van een zoo gewenscht doel kan bevorderen."
In californische ooren klinken zulke woorden al zeer flauw en
zwak. "Als ge nu deze boodschap met de werkelijkheid vergelijkt,
gaat de senator voort, verdienen zulke frazen dan wel een anderen
naam dan geleuter? Hier, in Sacramento, maken wij ons geene illusien
over dezen toevloed van aziatisch gepeupel. In Californie hebben de
chineesche mandarijnen eene strafkolonie gevonden, waarheen zij nu,
dank zij onzer schraapzucht en dwaasheid, het schuim der maatschappij,
hun vagebonden, misdadigers enz. heenzenden. Zoo komen zij van over
de zee, bij duizenden, of liever bij tienduizenden; en toch zijn die
duizenden en tienduizenden nog slechts de voorhoede van een groot
leger. Millioenen kunnen verschijnen, waar tot dusver duizenden zijn
verschenen, en tientallen van millioenen kunnen komen van waar de
tienduizenden kwamen".
Is dit alleen een droom der verhitte verbeelding, die reeds
tallooze drommen van Aziaten door de Gouden-Poort meent te zien
binnenstroomen? In voorhistorische tijden werd Amerika uit Azie
bevolkt: waarom zou zoo iets niet op nieuw kunnen geschieden? De
noodige menschenmassa is er aan gindsche kust. De zee ligt open voor
hunne schepen. De overtocht levert winst op.
"Wij zijn iets meer dan dertig millioen blanken sterk, gaat de senator
voort; daar ginds leven ruim drie-honderd-zestig-millioen gelen. Als
zij vijftig millioen naar Amerika overzenden, heeft dit voor hen
zoo goed als niets te beteekenen; maar dat geschenk zou voor ons de
dood zijn."
De senator heeft gelijk. Ook na den uittocht van vijftig millioen
menschen, zouden de Vijf Provincien nog even dicht bevolkt zijn
als Ierland was voor den hongersnood. Als de regeering van Peking
schepen huurde en die vijftig millioen overvoerde, zou zij goede zaken
maken. Door de Vereenigde-Staten verspreid, zoo als loontrekkende
arbeiders zich altijd verspreiden, zouden vijftig millioen Mongolen
eene beslissende meerderheid hebben bij alle verkiezingen, van Oregon
tot de Golf van Mexiko.
Wie kan de verzekering geven, dat zij nooit komen zullen? Wie kan
berekenen wat menschen, door gebrek gedreven, durven ondernemen? Honger
heeft zich een weg gebaand door steenen muren en onstuimige zeeen
getrotseerd. Misgewas onder de aardappelen heeft een derde deel der
bevolking van Ierland naar Amerika doen verhuizen, hoewel een iersche
kern vooral niet minder aan zijn geboortegrond gehecht is dan een
mongoolsche boer. Wie is met de toekomst van de theeplant bekend? Wij
hebben de ziekte in de druiven en de aardappelenziekte. Stel
voor een oogenblik dat ook de theeplant op dergelijke wijze werd
aangetast. Indien zulk een ramp van China een tweede Ierland maakte,
zou het volk wel genoodzaakt zijn, bij millioenen te verhuizen. Als
slechts een zevende deel der chineesche bevolking naar Amerika
verhuisde, zouden zij de verkiezingen geheel beheerschen, en dank
zij der wijze en voorzienige republikeinsche constitutie, onbeperkte
gebieders van het land worden, waar dan de europeesche beschaving
plaats zou moeten maken voor de aziatische barbaarschheid.
XXIX.
Vooruitgang der blanken.--De tegenwoordige toestand.
Tegenover het gansch niet hersenschimmige gevaar eener groote
volksverhuizing uit China, waardoor de europeesche beschaving misschien
zou kunnen ondergaan en door de aziatische barbaarschheid verdrongen
worden, mogen de blanken in Amerika, tot welke partij of richting zij
ook behooren, zich wel ernstig rekenschap geven van den tegenwoordigen
toestand met zijne eischen en behoeften, zijne beloften en gevaren.
De vooruitgang der blanken in Amerika was tot dusver zoo snel
en zoo onophoudelijk, dat zorgeloosheid omtrent de toekomst niet
onverklaarbaar is: bij een terugblik op hetgeen bereids is verricht,
kunnen de Amerikanen lichtelijk zich inbeelden dat het werk is
volbracht, dat het voortdurend bezit van het land voor hen verzekerd
is. Toen Hancock en zijne vrienden de onafhankelijkheidsverklaring
onderteekenden, waren dertien kolonien door haar afgevaardigden op het
Congres te Philadelphia vertegenwoordigd; dertien kolonien, die te
zamen eene oppervlakte besloegen van nog geen vijfhonderd-duizend
vierkante mijlen en eene bevolking telden van omstreeks
twee-en-een-half millioen, waaronder bijkans vijfhonderd-duizend
negerslaven. Na verloop van een eeuw zijn die dertien kolonien
aangegroeid tot negen-en-dertig staten en acht territorien, eene
oppervlakte beslaande van meer dan drie millioen vierkante mijlen,
en eene bevolking tellende van ruim veertig millioen vrijen, de geheel
onafhankelijke, zwervende indiaansche stammen niet medegerekend.
Aanvankelijk niet meer dan een strook kustland, zag de jonge republiek
haar gebied beperkt tusschen de zee en de naburige bergketen. Van de
Penobscot-rivier in Maine tot de Attamaha in Georgie, strekte het
bewoonbare land zich zelden verder dan honderd mijlen binnenwaarts
uit. Hier en daar reikte eene of andere vruchtbare vallei tot twee-
of driehonderd mijlen, maar in den regel begonnen de hellingen
van het Alleghany-gebergte reeds op een afstand van circa honderd
mijlen van de kust. Slechts op een enkel punt was deze natuurlijke
slagboom doorgebroken: eene opening in de Blue-Ridge, waardoor zich
eenige ondernemende planters hadden gewaagd in de vlakte, nu door
westelijk Virginia en Kentucky ingenomen; en deze eenzame zwervers
hingen af van de genade der roodhuiden, die van tijd tot tijd de
hoeven verbrandden, de mannen scalpeerden en de vrouwen naar hun
kamp wegvoerden. Pittsburg, een dorp negen jaar oud, stond midden
in de woestijn. Iemand, die in een kano de Ohio durfde afzakken,
werd als een stoutmoedig ontdekker geeerd. Waar nu Wheeling en
Cincinnati staan, met haar scholen en kerken, haar spoorwegen en
fabrieken, zag toen de stoutmoedige pionier den rook opstijgen der
indiaansche wachtvuren, en hoorde hij uit de verte het krijgsgeschrei
der indiaansche kampen. Roodhuiden togen ter bisonjacht in de vlakten
van Indiana, dreven in kano's de Ohio af, en wierpen hunne netten
uit in de nevenstroomen van de Big-Drink.
Ten zuiden had de jonge republiek aan hare grenzen een wantrouwenden
en scherpzienden vijand, tegenover wien hare verhouding zoo veel
te moeilijker was, omdat hij vroeger haar vriend en bondgenoot was
geweest. Frankrijk had nog steeds de monden van den Mississippi in
bezit, en hield dien grooten handelsweg praktisch voor de Amerikanen
gesloten. In een land zonder kanalen en nauwelijks met bruikbare wegen,
was het vrije gebruik van de groote rivier eene eerste voorwaarde
voor kolonisatie in de vallei van den Mississippi; en het was
onmogelijk, van de fransche gouverneurs te Nieuw-Orleans die vrijheid
te verkrijgen. Zoo scheen de jeugdige republiek, door de natuur en door
de omstandigheden, voor altijd beperkt tot haar oorspronkelijk gebied:
de kusten en de valleien, die zich van Maine tot Georgie uitstrekken.
Toen de onafhankelijkheidsoorlog ten einde was gebracht, zagen vele
ernstige en vaderlandslievende mannen de toekomst donker in. De edele
gevoelens en hartstochten, door den oorlog opgewekt, waren uitgebluscht
en geweken--en niets bleef over dan de ruinen en het verderf, van
iederen burgeroorlog onafscheidelijk. Het land was een wildernis
geworden. Boerderijen, door de eigenaars verlaten, waren aan verval en
verwoesting prijs gegeven. Steden waren geplunderd en verbrand geworden
door de strijdende legers; bruggen waren vernield, molens verbrand,
plantages verwoest. De bevolking der staten was armer dan de bevolking
der vroegere kolonien; ieder stak in schulden, en bovendien was er, met
en door den oorlog, een onrustige, avontuurlijke geest in de vroegere
kolonisten gevaren, die hen met hun lot ontevreden en van de werken
des vredes afkeerig maakte. Meer nog: dronkenschap, vloeken en zweren,
vroeger bijna onbekend, waren schrikbarend toegenomen; het onderwijs,
weleer het voornaamste voorwerp van de zorg der overheid in iedere
stad, was verwaarloosd en in verval geraakt; leeraars en onderwijzers,
in de republiek geene gelegenheid meer vindende om hunne talenten te
besteden, vertrokken naar Europa. Lichtzinnigheid en onzedelijkheid
was mode geworden, en de aanzienlijke dames van Boston en Richmond
rekenden het zich tot een eer, Voltaire na te praten.
Zelfs Washington's vaste geest werd in hem ontrust. "De geest der
vrijheid," zeide hij zeven jaren na de onafhankelijkheidsverklaring,"
is sinds lang geweken, en zelfzucht heeft zijne plaats ingenomen." Maar
tevens wijdde Washington zich met onverzwakte kracht en volhardenden
ernst aan de taak, om de wonden te genezen, en de jammeren, door den
oorlog veroorzaakt, te doen verdwijnen. En met welken uitslag!
Frankrijk liet zich afkoopen: de monden van den Mississippi kwamen in
handen van Amerika. Spanje werd uit Florida verdrongen, en Mexiko uit
Californie, Arizona en Texas verjaagd. Bijna geheel de gematigde en een
deel van de tropische streek van Noord-Amerika werd gaandeweg ingelijfd
bij de republiek. Bijkans dertig staten en territorien zijn haar in het
verloop van een eeuw toegevoegd. In die staten en territorien wonen
veertig millioen vrije burgers, zijn drie-en-zestigduizend kerken,
honderd-veertigduizend scholen met tweehonderd-zeventigduizend
onderwijzers en ruim zeven millioen leerlingen. Landstreek bij
landstreek, ieder zoo groot als menig koninkrijk, is op de woestijn
veroverd en in cultuur gebracht; steden bij honderden zijn verrezen en
in weinige jaren tot metropolen aangegroeid; spoorwegen doorsnijden in
alle richtingen het onmetelijk gebied en verbinden de beide oceanen;
handel en nijverheid hebben zich op reusachtige schaal ontwikkeld, en
op het gebied van technische wetenschappen neemt Amerika eene eerste
plaats onder de moderne volken in. Zoo staat de jonge republiek daar,
een voorwerp van bewondering en naijver voor velen, in de volle
grootheid van macht, rijkdom, vrijheid, en met eene toekomst voor
zich, die nieuwe wonderen in haar schoot te bergen schijnt.... Toch
heeft ook deze medaille eene keerzijde!
De onderlinge strijd der rassen, dien wij hebben geteekend, is niet
de eenige plaag, waarmede Amerika te worstelen heeft: daar zijn nog
andere euvelen te bestrijden, zoowel van moreelen als van physieken
aard, om niet te spreken van geduchte politieke en sociale krisissen,
die misschien niet verre zijn.
Onder de oorzaken, die de normale ontwikkeling der blanke bevolking
in Amerika belemmeren, bekleedt de ongelijke verhouding tusschen beide
geslachten--een gevolg van den toevloed van mannelijke landverhuizers
en kolonisten--eene eerste plaats.
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 |
31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 | 54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 |
64 |
65