De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877 by Various
V >>
Various >> De Aarde en Haar Volken, Jaargang 1877
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 |
31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 |
54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 | 64 |
65
Ik heb op mijn uiterste gemak door het klooster gewandeld, zonder
dat iemand zich om mij bekommerde; op de lage bovengalerij zat
Mgr. Hilarion Ragonovitch, in zijn fraai statig kostuum, met zijne
zware golvende lokken, zijn langen zijdeachtigen baard afdalende op
zijne breede borst; hij koesterde zich in de zonnestralen en rookte
rustig zijn tsjiboek. Op een paar schreden afstands van hem zaten
enkele inwoners der stad op den vloer, bezig met het schoonmaken
en herstellen hunner geweren. De zeer invloedrijke, zeer populaire
metropolitaan is een krachtig gebouwd man van athletische gestalte en
indrukwekkend voorkomen. Zijn heilig ambt belet den bisschop niet,
een geducht en beroemd krijgsman te zijn; in 1862 heeft hij een
werkzaam aandeel genomen in den oorlog tegen de Turken, en daar hij
uit Herzegowina geboortig is, werd hem het opperbevel opgedragen over
de manschappen in het aan die provincie grenzende gebied. De kamers
van den metropolitaan zijn vrij comfortabel ingericht, maar geheel
zonder karakter: zij zijn gemeubeld even als de vertrekken in de
huizen langs de dalmatische kust, dat wil zeggen op zijn italiaansch.
Uit den kleinen tuin van het klooster, waar een groot
aantal bijenkorven in rijen staan geschaard, voert een weg
bergopwaarts naar den toren, die zich nevens en boven het klooster
verheft. Oorspronkelijk moest de oude toren zeker dienen tot
verdediging en vooral als wachttoren, maar hij is nooit voltooid
en heeft zelfs geen deur; tegenwoordig heeft hij geene andere
bestemming dan als klokketoren. Meer dan waarschijnlijk dagteekende
de oorspronkelijke toren uit den tijd der servische heerschappij,
en zijn de fondamenten nog uit dien tijd afkomstig; maar het gedeelte
boven den grond, door Peter II herbouwd, is modern. Tot in 1848 werden
rondom dien toren de afgeslagen hoofden opgehangen der gesneuvelde
Turken. Dit geschiedt thans niet meer; en hoeveel prijs ik ook stel
op oorspronkelijkheid en lokale kleur, de afschaffing van dit gebruik
mag ik niet betreuren.
Als men, na met veel moeite tegen de steile hellingen van den Lowchen
te zijn omhoog geklauterd, de grenzen bereikt van de streek waar nog
het kreupelhout groeit en de geiten grazen, ontvouwt zich naar de zijde
van Rjeka een prachtig panorama voor den blik. Hoe hooger ge stijgt,
hoe meer de bergen ten zuiden als schijnen weg te zinken; de vlakte
breidt zich uit, en diep beneden u, door een prachtvol romantisch
landschap omgeven, weerspiegelen de heldere wateren van het meer van
Skutari. Hoog boven u, op den top des bergs, schier wegschuilende in
de wolken, bevindt zich het grafteeken van den nationalen dichter van
Servie, van Peter II, den grooten Vladika, den vijfden Vorst uit het
geslacht der Petrowitch. Daar begeerde hij te rusten, op de kruin
van den Lowchen, onder het oog Gods, in de stille bergeenzaamheid,
waar de Vila rondwaart, de fee van den Yeserski-V'rh, die eene zoo
groote rol speelt in de volksverhalen en sagen der Montenegrijnen. Ik
heb den top des bergs niet bestegen; men verzekerde mij, dat die
beklimming zeer moeilijk is en dat men er minstens een geheelen dag
voor noodig heeft. Ik ben niet verder gegaan dan tot de waterbakken
van Iwan Tzernojewitch, die, zegt men, de bron ontdekte, waarvan het
water, vooral na de tamelijk vermoeiende beklimming, ons zoo heerlijk
smaakte. Deze plek is eene oasis midden op den berg: eene kleine
vlakte, door den oprijzenden rotswand tegen de schrale noordenwinden
gedekt. Voor het eerst sedert langen tijd, kon ik mij onder de schaduw
van een boom op het malsche gras nedervleien. De bron wordt bij haar
te voorschijn treden uit de rots opgevangen in goten, van uitgeholde
boomstammen vervaardigd en op schragen rustende; het water is heerlijk
van smaak, maar ijskoud, en het is zeer gevaarlijk er van te drinken,
wanneer men door den tocht vermoeid en verhit is.
X.
De Montenegrijn is van nature krijgsman; hij is geboren voor den
oorlog; niets wekt meer zijne bewondering op dan persoonlijke moed,
en naar niets tracht hij met zooveel ijver als naar den roem van
dapperheid. Zijne wapenen zijn zijne dierbaarste bezitting, somwijlen
bijna zijne gansche fortuin; zijne geheele geschiedenis is niets dan
het verhaal eener onophoudelijke worsteling, die op het slagveld van
Kossowo begon en nog steeds voortduurt.
Niemand, die ook maar oppervlakkig met de geschiedenis van dit volk
bekend is, zal er zich over verwonderen, dat Turken en Montenegrijnen
elkander als doodvijanden beschouwen en elkander haten met dien
fellen, bitteren haat, die medelijden noch verschooning kent, die
nooit verflauwt, waarvan de uitbarstingen wel tijdelijk door vreemde
tusschenkomst, door traktaten en wapenschorsingen kunnen gebreideld
worden, maar die zelf onsterfelijk is. Eerst nadat de turksche
heerschappij over de omliggende gewesten zal zijn verbroken, als
Montenegro niet meer voortdurend door zijn onverzoenlijken erfvijand in
zijn bestaan zal worden bedreigd, zal voor dit onversaagde heldenvolk
de tijd van rustiger, vreedzamer, normaler ontwikkeling gekomen
zijn. Eerst dan--en niet eerder.
Het is hier de plaats, om een blik te werpen op de militaire
organisatie van het vorstendom, op de hulpmiddelen waarover het
beschikt, op zijne wijze van oorlog voeren; maar wij willen al dadelijk
opmerken, dat ondanks velerlei hervormingen en navolgingen van vreemden
bodem, ondanks de moeite, die de regeering zich gegeven heeft om in
den krijg de methode der nieuwe taktiek en strategie in te voeren, het
den Montenegrijn schier onmogelijk is zich te voegen naar de regelen
der europeesche krijgstucbt, naar de afgepaste regelmatigheid onzer
bewegingen; onmogelijk vooral, zich te onderwerpen aan dien eisch van
volstrekte zwijgende onderwerping, waardoor ook het talrijkste leger
een gewillig en wel georganiseerd werktuig wordt, bestuurd door den
wil en de gedachte van een enkele, ter bereiking van een door dezen
gekozen doel.
Ik zal niet verder teruggaan dan tot de reis van Viala de Sommieres;
hij was, zooals men weet, kolonel in het fransche leger, gouverneur
van de provincie Cattaro, chef van den generalen staf van de tweede
divisie van het leger van Illyrie te Ragusa, en woonde van 1807 tot
1813 in Dalmatie. Viala heeft over Montenegro een werk in twee deelen
geschreven, dat, ondanks latere nasporingen, nog altijd onmisbaar is
voor ieder, die zich met dit land grondig bekend wil maken; hij was een
zeer geacht officier, en vertrouwende op de loyauteit en gastvrijheid
der Montenegrijnen, verscheen hij geheel alleen in hun midden, om
hun land te bestudeeren. Het ligt voor de hand, dat alles wat tot
het krijgswezen behoorde in de eerste plaats zijne aandacht trok;
het resultaat zijner persoonlijke waarnemingen en onderzoekingen
deelt hij ons mede in zijn boek, en wij mogen veilig aannemen, dat
hierin de staat van zaken, ten jare 1812, naar waarheid geteekend is.
Het aantal krijgslieden, als zoodanig op de registers ingeschreven,
bedroeg toen, voor het geheele vorstendom, dertienduizend-driehonderd;
maar aangezien ieder, die een geweer voeren kan, van den knaap
tot den grijsaard, ook aan den oorlog deel neemt, kon dit getal,
in vier-en-twintig uren, allicht tot twintigduizend stijgen. De
kloekmoedigsten en krachtigsten gingen vooraan; de grijsaards hielden
de bergpassen bezet, zorgden voor de veiligheid der communicatien, het
aanvoeren van proviand en ammunitie, en bespiedden de bewegingen des
vijands; de kinderen brachten bevelen over of speurden de marschen der
troepen na; de vrouwen eindelijk verzorgden de verwonden en brachten
levensmiddelen aan de lieden van haar dorp. Uit de laatste rapporten
der proveditoren van Cattaro aan de regeering van Venetie en uit andere
onuitgegeven stukken, door den heer Armand Baschet openbaar gemaakt,
blijkt dat omstreeks de helft der zeventiende eeuw het totaal der
ingeschreven krijgers (aangenomen dat zulke inschrijving toen reeds
plaats vond) het getal van achtduizend niet overtrof; een achtste
deel daarvan was met haakbussen gewapend, de anderen hadden slechts
lans en degen.
De indeeling der krijgsmacht is sedert overoude tijden, in hoofdzaak,
onveranderd dezelfde gebleven; de gemeente is de taktische eenheid, en
de samenvoeging van verschillende gemeenten vormt eene kompagnie onder
aanvoering van een kapitein of hoofdman. De verschillende kompagnien
van eene geheele provincie of nahya vormen een regiment, dat echter
niet met deze geheel moderne benaming genoemd wordt. Dit regiment
staat onder het kommando van een woiwode, aan wien de kapiteins
ondergeschikt zijn; de vereenigde krijgsmacht eindelijk van al de
nahye en al de woiwoden staat onder het opperbevel van den Vorst.
De Vladika Peter II is de eerste, die een korps geregelde soldaten,
eene eigenlijke krijgsmacht, heeft opgericht; voor hem bestond er in
Montenegro eigenlijk geen staand leger. Als de oorlog ontbrandde,
werden alle weerbare mannen te wapen geroepen; zij schaarden zich
om de dappersten, de oudsten, de aanzienlijksten of beroemdsten, en
spoedden zich naar den strijd. Op het slagveld streed ieder op zijn
eigen hand en voor zijn eigen rekening, zonder samenwerking, zonder
eenheid, zonder vastgesteld doel: het eenige, waar het op aan kwam,
was den vijand zooveel mogelijk afbreuk te doen; hij werd op allerlei
wijze gekweld, verontrust, uitgeput, telkens opnieuw overvallen;--en
deze onophoudelijke guerilla-oorlog, waartoe trouwens het terrein
zoo voortreffelijk geschikt, als door de natuur zelve aangewezen is,
was misschien voor den vijand veel gevaarlijker en verderfelijker
dan een geregelde veldtocht, terwijl de Montenegrijnen daarbij
bijna geen gevaar liepen. De nieuwere wijze van oorlogvoeren,
de uitvindingen der moderne strategie, de kunstig samengestelde
bewegingen, de geduchte artillerie en de ver dragende geweren zijn,
in de hier bestaande omstandigheden, van weinig of geen nut. Bovendien
waren, tot voor korten tijd, de Turken niet veel beter gewapend dan
de Montenegrijnen, alleen de artillerie uitgenomen. Peter II heeft
het korps der Perianiki opgericht; maar dit korps is slechts honderd
man sterk, die het nationale kostuum dragen en zich van de anderen
onderscheiden door een soort van fijne pluim of vederbos aan hunne
muts (perianiza); dit is tegelijk eene lijfwacht voor den Vorst,
een soort van policiewacht en een gewapend korps ter beschikking
van de regeering. Danilo, de opvolger van Peter II, de oom van den
regeerenden Vorst, vormde eene soort van keurkorps, meer bepaald
tot zijne lijfwacht bestemd. In 1853 liet Danilo, die het leger
wilde organiseeren, voor het eerst in al de provincien registers of
stamboeken aanleggen, waarin de namen werden ingeschreven van alle
manschappen tusschen de achttien en vijftig jaren; men meene nu echter
niet dat de Montenegrijn, die op vijftigjarigen leeftijd nog in het
volle bezit zijner krachten is, na dien tijd de wapenen niet meer
voert, maar hij is dan niet langer tot de krijgsdienst verplicht.
Bij de samenstelling der kaders gaat men evenzeer van de gemeente
uit; in elke gemeente heeft men een tienman, en in iedere groep van
gemeenten een hoofdman over honderd, die eene kompagnie van honderd
man onder zijne bevelen heeft; boven de hoofdmannen staan weder
de serdars en de woiwoden. Deze, door Danilo ontworpen organisatie
had voornamelijk ten doel, aan alle weerbare manschappen eene vaste
plaats aan te wijzen, opdat ieder bekend zou zijn met den naam van zijn
onmiddelijken chef en met de groep of het korps waartoe hij behoorde;
een en ander in het belang eener spoedige en geregelde mobilisatie. De
toen gebruikelijke uitrusting bleef, tot de troonsbestijging van
den tegenwoordigen Vorst, onveranderd; zij bestond nog altijd uit
den yatagan of handjar en het lange albaneesche geweer, met eenige
pistolen; de regeering zorgde voor het noodige kruit, maar wat wij
eene intendance noemen, bestond niet. Ieder man was verplicht in zijn
eigen onderhoud te voorzien; bij wijze van vergoeding, had hij ook
aanspraak op een deel van den buit.
Aan deze organisatie, door Danilo ontworpen en door zijn broeder,
den dapperen Mirko, ingevoerd en in praktijk gebracht, hadden de
Montenegrijnen voor een goed deel de schitterende overwinning te
danken, den 13den Mei 1858 in de vlakte van Grahovo op het leger van
Hussein-Dahim-Pasja behaald, waarbij de Turken drieduizend soldaten,
acht kanonnen, drieduizend geweren, met al hun ammunitie en proviand,
verloren. De ondervinding, in den veldtocht van 1862 opgedaan, toen
Omar-Pasja aan het hoofd der muzelmannen stond, toonde de meerdere
voortreffelijkheid der moderne wapenen, waarvan de Turken toen waren
voorzien; maar voor een zoo arm land als Montenegro, is eene nieuwe
bewapening van zijn leger geene kleinigheid. Gebruik makende van de
sympathie, die de Montenegrijnen, door hun heldhaftigen tegenstand
tegen de verpletterende overmacht der Turken, zich allerwege in
Europa verworven hadden, wist de Vorst van de fransche regeering
vergunning te bekomen tot het houden eener groote verloting te
Parijs, met het uitgesproken doel om voor dat geld twaalfduizend
miniegeweren te koopen, die vervolgens in het vorstendom werden
uitgedeeld aan hen, die het meest geschikt werden geacht om met
dat wapen om te gaan. Sedert zijn nog enkele andere veranderingen en
verbeteringen ingevoerd, maar die miniegeweren vormen nog tegenwoordig
het voornaamste bestanddeel der bewapening; men vindt ze overal, want
ieder bewaart die wapens met de grootste zorgvuldigheid. Tot op dien
tijd was ieder Montenegrijn zijn eigen geweermaker en zwaardveger:
hij herstelde zelf zijne wapenen en goot zelf zijn kogels. De heer
Xavier Marmier vertelt dat hij eens, te Njegosch, in eene hut, die
tevens tot herberg diende, een groep lieden neergehurkt vond bij een
vuurpot, bezig met het gieten van kogels en rustig hun pijp rookende,
terwijl nevens hen een jong meisje de patronen met kruit vulde,
zonder, zoo het scheen, er aan te denken, dat een enkele afgedwaalde
vonk voldoende was, om het geheele huis met de bewoners in de lucht te
doen springen. De invoering van juistheidswapenen in het vorstendom had
natuurlijk de stichting van twee onmisbare inrichtingen ten gevolge:
een tuighuis en een kruitfabriek. Het was volstrekt noodzakelijk,
zich voor goed te onttrekken aan de ongelukkige verplichting om de
vereischte wapenen en ammunitie, over de grenzen der beide naburige
rijken, die het vorstendom aan alle zijden insluiten, binnen te
smokkelen. De regeerende Vorst vroeg en verkreeg de medewerking en
voorlichting van verschillende vreemde officieren, om de organisatie
en de bewapening van zijn leger overeenkomstig de eischen van den
tegenwoordigen tijd te hervormen. Reeds in 1866 zond Vorst Michael
van Servie, sedert vermoord, aan den Vorst van Montenegro een bekwaam
wertuigkundige, die te Obod een arsenaal moest helpen tot stand
brengen. De Montenegrijn is vlug van begrip en leerzaam, vooral in
zaken die met den oorlog in betrekking staan; al vrij spoedig had men
een klein korps geschikte werklieden bijeen, die in de wapenfabriek
konden worden gebruikt; men bracht het zelfs zoo ver, dat de oude,
op de Turken veroverde geweren, die voor niets meer schenen te deugen
dan voor zegeteekenen tegen de wanden der hutten, veranderd en weder
bruikbaar gemaakt werden.
Maar wapenen alleen waren niet voldoende: men moest ook goede
leermeesters hebben, die de Montenegrijnen in het gebruik dier wapenen
konden onderrichten. Wederom was het Vorst Michael van Servie,
die Vorst Nikolaas te hulp kwam. In het kleine servische leger,
dat, helaas, in den jongston oorlog tegen de Turken niet gelukkig
is geweest, vond men een uitmuntend onderwezen en voortreffelijk
gedrild korps van omstreeks achtduizend man, wier manoeuvres ik
menigmaal met bewondering heb aanschouwd; dat leger bezit ook zeer
bekwame officieren, die hunne militaire opleiding in Europa ontvangen
hebben, en die een beter lot hadden verdiend, dan met ongeoefende en
slecht georganiseerde troepen ten strijde te worden gezonden tegen
de geweldige turksche overmacht. Drie van deze officieren werden
naar Cettinje gezonden, met het noodige materieel, om het toezicht te
houden over de inrichting der militaire etablissementen en onderricht
te geven in de moderne taktiek. Tijdens mijn bezoek in Montenegro was
alles gereed voor de aanstaande worsteling, en was ieder soldaat van
vijfhonderd patronen voorzien. Omstreeks 1869 kocht Vorst Nikolaas,
na zijn terugkeer uit Rusland, tweeduizend naaldgeweren, wier reputatie
toen door den pruissisch-oostenrijkschen oorlog gevestigd was, en liet
in zijn arsenalen de noodige toestellen maken voor de vervaardiging
der bij die geweren behoorende patronen.
In 1870 werd de servische kapitein Johan Wlahovitz naar Montenegro
gezonden, om de tegenwoordige organisatie van het leger tot stand te
brengen, dezelfde, die in den jongsten en nog voortdurenden oorlog op
de proef is gesteld. Het leger is thans verdeeld in twee divisien van
tienduizend man, ieder voorzien van eene voor het bergachtige terrein
geschikte veldbatterij. Elke divisie bestaat uit twee brigaden,
en elke brigade uit vijf bataillons van duizend man elk. Vier van
deze bataillons zijn met minie-geweren gewapend; het vijfde heeft
naaldgeweren naar het systeem Sederl. Natuurlijk zijn deze wapenen
in handen gesteld van de bekwaamste schutters.
De kaders zijn aldus samengesteld: aan het hoofd van het bataillon
staat een kommandant, wien een kapitein als adjudant-majoor is
toegevoegd; het bataillon is verdeeld in acht kompagnien van negentig
man, elk met een eigen kompagnies-kommandant, een vaandrig (bariaktar),
twee onderofficieren, tien korporaals en een trompetter. Voor de
artillerie heeft men het stelsel van den generaal Dufour aangenomen:
vier stukken per batterij, bediend door acht-en-veertig manschappen,
onder het bevel van drie officieren.
Het montenegrijnsche bataillon komt dus, op kleiner schaal, eenigermate
overeen met ons regiment. Maar de kompagnies-kommandanten, die in rang
ongeveer gelijk staan met onze kapiteins, hebben eene veel grootere
mate van vrijheid van handelen en ook meer verantwoordelijkheid:
dit is een noodzakelijk gevolg van de grondsgesteldheid; want op dit
zoo ongelijke en sterk afwisselende terrein is het bijna onmogelijk,
met een sterker legermacht dan eene enkele kompagnie, met voordeel
op een bepaald punt te opereeren.
De generale staf van het leger, onder het rechtstreeksch opperbevel
van den Vorst geplaatst, bestaat uit een woiwode, den senator Elia
Plamenatz, die de functien van chef van den generalen staf waarneemt,
en wien een zeker aantal officieren zijn toegevoegd; voorts uit twee
divisie-generaals, die omstreeks tienduizend man onder hunne bevelen
hebben en den titel van woiwode voeren, en uit vier andere woiwoden,
brigade-generaals.
Tot officieren heeft men natuurlijk de vroegere aanvoerders gekozen,
die zich echter op de hoogte der nieuwe dienstregeling en wapening
hebben moeten stellen, en te dien einde twee maanden te Cettinje
hebben doorgebracht; allen hebben daar deel moeten nemen aan
exercities en manoeuvres, en nadat zij bij een examen bewijs van
voldoende bekwaamheid hadden gegeven, is hun de taak opgedragen om
de onderofficieren te onderrichten. Eindelijk is een vaste regel voor
bevordering vastgesteld. Vroeger gold persoonlijke moed voor voldoende
aanbeveling, en een onversaagd of gelukkig soldaat klom soms eensklaps
op tot legerhoofd; voor dit stelsel is nu de meer geregelde wijze van
bevordering der europeesche legers in de plaats gekomen; maar tegelijk
heeft men eereteekens en andere onderscheidingen ingesteld, die zeer
gewaardeerd worden en den onderlingen naijver prikkelen. Eene echte
karakteristieke bijzonderheid: toen men in de verschillende gemeenten
de stamboeken voor het leger zou gaan opmaken, en van zwakke grijsaards
de wapenen moesten worden teruggevraagd, om ze aan de krachtiger
handen van volwassen jongelingen toe te vertrouwen, smeekten die
grijsaards, met tranen in de oogen en bittere verontwaardiging in
het hart, dat men hun den smaad niet zou aandoen van te meenen,
dat zij niet met de wapenen in de hand zouden kunnen sterven.
Misschien zal menigeen onder mijne lezers er vreemd van opzien, als
ik van montenegrijnsche kavalerie spreek, en als van zelve zal de
vraag rijzen: hoe in een land, als ik getracht heb te beschrijven,
de kavalerie met mogelijkheid een rol kan spelen? Toch komt in de
legersterkte van het vorstendom ook dit wapen voor. Na den oorlog van
1870 heeft men te Cettinje een eskadron--het is waar, een eskadron in
partibus--opgericht, dat er zeer eigenaardig, zeer zonderling, maar
bovenal zeer schilderachtig uitziet en eene merkwaardige verzameling
oplevert van de meest uiteenlooponde typen. De ruiters zijn afkomstig
uit de onderscheidene provincien van het vorstendom, en de tuigen
der paarden verschillen naar gelang van den smaak, de fantasie en
de middelen van den ruiter, of ook naar gelang van de wijze, waarop
hij in het bezit dezer voorwerpen is geraakt. Het kommando over dat
eskadron, dat tot het dienstdoende leger behoort, is thans opgedragen
aan een voormalig oostenrijksch kavalerie-officier, Stanko Radonich. De
kosten voor het onderhoud der paarden zijn overigens niet geevenredigd
aan de diensten, die het korps bewijzen kan: want in Tzernagora is de
fourrage zoo schaars, dat een paard gemiddeld 's jaars ruim vijfhonderd
franken aan voeding kost; in de Berda daarentegen zou dit onderhoud
veel minder kosten; maar tot heden is het, bij het gemis van bruikbare
wegen, onmogelijk, de fourrage van de eene streek van het vorstendom
naar de andere te vervoeren. Om dezelfde reden is de artillerie bij
de verdediging des lands van zoo weinig nut; bovendien is het mikpunt
schier zonder uitzondering te ver verwijderd of te dicht bij: te ver
verwijderd, als men van de hoogte der bergen moet vuren; te dicht
bij, als men in de passen en ravijnen, die zich in eindelooze bochten
tusschen de rotsen heen winden, moet aanvallen. Berghouwitsers, die op
muilezels worden vervoerd, zijn de eenige stukken, die hier werkelijk
van dienst kunnen zijn. Men heeft zich dus in de bediening dezer
houwitsers moeten bekwamen; tegenwoordig is een der voornaamste en
beste officieren van het vorstendom, Macho Verbitza, die in Frankrijk
zijne opleiding heeft ontvangen, aan het hoofd van dit wapen geplaatst.
Hiermede heb ik mijn overzicht van de officieele strijdkrachten van
het vorstendom voltooid: dit overzicht was noodig om te weten over
welke hulpmiddelen Montenegro kan beschikken; maar hier, minder dan
ergens elders, mag het persoonlijk initiatief worden voorbijgezien
of gering geschat. Voorzeker heeft men goed gehandeld, door, voor
zoover dit mogelijk was, de bewapening en uitrusting te verbeteren,
de ordelooze massa aan vaste regelen te onderwerpen en eene doelmatige
organisatie in te voeren; maar naar het oordeel van alle deskundigen
zou het een bedenkelijke misslag zijn, de Tzernagorsken aan eene
al te strenge en stipte krijgstucht te willen onderwerpen. Als de
Montenegrijn op het slagveld niet zekere mate van vrijheid behoudt,
niet langer de gelegenheid heeft om, althans tot op zekere hoogte,
zijne eigene ingevingen te kunnen volgen, dan zou hij zich niet langer
in zijn element gevoelen. In het gelid geplaatst en tot een simpel
nommer geworden, zou de onversaagde krijgsman minder waard zijn dan
een gewoon europeesch soldaat. Een bekwaam legeraanvoerder moet steeds
weten te beoordeelen, wanneer en in welke mate hij aan dit persoonlijk
initiatief zijner manschappen den vrijen teugel laten kan en mag.
De dood op het slagveld is voor den Montenegrijn bijna het hoogste
ideaal: bij de geboorte van een zoon weet men hem niets beters toe
te wenschen, dan dat hij niet in zijn bed moge sterven. Is hij in
de vlakte of in een bergengte, tegen den vijand strijdende, met
eere gevallen, dan wordt zijn lijk, door zijne makkers, op dezelfde
plaats ter aarde besteld. De weduwe, in haar dorp teruggekeerd,
zal zijner nagedachtenis de verschuldigde eer bewijzen: zij noodigt
hare vriendinnen bij zich; zij heeft de wapenen, de kleederen van
den gevallene bewaard, zijne strouka of plaid, die hem tot mantel,
tot reiszak en tot bed diende; zij spreidt dien plaid als een tapijt
voor hare woning uit, legt er zijne beretta en wapenen op neder, en
met ten hemel geheven handen heft zij haar klaagzang aan. Zij wijdt
uit in den lof des gestorvene; zij beklaagt hem niet; zij prijst noch
zijn zachtmoedigheid, noch zijn goedheid, noch zijn edelmoedigheid,
maar wel zijn mannelijken moed, zijne indrukwekkende schoonheid,
zijne heldenkracht, zijne koene doodsverachting.
Behalve de officieele legerhoofden, zijn er nog andere aanvoerders, die
een overwegenden invloed op den soldaat uitoefenen: dat zijn de popen,
hetzij eenvoudige priesters, hetzij aartspriesters en archimandriten,
of zelfs metropolitanen. Ik merkte reeds op, dat de tegenwoordige
bisschop ook als krijgsman beroemd is; en de Montenegrijnen vinden er
niets stootends of onbehoorlijks in, dat dezelfde hand beurtelings
het kruis en het zwaard voert, zich nu eens opheft tot zegenen en
straks den dood in de vijandelijke gelederen brengt. In de eerste
tijden der middeleeuwen, was dit ook bij ons niets ongewoons. In
Kroatie, in Bosnie, in Herzegowina, in Servie, heb ik mij meermalen
kunnen overtuigen, welken machtigen invloed die priesters op hunne
omgeving uitoefenen; zij deelen in alles de levenswijze des volks;
even als hunne parochianen, zijn ook zij echtgenooten en huisvaders
en gaan zij gebukt onder allerlei wereldsche zorgen en beslommeringen
van het alledaagsche leven. De begeerten, wenschen en hartstochten
des volks vinden weerklank in hun gemoed; zij deelen met hetzelfde
vuur, in zijn liefde en zijn haat; en zoodra de geschikte gelegenheid
zich aanbiedt, treden zij op als de natuurlijke legerhoofden, die
de banier verheffen van den heiligen krijg tegen de ongeloovigen
en met beproefde dapperheid en vurige geestdrift voorgaan in den
rechtvaardigen, erfelijken, eeuwenouden strijd.
Pages:
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
24 |
25 |
26 |
27 |
28 |
29 |
30 |
31 |
32 |
33 |
34 |
35 |
36 |
37 |
38 |
39 |
40 |
41 |
42 |
43 |
44 |
45 |
46 |
47 |
48 |
49 |
50 |
51 |
52 |
53 |
54 |
55 |
56 |
57 |
58 |
59 |
60 |
61 |
62 |
63 | 64 |
65