A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z


Harcourt: Kangaroo route tied down, sport
Moreover Technologies - Premier purveyor of real-time news and RSS feeds from across the Web

World At Risk "Instant Book" Tomorrow">Vintage to Publish World At Risk "Instant Book" Tomorrow
Ad - Get Info for Book Publishing from 14 search engines in 1.

PW Morning Report, December 2, 2008">The PW Morning Report, December 2, 2008
Extract not available.

De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various



V >> Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65



Eindelijk bereikten wij eene laatste hoogte, van waar wij de
vlakte en de zee konden overzien. Het was tijd, want de zon was
reeds achter de bergen van het vasteland verdwenen, en wij konden
den hobbeligen weg, waarop onze paarden telkens struikelden, bijna
niet meer onderscheiden. Wij reden langs bebouwde velden, en bij
de laatste schemering ontdekten wij de rots van de akropolis van
Oreos en de masten der vaartuigen, die boven de daken der huizen
van het dorp uitstaken. Wij hadden welhaast bijna twee uren noodig
om het strand te bereiken, waarlangs zich eene rij nieuw gebouwde
huizen met pannen daken verheft. Sommige dezer woningen hebben
twee verdiepingen, waarvan de onderste tot winkel is ingericht. Een
twintigtal groote kaiken lagen bij een houten steiger gemeerd, en
in de voornaamste straat heerschte vrij veel drukte, vooral bij de
nog open herbergen. De grieksche paketboot, die, op haar reis van
Athene naar Volo, zes maal per maand Oreos aandoet, was juist dien
dag aangekomen; de nieuwstijdingen uit de hoofdstad leverden dus
overvloedige stof voor gesprek aan de politici in de koffiehuizen.

Wij stijgen af voor een net en zindelijk huis, toebehoorend aan een
rijzigen, krachtig gebouwden Hydrioot, die zich, na den achteruitgang
zijner vaderstad, hier had nedergezet. Hij had dit huis gebouwd,
en dreef nu een zeer voordeeligen commissiehandel. Een groot
aantal Hydrioten hebben zich, even als hij, op Eubea gevestigd,
waar zij zich zeer gunstig onderscheiden door hun arbeidzaamheid,
hun geest van orde, hun gezond verstand en eenvoudigheid; voor het
meerendeel doen zij goede zaken, en men vindt onder hen lieden van
zeer aanzienlijk vermogen.

Onze gastheer bracht ons naar den eenvoudigen, maar comfortablen
salon. Langs de wanden prijkten de portretten der helden van den
griekschen onafhankelijkheidsoorlog: Zaimis, in zijn lang turksch
gewaad, Mauromichalis met zijn donker dreigend uitzicht, Kolokotronis
met zijne lange hairen en dien wonderlijken helm, dien hij bij voorkeur
droeg. Boven eene mahoniehouten tafeltje hing eene afbeelding van de
beroemde brik van den Hydrioot Tombazis, wiens schitterende wapenfeiten
in de herinnering van alle Hellenen voortleven; en tusschen de twee
ramen zag men een schilderij in olieverf: het portret van den heer
des huizes, stijf en houterig als een byzantijnsche heilige, met
strak starende oogen, en met een geopenden wissel in de hand. Dat is
wel inderdaad de type van den griekschen eilandbewoner: tegelijkertijd
held en makelaar, soldaat en schacheraar, bereid zijn bloed te storten
en vlammende op eene kleine winst, koopvaardijkapitein en boekhouder,
nog heden evenzeer gereed om kaviaar te verkoopen of zich met een
ten ondergang bestemden brander tusschen de vijandelijke schepen te
wagen;--een wonderlijk mengelmoes van onverschrokkenheid en list,
van vermetele dapperheid en berekenend overleg, van ridderlijke
toewijding en koopmans egoisme.

Tien minuten ten zuiden van het dorp verrijst de akropolis, eene
groote, alleenstaande, rechthoekige rots, zooals er zoo velen in
Griekenland te vinden zijn, en langs welker randen nog overblijfselen
van muren te zien zijn. Wij hadden een kwartier noodig om langs
een smal en uitermate steil pad, meer voor geiten dan voor menschen
geschikt, naar boven te klauteren. Even als in al die oude vestingen,
vinden wij hier een soort van omwalling, waarbij materialen uit de
meest verschillende tijdperken zijn gebruikt. De onderste lagen bestaan
uit groote onregelmatige steenblokken, blijkbaar uit overouden tijd
afkomstig; daarop volgen de zuiver gehouwen en fijn bewerkte steenen
van het helleensche tijdperk, de kleinere bouwsteenen der Romeinen,
het half uit steen, half uit baksteen bestaande metselwerk der Franken,
en eindelijk de vierkante kanteelen der Turken. Ten noorden en ten
westen ziet men overblijfselen van torens. In een hoek, onder doornig
struikgewas, vinden wij twee ijzeren kogels, en een marmeren tulband,
die eenmaal tot een turksch graf heeft behoord.

Onze blik overzag de baai van Artemisium, beroemd door de nederlaag der
vloot van Xerxes, en voorts de vlakte, met akkers en plantages bedekt;
nergens bruggen, en zeer weinig boomen, behalve moerbezien en hier en
daar eenige wilde olijven. Een aantal landlieden, mannen en vrouwen,
waren aan den veldarbeid, en hunne witte wollen kleederen kwamen
sprekend uit tegen het tedere groen der katoenplantages. Anderen
bereidden de akkers, waarin het wintergraan moest worden gezaaid:
met de eene hand bestuurden zij hun aartsvaderlijken ploeg, in de
andere hielden zij eene lange lans, waarmede zij de twee zwarte
thessalische buffels voortdreven en bestuurden.

Deze geheele streek komt mij voor zeer vruchtbaar en welvarend te zijn;
naar men zegt, levert dit deel des eilands de belangrijkste inkomsten
voor den staat op, hoofdzakelijk voortvloeiende uit de tienden van den
graanoogst. Onze Hydrioot beweerde niettemin dat de landbouw, zoowel
hier als in alle verwijderde provincien, in verval verkeerde, en hij
gaf ons, bij die gelegenheid, eene niet zeer vleiende karakterschets
van de magistraatspersonen ten beste, wier minste gebreken, volgens
hem, hunne onbekwaamheid en onwetendheid waren.

De eparch, het gerechtshof en eenige andere collegien en besturen zijn
te Xerochori gevestigd, eene kleine stad van tweeduizend zeshonderd
inwoners, in de vlakte gelegen, twee uren meer oostwaarts, en met Oreos
verbonden door een weg, die met eenigen goeden wil voor rijtuigen
bruikbaar mag worden genoemd: want twee of drie half ontwrichte,
vuile, stoffige berlines, door drie magere paarden getrokken, rijden
dagelijks eenmaal tusschen de beide stadjes heen en weder.

(Wordt vervolgd.)


Montenegro.

(Vervolg van bladz. 280).


VI.

De geheele oppervlakte van het vorstendom bedraagt
vierduizend-vierhonderd-zeven-en-twintig vierkante mijlen;
het getal inwoners beloopt, volgens opgave van den Vorst
zelven, in zijn brief aan den groot-vizier, van April 1877,
honderd-drie-en-negentigduizend-drie-honderd-negen-en-twintig
zielen. Het vorstendom, in twee groote deelen, het eigenlijke
Montenegro en de Berda, gesplitst, bevat acht provincies of nahye. Vier
daarvan, Katounska, Tzernitza, Rjetchka, Ljechanska, behooren tot
het eigenlijke Tzernagora of Montenegro; de vier andere, tot de Berda
behoorende, zijn Bjelopavitzka, Piperska, Moratcha, en Vasojevici. De
nahye zijn, voor de administratie, weder verdeeld in plemenas, die
met onze kantons overeenkomen; de plemenas bestaan uit dorpen, die
soms niet meer zijn dan eene verzameling van enkele armoedige hutten.

Wij zijn aan de zuidwestzijde, door de provincie Katounska, het land
binnengetrokken: deze provincie is eene der belangrijkste, want binnen
hare grenzen liggen de hoofdstad Cettinje en Njegosch, de bakermat
van de regeerende familie. Maar zoo de reiziger deze provincie tot
maatstaf nam, om zich een oordeel over het geheele land te vormen,
zou hij zich zeer vergissen: want deze streek is de dorste en meest
misdeelde van allen, en het wordt iemand waarlijk bang te moede, als
hij denkt aan het lot van een volk, dat zijn levensonderhoud aan eene
zoo onbarmhartige natuur ontwringen moet. De vlakte van Grahovo, waar
de Turken in 1858 verslagen werden, behoort ook tot deze bergachtige
provincie. In het westelijk gedeelte, naar de grenzen van Herzegowina,
vindt men enkele vlakten, en het plateau van Njegosch toont hier en
daar sporen van bebouwing.

De Rjetchka-Nahia ligt tusschen de vlakte van Cettinje en het meer
van Skutari, op anderhalf uur afstands van de hoofdstad; het klimaat
is hier zeer zacht; het land is veel minder woest en dor dan in
Katounska: de wijnstok en granaatboom bloeien hier. De provincie
ontleent haar naam, die stroom beteekent, aan de beek, die op drie
mijlen afstands van Rjeka, in het meer van Skutari valt. De streek
in de onmiddellijke nabijheid van het meer is laag en moerassig;
daar heerschen veelvuldige koortsen.

De Tzernitza-Nahia ligt ingesloten tusschen het meer van Skutari en de
oostenrijksche grens; deze provincie is de rijkste en best bebouwde;
haar klimaat komt overeen met dat van Italie; zij levert een overvloed
van saprijke en smakelijke vruchten.

De Ljechanska-Nahia loopt van de punt van het meer van Skutari naar
de grenzen van Herzegowina. Deze streek is bij uitnemendheid woest
en verlaten; de wijd verspreide dorpen verschuilen zich zooveel
mogelijk voor de blikken der reizigers; de veeteelt is de eenige
bron van bestaan, en overal vindt men de sporen van armoede en
ontbering. Nevens de rotsen van Cattaro, is dit het wildste en
ongenaakbaarste deel des lands, een chaos van naakte, steile rotsen.

Bjelopavitzka ligt tusschen Niksich en Podgoritza; de hoofdplaats is
Danilograd, tusschen Albanie en Herzegowina. Deze provincie is zeer
vruchtbaar, met bosschen bedekt, rijk aan stroomende wateren en aan
schoone natuurtafreelen, die aan Zwitserland doen denken. Dit is het
oude Zeta, waaraan de voormalige hertogen, vazallen van Servie, hun
titel ontleenden. In den omtrek van Danilograd heeft men pogingen
aangewend om den grond te verbeteren; de regeering heeft over de
Rjeka-Zeta een houten brug doen bouwen, die ruim tweehonderd el lang
is. De vlakte is uitnemend geschikt voor bebouwing; maar in het belang
der verdediging houdt men de bosschen en het dichte kreupelhout in
stand, die een natuurlijk bolwerk vormen zoowel naar de zijde van
Niksich als naar die van Spouz. Dit is het smalste gedeelte van het
vorstendom: een turksch legerkorps, dat van Niksich in Herzegowina
uitging, zou, met een stouten marsch, de hand kunnen reiken aan een
ander korps, van Spouz in Albanie vertrokken. Nog in 1862 was daarop
de taktiek der Turken gericht; het is dus niet zonder reden, dat men,
met veronachtzaming der belangen van den landbouw, de dichte bosschen
in stand houdt, die van zoo groote beteekenis zijn voor de verdediging.

Te Orza-Louka, in deze nahia Bjelopavitzka, bezit Vorst Nikolaas eene
kleine villa, waar hij in den zomer eenigen tijd doorbrengt; en te
Ostrog, in deze zelfde provincie, staat het beroemdste klooster van
het geheele land. Tegen een steilen rotswand geleund, waarboven de berg
trotsch oprijst, is een der kapellen in de rots zelve uitgehouwen. Dit
klooster is eene druk bezochte bedevaartsplaats voor de Serviers,
die van alle zijden naar herwaarts komen om te bidden op het graf van
den Vladika Basilius, beurtelings monnik en krijgsman, die in strenge
afzondering in zijne kluis leefde, welke hij van tijd tot tijd verliet,
om de montenegrijnsche scharen ten strijde te voeren tegen de Turken.

De Piperi of bewoners van de Piperska-Nahia zijn langs de oevers der
Moratcha gevestigd; zij zijn herders, en hebben door de onbillijke
grensregeling van 1858 een deel hunner voormalige weilanden verloren;
hun land is zeer bergachtig, en de bevolking leeft in de uiterste
armoede.

Aan alle zijden is Montenegro als door een ijzeren muur ingesloten:
de naaste, direkte uitweg naar de Adriatische-zee, Cattaro, is in
handen van Oostenrijk, dat niet altijd gunstig gezind is jegens
het vorstendom, en dat naar goedvinden dien eenigen weg, waardoor
Montenegro met het overige Europa gemeenschap kan oefenen, opent of
sluit. Bovendien heeft de natuur tusschen de golf van Cattaro en het
vorstendom dien bijna ontoegankelijken wal van rotsen opgeworpen,
dien wij, van Cattaro komende, hebben moeten beklimmen. Men moet deze
omstandigheid wel in het oog houden, als men den toestand, waarin
Montenegro verkeert, juist wil beoordeelen. Voor zijn handel, voor
den uitvoer zijner voortbrengselen, heeft het geen anderen uitweg
dan Cattaro, dat bijna niet te genaken is, ondanks den kunstweg,
dien men met inspanning van alle krachten tracht te banen; en
willen de Montenegrijnen over het turksche gebied bij Skutari de
Adriatische-zee bereiken, dan zijn zij overgeleverd aan de genade
van hun trouweloozen erfvijand. Zulk een toestand zou nog eenigszins
dragelijk kunnen zijn voor een van nature vruchtbaar land; men zou
dan ijverig den grond bebouwen, daardoor in zijne eigene behoeften
voorzien, en het overschietende, zoo goed en zoo kwaad als het ging,
naar Cattaro voeren, om ruilhandel te drijven;--maar iedereen weet
dat Montenegro volstrekt geen vruchtbaar land is. Wel beweeren
sommigen, dat, ondanks de armoede van den grond, het vorstendom,
over het geheel genomen, in de behoeften zijner inwoners kan voorzien;
maar dit beweeren wordt door anderen tegengesproken, en zeker is het,
dat zoo de mais en de aardappelen mislukken, het volk onfeilbaar aan
gebrek ten prooi is. Vandaar de telkens herhaalde aandrang om het
bezit eener haven aan de Adriatische-zee, voor Montenegro in vollen
nadruk eene levensvraag. Reeds vroeger was er sprake van den afstand
van de kleine turksche haven van Spitza, boven Antivari, en ook van de
kanalisatie van de Bojana, een stroompje, dat het meer van Skutari met
de Adriatische-zee verbindt. Maar de onbeschrijfelijk kleingeestige,
cyniek-zelfzuchtige politiek van Engeland, ten deze door Oostenrijk
gesteund, heeft deze pogingen om aan het meest billijke verlangen te
voldoen, steeds weten te verijdelen. Natuurlijk dat de Porte, wetende
dat zij op den steun dier beide mogendheden rekenen kan, telkens als
er sprake van was, den afstand van grondgebied en het verschaffen van
een uitweg naar de zee, weigerde. En Europa berustte langmoedig in die
weigering. Zal de tegenwoordige oorlog, waarin de Montenegrijnen weder
nieuwe lauweren gewonnen hebben, hun eindelijk recht doen wedervaren?

De Moratcha-Nahia ontleent haar naam aan het rivierke, dat haar
besproeit. Deze provincie ligt tusschen Bosnie en Herzegowina;
haar bewoners vertoonen den montenegrijnschen type in al zijne
zuiverheid en kenmerkende eigenaardigheid. Zij zijn met vurige
liefde aan hun land gehecht, trouw aan hun Vorst, zeer gesteld op
hunne voorvaderlijke zeden en traditien, dapper en eerlijk, en de
oude servische gastvrijheid nog in eere houdende. Zij leven van de
opbrengst hunner kudden, en houden zich niet met landbouw bezig;
met hunne schapen trekken zij van de eene weide naar de andere, en
voorzien alzoo in hunne behoeften, die zeer weinigen zijn. Naar men
zegt, leven hier in den mond des volks nog de oude zangen, waarin
de geheele geschiedenis des lands is nedergelegd.--Nabij de bronnen
van de Moratcha verheft zich het klooster van gelijken naam, naar de
overlevering wil, gesticht door Douchan, den beroemden Koning van
Servie. Men toont u daar nog een buffelhoorn, die in de dagen van
dezen koning bij de heilige communie werd gebruikt, en eene menigte
nog geheel ongeschonden graven, waaruit blijkt dat het heiligdom tot
dusver aan de vernielende handen der Turken ontsnapte.

De Vasojevici, door Bosnie en Albanie begrensd, hebben dezelfde natuur
als Moratcha en zijn, evenals deze provincie, rijk aan prachtige
wouden, die niet geexploiteerd worden. Het land vertoont hier hetzelfde
karakter als het naburige Albanie, vanwaar de Venetianen het noodige
hout haalden voor hunne galeien en de behoeften van hun tuighuis
en werven.

Verreweg de meeste reizigers, die Montenegro bezoeken, beginnen hun
tocht te Cattaro, trekken over de bergen naar Cettinje, begeven zich
vandaar naar Rjeka, en zakken vervolgens de Moratcha af naar het
meer van Skutari, waar zij zich inschepen op groote sloepen, loudras
genaamd, die met twaalf roeiers zijn bemand, om eindelijk te Antivari
weder aan boord van eene of andere stoomboot te gaan. Op die wijze
trekken zij het land door van de dalmatische grens tot de grenzen
van Albanie. Om de meer binnenwaarts gelegen provincien te bereizen,
moet men eene karavaan organiseeren, en zulk eene reis blijft toch
altijd een min of meer avontuurlijke tocht, die zeer veel tijd vordert
uithoofde van den ongeloofelijk slechten staat der wegen. Men moet
te Cettinje gidsen nemen, de noodige levensmiddelen medevoeren, zich
van paarden of muilezels voorzien, en wel zorgen dat men het geschikte
jaargetijde kiest. Is men van goede aanbevelingsbrieven of officieele
dokumenten voorzien, dan geeft de Vorst een of twee krijgslieden zijner
lijfwacht mede, die tot gewapend geleide dienen. Met uitzondering
van de geneesheeren, die in het land verblijf hebben gehouden,
van de ingenieurs en de sekretarissen van den Vorst, zijn er maar
zeer weinig reizigers, die al de verschillende provincien van het
vorstendom hebben bezocht; maar wie zich tot een bezoek aan Cettinje
bepaalt, krijgt van het land een zeer onvolkomen en daarbij zeer
ongunstigen indruk; wie zich van Montenegro een eenigszins juist
denkbeeld wil vormen, moet minstens tot aan het meer gaan. De tocht
echter over de bergen naar Rjeka is misschien even bezwaarlijk, als
die van Cattaro naar Cettinje. De reis duurt niet langer dan vijf
uren, maar de weg stijgt voortdurend tot Granitza, van waar men een
prachtig uitzicht heeft. Voor zich ziet de reiziger de vallei van de
Rjeka; de schitterende, onafzienbare watervlakte van het meer met de
citadel van Zabljak, den ouden zetel der Vorsten van Zeta, eer zij
hunne residentie naar Cettinje hadden verlegd; voorts de turksche
eilanden Vranina, Monastir en Lesendria; de bergen van Albanie en het
land der Mirditen.--Voorbij Granitza begint de weg te dalen, en wordt
de tocht hoogst bezwaarlijk; de paarden glijden bij iederen voetstap
uit, en de bij uitnemendheid woeste omgeving draagt er niet toe bij,
om de ongemakken en gevaren van de reis te doen vergeten.


VII.

Montenegro bezit noch ruinen, noch gedenkteekenen; men treft er
nauwelijks enkele sporen van vroegere tijden aan: maar de bewoners des
lands mogen op onze volle belangstelling aanspraak maken, en in deze
schier ontoegankelijke bergen vindt men nog in al hare zuiverheid en
ruwheid de zeden van lang vervlogen eeuwen terug.

In dezen kleinen, half patriarchalen staat heeft ieder het
recht, wapenen te dragen en zijne stem uit te brengen in de
volksvergaderingen. Alle onderdanen zijn voor de wet gelijk; men
kent hier geen klassen of standen, hetgeen niet belet, dat deze of
gene familie, sedert langen tijd gewoon aan het hoofd van haar stam
of clan te staan, daardoor van zelve een zeker traditioneel aanzien
heeft verworven. Met uitzondering van de vorstelijke waardigheid, is
echter geen enkel ambt erfelijk, en de geringste onderdaan kan naar
de hoogste betrekkingen dingen:--echter, onder drie voorwaarden. Heeft
hij zich door eigen arbeid en inspanning, door bekwaamheid en talent,
fortuin verworven, dan vestigt zich de keus zijner medeburgers als van
zelve op hem; ditzelfde is ook het geval, indien hij zich in den oorlog
door bijzondere dapperheid of door een of ander schitterend wapenfeit
heeft onderscheiden; eindelijk is meerdere kennis en ontwikkeling,
door studie of reizen verkregen, bekendheid met vreemde talen en
andere landen, eene zeer sterke aanbeveling voor ieder, die naar
openbare ambten dingt.

Als algemeenen regel mag men, geloof ik, aannemen, dat de bewoner
van Tzernagora donker van uitzicht is, terwijl die van de Berda meer
naar het blonde trekt, zoo als sommige Zuid-Slaven. Over het geheel
genomen, zijn beiden mager, slank, rijzig en welgevormd, zeer dikwijls
indrukwekkend van voorkomen, en in gang en manieren somwijlen ietwat
gemaakt. De inwoners van Tzernitza en Bjelopavitzka onderscheiden
zich van alle anderen door hunne hooge gestalte, en herinneren aan
de schoone dalmatische typen uit den omtrek van Knin. Daar zij nooit
onder elkander trouwen--want de grieksche Kerk verbiedt het huwelijk
tusschen bloedverwanten zelfs in zeer verren graad--vernieuwt de type
zich zonder ophouden; en dewijl ten gevolge van de weinige zorg voor
de kleine kinderen, van het ruwe klimaat en de verwaarloozing van
de eenvoudigste gezondheidsregelen, zeer veel kinderen in jeugdigen
leeftijd sterven, blijven alleen de gezondsten en krachtigsten in
leven. Echter vertoont de montenegrijnsche type zich niet altijd in
zijne zuiverheid; en dit is geen wonder: Montenegro was langen tijd
eene wijkplaats, waar ieder, die zich aan de turksche dwingelandij
wilde onttrekken of zich op turksch gebied niet langer veilig
gevoelde, heen trok, dikwijls zonder iets anders dan zijne wapenen
mede te brengen.

Groote liefhebbers van alle lichaamsoefeningen, onvermoeide
voetgangers, gewend aan eene onophoudelijke worsteling met de
onbarmhartige natuur, zijn de Montenegrijnen, om zoo te zeggen, in
een voortdurenden staat van overspanning; zij kunnen de zwaarste
vermoeienissen trotseeren, en zijn met even weinig tevreden als
de Arabieren der woestijn. Wanneer zich de gelegenheid daartoe
aanbiedt, vervallen zij echter lichtelijk tot onmatigheid, en dezelfde
bergbewoner, die gewoonlijk van brood, van aardappelen, van rijst of
tarwe leeft, en zijn dorst lescht met het water der naaste bron, zal,
als er een schaap geslacht wordt, ongeloofelijke massaas verslinden;
en gaat hij zich eenmaal te buiten aan brandewijn, dan kent hij ook
geen perken meer.

Op de grenzen van Herzegowina en Montenegro, in de nabijheid
van Grahovo, heb ik een paar dagen gelogeerd bij een Dalmatier,
die een kleinen drankwinkel hield; hij verhaalde mij, dat hij er
zich aanvankelijk op had toegelegd, brandewijn te verkoopen van
beter kwaliteit en minder met vreemde bestanddeelen vermengd dan
die van zijn buurman, in het vertrouwen dat hij daardoor klanten
zou trekken. In die verwachting was hij evenwel bedrogen geworden:
zijn buurman, die veel slechter brandewijn verkocht, maar waarin meer
vitriool was gemengd, had veel meer te doen dan hij. Deze door het
gebruik van heete specerijen en sterke olien bedorven kelen hebben
een dergelijken heftigen prikkel noodig.

De krachtige, gezonde Montenegrijn ademt de frissche versterkende
berglucht in, en bewaart de harmonie zijner physieke krachten
en vermogens door voortdurende oefening, door spelen die aan de
antieke wedstrijden en kampgevechten doen denken, waarin kracht en
vlugheid om den prijs dingen. Hij is van nature vroolijk van aard,
levendig van geest, en begaafd met eene zeer sterke verbeelding. Hij
is onstandvastig en veranderlijk: geduld en volharding zijn hem zeer
dikwijls vreemd; heeft hij eenmaal een denkbeeld opgevat, dan grijpt
hij in zijne verbeelding reeds aanstonds het einddoel, geeft zich niet
volledig rekenschap van de moeilijkheden, die te overwinnen zijn, en
schat den te behalen prijs dikwijls veel hooger dan hij inderdaad waard
is. Er is iets kinderlijks in deze zoo moedige, zoo onverschrokken
strijders: slagen zij niet aanstonds in hun vermetelen aanval, dan
gebeurt het dikwijls, dat zij eensklaps alle zelfvertrouwen verliezen
en beschroomd worden. Ook in het gewone leven slaat de Montenegrijn
zeer licht van vreugde tot droefheid, van blijmoedig vertrouwen
tot doffe wanhoop over; en met zekeren takt valt het dikwijls niet
moeilijk, zijn opgewekte drift weder tot bedaren te brengen of hem
tot datgene te bewegen, waartegen hij zich eerst ten sterkste kantte.

Zijne wapenen zijn hem meer dan alles waard; zelfs de armsten
getroosten zich elke opoffering om hun gordel te kunnen versieren
met een kostbaren handjar of een paar fraai bewerkte pistolen,
waarmede zij zeer goed weten te schieten; de meer vermogenden koopen
in Albanie die met zilveren knoppen versierde wapenen, die onder den
naam van ledenitze bekend zijn; in den laatsten tijd zijn ook onder hen
revolvers geene zeldzaamheid. In zeker dorp, waar ik vertoefde, had een
der inwoners zich een naaldgeweer aangeschaft, dat hem juist bezorgd
werd en zeer waarschijnlijk hier nog geheel onbekend was; de gelukkige
bezitter van dit nieuwe wapentuig werd den ganschen dag als het ware
bestormd door zijne buren, die het geweer kwamen bekijken en het allen
wilde probeeren; uren achtereen was het een schieten zonder ophouden,
en op het gelaat van alle aanwezigen was duidelijk te lezen, hoezeer
zij hun makker het bezit van een zoo kostbaar wapen benijdden. In de
laatste jaren heeft de wapenrusting van de Montenegrijnen eene geheele
verandering ondergaan; de geweren, die thans van regeeringswege worden
uitgedeeld, zijn allen vervaardigd naar een der verschillende stelsels,
bij de europeesche legers in gebruik; maar bovendien schaft ieder
zich eigen wapenen aan, geheel overeenkomstig zijn smaak en zijne
middelen. Zij, die in de nabijheid der oostenrijksche grenzen wonen,
hebben karabijnen en Martini-geweren; naar gelang men verder in het
binnenland komt, vindt men des te grooter verscheidenheid in de soort
van geweren, die aan eigenaardigheid en sierlijkheid van vormen winnen,
wat zij aan juistheid verliezen. Ondanks de onvolkomenheid van hunne
vuurwapenen, zijn de Montenegrijnen zeer bekwame schutters. De Turken
hebben een instinktmatig besef van afstanden, die zij met groote
juistheid berekenen: aan deze eigenschap danken zij hunne bekwaamheid
als artilleristen; de Montenegrijnen bezitten dezelfde eigenschap en
oefenen zich voortdurend in het schijfschieten. Op de vlakte achter
het paleis, ziet men zeer dikwijls den Vorst met de heeren zijner
omgeving naar den prijs schieten, waarbij zijne zuster menigmaal,
met een pistool in den gordel, de rol van kamprechter vervult.

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65
Copyright (c) 2007. topknownbooks.com. All rights reserved.