De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various
V >>
Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 | 6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 |
31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 |
54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 |
64 |
65
Venetie oefende haar gezag uit door middel van beambten, die naar
Dalmatie gezonden werden om in naam van de republiek en den Senaat
het bewind te voeren; zij droegen den naam van proveditoren, en
waren zoowel met het burgerlijk als het militair gezag bekleed;
naar gelang van de belangrijkheid der stad, voerden zij den titel
van graaf, gouverneur, kapitein of burchtvoogd, maar zij stonden
allen onder de bevelen van den proveditor-generaal, die rechtstreeks
briefwisseling voerde met den Senaat en den Doge. Te Zara en te Spalato
werden die proveditoren in het bestuur bijgestaan door een raad van
drie patriciers, uit Venetie gezonden. Maar daar de republiek nimmer
haar stelsel van argwanende controle liet varen, en daar zij hare
kolonien wenschte te beschermen tegen mogelijk misbruik van macht
van de zijde dezer proveditoren, werd telkens om de drie jaar eene
buitengewone commissie, bestaande uit drie senatoren, afgevaardigd,
om een algemeen onderzoek in te stellen, en tevens aan allen, die
meenden zich over handelingen van het bestuur te moeten beklagen,
gelegenheid te geven, die klachten persoonlijk in te brengen. Deze
buitengewone commissarissen traden met groote staatsie en veel
vertoon van indrukwekkende macht op: tot hun gevolg behoorde ook
de beul, in het rood gekleed en met het zwaard in de hand. Later
werd, vooral op aandrang der proveditoren, de taak dezer commissie
eenigszins gewijzigd.
Tegenwoordig heeft iedere stad haar gemeenteraad, die belast is met
de zorg voor de stoffelijke en zedelijke belangen der burgerij. De
behartiging van de algemeene belangen des lands is opgedragen aan den
Landdag van Dalmatie, eene vertegenwoordigende vergadering, waarvan de
leden gekozen worden, en die te Zara bijeenkomt. De Landdag vaardigt
eenigen zijner leden af naar den Rijksdag te Weenen; de bijzondere
belangen van Dalmatie worden dus ook in de hoogste regeeringscollegien
der monarchie vertegenwoordigd. De zittingen van deze vergadering
te Zara kunnen soms onstuimig genoeg zijn, wanneer de politieke
hartstochten der verschillende partijen worden opgewekt.
In den Landdag van Dalmatie staan, even als in dien van Istrie,
drie partijen tegenover elkander: de italiaansche partij, de
slavische partij, en de duitsche partij. Elk van deze drie maakt
voor zich aanspraak op de heerschappij. De groote intellektueele
en staatkundige beweging, in de laatste jaren voornamelijk van
Agram uitgegaan, en de oprichting eener slavische universiteit,
hebben de slavische partij aanmerkelijk versterkt en een vasten
bodem voor haar streven geschapen. De slavische idee ligt ten grond
aan de herhaalde bewegingen en opstanden in de aangrenzende turksche
provincien; zich harer kracht bewust, streeft zij er naar, zich een
vasten vorm te verschaffen, uitdrukking te vinden, tot werkelijkheid
te worden. Het ware roekelooze verblinding, dit niet te zien, en
gevaarlijke zelfmisleiding het gewicht van deze verschijnselen te
miskennen. Blijkbaar woelt en werkt in de gemoederen dezer bevolkingen
het denkbeeld eener slavische eenheid; en wellicht is de dag niet
zoo verre meer, waarop de Slaven in Bohemen en Moravie, of althans
die in Kroatie, in Servie, in Bosnie, in Herzegowina, in Dalmatie,
in Bulgarije en Montenegro, alle onderlinge verdeeldheid vergetende,
en de slagboomen, die hen nu nog scheiden, verbrekende, zich onder
de banier van een hoofd zullen scharen, en met haastige schreden
zullen jagen naar de verwezenlijking van een ideaal, waarvoor men
nog niet durft uitkomen, maar dat geen geheim kan zijn voor ieder,
die met eenige aandacht de stemming der bevolking in deze gewesten
heeft gade geslagen.
Niemand kan zeggen, hoe lang het nog duren zal eer de groote
slavische beweging zulke kolossale afmetingen zal aannemen, en
eene overweldigende macht zal worden. Om haar einddoel te bereiken,
zal zij zeer geduchte vijanden moeten overwinnen en een harden kamp
hebben te voeren; voor meer dan een europeeschen staat geldt het hier
inderdaad de kwestie van te zijn of niet te zijn. Welke houding zal
Rusland, welke Oostenrijk tegenover deze beweging aannemen? Van welken
invloed zal zij zijn op de naaste toekomst van het vermolmde rijk der
Osmanlis? Ziedaar vragen, waarin wij ons nu niet willen verdiepen,
en waarop het ook onmogelijk is, thans een antwoord te geven. Dit is
zeker: even als Europa eene italiaansche en eene duitsche kwestie
gekend heeft, waarvan de tijdelijke of definitieve oplossing op
stroomen bloeds en tranen is komen te staan, zoo zal het ook weldra
eene slavische kwestie leeren kennen, die niet minder beroeringen,
omwentelingen en oorlogen in haar schoot verbergt. Ieder ziet en
gevoelt dit; zonderling echter is het, dat zij, die, waar het de
unificatie van Duitschland, of liever de onderwerping van Duitschland
aan Pruissen gold, elk middel geoorloofd rekenden, die verraad en
onrecht, geweld en roof toejuichten, mits ze maar bevorderlijk waren
aan het groote doel;--dat diezelfde lieden, voor wie het recht der
duitsche eenheid boven alle bedenking stond, en elk ander recht
beheerschte, nu aan de Slaven het recht betwisten, het hun gegeven
voorbeeld na te volgen en op hunne beurt naar nationale en politieke
eenheid te streven! Dat de verwezenlijking van dit slavische ideaal
voor Pruissen-Duitschland minder aangename gevolgen zou kunnen
hebben, is toch op zich zelve geen reden, waarom het streven der
Slaven ongeoorloofd moet worden genoemd? Van historisch recht mag
hier geen sprake zijn: de moderne staatslieden en rechtsgeleerden
hebben ons immers sedert lang aangetoond en metterdaad bewezen dat
dit niet bestaat?
V.
Mocht een mijner lezers ooit Zara bezoeken, dan wensch ik hem toe,
dat hij daar te scheep aankome, in het begin van den herfst, met mooi
frisch weer, liefst des morgens, als de zwevende nevels wegsmelten voor
de stralen der rijzende zon. Een voor een zal hij dan de eilanden,
die het kanaal van Zara vormen, uit den wijkenden morgennevel zien
opdoemen: en weldra vertoont zich aan zijn blik de blanke stad zelve,
binnen hare muren omsloten, en fier haar vele torens en spitsen ten
hemel heffende.
De stad slaapt nog en de kaaien zijn ledig: enkele pandoeren, geheel
met zilver en blinkende muntstukken bedekt, de roode muts met gouden
pailletten op het hoofd, zitten op den oever, hun kersenhouten
pijp rookende, en naar ons vaartuig ziende. Achter ons laat zich
een eigenaardig geluid hooren: omziende bespeuren wij twee groote
inlandsche vaartuigen, met hun eenvoudige lijnen, hun rood en zwart
geverwden voorsteven, waarop nevens andere figuren twee groote
fantastische oogen geschilderd zijn. Zachtkens door den morgenwind
voortgestuwd, voeren deze vaartuigen een honderdtal vrouwen en jonge
meisjes van de naburige eilanden naar de stad; eene nieuwe wereld,
de wereld van het Oosten, gaat voor ons open.
Wij treden de stad binnen door de poort van San-Chrysogone, eene
romeinsche poort, in den venetiaanschen muur gevat, waarop de republiek
haar fier blazoen met den leeuw van Sint-Marcus heeft gebeiteld. De
straten der stad zijn recht en snijden elkander rechthoekig. Men
gevoelt aanstonds dat Zara eene militaire stad is, weleer een der
hoofdbolworken tegen de Turken en de Hongaren, en telkens aan de
aanvallen der vijandelijke naburen bloot staande.
Wij nemen onzen intrek in het Capello-Nero, een klein hotel, waarvan
de met wijngaarden beplante binnenplaats aan Venetie herinnert. Naar
onze gewoonte, gaan wij, zonder vooraf vastgesteld plan, uit en de
stad in, als op eene ontdekkingsreis.
Eerst naar de markt. Hier is de algemeene verzamelplaats der
landlieden uit het binnenland van Dalmatie, en der vrouwen van de
eilanden; de kleederdrachten zijn vol karakter en van bijkans oneindige
verscheidenheid: elk distrikt heeft zijn eigenaardig kostuum, elk dorp
zijne eigene mode. Bijna alle vrouwen dragen witte linnen hemden, op
de borst en de mouwen met fraai gekleurde borduursels versierd. Over
dit hemd dragen zij een overrok zonder mouwen, donkerblauw van kleur,
van voren open, en versierd met gele, roode, donkergroene oplegsels; de
zakken prijken met zonderlinge borduursels van kleine witte schelpen en
pailletten. De koperen gordel is bezet met tallooze zilveren knoppen;
het voorschoot gelijkt een duizendkleurig tapijt van Khorassan:
het reikt tot aan de knieen, en is van onderen voorzien van eene
lange franje van dezelfde kleur en stof; kousen of beenkleeden van
dezelfde stoffage, met de hand geweven, bedekken ten deele de opanke,
het schoeisel der Slaven, uit schapenvel vervaardigd, dat op den voet
met strooien koorden wordt vastgebonden. Om den hals prijken een
aantal kettingen, die vrij laag op de borst afhangen, en deels uit
glaskoralen, deels uit muntstukken, uit amuletten, ruwe turkoisen en
allerlei andere steenen bestaan. De jonge meisjes vooral dekken zich
het hoofd met de roode muts met goudgalon en gouden pailletten; anderen
dragen een grooten witten sluier of huive, die met een punt tot op
het midden van den rug afhangt, en met een breed rood lint is omzoomd.
Dit is de algemeene type; maar ten aanzien van bijzonderheden en kleur
zijn daarin zoo vele afwijkingen en verscheidenheden, dat het geheel
den indruk maakt van een groot mozaiek. De dames der stad komen,
door hare dienstboden gevolgd, ter markt om haar inkoopen te doen:
haar westersche, moderne kleederdrachten vormen een scherp contrast
met de kostumen der landbewoners. De marktplaats zelve maakt niet veel
indruk; zij is eerst in later tijd aangelegd en bebouwd: de stijl
is een verbasterd gothisch, met byzantijnsche elementen vermengd,
zoo als dat ook nog te Venetie in zwang is. Aan een der hoeken staat,
als op de meeste italiaansche markten, een kolossale antieke zuil,
volgens zeggen, afkomstig van een tempel van Diana, waarvan men nog
de overblijfselen ziet in den tuin der artillerie-kazerne. Op de zuil
staat de leeuw van Sint-Marcus met gebroken vleugels; het voetstuk
bestaat, even als dat der zuil van de Piazzetta, uit trappen; even als
te Verona, te Vicenza en te Venetie, hangt nog op manshoogte aan de
zuil de ijzeren ketting van het brandmerk voor de bankroetiers. Men
was destijds nog naief genoeg, een bankroetier als een misdadiger te
beschouwen. Wij zijn sedert vooruit gegaan.
Een vriendelijk voorbijganger biedt zich welwillend aan om mij te
geleiden, en met hem bezoek ik achtervolgens vijf of zes kerken:
den dom, Sint-Chrysogonus, Sinte-Anastasia, Sinte-Maria, Sint-Simeon,
Sint-Franciscus, en eenige kloosters.
De dom verdient ten volle de belangstelling: hij dagteekent uit
de dertiende eeuw, is uitnemend bewaard gebleven en wordt goed
onderhouden; in lombardischen stijl gebouwd, vertoont hij veel
overeenkomst met de kerk San-Zenone te Verona. Even als de meest
oud-lombardische basilieken, heeft ook deze dom drie schepen, ieder
met een afzonderlijken ingang; de kerk is zeker een der merkwaardigste
overblijfselen van den oudchristelijken bouwstijl in Dalmatie. De
hoofdgevel staat geheel vrij; ook in een zijstraat bevindt zich een
zeer fraaie gevel. Aan het altaar ziet men een hoogst merkwaardig
beeldwerk, dat mij toescheen afkomstig te zijn uit de eerste eeuwen
onzer jaartelling. De eerste steen van dezen dom werd gelegd door den
Doge Enrico Dandolo, na de verovering der stad door de Venetianen en
de Franschen, bij den aanvang van den vierden kruistocht.
De kerk van Santa-Maria is mede een zeer fraai gebouw, met een ruim
voorplein; zij behoort tot een Benediktijner klooster, dat in de
elfde eeuw werd gesticht door de zuster van Cresimus, Koning van
Kroatie. Een oude toren, evenwel van veel jonger datum en in den
lombardischen stijl gebouwd, dankt zijne stichting aan Koloman,
Koning van Hongarije, die Dalmatie veroverde.
Al voortwandelende door deze lange rechtlijnige straten, door de
ingenieurs der zestiende eeuw aangelegd, komen wij op de Piazza
de'Signori, die nog zeer goed onderhouden is en herinnert aan al
soortgelijke pleinen in de steden van Opper-Italie. Het niet zeer
ruime plein is vierkant; het prijkt met twee monumentale gebouwen,
waarvan het een, tegenwoordig tot bibliotheek dienende, blijkbaar
vroeger werd gebruikt voor de bureaux van den proveditor-generaal en
de zittingen der afgevaardigden. Daar werden de wetten afgekondigd
en der rechterlijke uitspraken en vonnissen den volke bekend
gemaakt. Het heeft eene ruime loggia met drie gesloten bogen, in een
strengen, soberen stijl, overeen komende met dien van Palladio. Het
inwendige is naakt en koud; van de vroegere versiering is niets
meer overgebleven dan een reusachtige schoorsteen, en een steenen
tafel door heraldieke griffioenen gedragen, en met het opschrift:
Hic regimen purum magnaque facta manent. Het beeldwerk in deze zaal
verraadt de meesterhand; in de vakken der wanden vermelden opschriften
de namen der proveditoren. Boven de boekenkasten, te hoog om goed
gezien te kunnen worden, hangen portretten en kopien naar Tintoretto,
waarschijnlijk geschenken van senatoren. Een zeker hoogleeraar aan
de universiteit van Turijn, van Zara geboortig, Dr. Paravia, heeft
zijne bibliotheek aan zijne vaderstad ten geschenke gegeven; zij is
thans geplaatst in deze ruime zaal. Wij werden hier zeer vriendelijk
ontvangen door den bibliothekaris, den heer Simeone Ferrari Cupich.
Vlak tegenover de Loggia staat de hoofdwacht, door Sammicheli gebouwd,
maar tegenwoordig ontsierd door een toevoegsel uit de achttiende
eeuw. Op het plein bevindt zich ook nog het voornaamste koffiehuis der
stad, waar de oostenrijksche officieren plegen bijeen te komen. Deze
Piazza is het hart van Zara; het Corso loopt er op uit, en op sommige
uren van den dag is het hier buitengewoon druk en levendig.
Van nature was Zara een schiereiland, maar de Venetianen hebben het,
om stategische redenen, tot een eiland gemaakt, en omringd met muren
en breede wallen, waarlangs men de geheele stad kan rondwandelen. Zara
heeft vier poorten: twee daarvan, de poort van San-Chrysogone of de
Zeepoort, en de Landpoort, verdienen bijzondere aandacht.
Do eerste is eene romeinsche poort met een enkelen boog en een
entablement, door korinthische pilasters gedragen; de poort is een
ex-voto, door eene zekere Melia Anniana aan haren gemaal Loepicius
toegewijd. Naar het opschrift te oordeelen, zou zij vroeger nabij eene
markt hebben gestaan, en zonder twijfel was ook deze poort vroeger
versierd met standbeelden, even als de fraaie Porta Aurea van Pola:
MELIA. ANNIANA. IN. MEMOR.
Q. LOEPICI. Q. F. SERG. BASSI. MARITI. SUI. IMPORIUM.
STERNI. ET. ARCUM. FIERI.
ET. STATUAS. SUPERPONI. TEST. IVSS. EX. IIS. DCDXX.
Naar men beweert, is deze poort afkomstig uit de antieke stad Oenona;
ik vermoed dat de Venetianen, bij het bouwen van den muur, volgens
hunne gewoonte, dien boog tot een poort zullen hebben aangewend.
De Landpoort is van Sammicheli; zij vormt een waardigen toegang tot de
stad; door haar schoone en sobere lijnen herinnert zij aan de fraaie
poort te Verona. Het strekt Sammicheli tot blijvenden roem, dat hij
de schoonheid en den adel der vormen heeft weten te verbinden met de
strategische eischen van den vestingbouw, de kunst met de militaire
genie. Een groote, fraai bewerkte leeuw versiert het vak boven den
hoofdingang; de beide zijvakken bevatten opschriften ter eere van
Marc-Antonio Diedo, een proveditor uit het begin der zestiende eeuw,
van wiens bestuur te Zara nog vele sporen te vinden zijn.
Bij het doorwandelen der straten en pleinen, zoo vaak een of ander
kunstwerk uwe aandacht trekt, komt ge steeds meer tot de overtuiging
dat Zara nog geheel venetiaansch in karakter en voorkomen is. De
inwoners spreken hetzelfde dialekt als te Venetie, maar de voortdurende
betrekkingen met het slavische platteland hebben vreemde elementen in
de taal gebracht; ook zijn de meeste inwoners zoowel het italiaansch
als het slavonisch machtig. Het inwendige der huizen vertoont geheel
het italiaansche karakter; zij hebben hun binnenplaatsen (cortile) met
gebeeldhouwde putten, meermalen door wijngaardranken overschaduwd. In
sommige afgelegen straten treft men enkele paleizen aan, die geene
onwaardige figuur zouden maken naast de fraaie paleizen te Venetie.
Ge hebt niet veel meer dan een kwartier noodig om de boulevards af
te wandelen, die allen naar een heilige of een proveditor genoemd
zijn. Niemand zal zich deze wandeling beklagen; want, daar de stad
op een eiland ligt, heeft men overal het uitzicht op de zee en de
eilanden langs de kust. De veldmaarschalk Baron Welden, gouverneur
van Zara en vroeger gouverneur van Weenen, heeft in 1829, op de
vestingwerken een fraaien tuin laten aanleggen. Vroeger omsloot de
muur de stad als een ijzeren gordel; langzamerhand heeft men dien
gordel moeten verwijden, en aan de zeezijde is men bezig den muur af te
breken. De stad zal daardoor in schilderachtigheid en eigenaardigheid
van voorkomen veel verliezen; maar het moderne leven wischt overal
de sporen en herinneringen van het verleden uit, en de pogingen om
deze verwoestingen te stuiten, zijn over het geheel machteloos tegen
het steeds voortwoekerend kwaad.
De kwestie van het drinkwater is, ten allen tijde, voor Zara van
overwegend gewicht geweest. Daar de stad herhaalde belegeringen
heeft moeten doorstaan, was deze zaak van het grootste aanbelang, en
voortdurend heeft men getracht, deze moeilijke kwestie op bevredigende
wijze op te lossen. Dit blijkt vooral aan den zoogenoemde Vijf Putten.
Eene antieke waterleiding, naar men wil door Trajanus gebouwd, en
waarvan men de overblijfselen nog mijlen ver, tot in het slavische
binnenland, kan volgen, voorzag weleer in de behoeften der romeinsche
kolonie; later, toen Sammicheli zijn plan voor den vestingbouw
ontwierp, maakte hij gebruik van de werken zijner voorgangers,
wijzigde ze, en liet nieuwe kanalen graven; en daar de Venetianen
uit den tijd der renaissance niet tevreden waren, wanneer zij bij
de behartiging van het publiek belang niet tevens aan de eischen
der schoonheid voldeden, ontwierp Sammicheli een fraai plein met
vijf sierlijke putten, tegenwoordig de Cinque Pozzi genoemd, waar de
inwoners het noodige drinkwater kunnen verkrijgen.
De voorbijganger ziet van dit groote werk niets meer dan de vijf
uitstekende randen van de putten; maar de onderaardsche werken zijn
van zeer belangrijken omvang en ook uit een archeologisch oogpunt
zeer merkwaardig. Het is moeilijk, zich rekenschap te geven van den
oorspronkelijken aanleg der kanalen. Vermoedelijk hadden zij eene
dubbele bestemming: namelijk, om het water aan te voeren, en ook om,
in geval van belegering, gemeenschap met de buitenwereld mogelijk
te maken.
Dit kleine Zara is in waarheid bekoorlijk. Wij hebben er geen relatien
aangeknoopt er geen introductie in gezelschappen gezocht. De straat
was ons domein, en het marktplein ons hoofdkwartier; daar knoopten
wij een gesprek aan met den eersten den besten voorbijganger:--en
het toeval is ons gunstig geweest, want onder de voorbijgangers, die
stilstonden om een blik te werpen op onze schetsjes naar de natuur,
bevonden zich ook hooggeplaatste magistraatspersonen, politieke mannen,
en gezeten burgers, volkomen met het land en het volk vertrouwd. Door
hunne welwillende tusschenkomst is het ons mogelijk geweest, het
zoo ver te brengen dat de slavische boeren en de Morlaken uit den
omtrek voor ons poseerden om zich te laten uitteekenen. Maar zeer
weinig reizigers waren zoo gelukkig; doorgaans moet men deze lieden
haastig, in het voorbijgaan, ik zou haast zeggen in de vlucht, en
bijkans zonder dat zij het bemerken, schetsen; hoezeer de kunstenaar
het ook moge bejammeren dat hij deze fraaie belangwekkende typen niet
op zijn gemak kan nateekenen.
Op zekeren morgen, toen ik, met mijn album onder den arm, door de stad
liep te dwalen, lettende op al wat mij omringde, viel mijn oog op een
huis van een statig voorkomen, waarvoor gendarmen, of zoogenoemde
pandoeren, in het meest schilderachtige kostuum, de wacht schenen
te houden. De menigte ging onverschillig voorbij; wij werpen een
blik op de binnenplaats, een fraai patio, uit de zestiende eeuw, in
venetiaanschen stijl gebouwd, geheel met marmer geplaveid, en in een
der hoeken een put uit den tijd der renaissance. Meer dan vijftig
slavische boeren uit den omtrek, allen in hunne schilderachtige
kleederdracht, zijn op die binnenplaats gekampeerd; sommigen liggen
rechtuit op den grond in de zon, anderen rooken in de schaduw der
zuilengangen; terwijl de vrouwen, eenigszins afgezonderd, onbewegelijk
tegen den muur staan geleund.
Dit gebouw is het gerechtshof; daar binnen wordt op dit oogenblik
een proces wegens kindermoord gevoerd. De raadsheer Piperata, lid
van den Landdag van Dalmatie, die over het patio naar de zaal gaat,
deelt mij mede, dat al deze lieden als getuigen zijn opgeroepen. De
kindermoord,--een misdaad, die bij de Slaven uiterst zelden
voorkomt--is ditmaal gepleegd te Kistagne, en een aantal bewoners van
de omliggende distrikten zijn min of meer bij de zaak betrokken: ik
heb dus hier de vertegenwoordigers voor mij der bevolking van bijna
den geheelen kreits.
Men zou diep in het Oosten moeten doordringen, om zulk eene verzameling
van eigenaardige, schilderachtige kostumen te vinden, ondanks al hunne
verscheidenheid, zoo harmonisch van kleur. Juist aan deze wonderbare
kleurenharmonie bespeurt ge onmiddellijk, dat ge het Oosten nadert,
waar deze zin voor kleur en toon den ingeborenen in het bloed zit. Daar
hebt ge vooreerst de pandoeren zelven, die in de zon schitteren als
spiegels; hunne borst is geheel behangen met tien of twaalf snoeren
van groote medailles, meest allen met het portret van Maria-Theresia
prijkende. Het zijn kolossale, prachtige mannen; in sommige distrikten,
waar een energieke policie noodig is, zijn zij bij wijze van lokale
gendarmerie georganiseerd. Eigenlijk zijn zij gewapende boeren, die
geen soldij ontvangen, en beurtelings gedurende een zeker aantal dagen
de wacht betrekken en de dienst waarnemen. Aan hun hoofd staat een
sirdar, die onder de bevelen gesteld is van den kolonel-kommandant der
militie in elken kreits. De kolonel van Zara had weleer onder zijne
bevelen tien sirdars en vijftien onder-sirdars of aramasse. Ik weet
niet, in hoever deze organisatie in den laatsten tijd is gewijzigd.
Als deze pandoeren een misdadiger aanhouden om hem voor het gerecht te
brengen, leggen zij hem niet de handboeien aan, maar in plaats daarvan
snijden zij zijn wijden broek naar de turksche mode, die de bewoners
der omliggende distrikten algemeen dragen, ter zijde open, zoodat
hij op de hielen valt en het ontvluchten onmogelijk maakt. Eenigen
dezer prachtige pandoeren hadden de vriendelijkheid voor mij te
poseeren, zoodat ik, tot mijn genoegen, hun portret maken kon. Uren
lang vertoefde ik op deze binnenplaats, schrijvende, teekenende. Drie
boerinnen van Kistagne zijn welwillend genoeg om mede haar portret te
laten maken. De eene, een blond jong meisje, met eene roode muts met
goud galon en pailletten op het hoofd, met een fijn wit hemd versierd
met veelkleurig borduursel, met fraaie schitterende snoeren om den
hals en medailles op de borst, met een blauwen geborduurden rok en
een veelkleurig voorschoot, staat onbewegelijk voor mij, schier even
onbewust als een standbeeld. Achter haar staan twee oude vrouwen, het
hoofd gehuld in witte doeken met rood lint omzoomd, met groene linten
door haar groote valsche haarvlechten, en den breeden met zilveren
knoppen versierden gordel; zij schijnen voortdurend beheerscht door
een zekeren angst. Zoodra ik mijne schets voltooid heb, spoeden
zij zich weg; en de president van de rechtbank, die de zitting voor
eenige oogenblikken geschorst heeft, komt mij straks eene merkwaardige
mededeeling doen. De twee oude vrouwen, die zwijgende gedurende ruim
een uur geposeerd hebben, zijn hem komen zeggen, dat een man haar
een uur lang voor zich heeft doen staan en haar al dien tijd strak
heeft aangekeken en voortdurend geschreven; dat hij haar daarna een
gulden gegeven heeft, zouder evenwel zijn oordeel te spreken of vonnis
te vellen. De beide vrouwen hadden mij voor een rechter aangezien,
en gemeend dat ik door mijn strak aankijken tot in het diepst harer
ziel had willen doordringen! De vrees of schuwheid om zich te laten
portretteeren, is trouwens aan alle onbeschaafde of onontwikkelde
bevolkingen eigen, en ieder reiziger, die gepoogd heeft zulke
menschen voor zich te laten poseeren, zou daaromtrent merkwaardige
ervaringen kunnen mededeelen. Nauwelijks een maand geleden, toen wij
ons te midden der bosnische uitgewekenen, langs de oevers van de Una
bevonden, vluchtten de arme vrouwen der rajahs verschrikt weg, zoodra
zij bemerkten dat wij schetsen van haar ontwierpen; zij riepen dat wij
haar aan de Turken wilden uitleveren. In de Militaire Grenzen is het
ons nimmer gelukt, hoeveel geld wij ook boden, eene boerin voor ons
te doen poseeren; ja zelfs op de markt te Agram, eene zeer beschaafde
stad, scheelde het weinig of wij hadden het te kwaad gekregen met de
boeren, toen wij hen begonnen uit te teekenen.
Zara is eene stad van ambtenaren. De gouverneur-generaal van Dalmatie
heeft hier zijne residentie, benevens de voorzitter van het hof van
appel, de directeur-generaal van politie, de intendant der financien,
de intendant der fortificatien, de directeur-generaal der posterijen,
en met hen het gansche personeel van hoogere en lagere beambten voor
het bestuur eener zeer belangrijke provincie, die den officieelen
naam van koningrijk draagt.
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 | 6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 |
31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 |
54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 |
64 |
65